U houdt van de Oudheid: wat te lezen, wat te doen?

Domitianus (Altes Museum, Berlijn)

Het laatste stukje in mijn reeks over de Week van de Klassieken zal ik niet wijden aan een gebeurtenis die op deze datum plaatsvond, al zijn er teksten over de troonsbestijging van keizer Domitianus of de inwijding van de Grafbasiliek in Jeruzalem. Het leek me zinvoller u wat boeken aan te raden. Welke auteurs zou u, als u de afgelopen week belangstelling hebt gekregen voor de Oudheid, met plezier en vrucht kunnen lezen?

Om te beginnen

Ik ken twee auteurs om mee te beginnen. De eerste is Herodotos, wiens Historiën een panorama bieden van de wereld rond het oostelijk Middellandse Zee-gebied. De rode draad is het conflict tussen de Grieken en de Perzen. Hij biedt echter veel meer. Zo is er uitleg van de manier waarop de Egyptenaren mensen mummificeren, oosterse sprookjes, een beschrijving van de Euraziatische steppe, goudrovende mieren en vliegende slangen. De vader van de journalistiek heeft menig goed verhaal te vertellen en het fijne is dat je er zonder al te veel voorkennis aan kunt beginnen. Beste vertaling is deze Engelse.

Lees verder “U houdt van de Oudheid: wat te lezen, wat te doen?”

MoM | Friedrich August Wolf en de Altertumswissenschaft

Friedrich August Wolf

Friedrich August Wolf hield zich niet alleen bezig met de Homerische kwestie, waarover ik zojuist blogde. Hij stichtte ook de oudheidkunde als wetenschappelijk vakgebied. De vraag: waarom zou je je bezighouden met de cultuur van de Oudheid? Wij kennen die vraag natuurlijk ook. In onze tijd sneerde Halbe Zijlstra dat hij niet wist wat hij moest met musea vol opgegraven potten en pannen. Anders dan de Nederlandse oudheidkundigen, die zwegen toen ze deze kans kregen zich uit te leggen, sprak Friedrich August Wolf wel. En hoe.

Wat was de waarde van de oudheidkunde? In de tijd van de Europese revoluties, de Napoleontische oorlogen en de eerste industrialisering, was het opheffen van universiteiten niet ongebruikelijk. De belangrijkste onderzoekers opereerden vaak op zichzelf. De oudheidkunde was kwetsbaar toen Wolf in 1807 er een essay aan wijdde. In zijn Darstellung der Altertumswissenschaft nach Begriff, Umfang, Zweck und Wert (1807) stelde hij voor wat de oudheidkunde moest zijn. De door hem gemaakte keuzes – waarvan sommige verstandig zijn gebleken en andere niet – zijn voor de oudheidkunde vaak nog actueel.

Lees verder “MoM | Friedrich August Wolf en de Altertumswissenschaft”

Van Giffen, bioloog en archeoloog

Die Fauna der Wurten

Ik heb weleens verteld hoe de Lachmannmethode, waarbij classici en andere filologen de tekstvarianten in middeleeuwse handschriften gebruiken om de antieke originelen te reconstrueren, het model was voor de evolutietheorie van Charles Darwin. Evolutiebiologen gebruiken immers op analoge wijze hedendaagse diersoorten om te komen tot plausibele reconstructies van uitgestorven voorgangers. Een soortgelijke kruisbestuiving zien we bij Van Giffen (1884-1973).

Als je afgaat op hoe archeologen spreken over deze invloedrijke archeoloog, was zijn voornaam Professor, maar hij heette eigenlijk Albert. En hoewel hij beroemd is geworden als archeoloog, was hij van huis uit bioloog. Zijn leermeester was Jan-Willem Moll. Het door Van Giffen opgerichte instituut in Groningen heette dan ook het Biologisch-Archeologisch Instituut – de huidige naam doet die traditie niet zoveel recht.

Lees verder “Van Giffen, bioloog en archeoloog”

MoM | Antieke migraties en migranten (1)

Een laatantieke ruiter keert terug (Nagyszentmiklós-schat, Kunsthistorisches Museum, Wenen)

Migratie, dat mensen met een bepaalde identiteit elders gaan wonen bij mensen met een andere identiteit, is momenteel een belangrijk oudheidkundig thema. Eerlijk is eerlijk: dat is soms gemakzuchtig inhaken op de actualiteit. Migratie heeft immers problematische kanten die momenteel de aandacht trekken en er zijn oudheidkundigen die het belang van hun vak denken te kunnen tonen door erop te wijzen dat je ook in de Oudheid migratie had. Dan toon je je eigen irrelevantie want je loopt aan achter wat anderen belangrijk vinden in plaats van je eigen kwaliteiten te tonen. Het is zoiets als tijdens een pandemie beweren dat je ook in de Oudheid epidemieën had. Gelukkig is er ook een minder zelfdestructieve reden om je met migratie bezig te houden: de DNA-revolutie.

Door het onderzoek naar antiek DNA en het isotopenonderzoek wordt duidelijk dat de mensen vroeger buitengewoon mobiel waren, minimaal in sommige regio’s en tijdperken, wat betekent dat ideeën veel breder konden circuleren dan wel aangenomen is geweest. Wie een Latijnse tekst interpreteert, kan niet langer om Aramese parallellen heen, om het samen te vatten. Ons vak staat op de grondvesten te trillen en om die reden was “Van heinde en verre” in 2019 het thema van de Week van de Klassieken.

Maar migratie was al eerder een thema: in de negentiende eeuw. Omdat de toenmalige noties nog steeds circuleren, vandaag twee “Methode op Maandag”-stukjes over die materie.

Lees verder “MoM | Antieke migraties en migranten (1)”

MoM | Sceptici, antiquariërs en monniken

Mabillon

Ik heb al eens geblogd over het positivisme, dat wil zeggen de methode van waarnemen, het verzamelen van die waarnemingen, het opsporen van patronen (“wetten”) en het hernieuwd doen van waarnemingen om te zien of het gevonden patroon werkelijk bestaat. De methode, doorgebroken in de zeventiende eeuw en vooral bekend uit de natuurwetenschappen, is zó succesvol dat ze geldt als dé wetenschappelijke methode bij uitstek.

Pyrrhonisme

Voor de oudheidkunde vormde de populariteit van deze methode een bedreiging. Experimenten en waarnemingen van het verleden zijn immers onmogelijk. Ook waren er in de zeventiende eeuw de pyrrhonisten, die heel skeptisch waren over de mogelijkheid het verleden, onwaarneembaar als het was, überhaupt te kennen.

Lees verder “MoM | Sceptici, antiquariërs en monniken”

E.P. Wegener (1908-1958) (5)

Dr. Eefje Prankje Wegener

[Eefje Prankje Wegener was een van de belangrijkste Nederlandse papyrologen. Ze is wat vergeten geraakt. Papyroloog Klaas A. Worp (KNAW) ontdekte dat haar leven interessant genoeg was voor een eigen biografie (noot 1). Vandaag het slot van een vijfdelige gastbijdrage van Klaas Worp, waarvan het eerste deel hier was.]

Papyrologe in Leiden

Na het vertrek van de Duitse bezetters uit Nederland in mei 1945 en de wederopbouw van het universitaire leven in Leiden kwam Prof. Van Groningen binnen de Leidse Universiteit in de gelegenheid voor zijn promota een serieuze functie binnen het in 1935 opgerichte Leids Papyrologisch Instituut te regelen. Eefje Prankje Wegener kreeg een aanstelling om met name het werk aan de zgn. “Berichtigungsliste” (een voor papyrologen wereldwijd werkzaam uiterst belangrijk werk-instrument) van de grond te tillen en voort te zetten.

Lees verder “E.P. Wegener (1908-1958) (5)”

E.P. Wegener (1908-1958) (4)

Dr. Eefje Prankje Wegener

[Eefje Prankje Wegener was een van de belangrijkste Nederlandse papyrologen. Ze is wat vergeten geraakt. Papyroloog Klaas A. Worp (KNAW) ontdekte dat haar leven interessant genoeg was voor een eigen biografie (noot 1). Vandaag de vierde aflevering van een vijfdelige gastbijdrage van Klaas Worp, waarvan het eerste deel hier was.]

Register van de huizen in Leiden

De situatie van de universiteit in de oorlog moet van nadelige invloed zijn geweest voor het papyrologische werk van Eefje Prankje Wegener. Voor zover dit nu nog valt na te gaan, had zij na haar promotie geen baan en beschikte zij “dus” over veel “vrije” tijd. Dat kan dan ook de verklaring zijn voor het feit dat ze in de jaren 1944-1945 met ir. H.A. van Oerle aan een geheel andere exercitie is begonnen. Tot op de dag van vandaag is niet bekend, hoe zij in contact is gekomen met de architect Van Oerle, die toen al bekend stond voor zijn grote interesse voor de geschiedenis van Leiden (noot 21). Ook hij beschikte over veel vrije tijd vanwege de schaarste aan opdrachten, waardoor hij alle tijd had voor archiefonderzoek (noot 22). Naar alle waarschijnlijkheid zal het contact via Wegeners universitaire begeleiders tot stand gekomen zijn.

Lees verder “E.P. Wegener (1908-1958) (4)”

E.P. Wegener (1908-1958) (3)

Dr. Eefje Prankje Wegener

[Eefje Prankje Wegener was een van de belangrijkste Nederlandse papyrologen. Ze is wat vergeten geraakt. Papyroloog Klaas A. Worp (KNAW) ontdekte dat haar leven interessant genoeg was voor een eigen biografie (noot 1). Vandaag de derde aflevering van een vijfdelige gastbijdrage van Klaas Worp, waarvan het eerste deel hier was.]

Study tour naar Parijs, Londen en Oxford

Vermoedelijk op aanbeveling van haar leermeester Van Groningen kreeg Eefje Prankje Wegener een toelage van het Fruin-fonds om in Parijs, Oxford en Londen bij gerenommeerde papyrologen in de leer te gaan (noot 13). In Parijs werkte ze onder de hoede van Prof. P. Collart, mej. G. Rouillard, mr. A. Dain en Prof. P. Collinet. Zij woonde in Parijs op de Rue de Charonne 94 (XIe arrondissement) (noot 14). In Londen werkte ze samen met mr. Theodore Cressy Skeat (1907-2003). Hij was als curator papyrorum verbonden aan het British Museum. En samen publiceerden zij een in het British Museum bewaarde papyrus voor de eerste keer in een omvangrijk (23 pp.) artikel in The Journal of Egyptian Archaeology 21 (1935), pp. 224-247 (zie hieronder de bibliografie, no. 2).

Lees verder “E.P. Wegener (1908-1958) (3)”

E.P. Wegener (1908-1958) (2)

Dr. Eefje Prankje Wegener

[Eefje Prankje Wegener was een van de belangrijkste Nederlandse papyrologen. Ze is wat vergeten geraakt. Papyroloog Klaas A. Worp (KNAW) ontdekte dat haar leven interessant genoeg was voor een eigen biografie (noot 1). Vandaag de tweede aflevering van een vijfdelige gastbijdrage van Klaas Worp, waarvan het eerste deel hier was.]

Middelbare school in Wassenaar

Op 3 juli 1922 arriveerde het gezin op Weteringlaan 4 (later 6). Merkwaardig genoeg staat in het bevolkingsregister bij Eefje Prankje Wegener het huisnummer 9 doorgestreept en is dat vervangen door een 7. Of er sprake is van een verhuizing of een omnummering van de huisnummers is niet duidelijk, maar het adres “Weteringlaan 7” zal later in deze geschiedenis vaker opduiken. Verder valt op, dat de Burgerlijke Stand van Wassenaar aanvankelijk enige moeite had met de naam “Prankje”, gezien het feit dat in eerste instantie “Froukje” werd genoteerd; een naams-element dat later (ook al weer) is doorgehaald en vervangen door “Prankje”.

Lees verder “E.P. Wegener (1908-1958) (2)”

E.P. Wegener (1908-1958) (1)

Dr. Eefje Prankje Wegener

[Bij het schrijven van mijn boekje over de wedloop tussen de vervalsers en de onderzoekers van papyri, Bedrieglijk echt, kon ik altijd advies vragen aan prof.dr. Klaas A. Worp (KNAW). Hijzelf werkte in die tijd aan een geschiedenis van de Nederlandse papyrologie, waarin ook dr. Eefje Prankje Wegener voorkwam. Haar leven bleek interessant genoeg voor een eigen biografie (noot 1). Deze dagen dus een gastbijdrage van Klaas Worp.]

Dr. Eefje Prankje Wegener (hierna “EPW”) geniet bekendheid en waardering bij twee niet erg omvangrijke groepen bewonderaars: enerzijds bij papyrologen, anderzijds bij enkele Leidse “Lokalhistoriker”. Deze biografische schets bevat twee aspecten, enerzijds een beschrijving van haar werk en carrière als papyroloog en anderzijds de korte periode tijdens de Tweede Wereldoorlog, waarin zij voor ir. H.A. van Oerle de belangrijkste bijdragen heeft geleverd ten behoeve van de totstandkoming van het zogenaamde “Register van de huizen in Leiden 1581-1585-1601” (noot 2). Haar biografie begint natuurlijk bij haar ouders, haar geboorte in Amsterdam en haar jeugd in Rotterdam en Wassenaar.

Lees verder “E.P. Wegener (1908-1958) (1)”