Ongevraagd advies aan Sigrid Kaag

Ik ben zwevend kiezer, waarbij de uitersten zich bevinden tussen Groen Links en de VVD. Over het algemeen kan ik namelijk in elk standpunt wel een zekere rationaliteit ontwaren. Voor lijsttrekkers ben ik beducht omdat ze me te machtsgeil zijn, maar als je voorbij de waan van de dag en de hysterie van de week kijkt, zijn de meeste politici geen charlatans. Meestal breng ik een voorkeurstem uit.

Van Engelshoven

Maar nu zit ik toch met een probleem. Ik zou eigenlijk willen stemmen op Sigrid Kaag (dus toch een keer een stem op een lijsttrekker), maar aan haar kleeft een moeilijk overkomelijk bezwaar: ze is lid van D66. Dat is – ik leg het even uit voor lezers in Vlaanderen – de partij van de huidige minister Van Engelshoven, die werkelijk alles doet om onderwijs, cultuur, en wetenschap te vernietigen. Wetenschap? Ze implementeerde het catastrofale advies van de Commissie van Rijn. Cultuur? Ze kwam in de coronacrisis nauwelijks op voor de sector. Onderwijs? De minister heeft een scenario laten uitdenken om er twee miljard op te bezuinigen. Erop vertrouwend dat de bewindsvrouw de waarheid spreekt en dat dit slechts een theoretische exercitie is, wil ik de resultaten lezen van de theoretische exercitie om twee miljard méér te investeren in de toekomst.

Lees verder “Ongevraagd advies aan Sigrid Kaag”

De falende erfgoedbescherming

Dakpan met stempel “EXGERINF” (Exercitus Germaniae Inferioris, “leger van Beneden-Germanië). Voor het goede begrip: deze is én echt én onderdeel van een keurige museale collectie (Swaensteyn, Voorburg). Maar zoiets is me vrijdag dus aangeboden.

Vrijdagmorgen werd ik voor de derde keer deze maand benaderd door iemand die illegaal verworven voorwerpen aanbood. Dakpannen en bakstenen met de stempels van een Romeins legeronderdeel. Dit maak ik vaker mee maar dit keer begon de illegale handelaar de onderhandelingen met een volkomen gêneloos: “heb je belangstelling voor…” Ik heb niet gereageerd (of u moet dit stukje beschouwen als reactie).

Soms begint iemand met “ik vond dit op mijn land” en vraagt hij (altijd een hij) wat het kan zijn. Ik verwijs dan meestal naar een archeohotspot, naar een museum of naar PAN. Als ik daarna niets meer hoor, weet ik dat het geen onschuldige oppervlaktevondst was. Er zijn overigens voldoende vondsten die wél bona fide zijn en de genoemde instellingen helpen bona fide vinders doorgaans graag, professioneel en snel.

Lees verder “De falende erfgoedbescherming”

MoM | Alweer: chronologie

Midden-Geometrisch aardewerk. Volgens de Antikensammlung in München is dit rond 780 v.Chr. vervaardigd, maar in het voorgestelde nieuwe systeem zou dat 890 v.Chr. zijn. Overigens komt het voorwerp niet uit Sindos maar uit de omgeving van Athene.

Het is niet mijn bedoeling elke keer over chronologische puzzels te schrijven. Natuurlijk, het vaststellen van de volgorde waarin dingen zijn gebeurd is even fundamenteel als het bepalen van de antieke geografie, en het is zeker nuttig om erover te schrijven, maar er is méér over de Oudheid te vertellen. Dat is evengoed boeiend en – als het gaat over de DNA-revolutie – zelfs urgent. Desondanks: vandaag toch even een blogje over chronologie, en wel over de Griekse IJzertijd, dus de tijd na de ondergang van de Mykeense burchten.

Over die periode is sinds kort wat te doen. De archeologen Stefanos Gimatzidis en Bernhard Weninger denken namelijk dat de traditionele chronologie bepaalde ontwikkelingen te laat plaatst. Ze zouden een halve tot anderhalve eeuw eerder hebben plaatsgevonden. U leest er hier meer over en een handige tabel is daar. Zich baserend op koolstofdateringen van het grafveld te Sindos (even ten westen van Thessaloniki), concluderen ze dat het Vroeg- en Midden-Geometrische aardewerk eerder begon. De betekenis daarvan is weer dat de eerste Griekse steden, die worden gedateerd aan de hand van aardewerk, eerder zijn ontstaan dan oudheidkundigen tot nu toe dachten. Anders gezegd: de “dark ages” zijn korter geworden.

Lees verder “MoM | Alweer: chronologie”

MoM | Archeologie als dienstmaagd (2)

Dionysos op de bodem van een schaal, geschilder door Exekias (Antikensammlung, München)

Salonfähig

Zoals een ongewenst kind soms ouderliefde wil verwerven door zich voorbeeldig te gedragen en daardoor een allesbehalve normale ontwikkeling doormaakt, zo zag de klassieke archeologie in het laatste kwart van de negentiende eeuw af van een normale, wetenschappelijke ontwikkeling om toch vooral maar salonfähig te worden. Omdat het bruuskeren van de invloedrijke classici geen doel diende, was het een absoluut vereiste dat de archeologische nieuwlichters niet zouden pretenderen de bestudering van het verleden te kunnen verbeteren. Er mocht niet worden gesleuteld aan de klassieke stelling dat de Grieks-Romeinse Oudheid een belangrijke ervaring was van de gehele mensheid, waarin de eeuwige waarden waren vastgelegd die op de gymnasia werden onderwezen.

Het gevolg was dat archeologen hun materiaal zó gingen presenteren dat het deels betekenisloos werd. Ze zochten naar kunstwerken die bruikbaar waren om al bestaande opvattingen over artistieke en politieke vrijheid te bevestigen. De vondsten vormden geen aanleiding voor vernieuwend onderzoek. Archeologen boden in feite Winckelmann maar dan met nieuwe plaatjes bij het oude praatje over de groei naar grotere natuurgetrouwheid, over artistieke vrijheid, over politieke vrijheid en over de superieure Griekse cultuur.

Lees verder “MoM | Archeologie als dienstmaagd (2)”

MoM | Archeologie als dienstmaagd (1)

Aardewerk uit Troje VIIb (Archeologische musea, Istanbul)

Ik spreek weleens op gymnasia – altijd leuk om te doen – en meestal leidt een leraar klassieke talen of een docent geschiedenis me dan in. Bij zo’n gelegenheid typeerde een jonge classicus me vorig jaar als archeoloog, om te vervolgen met een opmerking die ik, nu ik dit stukje schrijf, niet precies herinner, maar die erop neerkwam dat archeologie ondergeschikt was aan het echte werk, dat van de classici. Het was niet gemeen bedoeld maar riep wel de vraag op waar het idee dat er een rangorde is eigenlijk vandaan komt. Het antwoord is dat de archeologen het er zelf naar hebben gemaakt.

Schliemanns problemen

Terug naar de late negentiende eeuw, toen de archeologie als wetenschap doorbrak. Er zijn hier talloze namen te noemen maar ik neem er een die u kent: Heinrich Schliemann, die eigenlijk nauwelijks serieus werd genomen in zijn Duitse vaderland. De meeste Altertumswissenschaftler waren het er destijds over eens dat Schliemanns methode niet deugde: hij nam de Ilias te letterlijk. Ook zijn vondsten oogden nogal schamel. Kortom, de wetenschap wilde er niet aan en Schliemann vond lange tijd vooral erkenning in de Angelsaksische wereld, waar men destijds niet bepaald liep in de voorhoede van het onderzoek.

Lees verder “MoM | Archeologie als dienstmaagd (1)”

MoM | Dendroklimatologie

Een van de  lezers van deze blog attendeerde me op Wat bomen ons vertellen. Een geschiedenis van de wereld in jaarringen van de Belgische onderzoekster Valerie Trouet. De Engelse titel is Tree Story en het gaat, zoals u al vermoedde, over dendrochronologie: de tak van wetenschap die door middel van jaarringtellingen helpt vaststellen hoe oud houten voorwerpen zijn. Dat lijkt simpel en het is makkelijk te denken dat het intellectueel weinig voorstelt, maar dat is een grof misverstand.

Om te beginnen: het is niet simpelweg een kwestie van even de jaarringen van een omgezaagde boom tellen, zoals we allemaal weleens in het bos hebben gedaan. Zelfs als we dat zouden kunnen, moet je maar hopen dat je in zo’n schijf hout elke ring herkent. Soms is een jaar namelijk zó slecht dat de boom domweg geen ring aanmaakt. Een tweede kwestie is dat dendrochronologen geen bomen kappen – dat zou immers neerkomen op de vernietiging van data – maar een monster nemen met wat hoveniers een “aanwasboor” noemen, een soort appelboor om een staaf hout uit een boom te trekken. Een dikke boom levert veel informatie op maar is lastig om tot in de kern te bemonsteren. Een derde kwestie is dan weer dat je van levend hout terug moet naar monsters uit oude gebouwen en naar archeologisch en fossiel hout. Matches tussen de diverse delen zijn nog niet zo makkelijk gelegd; ik schreef er al eens over in verband met de ten onrechte genegeerde dateringen van het hout in Kaneš.

Lees verder “MoM | Dendroklimatologie”

MoM | Chronologie en vooruitgang

De bestudering van de Oudheid is een gevarieerd veld. Sommige onderwerpen trekken meer de aandacht dan andere (ik zie het aan de bezoekersaantallen als ik blog over het joden- en christendom), we vinden sommige thema’s belangrijker dan andere (de Griekse filosofie heeft een goede naam) en bepaalde inzichten zijn fundamenteler dan andere. Dat laatste geldt bijvoorbeeld voor de antieke geografie en chronologie. Hoe abstruus de materie soms ook oogt, de oudheidkundige kan niet zonder kennis van deze kwesties. Ideeëngeschiedenis is bijvoorbeeld onmogelijk als je de verspreiding van ideeën niet kunt plaatsen in tijd en ruimte.

Teksten

Het gaat me vandaag om de chronologie. Simpel samengevat worden de onzekerheden groter naarmate we dieper in het verleden zijn. Hebben we in de Late Oudheid nog de zekerheid van onze eigen jaartelling, in de Romeinse tijd hebben we de Juliaanse kalender en daarvoor hebben we de Seleukidische era, de Ptolemaïsche koningsjaren en de Canon van Ptolemaios. Tot het midden van de achtste eeuw v.Chr. beschikken we dus nog over de systemen waarmee men destijds het verstrijken van de tijd registreerde. Als we echter nog dieper willen, wordt het lastiger.

Lees verder “MoM | Chronologie en vooruitgang”

MoD | Patronen van misinformatie (slot)

Nog steeds niet door Trouw gerectificeerde prietpraat.

Ik heb in deze reeks al enkele patronen beschreven waardoor slechte informatie over de Oudheid in omloop komt: verouderde ideeën die blijven circuleren, archeologische aandachttrekkerij die nergens toe wordt getrokken, de echoput van de classici, exacte wetenschappers die het zonder literatuuronderzoek beter denken te weten, de neiging van wetenschappers – niet alleen oudheidkundigen – om voorbarige conclusies de wereld in te gooien, politieke belangen. In dit stukje nog wat andere zaken en ik denk dat we moeten beginnen met onhandigheid.

Onhandigheid

De filoloog, historicus of archeoloog die zich ergert als iemand zonder vooropleiding zich uitlaat over de oude wereld, heeft een punt. Hoewel een vakopleiding noch de enige noch een voldoende weg is naar kwaliteit, helpt ze je wel in de goede richting. Oudheidkunde is een vak. Opvallend is dat dezelfde oudheidkundige die enig respect vraagt voor zijn vakkennis, meent geen vakkennis nodig te hebben als het gaat om wetenschapscommunicatie.

Lees verder “MoD | Patronen van misinformatie (slot)”

MoD | Patronen van misinformatie (4)

Het evangelie van de Vrouw van Jezus

In de voorgaande stukjes toonde ik enkele patronen waardoor misinformatie werd verspreid: het voortbestaan van negentiende-eeuwse ideeën, het trekken van aandacht zonder dat er iets is waartoe die aandacht wordt getrokken, de echoput en het gebrekkige literatuuronderzoek van vooral fysici. Hier zijn er weer twee.

Voorbarige conclusies

Een van de beruchtste patronen waarmee onjuiste informatie de wereld in komt, is de publicatie van voorbarige conclusies. Een mooi voorbeeld was de verborgen kamer in het graf van Toetanchamon. In 2015 opperde egyptoloog Nicholas Reeves, die laserscans van de tombe had geanalyseerd, dat er mogelijk een verborgen vertrek was en dat koningin Nefertite hier mogelijk begraven kon liggen. Hij was voorzichtig, maar niets dat met Toetanchamon te maken heeft kan geen hype worden en maandenlang bleef de claim maar terugkeren. In 2018 was duidelijk dat die kamer er niet was. Dat had het einde van de zaak behoren te zijn maar evengoed blijft het verhaal rondspoken: afgelopen februari was het weer eens raak.

Lees verder “MoD | Patronen van misinformatie (4)”

MoM | Patronen van misinformatie (3)

Het theater van Epidauros

Een tijdje geleden ben ik begonnen met een reeks blogstukjes over misverstanden. Ik had er vijftig liggen en dat leek me leuk om de periode van de corona-lockdown te overbruggen, niet méér. Langzaam begon me duidelijk te worden dat er toch iets meer in zat. De oudheidkunde komt namelijk zelden echt goed in het nieuws: het is meestal met trivialiteiten en vrijwel nooit met inzichten, waardoor ze een inmiddels welverdiende reputatie heeft intellectueel weinig voor te stellen.

Dit probleem ligt er nu eenmaal en ik schreef in mijn eerste stukje dat de patronen in de misverstanden wellicht aangeven waar het verkeerd gaat en hoe we een van zijn ankers geslagen vakgebied weer een ligplaats kunnen geven in het maatschappelijk debat. In mijn tweede stukje wees ik op het voortduren van negentiende-eeuwse ideeën en op aandachttrekkerij zonder dat de eenmaal getrokken aandacht ergens naartoe leidt. Dit is vooral een probleem voor de archeologie, die noch historiografische verdieping biedt (waarom draait de limes het “Gelderse geschiedbeeld” om?), noch methodische uitleg geeft (hoe weten we wat we weten?), noch vergelijkingen tussen toen en nu maakt (wat zegt slavernij over ons vrijheidsbegrip?).

Lees verder “MoM | Patronen van misinformatie (3)”