Een geschiedenis van de Nederlandse archeologie

Ik ken Theo Toebosch al jaren persoonlijk. We doen vergelijkbaar werk en zouden elkaar dus vroeg of laat wel tegen zijn gekomen, maar het helpt natuurlijk wel dat we nog geen 700 meter van elkaar af wonen. Ik heb al eerder over zijn boeken geschreven, zoals dat over het vroegste Amsterdam, dat over de familie Josephus Jitta en dat over het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog. Allemaal heel lezenswaard – en dat zou ik ook zeggen als ik hem niet kende.

Zijn boek Grondwerk gaat over de geschiedenis van de Nederlandse archeologie. Ik ben heel blij dat het bestaat want het zijn de verhalen die elke betrokkene half kent en helemaal wil kennen. Iedere Nederlandse oudheidkundige kent Reuvens en weet dat hij twee eeuwen geleden de eerste was die zich ook in het Nederlands “archeoloog” liet noemen, maar je wil eigenlijk eens precies weten wat die reus zoal vermocht.

Lees verder “Een geschiedenis van de Nederlandse archeologie”

Een vroege hunebedvorser

Picardt, Vergeten Antiquiten
Picardt, Vergeten Antiquiten

Laat ik eerlijk zijn: ik verwacht niet serieus dat u de recente herdruk van Johan Picardt‘s Korte Beschryvinge van eenige vergetene en verborgene Antiquiteten, het achtste boek dat ik behandel in de bloedstollende reeks “Zit een oudheidkundige met de rug naar een boekenkast”, werkelijk zult gaan lezen. Wie geïnteresseerd is in het prehistorische verleden van Drenthe, kan daarover beter iets recents lezen dan het in 2008 herdrukte zeventiende-eeuwse boek. Neem, als de Prehistorie van Drenthe uw belangstelling heeft, liever Een paleis voor de doden van Herman Clerinx of de Gids voor de hunebedden in Drenthe en Groningen van Wijnand van der Sanden. Eerstgenoemde behoeft in deze blog geen introductie, laatstgenoemde was tot voor kort conservator van het Drents Museum in Assen en hielp ook bij de heruitgave van de Korte Beschryvinge van eenige vergetene en verborgene Antiquiteten.

Picardts verleden

Het boek van Johan Picardt is eerder in zichzelf interessant dan dat het nog relevant is. De auteur was dominee in Coevorden – ik ben weleens omgefietst om zijn kerk te bekijken – en heeft het een en ander gedaan om de regio te moderniseren. Er is nog steeds een naar hem vernoemd kanaal, net over de Duitse grens. In zijn boek over de Drentse oudheden geeft hij er blijk van te begrijpen dat er delen van de Oudheid zijn geweest die én kenbaar waren én niet stonden beschreven in de antieke bronnen.

Lees verder “Een vroege hunebedvorser”

Maximalisme en minimalisme

De Atheense staatsgevangenis? Een van de voorbeelden uit het boek van Hall

Het is maandag, de dag waarop ik meestal schrijf over een aspect van de oudheidkundige methode. In mijn reeks filmpjes behandel ik daarom een boek over het maximalisme/minimalisme-debat, namelijk Jonathan Halls Artifact and Artifice. Classical Achaeology and the Ancient Historian (2014). Ik prees het al eerder.

De inzet van het maximalisme/minimalisme-debat is vrij simpel: wat doe je als twee soorten bewijsmateriaal niet hetzelfde suggereren? De hoofdstad van de Meden, Ekbatana, zou volgens de geschreven bronnen een enorme nederzetting moeten zijn geweest, maar archeologen hebben nog weinig gevonden. Er zijn twee strategieën:

Lees verder “Maximalisme en minimalisme”

MoM | Digitale paleografie

Twee snippers van de Dode Zee-rollen met daarop de tekst van Prediker (Jordan Museum, Amman)

Om met de deur in huis te vallen: ik heb uw hulp nodig – daarover straks meer. Eerst wat context, daarna mijn verzoek.

Qumranologie

Over de Dode-Zee-rollen heb ik vaker geblogd. Het gaat om een grote groep tussen 1947 en 1956 ontdekte antieke religieuze teksten, gevonden in enkele grotten te Qumran, niet ver van de plek waar de Jordaan uitmondt in de Dode Zee. Het materiaal, dat pas in 2009 allemaal was uitgegeven, is ten dele afkomstig van een joodse sekte, misschien de essenen. Theorieën als zou de ruïne bij Qumran een klooster zijn geweest met de rollen als kloosterbibliotheek, zijn inmiddels achterhaald, maar een alternatief is er nog niet, terwijl wél duidelijk is dat er een relatie heeft bestaan tussen ruïne en grotten. (Er zijn overigens meer antieke teksten gevonden in die regio, die ook Dode-Zee-rollen worden genoemd, maar die hebben er weinig mee te maken.)

Het leuke van de qumranologie, zoals de bestudering van de Dode-Zee-rollen officieel heet, is dat er volop nieuwe technieken zijn, waardoor inzichten tot stand komen die niet alleen nieuw zijn maar ook anders. Er is dus sprake van een werkelijk innovatief onderzoeksprogramma. En het is nog Nederlands onderzoek ook.

Lees verder “MoM | Digitale paleografie”

Mesopotamië in het derde millennium

Koning Maništušu van Akkad; kopie van een in de Ištartempelk in Nineveh gevonden portret. Het origineel is in Bagdad; deze kopie komt uit het British Museum in Londen.

In mijn reeks naar aanleiding van het handboek waarmee ik ooit oude geschiedenis leerde, Een kennismaking met de oude wereld van De Blois en Van der Spek, vandaag een stukje over het derde millennium in het Nabije Oosten. De verdeling die de auteurs aanbrengen in paragrafen over enerzijds Egypte en anderzijds de Sumeriërs en Akkadiërs – dat is een erfenis uit de tijd dat oudheidkundigen alleen deze twee culturen kenden en dan vooral uit teksten.

Het plaatje is nu helemaal anders. De archeologie documenteert de Vroege Bronstijd in een veel grotere regio. De handel in tin zorgde voor contacten en ideeënuitwisseling, waardoor netwerken ontstonden van Oezbekistan tot Mesopotamië en van de Atlantische kusten tot Egypte. Jiroft is een belangrijke nederzetting in Iran en het BMAC is een van de fascinerendste beschavingen die is herkend sinds De Blois en Van der Spek de eerste versie van hun handboek naar de drukker brachten. De nadruk die zij leggen op de twee traditionele “oerculturen” is niet verkeerd – die twee culturen schreven tenminste – maar ik vermoed dat als ze hun boek nu zouden opzetten, ze één hoofdstuk zouden maken waarin het geheel van culturen zou worden behandeld.

Lees verder “Mesopotamië in het derde millennium”

De nieuwsselectie

Onlangs vertelde een archeoloog me over een erg leuke ontdekking. Ik kan u niet verklappen welke, want het onderzoek loopt nog en niemand wil plunderaars op de opgraving, maar het was echt heel erg leuk. Ik zou de betrokkene hebben willen feliciteren, maar een hand geven is lastig op anderhalve meter.

Twee jaar geleden zou het nieuws moeiteloos de kranten hebben gehaald. In de regionale krant zou het voorpaginanieuws zijn geweest, het museum zou met spectaculaire bezoekersaantallen de bezuinigingen van enkele voorgaande jaren royaal compenseren. Ik denk echter dat het, als het onderzoek later dit jaar is afgerond, de kranten niet werkelijk zal halen. Dat is niet omdat oudheidkundigen inmiddels onder de terechte verdenking staan eigenlijk maar wat te roepen, maar omdat de nieuwsselectie de laatste tijd weinig ruimte laat voor positief wetenschapsnieuws.

Lees verder “De nieuwsselectie”

MoM | Digitale historische taalkunde

Stamboom van de Indo-Europese talen (klik=groot)

Ik heb wel vaker geblogd over de Lachmannmethode, waarbij classici de fouten in middeleeuwse handschriften gebruiken om te zien welke manuscript van welk manuscript is afgeleid, eventueel verloren handschriften te reconstrueren en zo het origineel zo dicht mogelijk te benaderen. Als van de bladeren van een boom werk je via de takken terug naar de stam; zo werkt de classicus van de concreet voorhanden zijnde data terug naar verloren informatie. Dat de methode correct is, weten we doordat in de Egyptische woestijn papyri zijn teruggevonden met daarop teksten zoals ze volgens de reconstructie moesten zijn.

Dit idee, dat je aan de hand van wat je in het heden vindt terug kunt redeneren naar wat er vroeger moet zijn geweest, staat bekend als de fylogenetische stamboom. Die term komt uit de biologie: van de huidige diersoorten kunnen we terugredeneren naar uitgestorven voorouder-diersoorten. Ik heb me ooit door een bioloog laten vertellen dat de methode ook hier correct is gebleken: sommige vormen waarvan men had beredeneerd dat ze bestaan moesten hebben, zijn in fossiele vorm teruggevonden.

Lees verder “MoM | Digitale historische taalkunde”

De dwarse meningen van Hemelrijk

Een scherf van een vaas, beschilderd door de Sarpedon-schilder, uit de collectie van het Allard Pierson.

Om een dreigend misverstand weg te nemen: er zijn twee Amsterdamse professoren Hemelrijk, een jongere die tegenwoordig oude geschiedenis doceert en een oudere, kunsthistoricus van huis uit, die ook directeur was van het Allard Pierson-museum. Na zijn emeritaat schreef hij een stuk of zestig stukken over de Griekse kunstgeschiedenis in Amphora, het sympathieke tijdschrift van de Vrienden van het Gymnasium; die bundelde hij in 2009 en 2014 in twee boeken, Makron en zijn makkers. Fijne lectuur.

Dwarse meningen

Al was het maar omdat de oude Hemelrijk af en toe lekker dwars kon zijn. Zo vertelt hij met smaak over de wijze waarop de georganiseerde misdaad in Italië Etruskische graven plunderde en het spul vervolgens verkocht aan buitenlandse musea, zoals het Metropolitan Museum in New York en het Getty-museum in Malibu. Die zorgden voor wetenschappelijke uitgaven die, zo schrijft Hemelrijk, de wetenschap van de kunstgeschiedenis verder brachten. De politie rolde het netwerk echter op en dus gingen de voorwerpen terug naar Italië. Maar de Italianen, die zorgden niet voor goede publicaties. Hemelrijk was niet blij

Lees verder “De dwarse meningen van Hemelrijk”

Gestolen papyri, een samenvatting (1)

Een mummie-kartonnage (Archeologisch Museum, Zagreb)

Je verwacht het niet: opnieuw blijken uit Oxford verdwenen papyri in New York te zijn. U leest er hier meer over. Hieronder is een overzicht van de stand van zaken waar de dagelijkse lezers van deze blog weinig nieuws in zullen vinden.

Achtergrond

In 1896 begonnen de Britse oudheidkundigen Bernard Grenfell (1870-1926) en Arthur Hunt (1871-1934) met de opgraving van Oxyrhynchos, een antiek stadje aan een wetering langs de Nijl. Ze deden dit met het expliciete doel antieke teksten in situ te vinden. Zolang oudheidkundigen niet wisten waar een tekst vandaan kwam, konden ze namelijk ook niet weten of die echt was. Dat is sindsdien niet veranderd; papyri zijn simpel te vervalsen en ook met koolstofdateringen en spectrometrie is niet vast te stellen dat zo’n snipper een authentieke tekst bevat. Na een jaar of tien hadden Grenfell en Hunt ongeveer een half miljoen snippers, die worden beheerd door de Egypt Exploration Society (EES) in Oxford. In de afgelopen eeuw zijn ruim 5000 fragmenten uitgegeven.

Lees verder “Gestolen papyri, een samenvatting (1)”

Oog op de Oudheid 2021

Oog op de Oudheid is een jaarlijkse serie presentaties en -discussies over de bestudering van de oudheid, georganiseerd door het Rijksmuseum van Oudheden. Want de wereld van de Romeinen, Grieken, Kelten, Egyptenaren, Joden en Mesopotamiërs is fascinerend, maar de bestudering daarvan is dat eveneens. Onder het motto ‘geen weetjes maar wetenschap’ hoort u vier avonden lang wat onderzoekers nu eigenlijk doen – dit jaar via livestreams. In 2021 is Oog op de Oudheid gewijd aan het thema controverse.

  • data: dinsdag 30 maart, dinsdag 6, 13 en 20 april 2021
  • tijd: 20.00 – 21.30 uur
  • locatie: livestream vanuit het Rijksmuseum van Oudheden
  • kosten: gratis
  • social media: #OodO21

Programma

Elke avond begint om 20.00 uur, wordt ingeleid door en sluit af met een korte discussie onder leiding van presentator Richard Kroes. Om 21.30 uur is de sluiting.

Lees verder “Oog op de Oudheid 2021”