MoM | Hermeskeil

De opgraving van Hermeskeil in de regen. Het vennootschappelijke automobiel in de achtergrond.

De laatste keer dat ik mijn zakenpartner zag was met oudejaar. Hij is momenteel in Korea voor de opnamen van een programma dat, zo lees ik bij een doorgaans goed-geïnformeerd medium, “Sterren Schaatsen Rondjes op het IJs” heet. Als hij straks in Nederland terug is, ga ik naar Cyprus. Kortom, ik zie hem te weinig. Vorig jaar lukte het echter om eens samen op vakantie te gaan en zoals de vaste lezers van deze blog weten, bezochten we Bastenaken, de Titelberg en Trier.

Op een regenachtige dag gingen we naar Hermeskeil, waar momenteel een opgraving plaatsvindt die de archeologie als wetenschap verder zou kunnen brengen. Ik heb de problematiek al vaker behandeld: het staat vast dat Julius Caesar iets heeft veroverd dat hij Gallië noemde, maar we weten niet wat hij precies onderwierp. Al in de negentiende eeuw hebben archeologen – ze werden gefinancierd door Napoleon III – versterkingen uit het midden van de eerste eeuw v.Chr. gevonden, maar alles wat ze vonden lag ten zuiden van de Seine. En dat terwijl Romeinse forten, zelfs als het gaat om die voor kleine eenheden, niet echt moeilijk terug te vinden zijn. De opgraver van het kleine fort bij Maldegem, Hugo Thoen, was verbaasd dat in Gallia Belgica in een kleine anderhalve eeuw niet één van Caesars enorme legioenbases was geïdentificeerd. Daarmee bepaalde Thoen de parameters van de discussie: was Caesars rapport van zijn noordelijkste veroveringen geen bluf?

Lees verder “MoM | Hermeskeil”

De Constantijnmeteoor

Hoewel hij meer op Sylvester Stallone lijkt, is dit toch echt Constantijn de Grote (Capitolijnse Musea, Rome)

Zoals de trouwe lezers van deze blog weten, verschijnt in april een boek van mijn hand over het visioen waarmee de weg van keizer Constantijn de Grote richting christendom begon. Vincent Hunink heeft de oudste tekst over die gebeurtenis, een redevoering uit het jaar 310, voor de gelegenheid vertaald. Ik neuzel nog wat om die vertaling heen en ik meende, naïef als ik ben, dat dit een onderwerp was waarbij ik me zou kunnen concentreren op datgene waarover u wil lezen.

Helaas is dat niet het geval. Iedereen vindt de Oudheid namelijk interessant en dat betekent dat er vrijwel geen onderwerp is waarover geen onzintheorie de ronde doet. En jawel, ook over het visioen van Constantijn is een onzintheorie: Constantijn heeft een meteoor zien neerkomen.

Eh?

Lees verder “De Constantijnmeteoor”

MoM | Definieer een Romein!

Ik heb u de afgelopen twee dagen verveeld of geamuseerd met de vraag wat een Romein eigenlijk is (1, 2) en ik rondde af met de constatering dat het wonderlijk is dat die vraag over de Romeinen regelmatig wordt gesteld, maar niet over pakweg Armeniërs, Grieken, Friezen en Franken, hoewel van al die volken net zo lastig een definitie valt te geven. Ik heb geen verklaring voor de populariteit van de “Romeinse vraag”. Wel heb ik een laatste observatie.

Eén van de functies van onze taal is het vaststellen van wat vergelijkbaar is en wat niet. Zeg “koning” en je gesprekspartners weten ruwweg wat is bedoeld, ongeacht of het gaat over Hammurabi, Ramses II, Salomo, Romulus, Leonidas, Alexander de Grote, Herodes, Shapur of Clovis. Al in de Oudheid dachten mensen na over de aard van onze begrippen en zo ontstonden de eerste definities. We spreken dan in feite af dat we bepaalde mensen of dingen aanduiden met een naam die we niet geven aan andere zaken. “Een koning is…” of “een Romein is…” De vraag is echter of deze definities correspondeert met de werkelijkheid. De oude Grieken definieerden bijvoorbeeld water-, land-, lucht- en vuurdieren, maar deze indeling correspondeert niet met de werkelijke indeling van het dierenrijk.

Lees verder “MoM | Definieer een Romein!”

MoM | Slavernijverleden

Het is weekend. Je zit rustig in je stamcafé te lunchen. Dromerige muziek die je nog niet kende. Kopje koffie. Uitsmijter. Krantje. Je bent helemaal op je gemak. En dan lees je een interview met Piet Emmer over slavernijgeschiedenis en is het ineens gedaan met je sereniteit.

Vraag: Vindt u niet dat de geschiedenis van slavernij zou moeten worden beschreven door zwarte historici en niet door blanke mannen van een zekere leeftijd?

Emmer: Dat lijkt me een misvatting. Of denkt u ook dat de geschiedenis van de oude Romeinen beter kan worden geschreven door een Italiaan? Of dat alleen een Afrikaanse arts een tropenziekte mag behandelen? Wanneer historici bronnen raadplegen, behoren zij volgens bepaalde wetenschappelijke standaarden tot dezelfde conclusies te komen, ongeacht hun huidskleur. Het lijkt me uiterst problematisch als we inzichten gaan verwerpen op grond van huidskleur.

Lees verder “MoM | Slavernijverleden”

Christenvervolging? (3)

[Dit is het slot van een beschouwing over Candida Moss’ boek The Myth of Persecution. Het eerste deel is hier.]

Zoals gezegd deel ik Moss’ zorgen over het dualisme in het Amerikaanse christendom maar heb ik enkele problemen met The Myth of Persecution. In de eerste plaats: Moss meent dat ze het Amerikaanse christendom kan veranderen door te tonen dat het anders geworteld is dan de gelovigen denken. Als er geen vervolging is geweest in het verleden, kan het dualistische wereldbeeld van hedendaagse christenen, die menen dat ze door andersdenkenden worden vervolgd, veranderen, bijvoorbeeld doordat ze gaan denken dat wie anders denkt óók gelijk kan hebben.

Dat lijkt me een overschatting én een onderschatting van de menselijke natuur. Het is een onderschatting, want mensen hebben geen geschiedenisles nodig om van mening te veranderen. Ze zijn slim genoeg. Slavernij is verboden, hoewel het was gelegitimeerd in de Bijbel en het Romeins Recht. In de negentiende eeuw is men er echter anders over gaan denken en dus verdween de slavernij (althans officieel). De ondergeschikte positie van de vrouw is op soortgelijke wijze gesloopt (opnieuw: althans officieel). Het verleden kan in dit soort discussies zowel als munitie voor als tegen een bepaalde stelling dienen en er gaat geen dwingende werking van uit.

Lees verder “Christenvervolging? (3)”

MoM | Pastafari

Gedoe bij de Technische Universiteit Delft. Geohydroloog Michael Afanasyev wil zijn proefschrift verdedigen in een piratenpak omdat dit zo hoort volgens zijn religie, de Kerk van het Vliegende Spaghettimonster. De Volkskrant legt het u in detail uit. Afanasyev meent dat als andere gelovigen zich mogen bedienen van de symbolen van hun religie, dat ook geldt voor pastafari’s als hij. De Volkskrant legt uit dat voor pastafari’s piraten

… goddelijke wezens zijn, waarbij ‘het opwarmen van de aarde, aardbevingen, orkanen en andere natuurrampen allemaal directe gevolgen zijn van het afnemende aantal piraten sinds 1800.’ Volgens de aanhangers is dat verhaal niet vreemder dan dat van een man die water in wijn veranderde of een god die de zee in tweeën spleet.

Los van de in Delft actuele vraag of religieuze symbolen gewenst zijn bij een promotieplechtigheid: de geciteerde vergelijking van twee verhalen is vreemd.

Lees verder “MoM | Pastafari”

Een zegel uit Pylos

Zegel uit Pylos (foto © Jeff Vanderpool/University of Cincinnati)

Als iets te mooi is om waar te zijn, is het meestal niet waar. En simpele aforismen om informatie terzijde te schuiven, zoals in de vorige volzin, zijn meestal te simpel. Een voorbeeld is de bovenstaande gem: een gesneden steen die gebruikt werd als zegel. Gevonden in Pylos in het graf van iemand die rond 1450 v.Chr. moet zijn overleden.

U leest hier en daar waarom dit te mooi is om waar te zijn. Het lijkt eigenlijk wat te gedetailleerd om met vijftiende-eeuwse technieken te zijn gemaakt. Misschien, zo oppert een van de betrokkenen, had de maker een oogafwijking waardoor hij op korte afstand scherper zag dan andere mensen. Je zou ook kunnen overwegen dat het voorwerp een vervalsing is, ware het niet dat het afkomstig is uit een gecontroleerde opgraving.

Lees verder “Een zegel uit Pylos”