Jaarringdateringen

dendro_haithabu

Archeologische persberichten zijn nogal eens overdreven. De opstellers van goede berichten niet te na gesproken benutten archeologen de media vaak niet om u voor te lichten maar om naar fondsen te vissen. Daarom overdrijven ze. Ik heb het weleens geturfd en concludeerde toen dat 40% van de berichten onjuistheden bevatten die de betrokkenen moeten hebben herkend. Geen wonder dat de pers, éénmaal te vaak oneigenlijk gebruikt, steeds sceptischer wordt. Maar soms duikt er iets op dat de moeite waard is. Zoals dit keer, al is het bericht wat technisch, al is de feitelijke ontdekking alweer wat ouder en al houdt het persbericht op als het spannend wordt. Niettemin: dit kan interessant gaan worden.

Dendrochronologie is een duur woord voor het tellen van jaarringen om vast te stellen hoe oud een stuk hout is. Omdat de dikte van de ringen afhankelijk is van de weersomstandigheden, is geen reeks jaarringen – althans als die een jaar of tachtig lang is – identiek. Elke regio en elke houtsoort heeft een vrij specifiek patroon van dunne en dikke ringen. Als archeologen een houten voorwerp opgraven, kunnen ze dat vergelijken met een ijkcurve (zoals deze) en bepalen hoe oud het opgegraven voorwerp is. Is er een stuk spinthout aanwezig, dan kan de datering zelfs precies zijn. Zo kon van het Romeinse kamp in Oberaden worden gezegd dat het hout was gekapt in het najaar van 11 v.Chr.

Lees verder “Jaarringdateringen”

Academische titels

malebolge

De Geschiedenis van rampen, de autobiografie van de Franse geleerde Pierre Abélard (1079-1142), is een van de sleutelteksten uit de geschiedenis van het westerse denken. De auteur moet een onuitstaanbare man zijn geweest: in een klooster waar hij te gast was, maakte hij zich onmogelijk door kritische vragen te stellen bij de historiciteit van de stichter. Al eerder, als leerling aan de kathedraalschool van de Notre Dame in Parijs, had hij het zijn docent Willem van Champeaux (1070-1121) zó moeilijk gemaakt dat deze hem had gezegd dat als de leerling het dan zo goed wist, hij de volgende les maar moest verzorgen.

Lees nog even terug en kijk wat daar feitelijk staat: de docent die accepteert dat zijn student het beter kan weten. Dit zou de kern worden van een nieuw schooltype. De aloude kathedraalschool was nog een plek waar het leergezag in handen was van de kerk. Waarheid was er gebaseerd op de autoriteit van de heilige schrift, van de kerkleraren, van concilies en bisschoppen. Veel, zo niet alles, draaide om autoriteit. En in zo’n school erkende Willem van Champeaux dat een student betere argumenten kon hebben. Dat is groots.

Lees verder “Academische titels”

Hertzbergers te late gelijk

spraakverwarring

Goede column van Rosanne Hertzberger in het Handelsblad, “Belachelijk, al dat onderzoek achter de betaalmuur”. Ze vertelt dat ze weg is gegaan bij de universiteit en nu ineens te maken krijgt met wetenschappelijke betaalsites:

Nu ik zelf met grote regelmaat tegen betaalmuren oploop, realiseer ik me pas hoe belachelijk zoiets is. Gewoon voor mijn column of boek iets opzoeken. Mijn vakgebied blijven volgen. Hoeveel is er eigenlijk bekend over voordelen van borstvoeding na zes maanden? Ik zoek het op en dan staat er “Sign in”. Of “Koop dit artikel voor 35 euro”.

Ik aanschouw het bastion nu van buitenaf. De hele site schreeuwt je toe dat het vooral NIET de bedoeling is dat je dit paper leest. Dat ik daar niet hoor.

Lees verder “Hertzbergers te late gelijk”

Kwakgeschiedenis: pyrrhonisme

Papyrusfragment met een deel van de "Vrouwencatalogus" van Hesiodos (Neues Museum, Berlijn)
Papyrusfragment met een deel van de “Vrouwencatalogus” van Hesiodos (Neues Museum, Berlijn). Papyri als deze bevestigden dat wat geleerden meenden te weten over antieke teksten, redelijk klopte.

In de Renaissance werden de teksten bekend van de Griekse auteur Sextus Empiricus, een filosoof van de zogenaamde Sceptische School, die meende dat onze kennis te onzeker was om er een ethiek op te baseren. Het was beter, zo meenden de sceptici, je oordeel op te schorten. Hoewel deze denkers de mensheid weinig zekerheden hadden te bieden, hadden ze uitgeblonken als bestrijders van schijn-weten, wat hun ideeën actueel maakte toen het middeleeuwse kennisbouwwerk dankzij de Grote Ontdekkingen schudde op zijn grondvesten. Niets was nog langer zeker. De voornaamste zestiende-eeuwse volgeling was de Franse edelman Montaigne, die in zijn essays steeds de verschillende kanten van een vraagstuk onderzocht.

Pyrrhonisme, genoemd naar de Griekse filosoof Pyrrho van Elis, is scepsis op het gebied van de geschiedvorsing. Er waren goede redenen om niet alles uit en over de Oudheid te geloven. De bronnen waren immers bekend uit manuscripten die niet ouder leken dan de negende eeuw. Hoe stelde je de grens vast tussen een vrome legende en een historisch feit? Hadden Sokrates en Homeros eigenlijk wel bestaan? Wie mocht hopen dat voorwerpen de informatie uit de teksten zouden bevestigen, werd wel uit de droom geholpen door het bestaan van vervalsingen. De relikwieënhandel is een berucht voorbeeld.

Lees verder “Kwakgeschiedenis: pyrrhonisme”

Klassieke literatuur (3a): Sapfo

Sappho (Capitolijnse Musea, Rome)
Sappho (Capitolijnse Musea, Rome)

[Bij mijn mail zat onlangs de vraag welke klassieke teksten en vertalingen ik mensen zou aanraden. In deze onregelmatig verschijnende reeks zal ik een persoonlijk antwoord geven, waarbij leesplezier voorop staat. Wie zich er echt in wil verdiepen, kan het beste aan een universiteit bij een cursus aanschuiven, zoals deze. Voor de Latijnse literatuur is er Piet Gerbrandy’s Het feest van Saturnus. Voor de Griekse en christelijke literatuur is zo’n boek er niet. Nu heldendicht en leerdicht zijn behandeld, begin ik vandaag aan twee of drie stukjes over alle andere poëzie. Eerst Sapfo, aan wier gedichten ik lange tijd veel plezier heb beleefd.]

Poëzie – ik haat haar en ik houd van haar. “Waarom zo ingewikkeld?” zou u kunnen vragen, en dan moet ik u een uitleg geven waarin ik evenveel vertel over de poëzie als over mezelf. Als ik iets indrukwekkend vind, wil ik het namelijk kunnen delen, erover vertellen. Maar dan moet ik het gedicht samenvatten en juist dan doe ik haar tekort. Desondanks wil ik u toch voorstellen aan enkele klassieke dichters.

Sapfo

De eerste daarvan is de Griekse dichteres Sapfo, die rond 600 v.Chr. in de stad Mytilene op het eiland Lesbos een schooltje lijkt te hebben gehad waar jonge, ongehuwde aristocratische meisjes een soort opleiding kregen. Een deel van haar charme is dat we alleen fragmenten hebben, waardoor we slechts glimpen opvangen van wat ooit een prachtig kunstwerk moet zijn geweest. Het mysterie verhoogt de charme – ik blogde daar al eens over.

Lees verder “Klassieke literatuur (3a): Sapfo”

Romeinen in De Meern

banner2

Van de eerste tot de vierde eeuw n.Chr. werd de Romeinse rijksgrens langs de Rijn, de limes, vrijwel voortdurend bewaakt door duizenden en duizenden soldaten. Legionairs en hulptroepers, soms uit Italië, soms uit de eigen provincie Germania Inferior en soms uit heel andere gebieden van het Romeinse Rijk. Ze woonden in legioenbases zoals in Nijmegen en Xanten of in kleinere forten, zoals die in Valkenburg, Leiden, Zwammerdam, Utrecht en Vechten. En ze betrokken de wacht in torens tussen de forten.

Wat hield zo’n wachtdienst nu in? Dat moet eens worden onderzocht. Acht leden van de re-enactmentgroep Pax Romana zullen daarom in augustus een week lang op de gereconstructueerde Romeinse wachttoren bij Castellum Hoge Woerd (De Meern, Utrecht) de bewaking van de limes hernemen.

Lees verder “Romeinen in De Meern”

Wetenschappelijke illustraties

saturnus_rhea

Een kleine maand geleden blogde ik over iemand die een bril in een museum had laten liggen, waarna dat voorwerp prompt was aangezien voor een kunstwerk. Ik vertelde toen dat dit een simpele waarheid tot uitdrukking bracht: kunst is niet kunst omdat het van zichzelf kunst is, kunst is kunst omdat wij dat erin herkennen. Ik toonde als voorbeeld de bovenstaande foto, die makkelijk had kunnen doorgaan voor een abstracte compositie in een museum van eigentijdse kunst, al is het een NASA-foto van Saturnus en het maantje Rhea.

Wetenschappelijke illustraties kunnen wel vaker doorgaan voor kunstwerken – hier zijn nog wat voorbeelden.

Lees verder “Wetenschappelijke illustraties”