Was Hadrianus in Voorburg?

Hadrianus als heerser van de hele wereld (Altes Museum, Berlijn)

[Er loopt, om zo te zeggen, een weg van de oudheidkundige data naar de feiten. Onderzoekers hebben geschreven teksten en materiële resten en etnografische vergelijkingen; die combineren ze zo logisch als mogelijk; en zo bepalen ze wat ooit het geval is geweest. Vaak vergeten onderzoekers echter welke weg hun voorgangers hebben afgelegd. Of ze negeren het gewoon. Of ze denken dat, omdat iedereen het ergens over eens is, het wel waar zal zijn. De weg naar de data raakt zo uit beeld en achterliggende aannames raken vergeten.

Eerder deze week attendeerde ik op twee aldus veronderstelde feiten: dat de Drususgrachten in Nederland zouden hebben gelegen en dat Hadrianus in Voorburg zou zijn geweest, dat laatste puur omdat de stad naar hem genoemd was. Bij dat laatste schreef ik dat ook Tom Buijtendorp dit in zijn boek De vergeten stad zonder extra onderbouwing aanneemt. Hij schreef me dat hij in zijn proefschrift al schreef dat de naam Forum Hadriani geen bewijs vormt voor de aanwezigheid van de keizer en dat hij daarom in dat proefschrift andere aanwijzingen had genoemd. In De vergeten stad was daarvoor geen ruimte.

Lees verder “Was Hadrianus in Voorburg?”

De mozaïeken van Byblos

Seilenos (Nationaal Museum,. Beiroet)

Ik maak het mezelf even niet te moeilijk vanmiddag. Hierboven een mooi mozaïek uit Byblos. Op de expositie die volgende week begint in het Rijksmuseum van Oudheden is een ander mozaïek te zien. En in het filmpje hieronder klets ik over een derde mozaïek, dat te groot bleek om naar Leiden over te brengen. Daarvoor zult u dus naar Beiroet moeten, waar het is te zien in het Nationaal Museum.

Lees verder “De mozaïeken van Byblos”

Nog eenmaal werelderfgoed: Istanbul

Aquaduct van Valens, Istanbul

Nadat ik in mijn reeks over het antiek erfgoed van Turkije het westen, het centrum en het oosten heb behandeld, resteert Istanbul. Het oude Constantinopel, zoals Istanbul tot 1925 heette, is als geheel werelderfgoed. Mijn vriendin E. (10) vond het de mooiste stad van de wereld en zij kan het weten, want ze is al in Amsterdam geweest. E. was bovendien erg te spreken over de wijze waarop de bewoners omgaan met hun katten. Daarover is de documentaire Kedi (2016) de moeite van het bekijken waard, al was het maar om de observatie dat katten hebben onthouden dat mensen door God zijn geschapen als hulpmiddelen bij de zoektocht naar voedsel.

Byzantion, zoals de plaats eigenlijk heette, ligt aan de Bosporus, en was al eeuwen oud toen Constantijn de Grote de stad als residentie nam en er een paleis bouwde. Ik zou graag zeggen dat er resten zijn uit de daaraan voorafgaande tijd, maar alleen de Zuil van de Gothen zou ouder kunnen zijn. En mogelijk dateert ook die uit de tijd van Constantijn.

Lees verder “Nog eenmaal werelderfgoed: Istanbul”

De Late Oudheid (2)

Laatantiek mozaïek ter gelegenheid van een stadsstichting (Beiteddin)

[Tweede stukje over de presentatie van het Gentse Centrum voor Late Oudheid (GCLA). Het eerste was hier.]

Optativus

Een van de leuke dingen van de taalkunde is dat de “great divide” die de Romeinse literatuur teistert, hier niet bestaat. Er is geen of weinig verschil tussen het Grieks van de heidense auteur Libanios en zijn christelijke tijdgenoot Gregorios van Nazianze. Ambrosius begreep prima wat Symmachus schreef.

Ezra la Roi behandelde de ontwikkeling van het postklassieke Grieks. Daarin zou, zegt iedereen, de optativus zijn verdwenen: een werkwoordsvorm waarmee een wens wordt aangegeven (“moge de beste winnen”). Zo’n conclusie was lange tijd gebaseerd op het enorme taalgevoel van generaties goede classici, en dat moet je niet onderschatten, maar inmiddels kunnen we dankzij digitale databanken veel meer teksten tegelijk onderzoeken en dan ontstaat een ander beeld.

Eén verklaring voor het toch voortbestaan van deze werkwoordsvorm is dat auteurs in de Late Oudheid graag zuiver Grieks schreven (“atticisme”), maar dat is toch een beetje de omkering van de bewijslast. Anders gezegd, het is een hypothese die niet zou zijn geopperd als het niet was om vast te houden aan een geliefde maar door de feiten weerlegde conclusie.

Koninginnen

Na de archeologie, de literatuurwetenschap en de taalkunde was het de beurt aan de geschiedwetenschap en de eerste spreker was Jeroen Wijnendaele. Hij is de auteur van een goed boek over de desintegratie van het Romeinse bestuursapparaat in West-Europa van de vijfde eeuw. Wijnendaele zocht naar vermeldingen van koninginnen uit die tijd. De bekende kronieken, zoals Prosper Tiro, vermelden echter nauwelijks vrouwen en zelfs de echtgenotes van de machthebbers blijven onvermeld.

Dat verandert na het midden van de vijfde eeuw. Sidonius Apollinaris duidt de echtgenote van koning Eurik, Ragnagild, aan als regina en vermeldt ook nog een tweede koningin, namelijk de naamloze vrouw van de Bourgondische koning Chilperik. De verklaring is dat de macht steeds meer overging van de keizer naar militaire machthebbers die weliswaar Romeinse generaalstitels voerden maar ook golden als rex. Dat persoonlijke gezag werd steeds belangrijker en hun echtgenotes kregen een overeenkomstige titel. Koninginnen zijn voor West-Europa dus een uitvinding uit de Late Oudheid.

Aramees

Tot slot Mara Nicosia en Giorgia Nicosia. Ze vertelden over de wereld vol culturele kruisbestuivingen van het antieke Syrië/Mesopotamië. Een plaatje dat ik niet snel zal vergeten toonde vier mozaïeken met Griekse mythologische scènes waarin de personages Iraanse kleding droegen en de teksten in het Aramees waren gesteld. Een soldaat die deze mozaïeken zou hebben gezien, zou dan weer zijn instructies hebben gehad in het Latijn. En het is niet uit te sluiten dat hij zelf een Arabische naam had.

In deze wereld bloeide het Syrische christendom op, waarin teksten werden geschreven die andersdenkenden moesten overtuigen zich te laten dopen. Daarbij werd gebruik gemaakt van het argument dat wijze Griekse filosofen eigenlijk ook al hadden geweten van de christelijke waarheid. Zo kon een christen heidenen als heidenen aanspreken en overtuigen. (In het westerse christendom werden de Sibillen wel opgevoerd als heidense getuigen van het christelijke geloof.) Deze argumentatiewijze werd vereenvoudigd door flexibel te vertalen. Bij het omzetten van Hermes Trismegistos vanuit het Grieks naar het Aramees was het bijvoorbeeld mogelijk enkele sleuteltermen zó weer te geven dat hij een proto-christen was.

Dit type argumentatie (dat ons niet hoeft te overtuigen) bleef bestaan, ook toen het christendom allang de voornaamste godsdienst van het Nabije Oosten was geworden. Zo konden Syrische christenen later reageren op de islam door te vragen of het nieuwe geloof, net zoals het christendom, eveneens was voorspeld door heidense auteurs.

Kortom

Summa summarum: het was een ontspannen dag vol informatie over de Late Oudheid. Peter Heather sprak ook nog, maar ik moest eerder weg omdat ik een video-vergadering had en me rustig wilde voorbereiden. Het was echter leuk om mee te maken. Vooral omdat de sprekers zo aanstekelijk enthousiast waren.

Tot slot: ik turfde één keer het woord “crossdisiplinary”, maar niemand verlaagde zich tot het wezelwoord “interdisciplinair”. En daar ben ik blij mee. Een goede oudheidkundige negeert geen enkele categorie bewijsmateriaal. Je hoeft zo iemand dus niet aan te sporen interdisciplinair te zijn, want hij is een allrounder. De vanzelfsprekendheid waarmee de veelal jonge onderzoekers gisteren informatie haalden uit alle bewijscategorieën, toont dat een integrale Altertumswissenschaft geen utopie is.

De Late Oudheid (1)

Portret van een Romein, pakweg 425 na Chr. (Ny Carlsberg Glyptotek, Kopenhagen)

De Late Oudheid is in de mode. Waarom dat zo is, ik heb geen idee, maar onlogisch is het niet. Ooit stond de Klassieke Periode centraal en toen men daarop was uitgekeken, ging men kijken naar de Archaïsche Tijd. Die stond in de tweede helft van de twintigste eeuw meer in de belangstelling dan daarvoor. Toen daar het nieuwe vanaf was, verschoof de belangstelling als vanzelf naar de Late Oudheid. Zoiets zal het zijn geweest. Denk ik. Wat misschien ook speelt: de Late Oudheid is de tijd waarin West-Europa is geboren. Het Romeinse Keizerrijk maakte plaats voor koninkrijken die lijken op het latere Italië, Spanje, Frankrijk en Engeland. Het christendom brak door. De romaanse en germaanse talen worden herkenbaar. En aan het eind van de periode was er zelfs een gezamenlijke Saraceense vijand. In een tijd van Europese eenwording ligt belangstelling voor de Late Oudheid voor de hand.

De Gentse universiteit vindt het tijdperk zo belangrijk dat ze het Gentse Centrum voor Late Oudheid (GCLA) geeft opgericht. Er is daar tussen Leie en Schelde namelijk behoorlijk wat expertise aanwezig: vijftig, zestig archeologen, historici, taalkundigen en letterkundigen, en bij laatstgenoemden mag u denken aan Latijn, Grieks en Aramees. Men presenteerde zich gisteren en omdat ik vandaag in Gent moest zijn – ik spreek vanavond – besloot ik een dagje eerder te gaan om te luisteren. Ik ga geen verslag doen, maar bied wel een paar losse observaties. Niks bijzonders, gewoon wat dingen die me troffen.

Lees verder “De Late Oudheid (1)”

Vijfmaal werelderfgoed: Oost-Turkije

De Hagia Sofia in Trabzon

Wat valt er in Turkije zoal te zien? Ik behandelde vorige week de zuidwestkust, het noordwesten van het Aziatische deel van Turkije en het centrum. Vandaag gaan we naar het oosten. En dan moet meteen het hoge woord eruit: alles hier is omstreden. Niemand trekt in twijfel dat dit gebied eeuwenlang bewoond is geweest door Armeniërs, wier taal en religie sinds de Perzische tijd tot de twintigste eeuw gedocumenteerd zijn, en niemand ontkent dat de Armeense bevolking tijdens de Eerste Wereldoorlog beestachtig is afgeslacht. In Europa spreken we van de Armeense Genocide, een naam waartegen Turken bezwaar maken. Ik laat die kwestie rusten. Ik laat ook de relaties tussen de Koerden en de Turkse overheid onbesproken. U leest Volg de wolken van Marcel Kurpershoek maar, een boek dat alle stemmen aan het woord laat.

Middeleeuws erfgoed

Ik begin in Trabzon, het antieke Trapezous en het middeleeuwse Trebizonde. Niet veel oudheden hier, maar wel het op één na mooiste Byzantijnse kerkje dat ik ooit zag. (Morgen het mooiste.) Achter Trabzon is in de bergen het Soumela-klooster, met prachtige wandschilderingen. Het achterland is heel aantrekkelijk, dus de lange rit naar Erzurum – prachtige Seljukische gebouwen – is bepaald geen straf. Nog verder ligt Kars en daar achter ligt, in het zwaar bewaakte grensgebied met Armenië, Ani.

Lees verder “Vijfmaal werelderfgoed: Oost-Turkije”

De koninklijke lier van Ur

Een van de lieren uit Ur in een verlaten Nationaal Museum in Bagdad.

Mijn betere helft en ik waren vorig weekend in Brugge en daar deden we wat mensen zoal doen als ze in Brugge zijn. Kerken bekijken en wafels eten dus, en het bloedreliek bewonderen, flauwe grappen maken over Vlaamse primitieven, lunchen, je machteloos voelen om het gesloten archeologiemuseum, boekhandels in en uit lopen, flaneren langs middeleeuwse (en middeleeuwachtige) huizen, koffie drinken, schilderijenmusea bezoeken, filmlocaties herkennen, uitwijken voor andere toeristen, de laatste Ken Broeders aanschaffen en vooral: je laten verrassen.

Harpconcert

Dat laatste bijvoorbeeld bij een concert van harpist Luc Vanlaere. Zijn concertzaaltje is nauwelijks te missen, want het zit meteen naast het Sint-Janshospitaal, dat museum met al die schilderijen van Hans Memling. Drie keer per dag verzorgt Vanlaere daar een kort concert. Het trok onze aandacht omdat hij leek te gaan spelen op een reconstructie van de lieren uit Ur, waarover ik al eens schreef. Een Sumerisch snaarinstrument is niet het eerste dat je verwacht in Brugge en dus met recht een verrassing.

Lees verder “De koninklijke lier van Ur”

De sloop van de geesteswetenschappen gaat gewoon door

Sleutel, verloren door een Viking bij de plundering van Dorestad (Dorestadmuseum, Wijk bij Duurstede)

Ooit, als kind in Beneden-Leeuwen, ging ik naar het circus. Ik herinner me er weinig van, behalve de paarden. Ook herinner ik me een clown die een act had waarin hij zat opgesloten in een kooi en moest ontsnappen. Terwijl het publiek wist dat het deurtje naar buiten toe open stond, deed Domme August pogingen het deurtje naar binnen te trekken. Uiteindelijk moest een kind uit het publiek tonen hoe het deurtje opende. Ik kon er niet om lachen.

Er gaat weer een geesteswetenschap ten onder

Als u er wel om lachen kunt, heb ik goed nieuws. Er wordt namelijk weer een geesteswetenschap gesloopt. Die sloop gaat namelijk gewoon door hè. Dit keer is het laatste Deense instituut aan de beurt waar Oud-Noors wordt gedoceerd, de taal van de Noormannen. U leest er hier meer over. Het grappig ongrappige is dat er voor de geesteswetenschappen een ontsnappingsmogelijkheid is, maar dat hun beoefenaren de oplossing niet herkennen. Er zal ook dit keer geen wereldwijde steun komen van historici, literatuurwetenschappers, archeologen, taalkundigen of kunsthistorici.

Lees verder “De sloop van de geesteswetenschappen gaat gewoon door”

Het einde van Potheinos

Egyptische hoveling (Neues Museum, Berlijn)

Als ik u zeg dat het 17 november was, als ik toevoeg dat het was in het jaar waarin Gaius Julius Caesar (voor de tweede keer) en Publius Servilius Isauricus consuls van Rome waren, en als ik dat omreken naar 4 oktober 48 v.Chr. op onze kalender, dan weet u wat u te wachten staat. Inderdaad, u bent weer eens beland in de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?”

Arsinoë

Met een klein en slecht gevoed garnizoen verbleef hij in het paleis naast de haven van Alexandrië. Daar hield hij, behalve de voorname hoveling Potheinos, vier leden van de Ptolemaïsche koninklijke familie vast. Om te beginnen koningin Kleopatra VII, die (volgens geruchten die ze later zelf zou verspreiden) een relatie had met Caesar. Verder haar twee broers, koning Ptolemaios XIII en de minderjarige Ptolemaios XIV. En tot slot Arsinoë IV. Het paleis werd belegerd door Achillas, de aanvoerder van het nationale verzet tegen de Romeinse bezetter.

Lees verder “Het einde van Potheinos”

Vergeten aannames: Voorburg

[Tweede deel van een stuk over op geschreven bronnen gebaseerde aannames in de archeologie van Romeins Nederland. Het eerste was hier.]

Forum Hadriani

Zoals gezegd: elk wetenschappelijk onderzoek is gebaseerd op aannames die een onderzoeker niet allemaal kan controleren maar die onjuist zijn kunnen. Dat is een algemene kwestie. Neem het nieuwe boek van Tom Buijtendorp, De vergeten stad. Die stad is Voorburg, dat in de Romeinse tijd Forum Hadriani heette.

Lang geleden heeft iemand geopperd dat die naam betekende dat Voorburg was gesticht door keizer Hadrianus. Dat is onzin. Romeinse gemeentes die een beetje stroop wilden smeren, vernoemden zich naar de keizerlijke familie. Ik heb weleens gewezen op de Andalusische stad Sabora, die zich vernoemde naar de familie van keizer Vespasianus zonder dat de beste man zelfs maar plannen had Spanje te bezoeken. U vindt de relevante inscriptie hier. Dat Hadrianus in Voorburg is geweest, valt niet af te leiden uit de naam.

Lees verder “Vergeten aannames: Voorburg”