Wat is er mis bij het INT?

Het is de laatste tijd stil op mijn favoriete wetenschapsblog Neerlandistiek.nl. Ik sta er elke dag mee op en ik kijk er vaak later op de dag nog eens, want het is een leuke en informatieve website over een vakgebied dat me boeit. Maar sinds vorige week dinsdag, dus alweer een week geleden, is het stil. Je las eerst een verklaring van het Instituut voor de Nederlandse Taal (INT), waar de server staat, dat men kampte met een ernstige storing en dat het meerdere dagen zou duren voor de diverse websites, zoals Neerlandistiek, weer online zijn. Inmiddels worden bezoekers doorgestuurd naar de website van hoofdredacteur Marc van Oostendorp.

Maar die kan niet de woordenboeken en dergelijke online plaatsen die, om zo te zeggen, de core activity zijn van het INT. Op dit moment ligt een fors deel van de wetenschap stil, al een week lang.

Lees verder “Wat is er mis bij het INT?”

De Dobruja (1)

De Dobruja rond 1918

Vandaag een blogje buiten mijn eigenlijke expertise, maar ik schrijf het op verzoek. Het gaat over de grens tussen Bulgarije en Roemenië. Voor het grootste deel is dat de benedenloop van de rivier de Donau. Ten zuiden daarvan spreken de mensen Bulgaars, een Slavische taal, en schrijven ze met cyrillische letters, en ten noorden daarvan spreken ze Roemeens, een romaanse taal, en gebruiken ze hetzelfde alfabet als wij.

Dobruja

Alleen helemaal in het oosten ligt de grens wat anders. Zo’n zestig kilometer vóór de rivier de Zwarte Zee bereikt, buigt ’ie naar het noorden af, stroomt 130 kilometer in die richting, en buigt pas daar naar het oosten. De delta strekt zich uit over ruim honderd kilometer. Het gebied bezuiden de Donaumonding staat bekend als de Dobruja, is genoemd naar een veertiende-eeuwse heerser, is half zo groot als België, is politiek heel omstreden geweest en uiteindelijk over de twee landen verdeeld. Ik heb de indruk dat de spanningen nog niet helemaal zijn verdwenen.

Lees verder “De Dobruja (1)”

De IJsheiligen

Servatius is een van de IJsheiligen

Er zijn in de volksweerkunde, waaraan het vorige blogje was gewijd, twee belangrijke perioden: de Hondsdagen en de periode van de IJsheiligen. De hondsdagen vallen midden in de zomer, al is men het over de precieze data niet eens. De periode loopt van 18 of 20 juli tot en met 18 of 20 augustus. Het is de meest hete en vochtige periode van het jaar, waarin voedsel snel bederft. De naam is ontleend aan het sterrenbeeld Grote Hond.

Maar ik wil het vandaag specifiek over de  IJsheiligen hebben. Het gaat om 11 tot en met 14 of 15 mei. Dit zouden de laatste dagen zijn waarop nachtvorst nog mogelijk zou zijn en jonge aanwas zou kunnen bevriezen. Deze vier of vijf dagen werden gekoppeld aan de heiligen die op die dagen hun feestdag hadden of hebben. Het zijn:

Lees verder “De IJsheiligen”

Volksweerkunde

Slecht weer

De meteorologen van het KNMI baseren hun weersvoorspelling op satellietfoto’s, modellen, instrumentmetingen, expertise en een jarenlange wetenschappelijke opleiding. Vroeger beschikte men uiteraard niet over deze kennis en methoden. En zelfs toen in de negentiende eeuw de wetenschappelijke weerkunde tot ontwikkeling was gekomen, hadden de meeste mensen nog geen toegang tot deze informatie. Massamedia waren er niet. Omdat weersvoorspelling echter voor boeren en vissers essentieel was (en is), ontwikkelden deze mensen eigen manieren om het weer te voorspellen.

Grijs gebied

Hun weersvoorspelling was gebaseerd op eeuwenlange ervaring, zonder dat men precies wist wat voor natuurwetten daarachter zaten. Men koppelde bepaalde atmosferische verschijnselen en het gedrag van dieren aan het weer waarvan men wist dat het zou volgen. Om de vastgestelde patronen te markeren, benutte men al sinds de Middeleeuwen heiligendagen, en om ze te onthouden bedacht men rijmende weerspreuken (“avondrood, water in de sloot”).

Lees verder “Volksweerkunde”

De Kerkgeschiedenis van Eusebios

Het Concilie van Nikaia (negende-eeuws manuscript uit Vercelli)

De Kerkgeschiedenis van Eusebios van Caesarea is om verschillende redenen een interessante tekst. Om te beginnen natuurlijk om dat wat de auteur betoogt: dat het christendom weliswaar van diverse kanten wordt bedreigd maar dat de bisschoppen de gelovigen in het rechte, orthodoxe spoor houden. Die gedachte is eigenlijk best opmerkelijk, want de meeste Romeinen waren niet van mening dat er, in religieuze zin, zoiets bestond als orthodoxie. Zolang de offers maar op de juiste manier werden gebracht, was alles dik in orde.

Van proto-orthodox naar orthodox

Voor de christenen lag dat anders: in de eerste drie eeuwen van dit geloof waren er allerlei christelijke opvattingen, en langzaam maar zeker zette de opvatting door dat wie Christus vereerde niet ook andere goden mocht vereren. De aanhangers van deze opvatting staan bekend als proto-orthodoxe of exclusivistische christenen. Tijdens het door keizer Constantijn de Grote voorgezeten Eerste Concilie van Nikaia (325) werd deze visie normatief. Tegelijk werd bepaald dat er maar één orthodoxe manier was om over Christus te denken: de tweenaturenleer.

Lees verder “De Kerkgeschiedenis van Eusebios”

Faits divers (51)

Een op megaschaal herbouwde ijzeroven in Apeldoorn

Een nieuwe aflevering in de onregelmatig verschijnende reeks faits divers, met deze keer: ijzer uit Apeldoorn, de Odyssee, een necrologie, Krommenie, bioarcheologisch nieuws en uiteenlopende toepassingen van A.I..

Apeldoorn

In Trouw stond een verbluffend mooi stuk over de technieken waarmee mensen in de Oudheid en Vroege Middeleeuwen ijzer bewerkten. Het heeft vooral betrekking op Apeldoorn, waar eeuwenlang ijzer is gewonnen, al is nog geen ijzervondst gedaan waarvan zeker is dat die komt van de Veluwe. Ik wil meer, méér van dit soort inhoudelijk sterke stukken.

Lees verder “Faits divers (51)”

De ambtstermijn van een dictator

Mogelijk portret van de dictator Sulla (Glyptothek, München)

Aan het begin van de vierde eeuw v.Chr. begon Rome een regionale grootmacht te worden. Het beslissende moment was de inname van de Etruskische stad Veii in 393/392 v.Chr. ofwel 396 volgens de onjuiste traditionele chronologie. De gebeurtenis kreeg in de Romeinse geschiedschrijving legendarische trekken: de belegering zou à la Trojaanse Oorlog tien jaar hebben geduurd en pas succes hebben gehad nadat de Romeinse generaal Marcus Furius Camillus het ritueel had voltrokken dat bekendstaat als evocatio.

En zo werd Rome een machtige stad. Gevaarlijk machtig, naar de zin van de alleenheerser van Syracuse, Dionysios I. Daarom verzocht hij de Gallische huurlingen die hij in die tijd in dienst nam, om even langs Rome te gaan, als ze toch op weg waren naar het zuiden. Op 18 juli 387 versloegen zij een Romeins leger en daarna sloegen ze het beleg op voor het Capitool. De Romeinen kochten de belegeraars af en we vinden de Galliërs vervolgens in de “teen” van Italië. Dionysios stuurde later nog eens een vloot, die overigens weinig te plunderen vond.

Lees verder “De ambtstermijn van een dictator”

Een Griekse huurling in Málaga?

Griekse helm (Archeologisch museum, Málaga)

Voor M.K.-L.

Van mijn bezoek aan het archeologisch museum van de Andalusische havenstad Málaga herinner ik me vooral dat de aan de Arabische eeuwen gewijde afdeling meer uitleg bood dan gebruikelijk. Dat is niet onlogisch, want Málaga is langer Arabisch geweest dan Spaans. Maar ook de museumafdelingen die waren gewijd aan de tijd vóór de Arabische verovering mochten er wezen, en ik pik er bovenstaande helm uit.

Het voorwerp dateert uit de zesde eeuw v.Chr. en is gevonden in een grafkamer net ten noorden van de muur van wat destijds een Fenicische stad was. Het toenmalige Málaga was een belangrijke schakel in de handel tussen enerzijds de Mediterrane regio’s en anderzijds de Tartessiërs in het achterland. Ze was ook een productiecentrum: de oude naam mlk’  betekent zoiets als “zoutstad” en verwijst naar de zoutpannen en/of de productie van de zoute vissaus garum. De graven lagen zoals altijd buiten de stad en de bouw van grafkamers was destijds niet ongebruikelijk. Ze waren gemaakt van netjes uitgehouwen stenen en hadden een houten dak. Een bovengrondse stèle gaf de plek van het graf aan.

Lees verder “Een Griekse huurling in Málaga?”

Dag aardige Duitser!

Monument voor de bevrijding van Amsterdam

[Het is vandaag Bevrijdingsdag en het leek me aardig een stukje te publiceren dat een vriendelijke meneer Van Andel mij een kwart eeuw geleden eens toestuurde.]

Wij woonden sinds onze geboorte in Amsterdam. In de Rivierenbuurt. In de oorlog hadden wij daar veel joodse buren.

Razzia’s kwamen daar veel voor. De Duitsers haalden dan de joden uit hun huizen, om ze naar kampen af te voeren en later te vermoorden.

Bij alle niet-joodse mensen kwamen de Duitsers de huizen doorzoeken, om te zien of daar geen joodse buren verstopt waren. Dat noemde men “onderduikers”.

Lees verder “Dag aardige Duitser!”

Karanovo

De trench van Karanovo

Ik geef toe: het plaatje hierboven is niet bijster informatief. U ziet een heuvel waar een lange gang in is gegeven. Meer is het niet, daar in Karanovo in Bulgarije. Als ik het een naam moest geven, zou ik het een trench noemen, wat net niet helemaal hetzelfde is als het Nederlandse “geul” (want die ontstaat door spoelend water) of “sleuf” (want die is smaller). Ik noem het dus maar een trench en deze trench vormde het begin van een belangrijke opgraving.

Stratigrafie

De enorme heuvel bij Karanovo (niet te verwarren met de even verderop gelegen grafheuvel) is te beschouwen als een tell, waarin diverse woonlagen boven elkaar lagen. Werd een dorp verwoest, bijvoorbeeld door een aardbeving, dan bouwden de overlevenden nieuwe huizen bovenop de oude, zodat die heuvel hoger werd. Herhaal dat enkele keren en je hebt een stevige bult. Als een archeoloog die bult van bovenaf neerwaarts gaat uitgraven, zijn de diverse bewoningslagen echter niet goed herkenbaar. Een trench helpt om vat te krijgen op de stratigrafie. Zie het onderstaande, iets informatievere plaatje.

Lees verder “Karanovo”