Kwakgeschiedenis: pyrrhonisme

Papyrusfragment met een deel van de "Vrouwencatalogus" van Hesiodos (Neues Museum, Berlijn)
Papyrusfragment met een deel van de “Vrouwencatalogus” van Hesiodos (Neues Museum, Berlijn). Papyri als deze bevestigden dat wat geleerden meenden te weten over antieke teksten, redelijk klopte.

In de Renaissance werden de teksten bekend van de Griekse auteur Sextus Empiricus, een filosoof van de zogenaamde Sceptische School, die meende dat onze kennis te onzeker was om er een ethiek op te baseren. Het was beter, zo meenden de sceptici, je oordeel op te schorten. Hoewel deze denkers de mensheid weinig zekerheden hadden te bieden, hadden ze uitgeblonken als bestrijders van schijn-weten, wat hun ideeën actueel maakte toen het middeleeuwse kennisbouwwerk dankzij de Grote Ontdekkingen schudde op zijn grondvesten. Niets was nog langer zeker. De voornaamste zestiende-eeuwse volgeling was de Franse edelman Montaigne, die in zijn essays steeds de verschillende kanten van een vraagstuk onderzocht.

Pyrrhonisme, genoemd naar de Griekse filosoof Pyrrho van Elis, is scepsis op het gebied van de geschiedvorsing. Er waren goede redenen om niet alles uit en over de Oudheid te geloven. De bronnen waren immers bekend uit manuscripten die niet ouder leken dan de negende eeuw. Hoe stelde je de grens vast tussen een vrome legende en een historisch feit? Hadden Sokrates en Homeros eigenlijk wel bestaan? Wie mocht hopen dat voorwerpen de informatie uit de teksten zouden bevestigen, werd wel uit de droom geholpen door het bestaan van vervalsingen. De relikwieënhandel is een berucht voorbeeld.

Lees verder “Kwakgeschiedenis: pyrrhonisme”

Klassieke literatuur (3a): Sapfo

Sappho (Capitolijnse Musea, Rome)
Sappho (Capitolijnse Musea, Rome)

[Bij mijn mail zat onlangs de vraag welke klassieke teksten en vertalingen ik mensen zou aanraden. In deze onregelmatig verschijnende reeks zal ik een persoonlijk antwoord geven, waarbij leesplezier voorop staat. Wie zich er echt in wil verdiepen, kan het beste aan een universiteit bij een cursus aanschuiven, zoals deze. Voor de Latijnse literatuur is er Piet Gerbrandy’s Het feest van Saturnus. Voor de Griekse en christelijke literatuur is zo’n boek er niet. Nu heldendicht en leerdicht zijn behandeld, begin ik vandaag aan twee of drie stukjes over alle andere poëzie. Eerst Sapfo, aan wier gedichten ik lange tijd veel plezier heb beleefd.]

Poëzie – ik haat haar en ik houd van haar. “Waarom zo ingewikkeld?” zou u kunnen vragen, en dan moet ik u een uitleg geven waarin ik evenveel vertel over de poëzie als over mezelf. Als ik iets indrukwekkend vind, wil ik het namelijk kunnen delen, erover vertellen. Maar dan moet ik het gedicht samenvatten en juist dan doe ik haar tekort. Desondanks wil ik u toch voorstellen aan enkele klassieke dichters.

Sapfo

De eerste daarvan is de Griekse dichteres Sapfo, die rond 600 v.Chr. in de stad Mytilene op het eiland Lesbos een schooltje lijkt te hebben gehad waar jonge, ongehuwde aristocratische meisjes een soort opleiding kregen. Een deel van haar charme is dat we alleen fragmenten hebben, waardoor we slechts glimpen opvangen van wat ooit een prachtig kunstwerk moet zijn geweest. Het mysterie verhoogt de charme – ik blogde daar al eens over.

Lees verder “Klassieke literatuur (3a): Sapfo”

Romeinen in De Meern

banner2

Van de eerste tot de vierde eeuw n.Chr. werd de Romeinse rijksgrens langs de Rijn, de limes, vrijwel voortdurend bewaakt door duizenden en duizenden soldaten. Legionairs en hulptroepers, soms uit Italië, soms uit de eigen provincie Germania Inferior en soms uit heel andere gebieden van het Romeinse Rijk. Ze woonden in legioenbases zoals in Nijmegen en Xanten of in kleinere forten, zoals die in Valkenburg, Leiden, Zwammerdam, Utrecht en Vechten. En ze betrokken de wacht in torens tussen de forten.

Wat hield zo’n wachtdienst nu in? Dat moet eens worden onderzocht. Acht leden van de re-enactmentgroep Pax Romana zullen daarom in augustus een week lang op de gereconstructueerde Romeinse wachttoren bij Castellum Hoge Woerd (De Meern, Utrecht) de bewaking van de limes hernemen.

Lees verder “Romeinen in De Meern”

Wetenschappelijke illustraties

saturnus_rhea

Een kleine maand geleden blogde ik over iemand die een bril in een museum had laten liggen, waarna dat voorwerp prompt was aangezien voor een kunstwerk. Ik vertelde toen dat dit een simpele waarheid tot uitdrukking bracht: kunst is niet kunst omdat het van zichzelf kunst is, kunst is kunst omdat wij dat erin herkennen. Ik toonde als voorbeeld de bovenstaande foto, die makkelijk had kunnen doorgaan voor een abstracte compositie in een museum van eigentijdse kunst, al is het een NASA-foto van Saturnus en het maantje Rhea.

Wetenschappelijke illustraties kunnen wel vaker doorgaan voor kunstwerken – hier zijn nog wat voorbeelden.

Lees verder “Wetenschappelijke illustraties”

Ideologie, vermomd als geschiedenis

swerve

In 2011 werd de Martinus Nijhoffprijs toegekend aan classicus Piet Schrijvers, de vertaler van De natuur van de dingen van de Romeinse dichter Lucretius. Het is een fenomenale tekst, waarin wordt beschreven dat alle materie bestaat uit atomen, dat de kosmos niet is geschapen, dat de goden niet zijn geïnteresseerd in het menselijk lot, dat bij de dood de ziel in atomen uiteenvalt, dat er geen leven is na de dood en dat mensen zoveel mogelijk moeten genieten van het leven. Lucretius vat zo de ideeën samen van de Griekse filosoof Epikouros (341-270 v.Chr.).

Lucretius werd aanvankelijk geprezen (onder andere door zijn tijdgenoot Cicero) maar zijn populariteit zal zijn afgenomen toen in de late tweede eeuw n.Chr. de literaire en filosofische smaak begon te veranderen. Andere wijsgerige ideeën, zoals het pythagorisme en het platonisme, wonnen aan invloed. Wanneer ergens een bibliotheek moest worden gekopieerd, kregen teksten als die van Lucretius geen prioriteit, zodat ze uit roulatie raakten. In de negende eeuw werd een oud manuscript nog enkele malen overgeschreven, maar een heel populair boek was De natuur van de dingen niet.

Lees verder “Ideologie, vermomd als geschiedenis”

De Vrouw van Jezus (hopelijk voor het laatst maar ik vrees van niet)

Harvard volhardt in het verspreiden van onjuiste informatie
Harvard volhardt in het verspreiden van onjuiste informatie

Ik had eigenlijk vandaag willen schrijven over de invloed van Homeros op latere epische dichters, maar dat stel ik even uit. Wat u vandaag lezen wil én moet is dit artikel in The Atlantic van Ariel Sabar, waarin duidelijk wordt hoe de vervalsing van het Evangelie van de Vrouw van Jezus tot stand is gekomen. De Stasi, een pornograaf: het zit er allemaal in en als onderzoeksjournalistiek is het uiterst amusant.

Het is minder amusant als je het leest als beschrijving van de onluisterende naïviteit van een geleerde. Ik heb de kwestie hier al eens uiteengezet: alleen de ontdekster van de papyrussnipper meende dat het ding authentiek was, hoewel er al volstrekt overtuigende aanwijzingen waren dat het moest gaan om een vervalsing. De Harvard-universiteit liet onderzoek uitvoeren, waarvan iedereen kon weten dat het niets kon opleveren. Zolang een vervalser zich houdt aan een antiek inktrecept (staat in elk handboek papyrologie), schrijft op antieke papyrus (te koop via eBay) en geen scherpe pen gebruikt (die microscopisch kleine krasjes achterlaat) – zolang hij dat doet, is zijn tekst niet als vervalsing te herkennen. Daarom hebben alleen “provenanced” papyri (papyri dus waarvan de herkomst bekend is) wetenschappelijk waarde.

Lees verder “De Vrouw van Jezus (hopelijk voor het laatst maar ik vrees van niet)”

Oudheidkundig DNA-onderzoek

dna

Het vijfde nummer van uw favoriete oudheidkundige tijdschrift (neem een abonnement!) nadert zijn voltooiing. Het thema is de Griekse sportcultuur, maar er is desondanks geen reden voor paniek. Natuurlijk, de sportprogramma’s op TV zullen weliswaar ook deze zomer gemakzuchtig items hebben over de antieke Olympische Spelen (“we moeten deze maand ons percentage cultuur nog halen”), maar juist daardoor kan het tijdschrift van die ellende afzien. Ancient History Magazine biedt daarom de Pythische Spelen, de Nemeïsche Spelen, de Isthmische Spelen, de lokale spelen van Rhodos en de laatantieke festivals in Antiochië. De Griekse festivals zijn veel breder, gevarieerder en interessanter dan je zou denken – zoals de Oudheid veel breder, gevarieerde en interessanter is dan een verplicht cultureel variéténummer ter onderbreking van de sport.

Verder zijn er stukken over Ovidius, over de Laokoöngroep, dendrochronologie en het ontstaan van de Stoa. Tot slot zijn er twee stukken over het DNA-onderzoek: een ervan biedt, om het zo te zeggen, een overzicht van de eerste vruchten van deze betrekkelijk jonge wetenschap, het ander gaat over het Indo-Europese vraagstuk, dat enkele jaren geleden door DNA tot een oplossing is gebracht.

Lees verder “Oudheidkundig DNA-onderzoek”