Vergeten aannames: Voorburg

[Tweede deel van een stuk over op geschreven bronnen gebaseerde aannames in de archeologie van Romeins Nederland. Het eerste was hier.]

Forum Hadriani

Zoals gezegd: elk wetenschappelijk onderzoek is gebaseerd op aannames die een onderzoeker niet allemaal kan controleren maar die onjuist zijn kunnen. Dat is een algemene kwestie. Neem het nieuwe boek van Tom Buijtendorp, De vergeten stad. Die stad is Voorburg, dat in de Romeinse tijd Forum Hadriani heette.

Lang geleden heeft iemand geopperd dat die naam betekende dat Voorburg was gesticht door keizer Hadrianus. Dat is onzin. Romeinse gemeentes die een beetje stroop wilden smeren, vernoemden zich naar de keizerlijke familie. Ik heb weleens gewezen op de Andalusische stad Sabora, die zich vernoemde naar de familie van keizer Vespasianus zonder dat de beste man zelfs maar plannen had Spanje te bezoeken. U vindt de relevante inscriptie hier. Dat Hadrianus in Voorburg is geweest, valt niet af te leiden uit de naam.

Lees verder “Vergeten aannames: Voorburg”

Vergeten aannames: de Drususgrachten

Twee weken geleden stuurde archeoloog Jan Verhagen me zijn proefschrift, gewijd aan de waterwerken die de Romeinen in de Lage Landen hebben aangelegd: Tussen de Dam van Drusus en de Zuilen van Hercules. Van wat ik er inmiddels van heb gelezen – niet alles – kan ik zeggen dat het leesbaarder is dan je van een proefschrift verwacht. Er staat veel in dat ik niet wist en waar ik bij gelegenheid nog eens op terug wil komen. Een waardevol cadeau dus en als ik hieronder een zwakte aanwijs, doe ik dat niet om afbreuk te doen aan Verhagens promotie. Ik wil een algemenere kwestie benoemen. Elk wetenschappelijk onderzoek is gebaseerd op aannames die een onderzoeker niet kan controleren en die mogelijk onjuist zijn.

De Drususgrachten

Mijn observatie betreft de Drususgrachten. Ik heb het er eerder over gehad. (Het is onbeleefd rond een promotie nog eens zaken naar voren te brengen die de doctorandus niet weten kon.) De Romeinse biograaf Suetonius noemt fossas die generaal Drusus heeft laten aanleggen in Raetia en Germanië. Hij geeft ook een datering: in een jaar waarin Drusus de quaestuur of de praetuur uitoefende. Als de quaestuur is bedoeld, slaat het op het jaar 18 v.Chr., toen Drusus verbleef in Raetia (zuidelijk Duitsland/Zwitserland). Als de praetuur is bedoeld, hebben we het over 11 v.Chr., toen hij campagne voerde in het Overrijnse. Die campagne kennen we van Cassius Dio, die inderdaad werkzaamheden vermeldt aan de Lippe.

Lees verder “Vergeten aannames: de Drususgrachten”

Arabisch schrift

Inscriptie, Nabatees en Grieks, uit Petra

Soms kan ik dat zo ineens hebben, dat ik ergens een opschrift zie en denk: “Die letter is mooi”. Met westerse letters heb ik dat maar zo nu en dan. Met Arabische letters heb ik dat daarentegen bijna altijd. Natuurlijk, ze lijken op vermicelli, maar wat je ook schrijft, het wordt als vanzelf kalligrafie. Alle reden dus om te gaan luisteren toen Marijn van Putten (over wiens Koranonderzoek ik al eens eerder blogde) onlangs een lezing verzorgde over de geschiedenis van het Arabische schrift.

Of beter, over de antieke wortels van het huidige Arabische schrift, want op het Arabische Schiereiland zijn vele soorten schrift ontstaan. De afgelopen tijd zijn letterlijk tienduizenden inscripties gevonden in diverse zogeheten Zuid-Semitische alfabetten. Zo hadden de oases van Tayma, Dumah en Dedan elk een eigen alfabet en kende ook Jemen een eigen schrift. De geschreven rijkdom van Arabië is een van de grote oudheidkundige ontdekkingen van de laatste tijd.

Lees verder “Arabisch schrift”

Het handboek als Zwitsers zakmes

De Apollo-tempel van Delfi

Ik constateerde al eerder dat De Blois en Van der Spek, de auteurs van Een kennismaking met de oude wereld, dicht bij de bronnen blijven als ze de politieke geschiedenis van de klassieke periode beschrijven. Traditioneel is het handboek niet alleen voor de Perzische Oorlog, de Archidamische Oorlog en de Dekeleïsche Oorlog. De paragraaf over de diverse Atheense bevolkingsgroepen (metoiken, slaven, vrouwen…) biedt weinig dat niet ook in 1970 zo geschreven zou zijn, al is me niet ontgaan dat de cijfers voor de bevolkingsomvang tussen de zesde en zevende druk zijn aangepast (en terecht).

Zwitsers zakmes

Ook als het gaat over kunst en religie, oogt het allemaal traditioneel. Zoals ik al eerder heb gezegd: dat is onvermijdelijk. Een handboek moet informatie geven waarover op college te discussiëren is. Het probleem heb ik ook al benoemd: terwijl je enerzijds moet vertrekken vanuit een algemeen bekende en dus traditionele basis, bied je zo wéér verouderde inzichten aan classici, archeologen en historici die zich niet specialiseren in de geschiedenis van de Oudheid. Ik weet de oplossing ook niet, maar het is wel alsof een student biologie die niet specialiseert in paleontologie nooit hoort hoe dankzij Lucy en het DNA-materiaal de menselijke stamboom is veranderd.

Lees verder “Het handboek als Zwitsers zakmes”

Het portret van Vergilius

Vergilius (Vaticaanse Musea, Rome)

Het is vandaag 2040 jaar geleden dat in Brindisi, bij de haven aan het einde van de Via Appia, de Romeinse dichter Vergilius zijn laatste adem uitblies. Een Brindisijnse wees me ooit het huis aan waar het zou zijn gebeurd en het leek me niet tactvol mijn twijfel uit te spreken. Een gedicht van Gabriele d’Annunzio ontsiert de gevel.

Leven

Publius Vergilius Maro, zelf, u ziet hem hierboven. Hij is in 70 v.Chr. geboren in Mantua, kwam uit een goede familie die een goede opleiding kon betalen, en verloor zijn Mantuese bezittingen toen Octavianus die confisqueerde. Na de slag bij Filippoi (42 v.Chr.) was het namelijk zijn taak om alle veteranen uit de Derde Burgeroorlog een boerderij te geven in Italië. Hij wees simpelweg enkele steden aan waarvan de bewoners maar moesten vertrekken. Vergilius schreef in deze jaren de Eclogae en daarna de Georgica, raakte zo bekend bij de hovelingen rond Octavianus en kreeg uiteindelijk compensatie voor de inbeslaggenomen landerijen. Evengoed bezat hij een huis in de omgeving van Napels.

Lees verder “Het portret van Vergilius”

Politiek correct gekwaak

De wereldkaart van Ortelius (1570)

Mijn reactionaire visie op de wetenschap is geen geheim. Begin eens met het herstel van voldoende brede opleidingen. Of liever, denk aan een alternatief voor de universiteit, want het huidige instituut is slecht voor het personeel, slecht voor de wetenschap en slecht voor de samenleving. Verder is mijn enige politieke oordeel dat mensen die het hebben over “rechts” of “links”, doorgaans weinig interessants te zeggen hebben.

Ooit hadden die woorden betekenis. Namelijk toen “rechts” stond voor het bewaren van gevestigde normen en waarden, die immers het cement van de samenleving vormen, en toen “links” stond voor het kritisch bevragen van de heersende ideologie, die immers voortdurende herijking verdient aan de veranderende omstandigheden. Maar die betekenissen zijn vergeten. Al in 1982 wees Renate Rubinstein erop dat het woordenpaar op zoek was naar betekenis. Inmiddels worden “links” en “rechts” alleen nog gebruikt ter typering van degenen waarmee je het oneens bent. Betekenisloos.

Lees verder “Politiek correct gekwaak”

De identiteiten van Filon van Byblos

De god El (Archeologisch museum van Aleppo)

Tot de blogs die een mens elke ochtend even moet bekijken, behoort Neerlandistiek, waar Marc van Oostendorp gisteren een erg leuke bijdrage had over de politieke vraag hoe eerlijk het is dat Engels ’s werelds nationale voertaal is. Het International Journal of the Sociology of Language besteedt daaraan aandacht en er zijn, schrijft Van Oostendorp, drie standpunten.

Je kunt het Engels zien als de drager van groot sociaal onrecht en van Anglo-Amerikaanse dominantie op het wereldtoneel; of je kunt het zien als een manier waarop individuen vooruit kunnen komen in de wereld; of als een noodzakelijk instrument om wereldwijd de democratie en de rechtvaardigheid te doen toenemen.

Lees verder “De identiteiten van Filon van Byblos”

Hoeveel Latijn is er nog?

Latijnse teksten zijn in Brepols’ Library of Latin Texts (klik=groot)

Latijn is oorspronkelijk de taal van de bewoners van Rome en het gebied eromheen, Latium. De oudste resten van het Latijn dateren uit de zevende en zesde eeuw v.Chr. Uit de derde eeuw v.Chr. hebben we al wat langere teksten, uit de eerste eeuw v.Chr. hebben we de teksten van Cicero, en uit dezelfde tijd of de eeuw erna de teksten van bijvoorbeeld Caesar, Vergilius, Horatius, Ovidius en Livius. Vanaf de tweede eeuw na Chr. komen de christelijke teksten, met als belangrijkste vertegenwoordiger Augustinus.

Langzamerhand ontwikkelen het geschreven Latijn en de gesproken talen zich uit elkaar, waardoor de Romaanse talen ontstaan. Vanaf ongeveer de zesde en zevende eeuw na Chr. is Latijn eigenlijk niemands moedertaal meer. Het bleef echter bestaan als het communicatiemiddel in Europa. Iedereen die lezen en schrijven geleerd had en iets mee te delen had, bleef dit in het Latijn doen. Pas eeuwen later zetten de volkstalen zich ook als schrifttalen door, maar Latijn blijft tot op de dag vandaag een taal, waarin mensen met elkaar communiceren. Een spannende vraag is, wanneer eigenlijk het meest in het Latijn geschreven werd.

Lees verder “Hoeveel Latijn is er nog?”

Godvrezenden en de Theos Hypsistos

Zeus Hypsistos (Archeologisch Museum, Dion)

In mijn wekelijkse reeks over het Nieuwe Testament maak ik even een zijsprong die niet helemaal als een verrassing zal komen voor degenen die deze blog al wat langer volgen. Ik heb er immers al vaker op gewezen dat het vroege christendom – of misschien moet ik het hebben over “de Jezusbeweging” – pluriform was. Joden uit diverse stromingen herkenden iets in Jezus’ leer en later waren er ook niet-joden die er iets in zagen.

Deze tweede groep wordt doorgaans in verband gebracht met Paulus, die meende dat er bij het naderende wereldeinde ook redding kon zijn voor heidenen. Hij was niet de enige apostel die niet-joden toeliet tot het Verbondsvolk. Er zijn bijvoorbeeld al snel christenen te vinden in Egypte, dat bovendien uitgroeide tot een fabriek van nieuwe ideeën, maar we weten niet wie het christendom daar voet aan de grond heeft doen krijgen. Er zijn echter zeker meer Paulussen geweest.

Lees verder “Godvrezenden en de Theos Hypsistos”

Waar staan we?

Schrijven als een god in Frankrijk

Ik zou dolgraag een dik boek willen schrijven over de geschiedenis van de Oudheid. Zeg maar een handboek, zoals dat waarover ik op donderdag vaak schrijf, maar dan niet met het doel eerstejaarsstudenten iets bij te brengen. Ik schrijf voor het grote publiek. Dus met af en toe een sappige anekdote, met geciteerde bronnen, met museumvoorwerpen en uitleg van wat wetenschappers doen. Dat zou ik graag schrijven maar ineens realiseerde ik me dat ik het voorwerk niet heb gedaan. Ik moet eerst op een rijtje hebben waar de wetenschap momenteel eigenlijk staat. Ik wil niet dat u een verouderd beeld krijgt.

Waar we staan en wat u leest

En dus heb ik onlangs, dankzij een mecenas, in Frankrijk een eerste hoofdstuk geschreven: een overzicht van de ontwikkeling van de oudheidkunde, waarin ik enkele thema’s introduceer die verderop in het boek aan bod komen. Zo is er een beknopte geschiedenis van de hermeneutiek omdat momenteel de DNA-revolutie noopt tot andere methoden om antieke teksten te lezen. Ook is er een historisch overzicht van de archeologie om te tonen dat die oudheidkundige bloedgroep zo’n snelle ontwikkeling heeft doorgemaakt dat ze wel van de andere bloedgroepen los moest komen.

Lees verder “Waar staan we?”