
Eerlijk is eerlijk: de Oudheid is niet zo relevant. Van een paar zaken kunnen we zeggen dat van de antieke samenleving vormende werking uitgaat op onze samenleving. Agency is makkelijker geclaimd dan wetenschappelijk bewezen, maar er zijn een stuk of wat voorbeelden. Ik heb bijvoorbeeld weleens verteld hoe het beleid van Domitianus ervoor zorgde dat ook in onze samenleving joden en christenen gescheiden zijn. Een tweede vorm van relevantie is dat je door de vergelijking van toenmalige denkbeelden, hoe moeilijk kenbaar ook, en onze eigen denkbeelden meer inzicht verwerft in die laatste. Ten derde vormen oudheidkundige inzichten onze samenleving: ons op taal gebaseerde nationalisme is ontstaan nadat oudheidkundigen de Indo-Europese taalfamilie ontdekten. Ten vierde is er de toeschrijving: sinds de Renaissance – en eigenlijk al daarvóór – projecteren we van alles op de Oudheid. Die aanhoudende projectie is terecht getypeerd als wezenskenmerk van de westerse cultuur.
Ergens verspreid over de eerste categorie (aspecten met agency) en vierde categorie (projecties) ligt identiteit. Ik laat even in het midden wat identiteit eigenlijk is; het gaat me er vandaag om dat sommige identiteiten projecties of nieuwvormingen zijn terwijl andere echt op het verre verleden teruggaan. Een voorbeeld van een recent gevormde identiteit die zich beroept op de Oudheid, is het neopaganisme: denk aan mensen die zich bijvoorbeeld druïde noemen en op 21 juni naar Stonehenge komen voor rituelen. (We weten feitelijk niets over de leer van de druïden.) Voorbeelden van écht op de Oudheid teruggaande identiteiten zijn de Armeense nationaliteit en jood of christen zijn.
Criteria
“Echte” identiteiten, die door de eeuwen heen hebben bestaan, zijn niet in beton gegoten. De joodse identiteit is op verschillende momenten in de geschiedenis een stam, een nationaliteit en een godsdienst geweest. Identiteiten zijn fluïde. Los daarvan heeft een mens er diverse tegelijk en zijn er ook nog identiteiten die de betrokkene niet onderschrijft maar anderen wel aan iemand toeschrijven. Denk aan degenen die zichzelf Tyriërs of Sidoniërs noemden maar volgens anderen Feniciërs waren. Kortom, het is een ratjetoe en het is zelfs gevaarlijk te spreken van “echte” identiteiten, want je creëert automatisch grensgevallen, waarna de stap naar discriminatie klein is.
Toch denk ik dat we niet altijd – of niet meteen – hoeven te besluiten dat mensen identiteiten elke keer ad hoc construeren en dat zoeken naar historische continuïteit daarom niet zinvol is. Laten we de Baiuvaren als voorbeeld nemen, de bevolkingsgroep waarin de hedendaagse Duitse deelstaat Beieren wortelt. Er is vanaf de Late Oudheid continuïteit van deze naam en van de Germaanse taal, en dat in continu dezelfde regio. Ook de materiële cultuur vertoont continuïteit. Mensen claimen (terecht of niet) al eeuwenlang van elkaar af te stammen. De Baiuvaren en Beieren beschouwden zichzelf als een groep en werden ook door anderen zo beschouwd. En dat is generatie voor generatie te documenteren.
Natuurlijk zijn er veranderingen geweest, zoals de kerstening en de voortdurend aan de wijzigende omstandigheden aangepaste levenswijze. Maar ik denk dat je prima kunt volhouden dat de Beierse identiteit wortelt in de Late Oudheid. Iets dergelijks is te zeggen over de Friese identiteit, die te volgen is vanaf de laatantieke herbevolking van het Nederlandse kustgebied.
Identiteit als probleem
Het lijkt me pervers te zeggen dat er geen vergelijkbare continuïteit is in de Nederlandse identiteit. Die wortelt bij de Franken en hoewel de naam en de godsdienst zijn veranderd, staan de Nederlanders op Frankische schouders. Dat in het Nederlandse onderwijs de Germaanse wortels inmiddels worden genegeerd en eenzijdig de Romeinse wortels worden benadrukt, is welbeschouwd vreemd.
Veel ernstiger is dat het omlijnen van een Nederlandse identiteit automatisch grensgevallen creëert. Ik hoef u niet uit te leggen hoe het politieke discours zich momenteel ontwikkelt. Er is een verabsolutering van het identiteitsbegrip die geen rekening meer houdt met de complexiteiten die het leven zo rijk maken.
De waarheid ligt ergens tussen de identiteitsfictie waarmee Nederland zich een nieuw antiek verleden aanmeet en het identiteitsabsolutisme van de huidige politiek. Identiteit is een lastige vorm van oudheidkundige relevantie, maar daarom nog geen onzin.
[De oudheidkundige wetenschappen zijn in de eerste plaats wetenschappen. Een overzicht van stukjes over het wetenschappelijk aspect, vindt u daar.]

Identiteit wordt ook maar relevant in ontmoeting met de ander en het besef van verschillen. Het is daarom niet verwonderlijk dat dit debat zich op de voorgrond wurmt waar de diversiteit toeneemt. In België met zijn taalgrens was dit al vroeg een issue. We spreken over een gelaagde lasagne-identiteit. De omgeving bepaalt welke laag het meest aangevoeld wordt. In Koksijde ben ik (of word ik beschouwd als) een Antwerpenaar, in Chimay een Vlaming, in Amsterdam een Belg. De gelegenheid speelt ook een rol. Ik ben vanavond onder vrienden in mijn eigen stad, maar ik kan u verzekeren dat ik me tegen 18u zeer Belgisch ga voelen 🇧🇪. Horum omnium fortissimi sunt Belgae, wat we meteen bij mijn volgende punt brengt.
Nationalisme werd niet enkel door taal gevoed maar ook door teksten uit de oudheid. Daarover aangeraden: A Most Dangerous Book (van classicus Christopher Krebs) over de geschiedenis, de receptie en het misbruik van Tacitus’ Germania van de humanisten tot de nazi’s.
Het probleem met identiteit is niet zozeer continuïteit. Het probleem is de valse aanname van onveranderlijkheid. Zowel de Nederlandse als de Friese identiteit in de 21e eeuw verschilt drastisch van die in de 6e eeuw. Tegenwoordig is het niet zo populair meer, al mogen zekere “politici” het nog wel eens impliceren, maar helemaal erg wordt het als identiteit gekoppeld wordt aan pseudobiologie.
Het andere uiterste (“de Nederlandse identiteit bestaat niet”) is evenzeer onjuist. Wie dat denkt leeft momenteel onder een steen om niets mee te hoeven krijgen van het sportevenement dat nu in Duitsland aan de gang is. Wie er wel notitie van neemt kan opmerken dat juist daar “heeft een mens er diverse tegelijk” bevestigd wordt. Een geestige parodie:
“Het probleem met identiteit is niet zozeer continuïteit.”
Voor mij wel: ik ben historicus. Ik heb ongelooflijk het land aan de zinledige claims en het feitenvrije geneuzel.
In principe is dat hetzelfde. Continuïteit veronderstelt een zekere onveranderlijkheid, en doet af aan de verschillende invloeden van buitenaf (zowel van de invloed van andere identiteiten die zich vermengen als van de invloed van de tijd), alsof die niet zo belangrijk zijn. Identiteit bestaat natuurlijk, maar waar men gaat historiseren wordt het al binnen een paar decennia problematisch, laat staan als het gaat over honderden of zelfs duizenden jaren. Wat natuurlijk kan is zeggen: we leven in een land met een koloniale erfenis in de zin van gebouwen, boeken, schilderijen, een bepaalde bestuurlijke traditie etc, en daar verwijzen we als volk dat hier nu leeft graag naar terug (en we maken daarin dus actief onze identiteit). Maar laten we niet doen alsof we daarmee naar onze voorouders verwijzen (want onze voorouders komen over die tijdspanne overal vandaan), of dat we ook in andere aspecten op die mensen van toen zouden lijken (want we lijken in heel veel aspecten echt veel meer op een Chinees van nu dan op een Nederlander in de gouden eeuw).
Ukraine… counter attack… ja dat was een leuke.
‘Identiteitsfictie’: wat een schitterende typering.
Identiteit is zeer gelaagd. De buren van mijn moeder stemmen Vlaams Belang. Die partij profileert zich tegenwoordig met haar migratie-standpunt en sinds kort ook als anti-woke. Maar de kern van Vlaams Belang is nog altijd de Vlaamse Onafhankelijkheid.
Nu hangt bij diezelfde buren tijdens het EK doodleuk de Belgische vlag uit.
Het is moeilijk niet te houden van België, land vol tegenstellingen die er bij nader inzien niet toe doen, en land vol duidelijkheden die bij nader inzien niet bestaan. Ik kom net weer terug uit België en het was weer erg leuk.
Precies dat verwijt ik de separatisten (zelf ook separatistische fase gekend): dat ze de ambiguïteit weg willen. Ja, het zit soms in de weg van heldere oplossing maar het is toch ook de charme van ons land. Het ironische en gemoedelijke patriottisme voor een land dat er en stoemelings kwam en oorlogen meer moest ondergaan dan glorierijk te zegevieren kan moeilijk doorslaan naar venijnig nationalisme. Het eeuwige zoeken naar evenwicht en de Belgische oplossingen, hoe ingewikkeld ook, kunnen misschien ideeën aanreiken voor vrede op andere plekken, droom ik soms.
In elk geval ben je de enige dromer niet. Er bestaat een boek “Het nut van België” dat toonde dat een complexe samenleving niet met Balkan-geweld uit elkaar hoeft te vallen maar ook staatshervormingen kan doen.
Heel vroeger was ik heel naïef. Waarom leren ze de Waalse kinderen op school niet gewoon ook Nederlands en de Vlaamse kinderen niet gewoon ook Frans.
Maar zo werkt het niet.
Zo werkt het wel, hoor. Alleen is de liefde voor de tweede landstaal (vergeet Duits niet) erg koel. Engels is veel aantrekkelijker dan het moeilijke Nederlands en Frans. Omwille van het lage niveau van de afgestudeerde 18-jarigen denkt men er aan om Frans in de lerarenopleiding voor lager onderwijs facultatief te maken.
Zo dadelijk wordt ons volkslied weer in drie talen gezongen. Door elkaar heen, want afwisselend zoals in Zuid-Afrika, dat is een te eenvoudige oplossing voor de Belg.
Vlamingen en Walen communiceren (als ze dat al doen) toch vaak in het Engels?
@Ben: de meeste Vlamingen kunnen hun plan nog wel trekken in het Frans. In de toeristische sector spreken veel Walen Nederlands. Vaak spreken we ook gewoon elk onze eigen taal die de ander voldoende passief beheerst. Engels lijkt mij de uitzondering.
Ik gun eenieder een eigen identiteit.
Maar op het moment dat daar voorrechten door worden opgeëist stuiter ik. Zeker als dat met misplaatste historische argumenten wordt gedaan.
Mooi blog,
Je bewijst maar weer dat goed geschiedenis onderwijs noodzakelijk is en blijft.
Vredelievende groet,
Wien Neêrlandsch bloed door d’aderen vloeit,
Van vreemde smetten vrij,
Gij die voor mensch en broeder gloeit,
Verheff’ den zang als wij,
Met onbeklemde borst voor vaderland en vorst!
Dat ‘van vreemde smetten vrij’ was een reactie op de net doorstane Franse overheersing, geen biologisch racisme. Schijnt.
Het probleem van historische continuïteit met betrekking tot ‘identiteit’ is dat geschiedenis geen kwestie is van lineaire verbanden.
Net als ’the truth” is ook ‘identity’ in the eye of the beholder.
Dat denk ik niet; als je bovenindividuele zaken (structuren, instituties, processen, identiteiten…) herleidt tot grote hoeveelheden individuele keuzes, individuele attitudes etc, eindig je met een methodisch individualisme dat historici hebben achtergelaten in de jaren tachtig. Dit is de beroemde “linguistic turn” (Giddens).
Identiteit houdt in dat ik als niet-voetballiefhebber, die vindt dat die sport volledig verpest is door het geld, zeker nu Qatar het EK sponsort, toch hoop dat Nederland wint, al ga ik er niet naar kijken. En als ze verliezen blijf ik gewoon achter ze staan itt degenen die veel te veel geld krijgen voor hun “deskundig” commentaar. Die horen er voor mij niet bij.
@Dirk Zwysen: ik heb weleens een Waalse politicus of een opiniemaker op de VRT geïnterviewd zien worden: het gesprek verliep wat onwennig, en in het Engels.
Anekdotisch: ik ken een Vlaming die wel Arabisch ging studeren (daarvoor ging hij uiteindelijk naar Leiden) maar echt een broertje dood heeft aan het Frans, en echt niet uit flamingantische sentimenenten – hij kan er niet mee overweg.
Ik liet jaren geleden in Berchem een stripalbum signeren door Hermann, een Duitstalige Belg. Hij sprak Frans, maar communiceerde met de Vlamingen in het Engels. Maar misschien was dat ook omdat er veel Nederlanders op af waren gekomen.
Goed begin van de dag, dit alles. En ik hoef er lekker niets mee want er zijn al zoveel kanten belicht.
Maar toch nog even deze: de huidige versnippering van de samenleving in gender/kleur/politieke stam in al die andere zelfbenoemde identiteiten baart me zorgen. ‘Samen’ komt hoe langer hoe verder van ‘leven’ af te staan. De huppelepupidentiteit hier en de huppelepupidentiteit daar, maar wel met met dichte oren voor de ander. Verzuiling . 2. Op deze manier wordt het ook makkelijk om al die identiteiten tegen elkaar uit te spelen en er is altijd wel een partij die daar brood in ziet. Zo wordt het weefsel van de maatschappij broos.