Een nieuw oud Egypte

Koning Senusret III (“Sesostris”;Metropolitan Museum of Art)

Het verhaal is overbekend: toen Napoleon naar Egypte trok, reisden geleerden mee, die daar de steen van Rosetta vonden. Hiermee kon Champollion de hiërogliefen ontcijferen en de grondslagen leggen van de egyptologie. Zoals het gaat met dit soort heldenverhalen is het kort door de bocht maar in de kern juist: de egyptologie is als wetenschap ontstaan in de negentiende eeuw.

En dat maakt uit. Oudheidkundigen beschikken namelijk vrijwel altijd over te weinig informatie. Dataschaarste is hét methodologische probleem dat de oudheidkundige disciplines verbindt en onderscheidt van de meeste andere wetenschappen. Door dit informatietekort is het onvermijdelijk dat bij de reconstructie van de antieke culturen de aannames van de onderzoeker een rol spelen, zodat de hoofdlijnen die de eerste egyptologen in hun vakgebied ontwaarden, hun negentiende-eeuwse wereld weerspiegelden. En aangezien latere oudheidkundigen voortbouwden op het werk van hun voorgangers, spelen die ideeën nog altijd een rol.

Lees verder “Een nieuw oud Egypte”

Buitenaards gesteente

Het bovenstaande plaatje komt uit De Volkskrant van afgelopen zaterdag. Het is een citaat van natuurkundige Robbert Dijkgraaf, voormalig president van de KNAW en dus niet de eerste de beste. Het is een wat wonderlijke passage. De aardwetenschapper voor wie ik onlangs op Cyprus stenen heb gezocht, reageerde een tikje kregel dat zijn soort onderzoeksgegevens werden weggezet als “gewoon een steentje”. Zelf was ik verbaasd om de bewering aan het einde: bergen bestaan uit gesteente en hadden “niets buitenaards, zoals lang werd gedacht”.

Nou verbeeld ik me als historicus dat ik iets weet van het verleden. Maar ik heb nog nooit gehoord van mensen die dachten dat bergtoppen buitenaards waren. En ook niet bovenaards, bovennatuurlijk of hemels. Een bergtop was gewoon een bergtop. Daarnaast waren er mythen over godenbergen met namen als “Kasios”, “Meru” en “Olympos”, maar ik ken geen claims dat die waren vervaardigd van bijzonder gesteente. De namen van die mythische bergen werden ook wel gebruikt om reële toppen aan te duiden – de Grieken kenden diverse Olympossen – maar ook die speelden bij mijn weten geen rol in antieke mineralogische theorieën.

Lees verder “Buitenaards gesteente”

MoM | Dataschaarste

Vandaag een onderwerp dat ik al vaker heb genoemd, maar desondanks centraal stel omdat ik het nodig heb voor een volgend stukje: het gemeenschappelijke probleem van de oudheidkundige disciplines, onvoldoende data. Zelfs al liggen de archeologische depots zó boordevol voorwerpen dat er achterstanden zijn bij de verwerking, zelfs al zijn er tienduizenden teksten, het is altijd onvoldoende. Voor een deel is dit de normale gang van zaken: wetenschappers hebben altijd te weinig gegevens en zijn daarom voortdurend bezig met het verweven van nieuwe data. Meer is altijd beter.

Het snijdt in de oudheidkundige disciplines echter extra diep omdat de middelen ontbreken om het informatiegebrek betekenisvol op te lossen. Zoals we geen gerichte opgraving kunnen doen om vast te stellen hoe de commandant heette die Troje VIIa verwoestte, zo kunnen we Cicero niet vragen waarom hij zijn vriend Atticus schrijft vader van een dochter te zijn geworden zonder te vertellen hoe het meisje heet. De simpelste vragen – waarom wordt er in antieke teksten zoveel gehuild? is dat beeldspraak of huilde men zo vaak? – zijn in feite onbeantwoordbaar. Als van alles wat ooit in het Nederlands is geschreven 99,9% verloren gaat, zal een toekomstige wetenschapper zich afvragen of “de zon komt op” een beeldspraak is of dat we werkelijk dachten dat de zon om de aarde draaide.

Lees verder “MoM | Dataschaarste”

MoM | Feiten in soorten en maten

De overeenkomst tussen het oercontinent Pangaea, donkere materie en de Nubische heerschappij over Egypte is dat geen enkele wetenschapper ze ooit heeft gezien. Het bestaan ervan kan alleen indirect worden aangetoond.

Toen Wegener honderd jaar geleden opperde dat de huidige continenten zijn ontstaan door het uiteenvallen van een oercontinent, had hij daarvoor slechts indirect bewijs, zoals (fossielen van) overeenkomstige diersoorten, de vormen van de continenten en overeenkomstige geologische strata. Sindsdien hebben onderzoekers vastgesteld dat de continenten zich inderdaad verplaatsen en gaat men ervan uit dat er één oercontinent is geweest, maar niemand heeft Pangaea ooit waargenomen. Hetzelfde geldt voor donkere materie: ze moet bestaan (al denkt Erik Verlinde daar anders over), maar geen astronoom kan haar aantonen. En geen oudheidkundige observeerde ooit de Nubische heerschappij over Egypte, hoewel ze er moet zijn geweest, aangezien er inscripties bestaan, monumenten zijn opgegraven en middeleeuwse handschriften zijn met de teksten van antieke auteurs die erover schrijven.

Lees verder “MoM | Feiten in soorten en maten”

Thee met Olaf Kaper

tithoes_sII_kmkg
Toetoe (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)

Ik weet niet hoe het u vergaat, maar als ik woorden als “doorbraak” of “Nobelprijs” hoor, haak ik al vrij snel af. Dat wetenschap door de revolutionaire, onverwachte inzichten van geniale onderzoekers zou voortschrijden, is een romantische mythe en zegt weinig over wat onderzoek nou echt is. Dat heeft meer te maken met een gestage aanwas van data. Niet dat er nooit iets nieuws gebeurt. De oudheidkunde krijgt er momenteel toch maar mooi het DNA-onderzoek bij. Het wil ook niet zeggen dat er nooit een fundamenteel probleem wordt opgelost. Over de Bronstijdchronologie heb ik onlangs geblogd.

Het is echter verkeerd dat de berichtgeving over de wetenschap vaak wordt bepaald door dit soort romantische frames. Onderzoek is meestal tastend zoeken. Stapje voor stapje verder komen, zoals met de puzzel van de Bronstijdchronologie. Het is vooral aarzelen en de conclusie in twijfel trekken die je het liefst zou trekken. De rubriek “Ware wetenschap” die De Volkskrant ooit had, bracht vooral dat aspect in beeld. En ik ben een tijdje geleden thee gaan drinken met egyptoloog Olaf Kaper van de Leidse universiteit.

Lees verder “Thee met Olaf Kaper”

DNA, Ieren, Etrusken, Karthagers en Chinezen

Karthaags masker, eind zesde eeuw (Bardo-museum, Tunis)

Voor de oudheidkundige is het DNA-onderzoek nog vooral een belofte. Ik heb in eerdere stukjes enkele ontwikkelingen geschetst, maar die betroffen vooral de Prehistorie: hoe de mensheid wegtrok uit Afrika, de verspreiding van de landbouw en de migraties van de Indo-Europeanen. De conclusie is dat Europa in twee enorme golven bevolkt is geraakt: één golf van landbouwers en één golf van Indo-Europees-sprekenden.

Als we in de historische tijd aankomen, wanneer we geschreven bronnen krijgen, zijn de grote migraties al voorbij. Het DNA-onderzoek zal eerst verfijnder moeten raken vóór we veel verder kunnen kijken. Dat zal nog wel gebeuren, want het uitvoeren van tests wordt steeds meer routine (en goedkoper).

Overigens is geschreven documentatie niet helemáál zonder betekenis: de Centraal-Aziatische samenleving van de Indo-Iraniërs is enigszins gedocumenteerd in geschreven teksten, namelijk in het oudste deel van de Avesta, het heilige boek van de Iraanse volken: een wereld van nomadische veetelers op de steppe. Het is een wereld met een dualistisch wereldbeeld dat we misschien ook archeologisch kunnen documenteren.

Lees verder “DNA, Ieren, Etrusken, Karthagers en Chinezen”

MoM | De eerste hoofdwet van de archeologie

Een tijdje geleden plaatste ik foto’s online van het prachtige gebouw, opgegraven in de Iraanse stad Bishapur, dat bekendstaat als de “tempel van Anahita”. Dat was een watergodin die we kennen uit verschillende oud-Iraanse teksten en u moet voor plaatjes maar even op deze link klikken. Het monument bestaat uit een vierkante vijver, omgeven door een soort trottoir, waar een gang omheen loopt. Je kunt er alleen komen door eerst een trap af te gaan, want het ligt een paar meter onder de grond. Misschien omdat het anders niet mogelijk was water uit de rivier hierheen te leiden.

In feite hebben we geen idee of het werkelijk een tempel was en weten we ook al niet of het heiligdom – áls het dus een heiligdom was – was gewijd aan Anahita. Uit heel Iran is namelijk niet een tempel voor deze godheid bekend. Een ander bouwwerk dat “tempel van Anahita” wordt genoemd, een enorm terras bij Kangavar, is alleen maar zo genoemd omdat het is opgegraven in de buurt van een paar bronnen en omdat een tekst een tempel van Artemis vermeldt in deze omgeving. Het monumentale bouwwerk in Bishapur lijkt er bepaald niet op. Anahita lijkt ook niet op Artemis, trouwens.

Lees verder “MoM | De eerste hoofdwet van de archeologie”