MoM | De moord op Kennedy

Wat is een historisch feit? Het is eigenlijk een dubbele bewering. Om te beginnen is het een bewering over iets dat op een bepaald tijdstip is gebeurd (“op 18 september 1977 nam de Voyager 1 de eerste foto waarop de aarde en de maan tegelijk waren te zien”); daarnaast is het een bewering over die eerste bewering, namelijk dat deze waar is. Mocht u de foto in kwestie willen zien, dan is die hier, maar mijn punt is dat het zo gemakkelijk niet is te bepalen of een bewering over het verleden waar is.

Een voorbeeld is de moord op president Kennedy, waarover ongelooflijk veel bekend is – en tegelijk onvoldoende. Al vrij snel nadat Johnson president was geworden, stelde hij de Warren Commission in om onderzoek te doen naar de dood van zowel zijn voorganger als diens moordenaar, Lee Harvey Oswald. De commissie concludeerde uiteindelijk dat er één schutter was geweest. Maar wat deed ze besluiten tot deze conclusie?

Lees verder “MoM | De moord op Kennedy”

Op de fiets naar Thessaloniki (14)

Ik was thuis van zo’n zes weken fietsen door België, Frankrijk, Italië en Griekenland en had besloten mijn studie af te maken. Ik schreef dus een scriptie waarin ik de romanisering van het Iberische Schiereiland vergeleek met de daaropvolgende arabisering. Het resultaat ziet u hierboven: ik studeerde af en zette, zoals men in Leiden gewoon is, mijn handtekening op de daarvoor bestemde muur.

Als ik in die tijd in Leiden moest zijn, ging ik op de fiets. Wilde ik nadenken, dan nam ik de route langs de Westeinderplassen en de Braassemermeer; had ik haast, dan was er de route over Hoofddorp en Nieuw-Vennep. Hieruit kunt u afleiden dat ik mijn witte RIH terug had. Dat was echter niet vanzelfsprekend geweest.

Lees verder “Op de fiets naar Thessaloniki (14)”

Oudheidkundige aandachttrekkerij

IJzertijdmuur in Jeruzalem

In de negende en achtste eeuw v.Chr. waren er in wat nu Israël heet twee koninkrijken: het machtige Israël in het noorden en het wat minder machtige Juda in het zuiden. Het noordelijke rijk was internationaal georiënteerd, profiteerde van de olijfolie-export en was het eerste slachtoffer van de Assyrische expansie. In 722 veroverden de Assyriërs de Israëlische hoofdstad Samaria. Ik heb er al een paar keer over geblogd (zoals, zoals).

Na de val van Samaria vluchtten veel noorderlingen naar het zuiden. De Judese hoofdstad Jeruzalem moest worden vergroot en de heuvel die moderne archeologen de “stad van David” noemen werd uitgebreid naar het westen. De nieuwe wijk werd omgeven met een stadswal. Ik heb al eens geblogd over de muur op de foto hierboven, die u kunt vinden in de Joodse Wijk van de moderne stad. In 701 weerstond deze muur de Assyrische belegering. Stomtoevallig blog ik daar aanstaande vrijdag over in mijn reeks n.a.v. de komende Nineveh-expositie in het RMO. Dat blogstukje is trouwens niet mijn eerste over die muur, want ik schreef er ook dit al eens over.

Lees verder “Oudheidkundige aandachttrekkerij”

Echt vals

Zo af en toe is er iemand die weer oppert dat ’ie echt is geweest, de Deuteronomium-rol die de Jeruzalemse oudhedenhandelaar Moses Shapira in 1883 aanbood aan enkele Europese musea. Het is een dramatisch verhaal. Shapira was al eens – wellicht te goeder trouw – betrokken geweest bij de handel in vervalste oudheden en was bovendien van joodse afkomst: twee factoren die in negentiende-eeuws Europa niet bijdroegen aan zijn geloofwaardigheid. Toen hij dus aankwam met antieke boekrollen met bijbelse teksten die zouden zijn gevonden bij de Dode Zee, wilde niemand hem geloven. Eenmaal door het British Museum als vervalser gebrandmerkt en met antisemitische stereotypen bespot, vluchtte hij naar het continent en schoot hij, geheel ten einde raad, zichzelf dood in een Rotterdams hotel.

Maar waren de rollen wel vals? Toen de Dode Zee-rollen waren gevonden, klonk het ineens een stuk waarschijnlijker dat Shapira werkelijk antiek materiaal had aangeboden. In elk geval de Deuteronomium-rol zou weleens echt kunnen zijn geweest. Al denken de meeste onderzoekers er anders over, er zijn ook serieuze geleerden die de authenticiteit willen overwegen.

Lees verder “Echt vals”

MoM | Bruce Malina

Neem de Quichot. Waar gaat die tekst over? Menigeen zal het erop houden dat het een opstapeling van dwaasheden is. Ik voor mij stel dan graag de vraag “Wie is er eigenlijk de edelman?” omdat ik vermoed dat Don Quichot in al zijn dwaasheid zijn morele kompas beter op orde heeft dan veel van de zogenaamd verstandige mensen. Weer anderen zeggen dat de ridder met het droeve gelaat een tragische figuur is. Je kunt er ook op wijzen dat het in de zeventiende eeuw helemaal niet vreemd werd gevonden zwakbegaafden, dwergen, gehandicapten en geesteszieken uit te lachen.

Dat deze interpretaties niet dezelfde zijn, komt in elk geval niet door de tekst, want die is voor alle lezers dezelfde. Het komt doordat de lezer kijkt vanuit een ander perspectief. Onze interpretatie bevat een stevige subjectieve component. Hermeneuse of hermeneutiek is een poging deze subjectiviteit te overwinnen. Het principe is vrij simpel: je probeert je een beeld te vormen van de auteur en zijn lezers en zo te bedenken wat de meest plausibele uitleg is. (Ik ga er hierbij van uit dat het de opzet is te achterhalen wat de auteur heeft wil zeggen.)

Lees verder “MoM | Bruce Malina”

MoM | Artifact & Artifice

Daar zaten we dan als studenten, te luisteren naar een docent archeologie die ons voorhield dat de Atheense democratie na de Peloponnesische Oorlog niet langer functioneerde. Terwijl wij wisten dat de belangrijkste teksten juist daarna waren geschreven: de redevoeringen van een Demosthenes, de analyse van een Aristoteles, de aanvallen van een Plato. Ons respect voor zo’n docent werd er niet groter op. Omgekeerd hadden we college van een oudhistoricus die ons adviseerde over archeologie vooral de essays van Moses Finley te lezen, terwijl wij al diens redenatiefouten moeiteloos konden uittekenen. Ook dat droeg niet bij aan ons respect voor de docenten.

Ik weet tot op de dag van vandaag niet – en ik schrijf dat zonder ironie – waar het wederzijdse onbegrip vandaan kwam, want de teksten van de oudhistorici en de vondsten van de archeologen documenteren dezelfde cultuur. Wie zich tot één bewijscategorie beperkt, is als een pianist die alleen de witte of alleen de zwarte toetsen bespeelt. Je krijgt weliswaar muziek, maar ontzegt je de volle rijkdom. Wat onderzoekers bewoog deze beperking te aanvaarden, weet ik dus niet, wél weet ik dat de Deetman-kaalslag het probleem vergrootte: de studieprogramma’s werden bekort tot vier jaar, zodat studenten geen tijd meer kregen belangrijke collega-vakken te leren kennen.

Lees verder “MoM | Artifact & Artifice”

Koffie met Lucas Petit

Tell Damiyah (foto Rijksmuseum van Oudheden)

Wetenschap is geen verzameling correcte informatie maar een methode om die correcte informatie op te sporen. Eigenlijk is zelfs die bescheiden formulering nog te positief, want dikwijls gaat het meer om het uitsluiten van wat verkeerd is dan het vinden van wat juist is. Over dit tastend zoeken sprak ik onlangs in de tuin van het Rijksmuseum van Oudheden met de conservator van de afdeling Nabije Oosten, Lucas Petit, die momenteel onder andere bezig is met de voorbereiding van de langverwachte expositie  over Nineveh, de hoofdstad van het oude Assyrische Rijk. Als archeoloog is hij actief in Tell Damiyah in Jordanië.

Nineveh

Eerst maar even die expositie. Hoe toon je een oude beschaving aan een groot publiek dat er eigenlijk maar heel weinig van afweet? Op schoonheid kun je het niet laten aankomen: de Assyrische kunst had een esthetiek die niet aansluit bij de klassieke idealen die in West-Europa al sinds de Renaissance zó nadrukkelijk aanwezig zijn dat we ze min of meer hebben geïnternaliseerd. En romantiek lukt ook al niet: waar het museum mensen naar een expositie over Petra kon lokken met een campagnebeeld als dit, lukt dat voor Assyrië niet.

Lees verder “Koffie met Lucas Petit”