Archeologie anno nu, dat is oudheden scannen in 3D

Archeologen graven vragen op. Ze toetsen theorieën en streven naar inzicht in de mens als sociaal en cultureel wezen. Het verleden, zo anders dan het heden, helpt immers om het plaats- en tijdeigene van onze eigen cultuur te herkennen en te doorgronden.

Dit alles doen archeologen met wetenschappelijke methoden en principes. Net als in andere vakgebieden gaat het er niet alleen om dingen te ontdekken, maar gaat het tevens om de verwerving van nieuwe categorieën inzicht. Dat gaat de archeologen goed af. In de afgelopen anderhalve eeuw hebben ze hun methoden voortdurend vernieuwd en zo verbreedden en verdiepten ze de aard van hun inzicht. Van ons inzicht.

Lees verder “Archeologie anno nu, dat is oudheden scannen in 3D”

Nobelprijs voor de Literatuur 2021: David Reich

O ja, de Nobelprijs, die zit er ook weer aan te komen. Ik hou er niet van. Wetenschap is geen topsport waarin er eentje de beste is. Het is een collectieve onderneming. Dat geldt ook voor literatuur. Een auteur legt ideeën neer en daarover ontstaat debat. Bij de verrijking van onze cultuur zijn de criticus en de lezer – op papier, online of welk medium ook – net zo belangrijk als de schrijver. De Nobelprijs voor de Literatuur zou eigenlijk eens moeten gaan naar de New York Review of Books.

Gelukkig hebben de meeste nieuwsredacties wel door dat de Nobelprijzen het collectieve aspect van de wetenschap tekort doen. Als vanmiddag de Nobelprijs voor fysiologie en geneeskunde gaat naar een mRNA-vorser [edit: niet dus], zal men ook andere grootheden uit dit veld noemen [edit: vast wel]. Bij literatuur zie ik dat minder.

Lees verder “Nobelprijs voor de Literatuur 2021: David Reich”

Stel, je bent een virus

Vergeet de vondst van een katapultpijlpunt in Utrecht, vergeet het valse gewicht uit Jeruzalem (dat bij nader inzien toch niet was wat ze dachten), vergeet geospatiale analyse, denk zelfs niet aan de DNA-revolutie. Het echte archeologienieuws momenteel is dat iedereen op de set van de nieuwe Indiana Jones-film ziek is door het norovirus. Dat is een vervelende kwaal die ellendige voedselvergiftigingen veroorzaakt. “Elk jaar laat het zo’n tweehonderdduizend mensen zich letterlijk doodschijten”, schrijft Bart Braun in Stel, je bent een virus.

Ik ga dat boek niet recenseren. Enerzijds omdat Braun en ik elkaar weleens hebben ontmoet en anderzijds omdat ik weinig weet van virussen. Dan moet je geen inhoudelijk oordeel geven over biologieboeken. Wat ik weer wél kan zeggen is dat Braun in minder dan 100 pagina’s een stortvloed aan informatie over de lezer uitstort. Stel, je bent een virus bezwijkt daar gelukkig niet onder. Braun wisselt de eigenlijke informatie af met leuke weetjes en grappige terzijdes, waardoor hij de aandacht vasthoudt. Ik herkende er zijn branie in. Le style c’est l’homme même, om zelf ook eens een bioloog te citeren.

Lees verder “Stel, je bent een virus”

Geliefd boek: The Voyage of the Beagle

Charles Darwin (Natural History Museum, Londen)

De belangrijkste wetenschappelijk reis van de negentiende eeuw was misschien wel de vijfjarige tocht die Charles Darwin maakte aan boord van het zeilschip de Beagle. Darwin was pas 22 jaar oud toen het schip eind 1831 uit Engeland vertrok. Hij was een enorme geluksvogel dat hij deze reis op dat tijdstip kon maken. Zo waren er net nieuwe geologische inzichten gepubliceerd die hem hielpen bij zijn eigen waarnemingen. Was hij tien jaar later geweest dan zou waarschijnlijk iemand anders zijn ontdekkingen hebben gedaan. Wetenschappelijk succes berust soms op geluk en toeval.

Tijdens de wereldreis van de Beagle bracht hij overigens de meeste tijd op het vasteland door, vooral in Zuid-Amerika. Hij werkte hard en was voortdurend op expeditie, altijd bezig planten en dieren te verzamelen. In 1839 publiceerde Darwin met groot succes zijn reisverslag The Voyage of the Beagle. Het is een innemend boek, geschreven door een intelligente, goed observerende jongeman maar nog zonder vastomlijnde toekomstplannen.

Lees verder “Geliefd boek: The Voyage of the Beagle”

Factcheck: Het Afghanistan van Louise Fresco

Bodhisattva uit Gandara (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

Het is ogenschijnlijk triviaal, maar toch: de column van Louise Fresco in het Handelsblad van gisteren, daarover heb ik wat te zeggen. Voor het goede begrip, ze heeft vermoedelijk groot gelijk als ze zegt dat de westerse mogendheden Afghanistan met rust moeten laten en dat ze, als ze steun willen geven, samenwerking moeten aanbieden op het gebied van medische zorg, landbouw en voedsel, en mogelijk onderwijs. Daarover blog ik dus niet.

Wat me stoorde was een voor haar betoog welbeschouwd irrelevant terzijde.

In de loop van de geschiedenis hebben buurrijken zoals van de Assyriërs, Grieken, Scythen, Perzen en Mongolen delen van Afghanistan ingelijfd. Het resultaat is een mozaïek van culturen.

Au.

Lees verder “Factcheck: Het Afghanistan van Louise Fresco”

De Zeevolken: meer problemen

Ramses III maakt korte metten met wat Zeevolken, herkenbaar aan hun hoofddeksels.

In de vorige vier stukken (één, twee, drie, vier) over de Zeevolken heb ik uitgelegd dat het bewijsmateriaal een consistent verhaal mogelijk maakt: een klimaatcrisis rond 1200 v.Chr. bracht een migratiegolf op gang van het Egeïsche-Zee-gebied richting Egypte en de Levant. Ik was begonnen uit te leggen dat het bewijsmateriaal echter zo eenduidig niet is. Het is lastig te dateren.

Het aardewerkprobleem

Een andere manier om migratie vast te stellen is kijken naar de verspreiding van deze of gene archeologische cultuur. Als we de voorwerpen die vóór 1200 v.Chr. gangbaar waren op Sardinië na een tijdje ook aantreffen in het Midden-Oosten, en als het daarbij niet alleen gaat om handelsaardewerk maar ook om keukenaardewerk, dan hebben we een aanwijzing voor migratie. Maar aardewerk is in deze periode niet alleen moeilijk te dateren, het is ook lastig te kwalificeren.

Lees verder “De Zeevolken: meer problemen”

“De burger moet betalen, niet méér”

559 Australische dollars is ongeveer 350 euro. Dat is dus de prijs voor een boek waarin onderzoekers de informatie uit gespecialiseerde academische artikelen voor anderen ontsluiten, opdat anderen er ook nog eens van profiteren. De eigenlijke artikelen liggen achter betaalmuren. Als de materie toegankelijk wordt gemaakt, is het resultaat, zoals we in dit voorbeeld zien, volslagen onbetaalbaar.

Ondertussen kan, doordat betrouwbare informatie ontoegankelijk blijft en verouderde inzichten via digitaliseringsprojecten beschikbaar komen, desinformatie zich makkelijker verspreiden dan wetenschappelijke informatie. Bad information drives out good. Je hoort vaak praten over open access en dat is goed, maar het is slechts een deelprobleem. Het echte probleem is hoe we de schade die de afgelopen jaren aan de publieke kennis is toegebracht, teniet kunnen doen. Zonder dat ik claim precies te weten hoe het moet, weet ik wel dat er goede ideeën zijn. Dáárover moeten we praten.

Lees verder ““De burger moet betalen, niet méér””

De ontdekking van het Higgsboson

Dat ik de late jaren zeventig heb overleefd, moet zijn geweest doordat ik een abonnement had op Kijk. Je was drie dagen bezig om het allemaal te lezen maar dan had je ook iets geleerd over het sterrenschip Daedalus, over dinosaurussen, over het Oera Linda-boek, over gewasveredeling of de unificatie van de natuurkrachten. Dat laatste artikel, met de constatering dat het niet wilde vlotten omdat de zwaartekracht een buitenbeentje bleef, moet in het nummer van maart 1979 hebben gestaan, gewijd aan de honderdste geboortedag van Albert Einstein.

Kijk maakte wetenschap leuk en maakte natuurkunde spannend. Dat bleef het – tot ik het vak kreeg op de middelbare school. Mijn leraren konden er ook niets aan doen: terwijl mijn vrienden en ik alles wilden weten over relativiteit en elementaire deeltjes, moesten zij les geven over saaie puntmassa’s die met saaie eenparig versnelde bewegingen saai naar beneden vielen. Tegenover de verbazing om het allerfundamenteelste stond de realiteit van het onderwijs.

Lees verder “De ontdekking van het Higgsboson”

9. Stagnatie

[Vandaag bestaat de Mainzer Beobachter tien jaar en daarom maak ik een persoonlijke balans op. De trouwe lezers van de blog zullen weinig nieuws tegenkomen, maar het is goed eens te kijken of mijn ambities overeenkomen met de praktijk. Dit is het negende van twaalf stukjes; het eerste was hier.]

De situatie is des triester omdat er echt weleens nieuws valt te melden. Heel belangrijk is de DNA-revolutie, waarover ik het afgelopen maandag al had. Het bioarcheologische onderzoek maakt steeds duidelijker dat mensen mobieler zijn geweest dan oudheidkundigen lange tijd hebben aangenomen, dat dus ook ideeën onverwacht mobiel waren en dat we bij de uitleg van antieke teksten de netten wijder moeten werpen dan tot nu toe. Het kan best zijn dat een Aramese tekst de ideeën documenteert die nodig zijn om een Latijnse tekst te begrijpen.

Dit is een fascinerende ontwikkeling waarover elke oudheidkundige graag vertelt. In de eerste plaats omdat veranderingen in de ene oudheidkundige bloedgroep, de archeologie, ingrijpende gevolgen hebben voor een andere bloedgroep, de bestudering van literatuur. Het is prachtig om over die vervlochtenheid te kunnen vertellen. Een tweede gevolg is dat we én een enorme verrijking van het databestand krijgen én voor de taak staan een hermeneutische strategie te ontwerpen voor de eenentwintigste eeuw. Er zijn dus wel degelijk mooie dingen te melden.

Lees verder “9. Stagnatie”

5. Het probleem

[Vandaag bestaat de Mainzer Beobachter tien jaar en daarom maak ik een persoonlijke balans op. De trouwe lezers van de blog zullen weinig nieuws tegenkomen, maar het is goed eens te kijken of mijn ambities overeenkomen met de praktijk. Dit is het vijfde van twaalf stukjes; het eerste was hier.]

De letterenfaculteiten maakten geen beleid om toch doctorandi 2 op te leiden, hoewel dat gewoon kan. Van Rens Bod is bijvoorbeeld de suggestie alle letterenfaculteiten te fuseren tot één instelling die er weer toe doet. Zelf heb ik een iets bescheidener voorstel gedaan: fuseer de oudheidkundige instituten tot één instelling die wél een deuk in een pak boter slaat. In plaats van het wetenschappelijk minimum op deze of een andere manier te verdedigen, stonden de faculteiten toe dat doctorandi 1 solliciteerden naar promotieplaatsen. Waar ooit twaalf jaar waren verstreken tussen propedeuse en promotie, ging het voortaan in acht. Sindsdien zijn proefschriften fors uitgevallen scripties.

Ook in het onderwijs daalde het niveau. De kennismakingen met verwante disciplines verdwenen steeds verder naar de achtergrond. Archeologen leren geen Latijn meer, classici weten onvoldoende van geschiedtheorie.

Lees verder “5. Het probleem”