Goed nieuws van de VU

De Vrije Universiteit in Amsterdam is de onderwijsinstelling waar ik in 1985 ging studeren. Al in de eerste maand kwam de vraag bij me op of ik wel aan een universiteit was terechtgekomen want toen besloot de vakgroep geschiedenis dat de studenten geen Frans meer hoefden te lezen. U weet wel, de taal van de internationale diplomatie. Geen historicus kan zonder. Duits werd enkele jaren later ontraden.

Het was niet de enige keer dat de normen naar beneden werden bijgesteld. Ik herinner me dat toen de Universiteit van Amsterdam de studierichtingen hittitologie, egyptologie en archeologie van het Nabije Oosten ophief, de VU-docenten besloten dat de studiepunten die een student aan de collega-universiteit moest behalen, voor een deel zouden worden toegevoegd aan de vrije ruimte. Rommel maar wat aan, was de boodschap, wij gaan het onderwijsaanbod niet op peil houden. Ik ben weggegaan van de VU en afgestudeerd in Leiden.

Daar heb ik weliswaar een bul gekregen maar afgestudeerd ben ik alleen in universitairbureaucratische zin. Een cijfertje in een statistiekje. Een echte wetenschappelijke opleiding heb ik noch in Amsterdam noch in Leiden gehad. Het moest in vier jaar en hoewel ik dankzij het Leids Universiteitsfonds wat langer heb kunnen studeren, ben ik de spreekwoordelijke “doctorandus onbenul” waarover men het destijds had. Sinds de jaren tachtig zijn wel meer afgestudeerden slechts half opgeleid, al moeten we, nu de universiteiten de lucht anders zijn gaan bakken, de “doctorandus onbenul” maar “master middelmaat” noemen.

Maar! Er is misschien een sprankje hoop. Ik lees dat de letterenfaculteit van de VU een nieuwe decaan krijgt, Susan Legêne, en zij vertelde onlangs aan VU-weekblad Ad Valvas iets dat veelbelovend klinkt.

Het Engels is dominant als wetenschapstaal, ook als het, om een voorbeeld te noemen, om de Duitse filosofen gaat. Taal en taalgevoel zijn zo belangrijk in de geesteswetenschappen. Een van de manieren om dat uit te dragen is de track binnen de opleiding geschiedenis, history and international studies, waar de studenten in het tweede jaar een andere taal dan Engels moeten kiezen.

Dat klinkt alsof de blunder uit 1985 nu hersteld gaat worden. Of dat die zelfs binnen één track (ik weet niet wat is bedoeld) binnen de opleiding geschiedenis al hersteld is. Dat is bijzonder, want academische bestuurders geven nooit fouten toe.

Legêne zegt wel meer interessante dingen, zoals dat het een “onverstandig besluit” was de studierichting Nederlands (of hoe die de laatste jaren ook moge hebben geheten) op te heffen. Ik ben benieuwd wat ze denkt over de eerdere opheffing van de studierichting Arabisch, waarvan je toch moeilijk kunt volhouden dat die irrelevant was.

Ik weet het: de trouwe lezers van deze blog, ook de afgelopen maand weer ruim drieduizend per dag, hebben me vaker zien schrijven over de wijze waarop de universiteiten instrumenteel zijn geweest bij de vernietiging van het wetenschappelijk onderwijs en dus de toekomst van de samenleving. Ik ben inderdaad wat voorspelbaar. Ik denk echter dat een samenleving die beschaafd wil zijn en dus wetenschap nodig heeft, nooit mag doen alsof het normaal is dat de universiteiten sinds de jaren tachtig halfopgeleiden afleveren, de normen naar beneden bijstellen en de ene belangrijke studierichting na de andere opheffen. Als we in die academische komedie mee gaan spelen, beginnen we te accepteren dat we als samenleving eigenlijk geen wetenschap nodig hebben.

Nu schijnt dat, afgaand op het beleid van minister Van Engelshoven, een populair standpunt te zijn, maar ik vertrouw erop dat die drieduizend lezers van me nog ouderwets denken over het belang van wetenschap. Wie verlost wil raken van het feitenvrije politieke debat van onze tijd, moet beginnen de universiteit te herstellen. Dat kost een paar miljard maar dat is minder dan de schade die we lijden als we doorgaan zoals nu. Mevrouw Legêne, die als eenling geen beslissende stappen kan zetten maar die in elk geval in de goede richting kijkt, zou wellicht een plan kunnen maken om alsnog een wetenschappelijke opleiding te bieden aan de studenten die sinds de jaren tachtig met een kluitje in het riet zijn gestuurd.

53 gedachtes over “Goed nieuws van de VU

  1. Ik ben blij dat ik na de middelbare school, waar we toen (1966) in drie levende talen eindexamen moesten doen, die talen ben blijven bijhouden. Waardoor ik nu met veel plezier Figaro Histoire en Der Spiegel Geschichte kan lezen. En ik ben slechts een geinteresseerde leek op het gebied van (oude) geschiedenis…

    1. Antoon VALCKX HOEX

      Enkele jaargangen eerder (20) konden wij op de lagere school in extra uren frans leren. Op het Ignatius College kregen we oudgrieks latijn, frans, duits en engels Afgebroken omdat we naar Frankrijk verhuisden. Als beroepsmilitair was ik de eerste onderofficier die werd toegelaten voor een KMAcursus tolk/vertaler Frans.In Harderwijk de cursus Russisch. Gelegerd in Grafenwöhr had ik Duits en Engels om met internationale contacten te kunnen omgaan. Op mijn 48ste heeft kennis van de oude talen me in één jaar door een VWOstudie Spaans geloodst. Nu, 82, woon ik in Bolivia en heb zelfs Boliviaanse studenten geholpen met hun ontbrekende kennis vh Spaans. Ik lees nog elke dag Die Welt, De groene Amsterdammer, Vokskrant, New York Times, Pagina 7 en Los Tiempos en twee franse kranten. Gelukkig heb ik ook nu nog voldoende aan vier uur slaap, anders zouden mijn dagen te kort zijn. Maar ik ben blij en profiteer nog dagelijks van de kennis die ik in het oude nu verguisde onderwijs in Nederland heb mogen ontvangen. Niet alle vernieuwingen zijn m.i. ook verbeteringen. Hulde aan die onderwijzers, ook als zij afentoe lijfstrafeen gebruikten om je aandacht weer bij de les te krijgen.

  2. Je vermogen om het beste in academici te willen zien blijft grenzen aan het ongelooflijke. De VU zal gewoon zeggen dat alleen Engels genoeg is en nooit toegeven dat het onderwijs ondermaats was. De interviewer zal de schuld wel krijgen, want onderzoekers maken nooit fouten.

  3. De opleiding Arabisch aan de VU, die was ingebed in de studie Semitische Talen en Culturen, trok niet veel studenten, maar stond wetenschappelijk hoog aangeschreven. Ik ben er negentien jaar aan verbonden geweest. Zij ‘moest’ echter worden opgeheven omdat zij niet compatibel was met de gewenste opleiding islamitische theologie of hoe het maar heten mag. Daar stelt men niet zoveel prijs op wetenschap.; vele vragen zijn er al beantwoord voordat ze gesteld zijn. Er wordt nu ook een veel geringere beheersing van het Arabisch verlangd.

    1. Ik herinner me dat de VU even later de boer opging met “Marokkostudies”. Zonder Arabisch natuurlijk.

      Overigens waren er studenten die speciaal voor Arabisch naar de VU kwamen.

    2. Martin

      “Vele vragen zijn er al beantwoord voordat ze gesteld zijn”.

      Het is een grof schandaal dat zoiets aan een Nederlandse universiteit plaatsvindt.

      Maar ja, de VU is een “christelijke” universiteit, dan weet je al dat wetenschap overbodig is. Alsof er “christelijke wetenschap” zou zijn, het is toch niet te geloven. Sluiten die tent, we leven niet meer in de 19e eeuw.

      1. FrankB

        “dan weet je al dat wetenschap overbodig is.”
        Leuterkoek. In minder dan anderhalf jaar tijd werden aan de VU enkele van mijn tekortkomingen, als gevolg van slechts zeven eindexamenvakken, keurig weggewerkt (oa methodologie, filosofie, recht en economie). In dezelfde jaren 1980 waren juist de menswetenschappen aan de seculiere UvA onder de wetenschappelijke maat. Het bekendste en beruchtste voorbeeld was uiteraard doctorandus minder dan onbenul Hans Janmaat.

            1. Martin

              Zoals Wim Raven schrijft: “De opleiding Arabisch aan de VU …‘moest’ echter worden opgeheven omdat zij niet compatibel was met de gewenste opleiding islamitische theologie of hoe het maar heten mag. Daar stelt men niet zoveel prijs op wetenschap.; vele vragen zijn er al beantwoord voordat ze gesteld zijn.”

              Het is evident dat de studie Arabisch meer met wetenschap te maken heeft dan theologie. Dat geeft wel aan wat voor oort de VU is.

              FrankB noemt “methodologie, filosofie, recht en economie” en vindt blijkbaar dat dat wetenschap is. Ik heb nog nooit gehoord dat filosofie wetenschap zou zijn, en dat is het ook niet. Hetzelfde geldt voor economie, wat ook een soort filosofie is.

  4. Een ‘herstelde’ universiteit zou ik natuurlijk ook toejuichen, maar moet dan niet eerst het basis- en het middelbaar onderwijs worden hersteld? Of het wordt een heel klein universiteitje — wat de overheden misschien wel zouden toejuichen. Een cursus Frans in het tweede jaar is leuk, maar een cursus Nederlands in het eerste jaar is waarschijnlijk nodiger. (Hier in Marburg hadden wij een cursus Duits voor de eerstejaars.)

    1. Stephan

      Ik begrijp Holland niet goed-moet men naar de universiteit gaan om 4 talen machtig te zijn-bij ons in het college haalt men zijn diploma van handel niet zonder 4 talig te zijn en zeker voor Frans is men zeer streng-maar ja zonder Frans is men in Belgie een achterlijke boer. Stephan.

  5. gmknepper

    “Er wordt vanuit gegaan dat de student wetenschappelijke lectuur in het Frans, Duits en Engels kan lezen. Ook kan een classicus niet zonder kennis van het Italiaans.”
    (Uit de studiegids van de studierichting Klassieke taal- en letterkunde aan de Rijksuniversiteit Utrecht, 1973). Nou ja, we hadden toen ook nog allemaal eindexamen gedaan in alle moderne talen – het oude gymnasium…
    Zucht.

    1. Ik moet overigens toevoegen dat de studierichting Oudheidkunde enige tijd volhardde in het opgeven van Duitse literatuur. Als het gaat om de Oudheid, is die nu eenmaal belangrijker dan wat er in de twintigste eeuw in het Engels is gepubliceerd.

      Het grapje was altijd dat je een goede scriptie schreef door een Duits idee uit de negentiende eeuw te nemen en het woord “Geist” te vervangen door “structuur” of “context”. Dat grapje was niet langer leuk toen de hermeneutische strategie van Droysen werkelijk op deze wijze werd opgelapt en als Anchoring Innovation verkocht.

    2. Willem Vermeer

      Ik kwam in 1965 van een uitstekend gymnasium (Stedelijk Gymnasium Haarlem). Het Frans werd daar zo grondig gegeven dat er nooit iemand voor zakte. Bovendien interesseerde ik me voor talen. Ik had mezelf Zweeds leren lezen en had op school facultatief Russisch gedaan, dat in Haarlem door Marius Broekmeijer [sp?] op hoog niveau werd gegeven. En toch was ik op dat moment niet in staat om “wetenschappelijke lectuur” in het Frans te lezen, misschien met uitzondering van zeer korte teksten die op lage moeilijkheidsgraad geselecteerd waren, bv. van de beroemde taalkundige Antoine Meillet, die (in de jaren rond 1900) opzettelijk makkelijk schreef omdat hij (als taalkundige) wist hoe moeilijk Frans was voor niet-dragers van die taal. Ik heb in die tijd geprobeerd om dingen van André Martinet te lezen, iemand die daar op dat moment een hype was en die bovendien buitengewoon direct en zakelijk schrijft, en zelf hij was al te moeilijk.

      In 1973 had men te maken met mammoetleerlingen, dus mensen wier kennis net op een iets lager niveau lag dan in 1965. Wat die studiegids daar schrijft, treft me daarom als wensdenken. Ook uit mijn eigen studietijd (Slavisch, UvA) herinner ik me veel wensdenken op dit gebied. Men meende te weten dat de studenten bepaalde dingen wisten of konden, bouwde zijn onderwijs daarop op, en had dus geen aansluiting, waardoor het onderwijs voor niets was.

      1. gmknepper

        “In 1973 had men te maken met mammoetleerlingen, dus mensen wier kennis net op een iets lager niveau lag dan in 1965. Wat die studiegids daar schrijft, treft me daarom als wensdenken.”
        Nee hoor, in 1973 ging de laatste pre-mammoetgymnasiumklas studeren, dus dat Frans, Duits en Engels kunnen lezen was geen probleem. (Ik had op die school trouwens ook nog – facultatief – Hebreeuws en Spaans gedaan.) Maar ik wil geen laudator temporis acti lijken: die moderne talen spreken heb ik daarna helemaal op eigen houtje moeten leren, want aan spreekvaardigheid werd op het pre-mammoetgymnasium doorgaans helemaal niets gedaan: “Vertaal in goed Nederlands”, dat was de enige opdracht, en soms lukte dat ook nog zonder de tekst te begrijpen.

        1. Willem Vermeer

          Dank voor de correctie. Op een of andere manier heb ik altijd de indruk gehad dat de eerste mammoetgeneratie in 1972 aantrad, samenvallend met het eerste jaar dat ik Russische taalverwerving onderwees. En dat is er niet meer uit te slaan.

          Een groot probleem bij die moderne talen was inderdaad de bijna volledige gerichtheid op lezen. Al in mijn tijd vroegen we ons al af hoe dat zat, maar docenten bleven desgevraagd het antwoord schuldig. Ook nu vraag ik me waarom men op dat punt geen duidelijkheid betrachtte.

          Een taal “kennen” betekent voor leken dat je die taal kan spreken. Bij mij thuis (geen academisch milieu werd dat verwacht en men zag wat er op dat gymnasium gebeurde in zekere zin als nalatig. Ik had negen jaar Frans gehad, maar kon geen woord uitbrengen en had zelfs de simpelste daarvoor benodigde kennis niet in huis, bijvoorbeeld het feit dat je normaal niet “nous” zegt maar “on”. Duits idem. Wij hadden niet gehad dat de conjunctief in gesproken taal veel beperkter voorkomt en de genitief op -s doorgaans vervangen wordt door een constructie met “von”, informatie die zelfs voor het lezen van literatuur al van belangrijk is. Allebei overigens bovengemiddeld goede docenten. Aan hen lag het niet.

          1. gmknepper

            We hebben dezelfde opleiding gehad, inclusief die negen jaar Frans waarna je nog geen stokbrood kon kopen. Die volledige gerichtheid op het vertalen van teksten (bedoeld om die te begrijpen) was toch gewoon de erfenis van von Humboldts Bildungsdeal, waar teksten in de klassieke en moderne talen moesten dienen tot het verwerven van kennis en kritische vaardigheden? Het ging er niet om dat je op een camping in de Harz een paatje met je buurman kon maken. Toen ik ging studeren heette mijn studierichting nog ‘Klassieke taal- en letterkunde’, maar toen ik afstudeerde – helaas – ‘Griekse en Romeinse taal en cultuur’. Kijk, dáártegen zou Jona nu eens moet fulmineren.

            1. Willem Vermeer

              Mijn punt is dat men ons dat niet met zover woorden uitlegde. Men zei niet zo iets als “Wat wij doen, lijkt vreemd, maar heeft het volgende belangrijke doel: …”. Als je het niet van huis uit meebracht, viel dat doel er niet uit te halen.

              1. gmknepper

                Akkoord. En: nee, dat doel heb ik er indertijd ook nooit uitgehaald, en je kunt je afvragen of alle talendocenten zich van dat doel bewust waren. Overigens werd er gefluisterd dat er op de HBS wél aandacht voor spreekvaardigheid zou zijn. Maar ja, daar was sowieso oppervlakkigheid troef;-)

              2. henktjong

                Hee, hee, in HBS 3 hadden wij een Franse lerares die de hele les (na wat aanloopmoeilijkheden) Frans sprak en van wie wij spreekbeurten kregen die we in het Frans moesten doen. Mijn eerste en enige 7 voor die taal voor gehaald. Meer zat er niet in. Dit was in 1963.

      2. Ik was een klasgenoot van Wim. De leraar Frans was inderdaad uitstekend en naar mijn smaak de beste leraar van de school. Hij had MO Frans gestudeerd en werd door een aantal leraren die aan een universiteit hadden gestudeerd en gepromoveerd waren, met minachting bekeken. Dit heb ik begrepen uit een interview met de rector, Bob van Amerongen.

  6. kees huyser

    “ […]de opleiding geschiedenis, history and international studies […]
    Geen kenner zijnde vraag ik me af wat het verschil is tussen ‘geschiedenis’ en ‘history’, behalve dat history in het Engels geschreven is, net als ‘international studies’. Misschien had ze die laatste twee in andere talen moeten geven, Geschichte en études internationale bijvoorbeeld.

    1. Ik heb het uitgelegd als de “track” die “history and international studies” heet, die onderdeel is van de opleiding geschiedenis.

      Maar ik weet ook niet wat een track is. Of een capaciteitsgroep.

      1. Marien

        Een track is een spoor op een geluidsdrager, of een karrespoor door de wildernis, of een digitaal spoor dat jouw surfgedrag verklapt, of … Nou ja, dat schijn je dan tegenwoordig ook nog op Wetenschappelijk Niveau te kunnen doen in Amsterdam? I’m flabbergasted.

  7. henktjong

    Toen ik als deeltijder in 2003 in Leiden de geschiedenisstudie ging doen waren we met over de 250 mensen. Overal moesten ongeschikte zaaltjes en extra docenten ingezet worden om de eerste colleges te kunnen behappen. Geleidelijk werd duidelijk dat van al die 30-plussers verwacht werd dat ze naast Nederlandse en Engelse, ook Duitse en Franse literatuur te verhapstukken zouden krijgen. Na Kerst bleek veel meer dan de helft van de studenten had afgehaakt en daar waren ook veel leeftijdgenoten (toen vijftigers) bij. Ik bedoel maar. Ik weet niet hoe het nu in Leiden is, maar ik vrees het ergste. Diverse docenten in mijn tijd protesteerden dat ze steeds meer colleges in het Engels moesten gaan geven tbv buitenlandse studenten die niet eerst Nederlands hadden geleerd. Het heeft niet geholpen. In de masterfase hadden we bij Blockmans een Duits meisje, waardoor hij de beide collegereeksen in het Engels moest geven. Duits zou een deel van ons groepje niet hebben begrepen. Achteraf heb ik van Blockmans gehoord dat het bewuste meisje geen van beide hieruit voortkomende scripties had ingeleverd. Voor niks zijn teksten in het Engels omgezet dus… En zulke dingen gebeurden toen wel meer. Benieuwd naar de hedendaagse praktijk in mijn alma mater.

    1. Ik heb weleens een lezing verzorgd die in het Engels moest. Dat werd lastig toen het ging over de geesteswetenschappen, een begrip dat ergens tussen “science” en “humanities” in ligt. Bovendien wilde ik ook nog de nuance aanbrengen dat de humaniora van weleer zijn verschraald tot geesteswetenschappelijk onderzoek.

      Na afloop bleek dat van de 200 aanwezigen er slechts twee geen Nederlands konden.

      1. Ik was een paar jaar geleden bij een lezing aan (niet van) de Universiteit van Amsterdam. Die ging over Jiddisje woorden in het Nederlands. Voor een Nederlands publiek. In het Engels.

    2. Willem Vermeer

      Leuk dat u de naam Blockmans noemt. Ik heb hem zo rond 2000 alleen meegemaakt als bestuurder, maar in die rol een paar bijzondere dingen zien doen.

      1. henktjong

        Ik heb in de masterfase veel aan hem gehad. Bijzonder aangenaam mens en goede docent. Goede band met hem opgebouwd, ook na zijn emeritaat. Ik heb geboft, maar dat geldt voor al mijn docenten in die tijd.

    3. Roger Van Bever

      Blockmans is inderdaad een grootheid. Ik heb een aantal boeken van hem gelezen. Zijn kennis van het Bourgondisch-Habsburgse rijk is groot. Ik ken hem niet persoonlijk, maar het lijkt mij een zeer aimabele man.

      Nog even over die talenkennis. Ik heb op een Vlaamse lagere school gezeten en wij kregen de laatste twee jaar 3 uur Frans per week. Vervolgens de middelbare school: Oude Humaniora, met Latijn en Grieks en zeven uur Frans, vanaf de tweede klas ook twee uur Engels en Duits.
      Dan de artsopleiding in Leuven (begin 1963), waar alleen in het Nederlands werd gedoceerd, maar waar men er van uitging dat iedere student voldoende de ‘moderne talen’ beheerste om verplichte literatuur en zo nodig ernaast ook ‘aanbevolen literatuur’ te lezen. Duits was toen ook nog een belangrijke taal. Later heb ik ook nog twee studies Frans gedaan, omdat ik, toen ik in Nederland kwam wonen, te weinig contact met deze taal. Ik heb de ouderwetse opleiding opleiding MO-A Frans met onderwijsbevoegdheid en het Rijksexamen Tolk-Vertaler afgelegd voor een deels Franstalige jury. De kennis van het Frans was destijds heel belangrijk in België en dank zij de grondige grammatica van het Latijn en het Grieks (A. Geerebaert’s boeken worden nog steeds gebruikt aan de Leuvense universiteit) is het voor mij een opstap geweest naar de andere Romaanse talen. Ik kan heel goed Spaanse en Italiaanse literatuur, kranten en tijdschriften (ook over de Oudheid) lezen en redelijk Portugees. Daarnaast ben ik ook andere talen gaan leren en heb een ‘bodempje’ gelegd voor deze talen.
      Het merkwaardige is dat er heden ten dage nog weinig academici zijn die literatuur in andere talen aanhalen, waarbij ook de vraag rijst of ze ooit wel eens iets lezen in die talen. Engels is alles wat de klok slaat. Ik betwijfel ten zeerste of colleges in het Engels zo doelmatig zijn. Ik heb het idee dat het nu wel zijn hoogtepunt heeft bereikt. Zowel bij studenten als bij docenten horen we negatieve geluiden. Docenten en studenten zouden te slecht het Engels beheersen voor een optimale kennisoverdracht.

      Dan heb ik het nog niet eens over de verpesting van het publieke domein door het Engels. Denk maar aan de reclamewereld en radio en televisie. Wat mij daarbij nog het meest irriteert: een bepaald woord of zinsdeel wordt eerst in het Engels gezegd, gevolgd door ‘zeg maar’, waarna de Nederlandse vertaling volgt. Ik zou mij kunnen voorstellen dat een Amerikaan of een Engelsman hier moet om lachen.

      De Mammoetwet schijnt enorm veel ten kwade veranderd te hebben in de Nederlandse onderwijswereld. Mijn Nederlandse vrouw, die van ‘voor de Mammoet’ is, beaamt dat.
      Inderdaad, zucht. Laten we hopen op betere tijden.

      1. Roger Van Bever

        Helaas schijnt in Vlaanderen de kennis van het Frans bij de middelbare scholieren ook achteruit te gaan sinds de gewesten minder contact hebben dan vóór de verschillende staatshervormingen. In Wallonië is men zich nog steeds niet voldoende bewust van het feit dat het helpt om de andere landstaal te spreken als men hogerop wil komen. Op de middelbare school geven de Walen de voorkeur aan Engels. Over Brussel kunnen we kort zijn: sinds de internationalisering (NAVO, EU) en de immigratie uit Afrikaanse landen lijkt de strijd daar gestreden voor de Vlamingen. Debet aan de toenemende kloof tussen Wallonië en Vlaanderen is voor een groot deel de splitsing van de politieke partijen in een Franstalige en Vlaamse vleugel, waardoor politici aan weerszijden van de taalgrens met elkaar minder contact hebben.

  8. jacob krekel

    Men moet zich geen illusies maken over de taalkennis van de voormalige vhmo-ers die in drie mvt examen hadden gedaan. Een onderzoek van het ITS uit de zeventiger jaren liet zien dat deze voormalige vhmo-ers vooral het Frans nauwelijks gebruikten, dat het gebruik zich tot de eenvoudigste gebruikssituaties beperkte en dan nog met veel moeite. Dit itt tot Engels en Duits dat wel veel gebruikt werden en ook door redelijk wat mensen echt beheerst.
    Inmiddels zijn voor Nederland veel meer mvt belangrijk dan de traditionele drie. Maar omdat die drie het onderwijsaanbod domineren komen die nauwelijks aan bod. Denemarken b.v heeft meer leerlingen vo die Spaans leren dan Nederland.

  9. FrankB

    “academische bestuurders geven nooit fouten toe”
    Nou doe je hen geen recht. Ze geven fouten best toe, zolang ze maar door anderen en bij voorkeur enkele decennia geleden gemaakt zijn.

    “Ik ben inderdaad wat voorspelbaar.”
    Dat is niet jouw schuld.

    “Wie verlost wil raken van het feitenvrije politieke debat van onze tijd,”
    Mijn visie hierop is al evenzeer voorspelbaar. Het feitenvrije politieke debat past naadloos in de rechtse politieke agenda, die al 40 jaar openlijk wordt doorgevoerd.

    “moet beginnen de universiteit te herstellen.”
    Niet dat ik hier ook maar het minste bezwaar tegen heb, maar als strategie valt dit te betwisten. Een ander onderdeel van de rechtse agenda is taken delegeren aan de gemeenten en die er vervolgens te weinig geld voor geven. In de Oost-Groningse gemeenten is er bv. nauwelijks geld meer voorhanden voor zaken als logopedie voor en bibliotheekbezoek van kinderen tot 12 jaar. En wat is er het nut van de universiteit te herstellen als kinderen straks niet meer behoorlijk kunnen praten, schrijven en lezen?
    Zulke dingen zijn in een door en door rechtse samenleving uiteraard volstrekt overbodig. Wie ze wel nodig hebben zijn de leden van de sociaal-economische elite. Die moeten over een paar decennia elders terecht als het halve land onder water staat en de andere helft onleefbaar is geworden.
    Wat te doen? De landelijke politiek is onderdeel van het probleem, dus zal de oplossing niet bieden. De voorman van mijn eigen partij, dhr. J.Klaver, heeft bv. al aangekondigd hoe dan ook voor de begroting te stemmen. Dat schiet lekker op.

    1. ‘“academische bestuurders geven nooit fouten toe”

      Nou doe je hen geen recht. Ze geven fouten best toe, zolang ze maar door anderen en bij voorkeur enkele decennia geleden gemaakt zijn.’

      De afdeling communicatie is ook een geliefde zondebok. Toen het Maagdenhuis werd bezet en het bestuur externe krachten aantrok, waren de medewerkers er op voorhand van overtuigd dat dat leugenaars zouden zijn. Fijne mensen, dat personeel aan de UvA.

      1. FrankB

        Ja, op dat idee was ik nog niet gekomen. Welk een briljant idee! U komt in aanmerking voor de Nobelprijs voor de Vrede.
        En wat schreef ik ook alweer?

        “De landelijke politiek is onderdeel van het probleem.”
        Dat is dus inclusief “een andere partij”, genie.
        Maar OK. Eens kijken. Laat ik voor de tigste keer een rijtje af gaan.

        Geen PVV en FvD, want dat zijn een stel (crypto-)racisten bij elkaar en dus antiwetenschappelijk. De Groningse afdelingen bestaan het om het leegpompen van de aardgasvelden te propageren. Hoe die in deze provincie aan stemmen komen is mij een compleet raadsel.
        Geen VVD, CDA, D’66 en PvdA, want die zijn alle vier verantwoordelijk voor het rechtse afbraakbeleid zodra ze aan regeringen deelnemen.
        Geen SP, want ik moet niets hebben van democratisch centralisme en staatssocialisme.
        Geen CU en PvdD, want die staan veel te veel onder invloed van religekkies. CU levert nota bene de huidige onderwijsminister en dat “dieren” van de PvdD is nogal selectief – ik heb die partij zich nog nooit hard horen maken voor de rechten van de insecten in de Nederlandse halfwoestijn genaamd Oostvaardersplassen – hun biotopen zijn letterlijk opgevreten door het “zielige” geïmporteerde vee dat daar rondloopt (enig chauvinisme: in de driehoek Groningen-Stad, Haren, Kropswolde kan men zien hoe het wel kan).

        Zoals ik al schreef, dat schiet niet op.

        Omdat ik op dit punt aangekomen de vraag verwacht waarom ik dan wel lid ben van GL – nou, ik heb het geluk in een gemeente te wonen met een kleine, maar uitstekende plaatselijke afdeling. Zij degradeert de SP, laat staan de PvdA tot een stel conservatievelingen. En ik heb zo’n vermoeden dat in geen enkele Nederlandse partij de afdelingen zo zelfstandig kunnen opereren als in GL.
        Mijn stem gaat niet naar dhr. J.Klaver gaan. Maar de hierboven genoemde partijen komen evenmin in aanmerking. Dat is dus een probleem.

  10. Ben Spaans

    Ik heb in het boekwinkeltje van het Altes Museum in Berlijn meer Engelstalige dan Duitstalige titels gezien. Als het daar al…

  11. Maartos Paargos

    Tijdens mijn studie mediterrane archeologie aan de uva werd je geacht Franse, Engelse en Duitse artikelen te lezen en moest je Italiaans of nieuw Grieks volgen op propedeuse niveau. Dat was geen slechte zaak vond ik

    1. Wanneer was dit? Archeologen aan de VU leerden ooit Latijn en Italiaans maar dat werd afgeschaft. Het gebrek aan taalkennis is op zich overkomelijk, dat archeologen niet vertrouwd raken met antieke bronnen is daarentegen wel erg en leidt tot merkbaar slechtere publicaties.

  12. FrankB

    Blijkbaar zijn er ook in Nederland mensen die de term wetenschap beperkt en selectief gebruiken Dat is handig om flauwekul te kunnen poneren als die van Martin hierboven over de VU. Ik baseer me op Bertrand Russell, wat het voordeel heeft dat geen Nieuwe Atheist (zoals omschreven door Tim O’Neill) of antitheist mij kan verwijten religieuze propaganda te maken.
    Sinds een dikke 250 jaar, oa onder invloed van David Hume (jawel, een filosoof), maken we iig in het westen een strikt onderscheid tussen onze natuurlijke en een eventuele bovennatuurlijke. Dat is volstrekt niet vanzelfsprekend, zoals de oudheidkunde ons leert.
    Wetenschap is simpelweg een methode om de natuurlijke werkelijkheid te onderzoeken. Sterk vereenvoudigd bestaat die methode uit twee delen: empirische data verzamelen en theorieën formuleren. Die moeten met elkaar overeenkomen en dan kunnen we kennis claimen. Empirische data komen per definitie uit onze natuurlijke werkelijkheid – ze moeten immers waargenomen worden. Hieruit volgt dat wetenschap geen bovennatuurlijke uitspraken doet. Dus de wetenschappelijke methode is synoniem met methodologisch naturalisme.
    Hiermee belanden we bij het bekende Demarcatieprobleem. Mijns inziens is de vraagstelling verkeerd. Er is immers geen scherpe lijn tussen wetenschap en niet-wetenschap. Toch valt er wel wat over te zeggen: streven naar coherentie, consistentie en het gebruik van Ockham’s Scheermes zijn algemeen aanvaarde criteria.
    Afgezien van praktische problemen (de uithoeken van ons Heelal zijn bv. niet gemakkelijk te bereiken en eventuele cognitieve systemen van madeliefjes evenmin) staat elk onderzoeksgebied van onze natuurlijke werkelijkheid open voor de wetenschappelijke methode: de Klassieke Oudheid, recht, de Oost-Groningse politiek, de psyche van honden, polymeren, economie. Geschiedkunde, rechtswetenschap, politicologie, hondenpsychologie, scheikunde en de economische wetenschap zijn dus wetenschappen. Uiteraard bestaan er kwaliteitsverschillen (JonaL klaagt vaak kwakwetenschap aan – daarvan benadert de kwaliteit de waarde nul). In de jaren 1980 en ruim vijf jaar terug, toen mijn zoon ging studeren, was mijn conclusie dat de natuurwetenschappen aan de UvA superieur waren aan die van de VU (al heeft de evolutiebioloog Jan Lever een zekere reputatie opgebouwd). Rond 1980 waren de sociale wetenschappen (oa economie en politicologie) aan de VU superieur aan die van de UvA.
    Mensen als Martin volgen nogal eens de beperkte Angelsaksiche lijn (waarmee niet gezegd is dat alle Engelse en Amerikaanse wetenschappers en filosofen die lijn volgen): alleen de natuurwetenschappen en wiskunde zijn wetenschappen, want “hard” (maakt niet uit dat ze op allerlei punten boterzacht zijn). Zelfs dan produceert hij leuterkoek. Twee vooraanstaande evolutiebiologen met belangrijk onderzoek op hun naam zijn de christenen Francis Collins en Kenneth Miller. De natuurkundige Max Planck, die in hoge mate verantwoordelijk was voor één van de grootste omwentelingen in zijn vakgebied, was het ook. De katholieke priester George Lemaitre deed hetzelfde theoretische onderzoek als de Sovjet-atheist Alexander Friedmann (en nog een beetje meer). Zie ook de Friedmann-Lemaitre-Robertson-Walker metriek. Toen ik aan de VU studeerde had de afdeling theologie precies nul komma nul invloed op mijn studierichting.

    1. Martin

      De namen die u noemt ken ik wel. De vraag is altijd hetzelfde: wat is de waarschijnlijkheid van een bewering (hypothese)? In de wetenschap kan die vraag alleen op de basis van data beantwoord worden; hoe waarschijnlijk is de bewering in het licht van de data? Zie de stelling van Bayes. Ik zeg niet dat gelovige mensen niet tot wetenschap in staat zouden zijn. Maar als u vindt dat filosofie wetenschap is dan ben ik het daar niet mee eens. Ik neem overigens de evolutiebiologie serieus. Ik reageerde omdat ik las dat de studierichting Arabische taal plaats moest maken voor islamitische theologie, wat volgens mij aan een Nederlandse universiteit niet had mogen gebeuren.

  13. A.Minis

    H et ligt eraan wat je onder filosofie verstaat. Liefde voor wijsheid is niet hetzelfde als liefde voor kennis, met objectief te meten theorieën. Filosofie is wel vaak verward met streven naar kennis van de stoffelijke wereld. Dat soort filosofie is zeker niet beter dan wetenschap. En misschien wel dood. Ik heb het niet over fraaie stelsels zoals bij Plato (overigens in literair opzicht schitterend) of zoeken naar kennis zoals Aristoteles die de eeuwige waarheid ondanks zijn scherpe verstand niet in pacht had.
    Overigens denk ik dat het gros van de wetenschap ook niet onfeilbaar is. Ieder nieuw standpunt staat open voor uitdaging en herziening. Ik weet niet genoeg van zuivere wiskunde, meetkunde, stereometrie bijv., maar ik vermoed dat alleen wiskundige formules hier boven staan.
    En evenzo staat filosofie als liefde voor wijsheid hier los van. Wijsheid streeft niet per se naar kennis van het stoffelijk bestaan. Zij streeft naar inzicht in de positie van de mens in het bestel van de kosmos. En naar wijsheid over een realiteit achter de realiteit die wij waarnemen. Dat streven ziet men ook bij sommige schilders, bijv. Malevich of Mondriaan.
    Filosofie naar mijn idee heeft een mystieke kant waar een liefhebber van theorie waarschijnlijk geen kant mee op kan. Zoals u zegt: ieder het zijne! en iedereen waardeert wat hij hoog schat. Voor mij zijn dat denkers als Heraclitus, Parmenides, Empedocles.
    Ik had beter niet kunnen zeggen ”beter dan wetenschap”…veel te subjectief. Sorry!

  14. Martin

    Wiskunde gaat niet over de werkelijkheid, behalve misschien in een platonische zin, daarom is formele bewijsbaarheid mogelijk. Alleen, in welke zin zijn axioma’s waar?

    Wetenschap gaat over de werkelijkheid, en is dus alleen in benaderende (“effective”) zin mogelijk. Een model is niet hetzelfde als de realiteit. Maar er zijn wel heel goede modellen. Is de ruimtetijd (Einstein’s gravitatie theorie) werkelijk gekromd?

    Sorry is niet nodig.

Reacties zijn gesloten.