Het pro-actieve Paasstukje

Middeleeuwse afbeelding van een kruisiging (Keulen, St. Maria im Kapitol).

Over anderhalve week is het Pasen en aangezien journalisten momenteel druk bezig zijn met corona zullen ze voor het jaarlijkse paasstukje wel terugvallen op ongecontroleerde kopij. Als u oudheidkundige kul wil verspreiden, is dit het moment om een persbericht de deur uit te doen. De paashoax van dit jaar is er al en behandel ik hieronder. Voor wie daarentegen juist géén oudheidkundige kul in de media wil hebben, is dit het moment voor prebunking. Daarom heb ik wat naderende misverstanden op een rijtje gezet.

Judea was politiek onrustig

Populair gemaakt door Fik Meijer en Jesus Christ Superstar. Gebaseerd op kritiekloos gebruik van Flavius Josephus, die echter een heel eigen visie heeft op de aanloop naar de grote oorlog tussen Joden en Romeinen van 66-70. Volgens hem was de oorzaak gelegen in een “vierde filosofie” die “aan het Jodendom vreemd” was, waarmee Josephus de groep bedoelt die we kennen als de Sicariërs. Deze streed aan het begin van de jaartelling tegen de Romeinen en speelde zestig jaar later een kleine rol bij het uitbreken van de Joodse Oorlog. Josephus claimt continuïteit en om die te bewijzen noemt hij allerlei opstandelingen, maar die zitten stuk voor stuk in de periode tussen 36 en 66. Over de daaraan voorafgaande periode, waarin Jezus dus leefde, weet hij domweg geen rebellen te noemen. Die continue onrust in Judea bewijst hij dus niet en de hedendaagse conclusie dat het wel meeviel past bij de inschatting van Tacitus, die de situatie ten tijde van keizer Tiberius (r.14-37) samenvat met één woord: quies.

Lees verder “Het pro-actieve Paasstukje”

MoM| Brownwashing

Ik had mijn blogje voor zaterdag al geschreven toen het nieuws kwam dat Steve Green ruim 10.000 voorwerpen uit zijn verzameling – die ooit werd geschat op 40.000 – zou gaan teruggeven. Dat is netjes en de manier waarop hij het formuleerde, dat hij zélf verantwoordelijk was, trof me als verantwoordelijk. Hij erkende de verkeerde wetenschappelijke adviseurs te hebben genomen, die hij niet bij naam en toenaam noemde, al weten we dat het gaat om Scott Caroll en Dirk Obbink. Minimaal kan gezegd worden dat hun excuus nogal opvallend achterwege blijft; voor het overige komt de vraag op welk cijfer de olijke tweeling heeft gehad voor het eerstejaarscollege wetenschapsethiek.

Aan Greens verklaring was het een en ander voorafgegaan. We vernamen vorige week dat alle Dode Zee-rol-fragmenten in het Museum van de Bijbel (een spin-off van de Greencollectie) vals waren. Dat kwam niet als een schok, want we wisten al dat Green vervalsingen had aangekocht. Daarbij bleef het niet: op Twitter constateerde archeoloog Michael Press dat van de duizenden voorwerpen in het museum slechts van 150 de herkomst was opgegeven. Zoals elke student weet kunnen voorwerpen zonder gedocumenteerde provenance vals zijn. (In het geval van papyri is authenticiteit bovendien niet in een laboratorium vast te stellen.) Het zal niet zo zijn dat de voorwerpen in bezit van de Greencollectie en het museum allemáál onecht zijn, maar de publiciteit kan Green hebben doen besluiten het zinkende schip te verlaten. Het probleem is dat hij zelfs dat verkeerd doet.

Lees verder “MoM| Brownwashing”

Papyrologie: update (2)

Soms maakt een diepe verslagenheid zich van je meester

Eigenlijk had gisteravond mijn boek Bedrieglijk echt gepresenteerd zullen zijn in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden. Er zouden leuke antieke teksten zijn voorgelezen, we wilden ramanspectroscopie demonstreren en ik wilde het filmpje vertonen dat u hier kunt bekijken. Tot slot wilde ik gistermorgen op deze blog een update geven bij het boek. Want die was nodig, aangezien Bedrieglijk echt een verhaal bevat waarover nog steeds dingen bekend worden.

Ik raakte geboeid door de materie door het schandaal van het Evangelie van de Vrouw van Jezus. De betrokken onderzoekster zei dingen waarvan ze weten moest dat ze onwaar waren. In het onwaarschijnlijke geval dat ze het echt niet wist, had haar geheugen opgefrist behoren te zijn door de rel rond de Artemidorospapyrus. Terwijl ik het boek schreef, ontvouwden zich echter nog meer schandalen, zoals dat rond Eerste-eeuwse Marcus, de Sapfo-papyri en de diverse valse fragmenten van de Dode Zee-rollen. Ik heb bepaalde delen van mijn boek drie, vier, vijf keer moeten herschrijven. De laatste weken bleef het rustig maar een update is nog steeds zinvol.

Lees verder “Papyrologie: update (2)”

Bedrieglijk echt

Ze zijn als Dr Jekyll en Mr Hyde, als zon en schaduw, als de noord- en de zuidpool van een magneet: het een impliceert automatisch het ander. Roep “oudheidkunde” en de echo is “vervalsing”. De discipline dankt er zelfs min of meer haar bestaan aan. De teksten van Renaissance-fraudeur Giovanni Nanni (1432-1502) vormden ooit de aanleiding om te onderzoeken hoe echt en onecht waren te herkennen en zo werd een wetenschappelijk vakgebied geboren.

Vervalsingen waren dus ooit de prikkel tot de verwetenschappelijking van de oudheidkunde en sindsdien zijn het vakgebied en het antivakgebied verstrengeld. Als wetenschappers ontdekken waarop ze moeten letten om een vervalsing te herkennen, weten hun tegenstanders het immers ook. Toen oudheidkundigen in de negentiende eeuw door kregen hoe ze modern van antiek schrijfmateriaal konden onderscheiden, schakelden vervalsers over op antiek perkament. We weten zelfs wie op dat idee kwam: Konstantinos Simonides (1820-1890).

Lees verder “Bedrieglijk echt”

MoM | Koolstofdateringen: Kritiek

De mummie van een krokodil (Egyptisch Museum, Barcelona)

De koolstofmethode wordt vaak gepresenteerd als keiharde, betrouwbare en succesvolle methode. En terecht. Zo raakt echter wat uit het zicht dat ook zo’n keiharde en betrouwbare methode onoordeelkundig en dus onsuccesvol valt toe te passen. Hoe keihard en hoe betrouwbaar ook: dateren blijft een kunst.

Je moet heel goed weten wat je dateert en welke vraag je eigenlijk wilt beantwoorden. De meest voor de hand liggende vraag is natuurlijk: hoe oud is het? Maar daar is de koolstofmethode niet in alle gevallen geschikt voor. De vraag “stamt dit voorwerp uit het begin van de zevende eeuw?” vergt een nauwkeurigheid van een jaar of vijftig. Maar rond het begin van de zevende eeuw loopt de kalibratiecurve behoorlijk vlak. Een koolstofdatering kan dan heel goed uitvallen als 585 – 710 cal AD en daar heb je niks aan. Maar aan diezelfde datering heb je wél wat als je wilt weten of je voorwerp een moderne vervalsing is.

Lees verder “MoM | Koolstofdateringen: Kritiek”

MoM | Koolstofdateringen: Reiniging

Vervuiling wordt ook opgespoord met de microscoop, een standaardprocedure. Bij de lijkwade van Turijn is bijvoorbeeld gekeken naar de hoeveelheid roet in het doek. In 1532 is het doek namelijk het slachtoffer geweest van een brand. Niet alleen brandden gesmolten druppels zilver gaten in het textiel, mogelijk was er ook roet in het doek neergeslagen. Wellicht zou de koolstof uit dat roet de datering kunnen beïnvloeden. Misschien wel met een eeuw, misschien zelfs twee. Alle te onderzoeken vezels zijn dus onder de microscoop doorgegaan, waarbij bleek dat er nauwelijks roet aanwezig was.

Monsters worden vooraf schoongemaakt. De standaardbehandeling is het afwisselend baden in een zuur, een base en weer een zuur: de AAA-behandeling (acid-alkali-acid; in de praktijk zoutzuur en natriumhydroxide). Het zuur lost ingespoelde kalk op, de base verwijdert ingespoelde organische zuren, zoals humus. De laatste zuurbehandeling dient om het monster weer neutraal te krijgen.

Lees verder “MoM | Koolstofdateringen: Reiniging”

MoM | Koolstofdateringen: Contaminatie

De Tollundman: voorbeeld van een veenlijk

Het moge inmiddels duidelijk zijn dat een koolstofdatering niet eenvoudigweg een meting is, gevolgd door een handvol rekenkundige correcties, maar ook inzicht vergt in allerlei omstandigheden. Dit geldt ook voor het bepalen van aanrijking of verarming nadat het organisme is overleden. In theorie kan er dan alleen nog koolstof-14 verdwijnen door radioactief verval, maar in de praktijk kan een voorwerp nog vervuild raken met koolstof-14 van buitenaf en dat heeft natuurlijk effect op het resultaat.

Berucht zijn koolstofbronnen die zo oud zijn dat ze geen koolstof-14 meer bevatten. Ik noemde hierboven al de effecten van fossiel kalksteen, maar ook geteerd scheepshout en met parafine geconserveerde museumvoorwerpen zijn niet zomaar te dateren. Teer en parafine zijn immers gemaakt van aardolie: miljoenen jaren oud organisch materiaal dat geen koolstof-14 meer bevat, waardoor de ouderdom van een monster te hoog wordt ingeschat.

Lees verder “MoM | Koolstofdateringen: Contaminatie”