Caesar en Ptolemaios op mars

Gem met portret van Caesar (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

Als ik u zeg dat het 19 maart was, als ik toevoeg dat het was in het jaar waaraan, vele maanden later, Quintus Fufius Calenus en Publius Vatinius als consuls hun naam zouden geven, en als ik dat omreken naar 29 januari 47 v.Chr. op onze kalender, dan weet u: het is tijd voor een stukje in het feuilleton “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?”

Als u de laatste weken deze reeks hebt gevolgd, dan weet u dat het Egyptische leger van Ptolemaios XIII Caesar in Alexandrië had vast gezet, dat Caesar met moeite zijn aanvoerlijnen had opengehouden en dat een ontzettingsleger onderweg was. Ondertussen verzamelden Caesars tegenstanders zich in Dalmatië en het huidige Tunesië, wankelde het Romeinse gezag in wat nu Turkije heet, was het onmogelijk gebleken in Rome verkiezingen te houden en dreigde opstand in Andalusië.

Lees verder “Caesar en Ptolemaios op mars”

De slag bij het Jodenkamp

Edict uit de tijd van Kleopatra over het asiel in joodse heiligdommen (Neues Museum, Berlijn)

Het was 15 maart in het jaar waaraan Quintus Fufius Calenus en Publius Vatinius als consuls later hun naam zouden geven. Ik reken het even voor u om: 25 januari 47 v.Chr. op onze kalender. En u weet: dit is weer een blogje over de vraag wat Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden deed.

En opnieuw gaat het niet over Caesar zelf, die nog altijd in Alexandrië is ingesloten door het Egyptische leger. Het ontzettingsleger van Mithridates van Pergamon heeft echter, zoals we een week geleden hebben gezien, voet aan de grond gekregen in Egypte en het voorlaatste bedrijf in de tragedie staat op het punt te beginnen: de catastrofale vernietiging van het Egyptische leger, de dood van de jonge koning Ptolemaios XIII en de val van Alexandrië. Het slot zal dan bestaan uit de herordening van het koninkrijk van Kleopatra.

Lees verder “De slag bij het Jodenkamp”

Vragen rond de jaarwisseling (6)

Winckelmann, “Steigbügel der Alten”

Stuur uw vragen maar in, schreef ik, en wie weet of ik ze beantwoorden kan rond oud en nieuw. Eerdere afleveringen hier, hier, hier, hier en hier.

27. Vraag via Twitter: Waarom gebruikten de Romeinen lood in hun waterbuizen terwijl ze wisten van het gevaar voor gezondheid?

Voor zover ik weet wisten ze niets over het gevaar van loodvergiftiging. Dus het antwoord op de vraag is: onwetendheid.

Lees verder “Vragen rond de jaarwisseling (6)”

Hanno de Zeevaarder (3): Ontdekkingsreis

Hanno de Zeevaarder ontmoette mensen van de Nok-beschaving. Die maakten terracottabeeldjes zoals deze. Ze zijn te zien in Kurá Hulanda, Willemstad.

Had het eerste deel van de onderneming van Hanno de Zeevaarder bestaan uit stadstichtingen en het tweede deel uit een tocht naar de goudrivier Senegal, het derde deel was een echte ontdekkingsreis. Opnieuw in de vertaling Floris Overduin en Vincent Hunink, met commentaar gebaseerd op Lacroix’ Africa in Antiquity (1998).

De Golf van Guinea

Hanno voer eerst langs westelijk Afrika, boog naar het zuidoosten en bereikte de noordkust van de Golf van Guinea. Het is waar nu landen als Ivoorkust, Ghana en Nigeria liggen. De mensen spraken (en spreken) hier Atlantische Congo-talen.

Lees verder “Hanno de Zeevaarder (3): Ontdekkingsreis”

Hanno de Zeevaarder (2): Handelsmissie

De door Hanno de Zeevaarder genoemde Troglodyten woonden vermoedelijk in abri’s als deze

In het voorgaande stukje legde ik uit dat Hanno de Zeevaarder, een koning van Karthago, enkele steden stichtte in het westen van Marokko. Zijn verslag is over, al is het volgens vertalers Floris Overduin en Vincent Hunink “vanuit literair oogpunt geen hoogstandje”. Interessant is het wel!

Het eerste deel van zijn expeditie, de kolonisering van westelijk Afrika, is goed gedocumenteerd. Het tweede deel is wat lastiger, maar het genoemde onderzoek van W.F.G. Lacroix komt hier te pas.

We zitten meteen met een crux, namelijk de locatie van de rivier de Lixos. We kennen een stad met die naam in het noorden van Marokko en Jerôme Carcopino opperde dat Hanno terug zou zijn gevaren. De verkenningsmissie zou dus later zijn begonnen nadat Hanno eerst langs zijn eerdere steden was gevaren. Een alternatief is dat we te maken hebben met een stroom ten zuiden van Agadir, waar in historische tijden het Berberkoninkrijk Ilegh lag. Dit lag ten zuiden van de in het vorige stukje genoemde zes nieuwe steden.

Lees verder “Hanno de Zeevaarder (2): Handelsmissie”

Hanno de Zeevaarder (1): Kolonisatie

We weten niet hoe de schepen van Hanno de Zeevaarder eruit zagen. Dit Karthaagse scheepsmodel  is niet heel informatief. (Archeologisch museum, Sousse)

Een van de “vragen rond de jaarwisseling” die u me voorlegde betrof ontdekkingsreizen en ik bedacht toen dat ik nog nooit had geblogd over Hanno de Zeevaarder. En dat is maf, want (a) Karthago heeft mijn belangstelling, (b) er is een leuke vertaling door Floris Overduin en Vincent Hunink (gepubliceerd in Hermeneus 87/1 [2015]) en (c) er is fascinerend Nederlands onderzoek over de topografie gedaan.

Dat fascinerende onderzoek is W.F.G. Lacroix, Africa in Antiquity. A Linguistic and Toponymic Analysis of Ptolemy’s Map of Africa (1998). De auteur toont dat Ptolemaios’ kennis van Afrika groter is dan veelal wordt aangenomen. Daardoor heeft hij redelijk wat van de door Hanno genoemde plaatsen kunnen identificeren. En passant heeft hij ook een opvallend vroege datering geopperd.

Wat betreft de tekst: het is de korte, Griekse weergave van het rapport dat een Karthaagse koning Hanno uitbracht over een driedelige reis langs de westelijke kust van Afrika. Eerst stichtte Hanno zes steden in wat nu Marokko is; daarop volgde een handelsmissie naar de goudrivier de Senegal; en tot slot was er een verkenningsexpeditie. Dat laatste was dus een echte ontdekkingsreis, al schijn je dat tegenwoordig te moeten aanduiden als begin van de Europese Exploitatie. Ik geef hieronder de vertaling van Overduin en Hunink, met commentaar dat ik ontleen aan Lacroix.

De titel

Zeereis van de Karthaagse koning Hanno rond de contreien van Afrika achter de Zuilen van Herakles. Verslag, door hem tevens aangebracht bij het Altaar van Kronos, met inhoud als volgt.

  • Wij hebben een Griekse tekst, maar wat is het origineel? Lange tijd zou men hebben geantwoord dat dat Punisch was, maar Karthago was opvallend kosmopolitisch. Misschien schreef Hanno wel Grieks.
  • Kronos is meestal de aanduiding voor Ba’al Hammon.
  • De Zuilen van Herakles – letterlijk de beroemde Melqarttempel in Cádiz, waarvan de locatie onlangs is gevonden, maar vrijwel zeker de straat van Gibraltar
  • Dat Hanno koning was, duidt op een vroege datering.

Kolonisatie

De tekst begint met stadstichtingen. De hierna genoemde Libyfeniciërs zijn niets anders dan bewoners van Fenicische steden in Afrika, dus plaatsen als Lepcis Magna, Tripoli, Sabratha, Sousse, Kerkouane, Utica, Bizerte, Annaba, Algiers, Tipasa of Cherchell. Merk op dat dertigduizend mensen aan boord van zestig schepen behoorlijk druk is, maar vijfduizend bewoners voor elk van de nieuwe steden is niet onaannemelijk.

1. De Karthagers besloten dat Hanno zou uitvaren buiten de Zuilen van Herakles en steden zou stichten met Libyfeniciërs als bewoners. Hij vertrok met zestig vijftigroeiers, een massa mensen (dertigduizend mannen en vrouwen), voedsel en overige benodigdheden.

2. Toen we na vertrek de Zuilen waren gepasseerd en twee dagen daarachter hadden gevaren, hebben we een eerste stad gesticht. We gaven die de naam Wierookaltaar. Onder de stad lag een grote vlakte.

3. Daarna voeren we verder westwaarts en kwamen we bijeen in Soloeis, een bosrijke Afrikaanse kaap.

4. Daar richtten we een altaar voor Poseidon op en voeren we verder in oostelijke richting, een halve dag, totdat we aankwamen bij een meer. Het lag niet ver van de zee en stond vol met hoog riet.

5. Er waren daar ook olifanten en andere beesten die daar weidden, in enorme aantallen. We lieten het meer achter ons en voeren ongeveer een dag verder. Daarna stichtten we steden aan zee, met de namen Karische Muur, Gytte, Kaap, Bij en Arambys.

De naam Kaap Soloeis is een verbastering van het Fenicische Selaim, “rotsen”. Het gaat vermoedelijk om Kaap Mazagan, waarvandaan je oostwaarts kunt varen, de rivier de Oum er Rbia op.

Poseidon is de naam van een Karthaagse zeegod, maar welke dat is weten we niet.

Bijna alle stadstichtingen zijn te identificeren. Wierookaltaar (Thymiaterion) is het huidige Mehidya, De naam Gytte is afgeleid van Geth, “runderen”, en leeft voort in El-Jadida, waar een Karthaagse necropool is gevonden. Dit is vlak bij Kaap Mazagan. Kaap is de weergave van Akra, maar de Grieken noteerden de H niet en het kan dus ook Hakra zijn, een Fenicisch woord voor versterking. Een locatie kennen we niet. De naam Bij, Melitta, leeft voort in het huidige Oualidia, waar een lagune de perfecte haven is.

Mogador

Arambys is het eiland Mogador tegenover Essaouira. Er is bewijs voor Karthaagse purpervisserij. De Karthaagse aanwezigheid dateert vanaf ongeveer 575-550 v.Chr., wat een opvallend vroege datering oplevert voor de tocht van Hanno de Zeevaarder. Die komt echter goed overeen met zijn koninklijke titel.

Tot slot: de aardigste naam is Karikon Teichos, hier vertaald als Karische Muur. Het kan gaan om een stad die eigenlijk Kir Chares heette, Zonnekasteel. Het gaat om Azemmour, waar Karthaagse graven zijn gevonden. Ook dit is niet ver van Kaap Mazagan.

Na gedane kolonisatiearbeid richtte Hanno de Zeevaarder zich op handelscontacten. Het tweede deel van de reis begon.

[Wordt vervolgd]

Vragen rond de jaarwisseling (5)

Een van uw vragen leidde naar de schat in het Haarlemmermeer (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

Stuur uw vragen maar in, schreef ik, en wie weet of ik ze beantwoorden kan rond oud en nieuw. Eerdere afleveringen hier, hier, hier en hier.

22. Vraag via de mail: Vaak stuit ik op de zin “Frisia non cantat”, en die wordt dan aan een Romein toegeschreven – Tacitus, meestal – maar ik kan die zin zelf nergens vinden. Is het een verzinsel van later datum?

Ja, dat is een verzinsel. De regel is inderdaad niet te vinden bij Tacitus, die wél de Friese Opstand noemt. De beschrijving daarvan eindigt met de opmerking dat sinds deze revolte de naam der Friese naam vermaard is.

Het Latijnse gezegde dat Friesland niet zou zingen, duikt op in de achttiende eeuw. Riemer Reinsma heeft het voor tijdschrift Onze Taal uitgezocht en zijn conclusies vindt u hier.

Lees verder “Vragen rond de jaarwisseling (5)”

De slag bij Pelousion

Romeinse munt uit het jaar 47 v.Chr. (Teylers Museum, Haarlem)

Als ik u zeg dat het 6 maart was, als ik toevoeg dat het was in het jaar waaraan Quintus Fufius Calenus en Publius Vatinius als consuls nog hun naam zouden geven, en als ik dat omreken naar 16 januari 47 v.Chr. op onze kalender, dan weet u dat u bent beland in een nieuwe aflevering van de niet geheel accuraat als “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?” aangeduide reeks blogjes.

Ik schrijf “niet geheel accuraat” omdat ook vandaag Caesar geen hoofdrol speelt. We laten hem, met de zwangere Kleopatra VII en haar broertje Ptolemaios XIV, achter in het koninklijke paleis in Alexandrië, waar hij wacht op de versterkingen die hij heeft gevraagd. En het is naar die versterkingen, die Caesar eind september (onze kalender) had ontboden, dat we gaan kijken.

Lees verder “De slag bij Pelousion”

Paulus

Paulus (Catacombe van Petrus en Marcellinus)

Ik heb mijn reeks over het Nieuwe Testament een tijdje onderbroken omdat de Makkabeeënopstand en de joodse literatuur er tussendoor kwamen. Vandaag herneem ik de reeks weer met wat observaties over Paulus. Even samenvattend: afkomstig uit Tarsos en opgeleid als farizee, maakte hij zich vervolgens verdienstelijk voor de joodse autoriteiten door volgelingen van Jezus van Nazaret op te sporen. Wáár dat gebeurde, is onduidelijk. Zelf suggereert Paulus dat hij in Judea onbekend was (Galaten 1.21), terwijl de auteur van Handelingen meent dat Paulus aanwezig was bij de terechtstelling van Stefanos in Jeruzalem (7.58).

Bekering

In elk geval bekeerde Paulus zich. Hij schrijft dat Gods zoon zich aan hem had geopenbaard

opdat ik hem aan de heidenen zou verkondigen. Ik heb toen geen mens om raad gevraagd en ben ook niet naar Jeruzalem gegaan, naar hen die eerder apostel waren dan ik. Ik ben onmiddellijk naar Arabia gegaan en ben van daar weer teruggekeerd naar Damascus. Pas drie jaar later ging ik naar Jeruzalem om Kefas te ontmoeten, en bij hem bleef ik twee weken. Maar van de overige apostelen heb ik niemand gezien, behalve Jakobus, de broer van de heer. (Galaten 1.16-19; NBV)

Lees verder “Paulus”

Keizer Augustus in Hamburg

Augustus (Glyptothek, München)

Kent u de mop van die blogger die voor zo’n 200 euro aan hotel- en treinkosten naar Hamburg reisde om een expositie te bekijken over keizer Augustus? Eenmaal ter plekke hoorde hij dat hij er geen foto’s mocht maken.

U hoeft geen medelijden met die blogger te hebben hoor. Hij ging, zoals u al weet, ook naar het Drents Museum in Assen en naar Groningen, hij was in aangenaam gezelschap en hij had bovendien eindelijk de tijd om in Hamburg het Museum für Kunst und Gewerbe op z’n gemak te bekijken én Miniatur Wunderland te bezoeken. Maar stom is het wel, dat van die foto’s.

Lees verder “Keizer Augustus in Hamburg”