9. Stagnatie

[Vandaag bestaat de Mainzer Beobachter tien jaar en daarom maak ik een persoonlijke balans op. De trouwe lezers van de blog zullen weinig nieuws tegenkomen, maar het is goed eens te kijken of mijn ambities overeenkomen met de praktijk. Dit is het negende van twaalf stukjes; het eerste was hier.]

De situatie is des triester omdat er echt weleens nieuws valt te melden. Heel belangrijk is de DNA-revolutie, waarover ik het afgelopen maandag al had. Het bioarcheologische onderzoek maakt steeds duidelijker dat mensen mobieler zijn geweest dan oudheidkundigen lange tijd hebben aangenomen, dat dus ook ideeën onverwacht mobiel waren en dat we bij de uitleg van antieke teksten de netten wijder moeten werpen dan tot nu toe. Het kan best zijn dat een Aramese tekst de ideeën documenteert die nodig zijn om een Latijnse tekst te begrijpen.

Dit is een fascinerende ontwikkeling waarover elke oudheidkundige graag vertelt. In de eerste plaats omdat veranderingen in de ene oudheidkundige bloedgroep, de archeologie, ingrijpende gevolgen hebben voor een andere bloedgroep, de bestudering van literatuur. Het is prachtig om over die vervlochtenheid te kunnen vertellen. Een tweede gevolg is dat we én een enorme verrijking van het databestand krijgen én voor de taak staan een hermeneutische strategie te ontwerpen voor de eenentwintigste eeuw. Er zijn dus wel degelijk mooie dingen te melden.

Lees verder “9. Stagnatie”

5. Het probleem

[Vandaag bestaat de Mainzer Beobachter tien jaar en daarom maak ik een persoonlijke balans op. De trouwe lezers van de blog zullen weinig nieuws tegenkomen, maar het is goed eens te kijken of mijn ambities overeenkomen met de praktijk. Dit is het vijfde van twaalf stukjes; het eerste was hier.]

De letterenfaculteiten maakten geen beleid om toch doctorandi 2 op te leiden, hoewel dat gewoon kan. Van Rens Bod is bijvoorbeeld de suggestie alle letterenfaculteiten te fuseren tot één instelling die er weer toe doet. Zelf heb ik een iets bescheidener voorstel gedaan: fuseer de oudheidkundige instituten tot één instelling die wél een deuk in een pak boter slaat. In plaats van het wetenschappelijk minimum op deze of een andere manier te verdedigen, stonden de faculteiten toe dat doctorandi 1 solliciteerden naar promotieplaatsen. Waar ooit twaalf jaar waren verstreken tussen propedeuse en promotie, ging het voortaan in acht. Sindsdien zijn proefschriften fors uitgevallen scripties.

Ook in het onderwijs daalde het niveau. De kennismakingen met verwante disciplines verdwenen steeds verder naar de achtergrond. Archeologen leren geen Latijn meer, classici weten onvoldoende van geschiedtheorie.

Lees verder “5. Het probleem”

2. Het belang van de Oudheid

[Vandaag bestaat de Mainzer Beobachter tien jaar en daarom maak ik een persoonlijke balans op. De trouwe lezers van de blog zullen weinig nieuws tegenkomen, maar het is goed eens te kijken of mijn ambities overeenkomen met de praktijk. Dit is het tweede van twaalf stukjes; het eerste was hier.]

Die vraag, “Waarom is die Oudheid belangrijk?”, keert steeds terug. Waarom moeten ondernemers hun bouwprojecten stilleggen bij archeologische vondsten? Waarom leren kinderen aan een gymnasium oude talen? Wat moet de staatssecretaris van Cultuur met musea vol opgegraven potten en pannen?

Er zijn verschillende antwoorden. Soms lees je dat in de Oudheid iets is ontstaan dat voor ons nog steeds belangrijk is. Het tijdperk is de bakermat van onze eigen beschaving, heet het dan. Deze sociaalwetenschappelijke claim over een eeuwenlange continuïteit wordt zelden beschreven met het daarvoor ontwikkelde en noodzakelijke sociaalwetenschappelijk instrumentarium. De claim is dus zinledig.

Lees verder “2. Het belang van de Oudheid”

Eigenlijk zou de DNA-revolutie “hermeneutische revolutie” moeten heten

Ik heb het regelmatig over de DNA-revolutie. Dat zou momenteel het belangrijkste thema in de oudheidkunde moeten zijn. Simpel gezegd: het bioarcheologische onderzoek toont dat mensen in het verleden opvallend mobiel waren en dat heeft vérstrekkende implicaties voor de bestudering van de oude teksten. Het zou misschien beter een “hermeneutische revolutie” kunnen heten, dan hadden was duidelijker waar het over gaat.

De DNA-revolutie

De grote ontdekking van de laatste pakweg tien jaar, mogelijk geworden door het DNA- en isotopen-onderzoek, bewijst dat de mensheid in de Prehistorie en Oudheid mobieler was dan archeologen, classici en oudhistorici lange tijd hadden aangenomen. Oudheidkundigen kunnen uitingen van de materiële cultuur nu niet langer zomaar beschouwen als aanwijzing voor afkomst. Een voorbeeld is het rond 1370 v.Chr. overleden Deense meisje van Egtved, dat archeologen op grond van grafgiften identificeerden als lokale prinses maar na isotopenonderzoek afkomstig bleek uit Zuid-Duitsland. Een ander voorbeeld is dat op het moment waarop Caesar aankwam in het Nederlandse rivierengebied, de helft van de bewoners niet uit de regio lijkt te zijn gekomen.

Lees verder “Eigenlijk zou de DNA-revolutie “hermeneutische revolutie” moeten heten”

Historische excuses

Monument voor de slavenopstand van Tula op Curaçao

Wat of ik als historicus en als Amsterdammer nou vond van de historische excuses die burgemeester Halsema onlangs maakte voor het slavernijverleden? Ik had de vragensteller graag een wijs en diepzinnig antwoord gegeven, maar ik heb geen uitgekristalliseerde mening. Dat wil niet zeggen dat ik niet een paar losse, half uitgewerkte gedachten zou hebben.

Kentheorie

Om te beginnen zit er aan zo’n historisch excuus een kentheoretisch aspect. Niemand zal ontkennen dat het geweldig goed was toen Willy Brand door de knieën ging voor het monument voor de Getto-opstand in Warschau, want zowel hijzelf als de andere aanwezigen hadden de Tweede Wereldoorlog meegemaakt. Het maken van een excuus voor iets dat lang geleden is gebeurd veronderstelt dat er zoiets zou zijn als een overerfbaarheid in slachtofferschap en daderschap. Ik weet niet goed hoe ik zoiets zou kunnen onderbouwen.

Lees verder “Historische excuses”

Roofkunst

Ruurd Halbertsma is conservator in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden. Ik vermoed – en hieruit mag u afleiden dat ik hem ken – dat zijn hart ligt bij de Griekse collectie, maar ook over Nederland in de Romeinse tijd weet hij van de hoed en de rand. Bij de expositie over Karthago in 2014 vertelde hij enthousiast over de ontdekking van de aloude stad door Jean-Emile Humbert (1771-1839), een Nederlandse ingenieur die voor de bey van Tunis de stadsmuur verbeterde, enkele forten bouwde, de zoetwatervoorziening regelde en de haven bij Karthago aanlegde. Hoewel Tunis in de negentiende eeuw vooral een Franse stad werd, bevolkt door Italiaanse migranten, is de blauwdruk getekend door een Nederlander.

Jean-Emile Humbert

Of beter: een Hollander. Humbert is geboren in Den Haag, voelde zich na de val van de Oranjes niet thuis in de Bataafse Republiek, trad in dienst van de bey en keerde pas na de Restauratie terug naar het nieuwe koninkrijk Nederland. Daar deed hij zijn vondsten over aan Caspar Reuvens, zodat ze nog altijd in het Rijksmuseum van Oudheden zijn. Hier vindt u een wel heel summiere pagina over museumstuk H1; de H staat voor de naam van de ontdekker. Het was een van de eerste Punische voorwerpen in een West-Europees museum. Humbert identificeerde ook de voornaamste plaatsen in Karthago, zoals de havens, het waterreservoir en de Byrsa. Fascinerend figuur dus, die vroege archeoloog, en daarom een van de personages in Halbertsma’s debuutroman Roofkunst.

[Hierna komen enkele spoilers]

Lees verder “Roofkunst”

Krokodillentranen

Egyptische krokodil (Staatliche Museum Ägyptischer Kunst, München)

Er schijnt een spreekwoord te zijn – al heb ik het maar één keer gehoord en toen ook nog met de toelichting dat het een spreekwoord was – dat er geen beter vermaak is dan leedvermaak. Welnu, ik heb wat leedvermaak te bieden: de firma Hobby Lobby heeft een rechtszaak aangespannen tegen Dirk Obbink en eist zeven miljoen dollar terug.

Hobby Lobby is een andere naam voor de Green-collectie. Steve Green wilde graag een Museum voor de Bijbel openen in Washington – het is er inderdaad gekomen – en verzamelde daarvoor oudheden. Die kocht hij regelmatig aan via zijn bedrijf, Hobby Lobby, dat artikelen verkoopt voor mensen die houden van handwerken.

Lees verder “Krokodillentranen”

Handboeken, “companions” en encyclopedieën

Stik, mijn computer heeft kuren. En mijn laptop is niet waar ik ben. Ik maak het mezelf dus even makkelijk: u krijgt weer een van de filmpjes die ik onlangs maakte toen ik in zelfquarantaine was. Deze aflevering van “Zit een oudheidkundige met de rug naar een boekenkast” gaat over oudheidkundige boeken in het algemeen.

Handboek

Een oudheidkundige studie begint in principe met het knal uit de kop leren van een handboek, waarna de student op werkcolleges leert dat het allemaal ook heel anders valt uit te leggen en verneemt dat er problemen en complicaties zijn bij het proces van kennisverwerving.

Lees verder “Handboeken, “companions” en encyclopedieën”

Geschiedenis van de Nederlandse papyrologie

Vorig jaar publiceerde ik mijn boekje over papyrologie, Bedrieglijk echt. Ik schreef het niet op een achternamiddag, want ik was begonnen met het verzamelen van documentatie toen het schandaal rond het Evangelie van de Vrouw van Jezus uitbarstte. Of ik destijds professor Klaas Worp al kende, herinner ik me niet. Wel weet ik dat hij ooit contact met me zocht in verband met een andere kwestie: een verzameling schrijfplankjes die we in Nederland prima hadden kunnen onderzoeken maar desondanks was gegaan naar Engelse onderzoekers. De Nederlandse archeologen hebben zich teveel afgezonderd van collega-oudheidkundigen om nog te weten welke expertise er is in eigen land.

Enfin. Klaas stortte sindsdien een waterval van filologische informatie over me uit. We zijn het overigens lang niet altijd eens. Hij neemt aan dat de Artemidorospapyrus echt is en ik denk dat het Italiaanse laboratoriumrapport (hoewel het een onvolmaaktheid bevat waarover ik nog zal schrijven) even vernietigend is als uitgebreid. Het is niet erg dat we elkaar niet overtuigen want juist als je het oneens bent, ga je overdenken wat je niet weet en kom je verder.

Lees verder “Geschiedenis van de Nederlandse papyrologie”

Perzen, Grieken en pseudohistorici (slot)

Korte inhoud van het voorafgaande:

  • de tegenstelling tussen een rationeel, humaan Westen en een mystiek, tiranniek Oosten is doorgeprikt als fictie; je kunt die tegenstelling niet als oorzaak opvoeren; de oorzaak van de Perzische Oorlogen ligt in een specifieke en tijdelijke maatschappijvorm in Perzië;
  • een continuïteit van toen tot nu is onbewijsbaar;
  • het valt niet te weten of de waarden van de Griekse cultuur zijn veiliggesteld tijdens de oorlog met de Perzen.

Er is domweg noch een feitelijke noch een logische basis voor deze visie op het verleden. Zoals de titel aangeeft wil ik nog iets zeggen over pseudowetenschap.

Comeback

Het beeld van de Grieken als onze erflaters en wat dies meer zij, maakte immers een comeback in de nasleep van de Amerikaanse inval in Irak. Tot de voorbeelden behoorde de al genoemde classicus Paul Cartledge, auteur van Thermopylae. The Battle that Changed the World. Hij adviseerde de Tom Holland die ik op deze blog weleens noem als voorbeeld van iemand die wel schrijft over het verleden maar te weinig van geschiedwetenschap weet om er zinvolle dingen over te vertellen. Dat weet hij zelf ook, dus hij won voor zijn boek Persian Fire advies in bij Cartledge en gaf aan dat de Perzische Oorlogen beslissend waren voor de Europese cultuur. Paul Cartledge prees het boek vervolgens in The Independent. (Dat noemen ze academische ethiek.)

Lees verder “Perzen, Grieken en pseudohistorici (slot)”