School van de Namen (4) Hui Shi

Twee Chinese heren (Han-dynastie; Musée Guimet, Parijs)

[Kees Alders schrijft over de Chinese filosofische stromingen. Een inleiding was hier. Na een introductie, het Confucianisme en het Mohisme zijn we nu toe aan de zogeheten “School van de Namen”. Het eerste deel was hier.] 

Wie was Hui Shi?

Veel Chinese filosofen, zoals Confucius en Mozi, probeerden het ideale landsbestuur te bereiken door toekomstige heersers op te leiden. Maar zij zelf werden nooit heerser, en geen van hun directe volgelingen schopte het ooit tot staatshoofd of minister. Hui Shi (oude spellingswijze: Hui Shih) schopte het tot eerste minister van de staat Wei, een buurstaat van Qi. Wat we tegenwoordig nog weten van zijn filosofie gaat echter totaal niet over staatszaken. Lees verder “School van de Namen (4) Hui Shi”

Germaanse moerasoffers

Verguld zilveren schijf uit het Thorsberger Moor

Conrad Engelhardt was een Deen en een archeoloog, in die volgorde. In 1851 werd hij directeur van een archeologisch museum, waarvan de collectie tegenwoordig is te zien in kasteel Gottorf in Schleswig. Of beter: niet is te zien, maar daarover zo meteen. Als opgraver onderzocht Engelhardt in 1859 het Thorsberger Moor, en daarna het Nydam Moor, waar hij tot 1863 actief was en onder andere het Nydamschip vond, dat dateert uit de vierde eeuw. Niemand ontkende het enorme belang van deze vondsten: allerlei metalen voorwerpen, bijna allemaal met een militair karakter, lagen daar in de moerassen.

In 1864 liet Otto von Bismarck de Sleeswijk-Holsteinse kwestie escaleren en brak de Duits-Deense Oorlog uit. Denemarken verloor Sleeswijk-Holstein en de archeologische vondsten belandden in Kiel. De nieuwe machthebbers in de regio boden Engelhardt daar een betrekking aan, maar hij voelde zich, zoals gezegd, meer Deen dan archeoloog, en vertrok liever naar Kopenhagen. Een deel van de vondsten nam hij mee, zodat die zich decennia lang bevonden in twee musea in twee steden in twee landen. Pas toen de collecties vanaf 2000 gezamenlijk konden worden bestudeerd, bleek wat een rijkdom aan informatie Engelhardt had aangeboord en hoe goed zijn interpretaties en documentatie waren geweest.

Lees verder “Germaanse moerasoffers”

School van de Namen (3) Song Xing en Yin Wen

Chinese bijl (Museum für Kunst und Gewerbe, Hamburg)

[Kees Alders schrijft over de Chinese filosofische stromingen. Een inleiding was hier. Na een introductie, het Confucianisme en het Mohisme zijn we nu toe aan de zogeheten “School van de Namen”. Het eerste deel was hier.] 

De volgende twee in deze reeks te behandelen vertegenwoordigers van de School van de Namen zijn Song Xing en Yin Wen, waarvan we gisteren al zagen dat ze verbleven aan de Jixia-academie in de noordoostelijke staat Qi.

Song Xing

Over Song Xing (oude schrijfwijzen: Sung Hsing en Sung K’eng) weten we alleen maar iets doordat andere meesters, zoals de taoist Zhuangzi en de confucianisten Mencius en Xunzi, hem kort behandelen. Deze drie zijn het allemaal met meester Song oneens, maar spreken wel met waardering over hun collega.

Lees verder “School van de Namen (3) Song Xing en Yin Wen”

Geliefd boek: Lingua Tertii Imperii

Lingua tertii imperii, dat klinkt naar een Latijns boek, zeer passend voor deze blog. Dat is echter niet het geval. LTI was een geheim project van Victor Klemperer, een letterlijk levensgevaarlijk project. De afkorting en ook de Latijnse titel waren bedoeld om geen argwaan te wekken bij mensen die toevallig ervan hoorden. Het gaat om het taalgebruik in het “Derde Rijk”, dus Nazi-Duitsland, opgeschreven door iemand die deze dictatuur eigenlijk niet mocht overleven. Victor Klemperer was van joodse komaf en kon de nazi’s alleen overleven door zijn niet-joodse vrouw Eva, en – hoe gek het ook klinkt – door het bombardement van Dresden.

Jood in de oorlog

In 1920 werd hij professor in de Romanistiek in Dresden. In 1935 werd hij op grond van de rassenwetten ontslagen. Hij werkte eerst aan een boek over de geschiedenis van de Franse literatuur in de achttiende eeuw, wat steeds moeilijker werd, aangezien hij steeds minder bibliotheken kon gebruiken. Daarom richtte hij zich steeds meer op zijn dagboek. Zijn dagboek, of beter gezegd dagboeken, zijn na zijn dood in meerdere delen verschenen en laten intensief mee beleven, hoe het leven van joodse burgers in Duitsland steeds onleefbaarder werd. Steeds weer denkt Klemperer dat het niet erger kan worden en dat wordt het toch nog veel erger.

Lees verder “Geliefd boek: Lingua Tertii Imperii”

School van de Namen (2) What’s in a name?

Kruik uit de Periode van de Strijdende Staten (Musée Guimet, Parijs)

[Kees Alders schrijft over de Chinese filosofische stromingen. Een inleiding was hier. Na een introductie, het Confucianisme en het Mohisme zijn we nu toe aan de zogeheten “School van de Namen”. Het eerste deel was hier.] 

Honderd scholen

Al eerder heb heb ik het gehad over de “Periode van de Honderd Scholen” van het Chinese denken. Deze periode valt grofweg samen met de Periode der Strijdende Staten (ca 479- 221 v.Chr.) waarin er een nietsontziende strijd woedde tussen verschillende staten over de macht over de “landen van het midden” in wat nu China heet. Afhankelijk van wie je het vraagt begint de Periode van de Honderd Scholen ook wel iets eerder, namelijk aan het einde van de Periode van Lente en Herfst, toen Confucius leefde. Terwijl de staten elkaar bevochten met wapens, bevochten die honderd scholen elkaar voornamelijk met woorden.

Lees verder “School van de Namen (2) What’s in a name?”

School van de Namen (1) Deng Xi

Munt uit de Periode van de Strijdende Staten (Übersee-Museum, Bremen)

[Kees Alders schrijft over de Chinese filosofische stromingen. Een inleiding was hier. Na een introductie, het Confucianisme en het Mohisme zijn we nu toe aan de zogeheten “School van de Namen”.] 

Strijd om een lijk

Een familielid van een extreem rijke man verdrinkt. Het lichaam wordt gevonden door een visser.

Wanneer de rijke man de visser vraagt hem het lijk te geven zodat hij een passende begrafenis kan verzorgen, ziet de visser zijn kans schoon en vraagt een enorm hoge prijs.

De rijkaard vindt dit wat gortig, en vraagt de plaatselijke wijze om advies. Die zegt hem “rustig maar, dat komt wel goed, er is toch immers niemand anders die dat lijk van die man wil kopen?”

Lees verder “School van de Namen (1) Deng Xi”

Een bezoek aan Kalkriese

Recent opgegraven goudstuk uit Kalkriese

Als een archeoloog een IJzertijdboerderij of een Griekse tempel opgraaft, weet ’ie vrij zeker dat hij een boerderij of een tempel opgraaft. Er zijn namelijk honderden IJzertijdboerderijen en Griekse tempels bekend. Zoiets is onmogelijk met de vondsten in Kalkriese. Oudheidkundigen kennen niets dat erop lijkt: een veld vol militaire voorwerpen, gelegen tussen een moeras in het noorden en een heuvel in het zuiden. Aan de voet van die heuvel een wal. De militaire voorwerpen documenteren infanterie, cavalerie, slingeraars, burgerpersoneel en vrouwen. Verder dode dieren. Munten, waaronder goudstukken, zoveel goudstukken dat het gebied zelfs Goldacker heeft geheten. De huidige naam is Oberesch, en het naastgelegen gehucht Kalkriese. Maar wat is het? Bij gebrek aan parallel is het giswerk.

Dat het gaat om een Romeins leger dat hier in de problemen raakte, geldt als bewezen; dat dit gebeurde in het eerste kwart van de eerste eeuw, staat niet ter discussie; dat Germanen de vijanden waren, is alleen maar logisch. Maar wat gebeurde er nu precies? Vrijwel iedereen houdt het op een gevecht tijdens de slag in het Teutoburgerwoud, al is niet uitgesloten dat het om een later gevecht gaat, uit de tijd van Germanicus’ wraakacties in 14-16 na Chr.

Lees verder “Een bezoek aan Kalkriese”

Op weg naar Kalkriese

Een kunstwerk dat de Slag in het Teutoburgerwoud verbeeldt (Osnabrück)

Het regent en het is augustus, en ik wilde vandaag fietsen van Osnabrück (waar ik dit schrijf) naar Kalkriese (zeg maar de plek van de slag in het Teutoburgerwoud). Daar wilde ik de tijdelijke expositie van de voorwerpen uit Nydam en het Thorsberger Moor bezoeken, waarover ik nog verslag aan u zal doen. Maar ik wilde ook kijken wat er op dit moment wordt verteld over het lopende archeologische onderzoek in Kalkriese, want er zijn nogal wat verrassende resultaten.

Nieuwe archeologische vondsten

Concreet zijn daar eind jaren tachtig allerlei militaria gevonden, die vrijwel zeker behoren bij de Romeinse nederlaag. Op een smal stuk land tussen een heuvel in het zuiden en een moeras in het noorden, lijkt een Romeins leger, waaronder het eerste cohort van een legioen (de stafeenheid) in moeilijkheden te zijn geraakt. Er waren ook vrouwen en andere burgers aanwezig. Ten zuiden van dit smalle stuk land is een aarden wal gevonden waarvandaan – zo luidde de eerste interpretatie – Germaanse krijgers de Romeinen bestookten. Heel suggestief was de verspreiding van de vondsten: in de vorm van een >-. Dat duidde op een leger, komend uit het oosten en op weg naar het westen, dat in de linkerflank werd aangevallen en uiteenviel. Eén deel trok noordwestwaarts, een ander deel zuidwestwaarts.

Lees verder “Op weg naar Kalkriese”

Jacques-Paul Migne

Mignes roofdruk van een door de mauristen gemaakte Origenes-uitgave

U heeft vermoedelijk allemaal gelezen hoe de AI-bedrijven momenteel op grote schaal het internet scrapen om aan informatie te komen om hun modellen te voeden. Die activiteit is niet alleen een schending van allerlei auteursrechten, maar is inmiddels ook vrij zinloos, aangezien veel online-content door AI wordt geschreven. Vandaar dat inmiddels oude boeken worden opgekocht, ingescand en gelezen. Daar spreekt men nu schande van, hoewel het al jaren gebeurt met digitaliseringsprojecten als Google Books.

En feitelijk is het allemaal een beetje herhaling van zetten. We hebben het in de negentiende eeuw al eens meegemaakt. Oudheidkundigen zitten nog steeds met de gevolgen, die zowel positief als negatief zijn. Ik bedoel het levenswerk van de Franse geestelijke Jacques-Paul Migne (1800-1875), de grondlegger van de Ateliers Catholiques, waar hij gedurende dertig jaar elke tien dagen een boek publiceerde. “De Migne” is voor oudheidkundigen een begrip. Maar eerst iets over Mignes leven en werken.

Lees verder “Jacques-Paul Migne”

Spoliatio Aegyptiorum

Egyptische sieraden uit het graf van Djehuty (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

De Latijnse woorden uit de titel betekenen zoiets als “de beroving van de Egyptenaren”, maar dit blogje gaat niet over de plundering van het museum van Malawi, niet over de roofopgraving waarbij de Sapfo-papyri zouden zijn gevonden en ook niet over de moord op de bewakers van de Leuvense opgraving bij Dayr al-Barsha. Al mag u bij die ellende best even stilstaan. Ik wil het echter hebben over de Spoliatio Aegyptiorum, een uitdrukking die wordt gebruikt ter typering van de relatie tussen enerzijds de christelijke en anderzijds de Romeinse levensbeschouwing.

Jeruzalem versus Athene

Voor de eerste christenen was het nog vrij eenvoudig: de wereld zou op zeer korte termijn worden omgekeerd, de eersten zouden de laatsten zijn en de laatsten de eersten, en er zou een nieuwe wereld ontstaan. De Romeinse wereld zou dus verdwijnen. De eschatologische ommekeer bleef echter uit en de christenen moesten steeds meer nadenken over de plek die ze in dit Romeinse ondermaanse wilden bekleden. Was er niet een tegenstelling tussen hun geloof en hun wereld? In de beroemde woorden van de christelijke auteur Tertullianus: wat had Jeruzalem te maken met Athene? welke overeenkomst was er tussen de Academie en de Kerk? wat hadden ketters en christenen gemeen?noot Tertullianus, De praescriptione haereticorum 7; de titel is onvertaalbaar. Tertullianus gebruikt een term uit het Romeins Recht die erop neerkomt dat de door andersdenkenden naar voren gebrachte bezwaren niet ontvankelijk zijn.

Lees verder “Spoliatio Aegyptiorum”