MoM | Oude tabletten, nieuwe technieken

Een kleitablet uit het NINO: een lijst met beroepen uit de vierentwintigste eeuw v.Chr.

[Vandaag een gastbijdrage van Marjon Verburg, die aanwezig was bij een bijeenkomst over de catalogisering van de NINO-kleitabletten-collectie, waarbij ook nieuwe laboratoriumtechnieken werden behandeld.]

Het Nederlands Instituut voor het Nabije Oosten (NINO) heeft een collectie van zo’n 3000 kleitabletten, rolzegels, lemen kegels, die in bijvoorbeeld Uruk werden gebruikt om mozaïeken op muren mee te maken, en nog diverse andere objecten: de Liagre Böhl collectie, vernoemd naar F.M.T. de Liagre Böhl. Deze Leidse professor in de assyriologie, van 1939 tot 1955 aan het NINO verbonden, bouwde de collectie op in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw.

Op 3 juli jl. werd er in het Rijksmuseum van Oudheden onder leiding van prof.dr. Caroline Waerzeggers een serie korte presentaties gegeven over onder meer het catalogiseren van de voorwerpen en het scannen van kleitabletten.

Lees verder “MoM | Oude tabletten, nieuwe technieken”

Nachtelijk geblog

Ik zat gisteravond bij vrienden koffie te drinken en terwijl we met een half oog keken naar een film over draken kletsten we, behalve over koetjes en kalfjes, over een paar dingen waar iedereen in onze filterbubbel het momenteel over heeft. De vaste lezers van deze blog kennen enkele van die onderwerpen wel, zoals de openlijke minachting voor de archeologie in Cuijk, waar de gemeente – in een schoolvoorbeeld van wat een vals dilemma is – de wetenschappelijke belangen plaatst tegenover wat ze maatschappelijk relevant vindt.

We hadden het over de aanslag door de Commissie Van Rijn op de letteren en dat leidde tot een discussie over de problemen aan de Amsterdamse letterenfaculteit in 2015. Ik herinnerde me daarvan vooral het gênante onderscheid dat de decaan toen maakte tussen brede, op de maatschappij gerichte opleidingen en wetenschappelijke opleidingen. Nog een voorbeeld van een vals dilemma, want de maatschappij schreeuwt om letterenstudenten die wetenschappelijk zijn opgeleid. Mijn gastheer herinnerde ons echter aan iets anders: aan het feit dat de letterenproblemen destijds waren uitgelopen op een bezetting van het Maagdenhuis die veel kwaad bloed had gezet bij de andere faculteiten. Dat maakte de steun die de bedreigde letteren nu krijgen van medewerkers uit die andere faculteiten, eigenlijk nog veel inspirerender.

Lees verder “Nachtelijk geblog”

Stukje in mineur

Dit plaatje heeft niets met wetenschap te maken maar wetenschap heeft wel alles te maken met haar toekomst.

Eigenlijk ben ik al twee weken van slag. Het begon met de Cuijkse Affaire, waarin de genoemde gemeente in een officieel document de wetenschap plaatste tegenover het maatschappelijk belang. Ik weet dat mijn vak ooit inspirerender is geweest, maar ik was liever iets minder rauw geconfronteerd met de minachting die het inmiddels oproept. Later was er het nieuws over de papyrologie. Hoewel we al wisten dat de Green Collection gestolen oudheden heelde, en hoewel we dus mochten aannemen dat er minimaal één dief was, zag ik niet aankomen dat dit een vooraanstaand Oxford-wetenschapper zou zijn.

Verder was er slecht nieuws over de Nederlandse universiteiten. Simpel samengevat neemt de minister het advies van de Commissie van Rijn over dat er meer geld moet naar de technische universiteiten en dat dit kan worden weggehaald bij de algemene universiteiten. Wat dat betekent, is samen te vatten als “het geld gaat niet naar de samenleving maar naar multinationals”. Wat dat betekent, kunt u ook lezen in de brief van WO in Actie naar de Commissie OCW van de Tweede Kamer: schade aan de vervlochtenheid van de wetenschappen en verhoogde druk op studies als neerlandistiek, econometrie, Duits en huisartsengeneeskunde. Over tien jaar zult u veel meer moeite moeten doen om een huisarts te vinden.

Lees verder “Stukje in mineur”

Eerste-eeuwse Marcus

Een mummie-kartonnage (Archeologisch Museum, Zagreb)

Ik had nooit verwacht dat ik veel over papyrologie zou gaan bloggen, en ik had voor vandaag ook een heel ander artikel in gedachten, maar er zijn verwikkelingen in papyrologieland die er niet om liegen.

Eén: even wat eerstejaarsstof. Een papyrus is, zolang je antiek materiaal koopt op eBay en het recept gebruikt van antieke inkt, en zolang je het juiste schrijfmateriaal hanteert, zó te vervalsen dat het in een laboratorium niet valt te ontdekken. Een papyrus waarvan de herkomst onbekend is – die geen geldige provenance heeft, in jargon – kan dus niet dienen als wetenschappelijk bewijs omdat het kan gaan om een vervalsing (zie bijv. het Evangelie van de Vrouw van Jezus, de Artemidorospapyrus of de vijf Dode-Zee-rol-snippers van oktober j.l.). Onderzoekers hoeven gelukkig ook niets met unprovenanced papyri te doen aangezien er nog eeuwen werk is met het uitgegeven van de wel provenanced papyri in de museumdepots.

Lees verder “Eerste-eeuwse Marcus”

MoM | Oudheidkundes

Zomaar ter illustratie een Grieks theatermasker uit het Archeologisch Museum in Thessaloniki. Niet dat het iets met het onderstaande te maken heeft maar ik heb geen beter plaatje en ach, het is wel zo aardig.

Het kwam vorige week even ter sprake: wat is eigenlijk het verschil tussen al die oudheidkundige disciplines? Misschien is het zinvol om wat begripsverheldering te bieden, temeer omdat ik nogal eens word geconfronteerd met mensen die niet begrijpen dat geschiedenis een vak is.

De oude wereld wordt vanouds bestudeerd door mensen die ik classici zal noemen. Die staan in een prachtige traditie, teruggaand op de Renaissance, toen de inzet was dat de mensen graag beter wilden schrijven en de Oudheid als voorbeeld namen. Er waren destijds ook geleerden die de Oudheid niet zozeer wilden volgen maar gewoon wilden kennen. In feite zijn deze attitudes nog altijd aanwezig: er zijn nog volop classici die vooral bewondering voelen voor wat inderdaad mooi is – het boek van Simon Goldhill dat ik ooit besprak is een voorbeeld – en er zijn mensen die hun vakgroep liever “Griekse en Latijnse taal en cultuur” noemen. Meestal worden ze samen aangeboden, al oogt dat toch een beetje alsof je het hebt over de faculteit “Franse en Duitse taal en cultuur”, maar zo vreemd is dat niet: een groot deel van de Romeinse literatuur is nu eenmaal in het Grieks. Veel opvallender is eigenlijk de afwezigheid van het Aramees voor wie de literatuur en cultuur van de Romeinen wil bestuderen.

De tweede grote groep wetenschappers die zich met de oude wereld bezighoudt, zijn de archeologen. Oorspronkelijk waren dat vooral kunsthistorici à la Winckelmann, die de bewonderende houding deelden met sommige classici. Ik kan ver met hen mee gaan. Als ik niet meer minimaal eens per week zou denken “dit is mooi”, zou ik ander werk moeten gaan zoeken.

Lees verder “MoM | Oudheidkundes”

De Cuijkse affaire

(uit de Beleidsnota Archeologie Cuijk, 2019)

Ik mag dan Jona heten, een profeet ben ik niet en de toekomst is voor mij even ongewis als voor u. Als je echter genoeg schrijft, doe je vroeg of laat weleens een voorspelling en die komt vroeg of laat weleens uit. Dat is helaas gebeurd.

In De klad in de klassieken schreef ik over de rechtvaardiging van oudheidkundig onderzoek en voorlichting en ik merkte op dat van de oudheidkundige disciplines de archeologie er het slechtst voorstond. Omdat de financiering via de Monumentenwet uitstekend was geregeld, zo gaf ik aan, waren de betrokkenen er niet langer aan gewend hun activiteiten met inhoudelijke argumenten toe te lichten.

De argumenten waarmee classici en oudhistorici hun relevantie onderbouwen, zijn weliswaar niet sterk, maar het zijn tenminste argumenten en er is wel eens over nagedacht. De archeologie daarentegen is zo sterk als de Monumentenwet.

Als er ineens wél vragen zijn over financiering, aard en belang van hun werkzaamheden, zijn archeologen verdraaid slecht voorbereid.

Lees verder “De Cuijkse affaire”

MoM | Eclecticisme

Xanten, gereconstrueerde herberg

Afgelopen vrijdag was ik in Xanten, waar enkele gebouwen uit de Romeinse stad Colonia Ulpia Traiana zijn nagebouwd. De reconstructies in het archeologische park zijn doorgaans heel goed doordacht. Wat de Duitse oudheidkundigen niet weten, zullen ze u niet tonen en om die reden is bijvoorbeeld het amfitheater nogal kaal. Uit andere steden weten we dat zo’n executieschouwburg was voorzien van allerlei standbeelden maar omdat de sokkels in Xanten (nog) niet zijn opgegraven, zult u die daar dus niet zien.

Bij de bovenstaande herberg lijkt men iets minder terughoudend geweest. We hebben – althans voor zover ik het kan overzien – in feite geen idee van de kleuren die de antieke stad aan de Rijn kan hebben gehad. Dat er is gekozen voor een witgekalkte muur waarvan de onderkant is geverfd met rode menie, is vermoedelijk gebaseerd op informatie uit Pompeii. Misschien vergis ik me, maar het gaat me in het stukje van vandaag minder om de precieze conclusies dan om de methode waarmee die worden bereikt. De oudheidkundige beschikt in dit geval over twee soorten data: enerzijds datgene wat archeologen op een bepaalde plaats uit de grond halen en anderzijds datgene wat hij, om zo te zeggen, importeert uit andere opgravingen.

Lees verder “MoM | Eclecticisme”