
Het jaar weet ik niet, maar als u er belang in stelt: het moet aan het einde van de vorige eeuw zijn geweest. Mijn beste vriend – inmiddels tevens zakenpartner – en ik waren in zijn auto op weg van Parma naar het zuiden. We waren gestopt bij een benzinepomp en terwijl hij benzine was wezen tanken, was ik langs een snuisterijenwinkeltje gewandeld.
“Je raad nooit wat ik gezien heb,” zei ik, toen we elkaar in de auto weer tegenkwamen.
“Nou?”, vroeg hij, terwijl hij verkwistend gas gaf.
“Een fles met Mussolini-shampoo,” vertelde ik. Hij proestte het uit.
We reden al op de snelweg en konden niet meer omkeren. Daarom besloten we het ergens anders te kopen, maar we hebben deze shampoo noch tijdens die reis noch later ooit ergens anders meer gezien.
Betekenisnetwerken
Mussolini-shampoo kan niet. En het is meer dan alleen het feit dat de duce zo kaal was als een biljartbal. Feitelijk botsen er twee netwerken van betekenissen. Enerzijds het politieke netwerk van symbolen, tekens en associaties van het fascisme, anderzijds het meer huiselijke netwerk waarbij de shampoo hoort. Openbaar versus persoonlijk, grootse ambities versus kleine zelfverzorging.
Ander voorbeeld: een schilderij van Hitler met een Big Mac. Of de joodse cowboy Kinky Friedman. Of de wijze waarop Adam West Batman speelde: niet bepaald de getormenteerde ziel die de Dark Knight eigenlijk is. Zo zijn er nog meer voorbeelden van tegenstellingen die op de lachspieren werken.
Maar het is niet alleen humor. In Griekse (en andere) mythen komen allerlei personages voor, en niet zelden spreken de verhalen elkaar tegen. Uit de enorme voorraad motieven heeft de verhalenverteller een held genomen en daar heeft hij een monster bij gezocht. Het deed er destijds niet toe dat een andere verhalenverteller deze held koppelde aan een ander monster, of dat een derde verteller het monster had laten doden door weer een andere held. Monsters, helden en andere verhaalmotieven konden vrijwel willekeurig worden gecombineerd. Het stoorde niemand dat zowel Odysseus als de Argonauten op zee problemen ondervonden met zwervende klaprotsen. Als iemand had verteld dat Bellerofon zulke klaprotsen was tegengekomen op het land, zou ook niemand ervan hebben opgekeken.
Begrensde vrijheid
En nu kom ik ter zake. Mythenvertellers hadden een enorme vrijheid. Maar die was niet onbeperkt. Euripides kan in de Alkestis de lachers op zijn hand krijgen met een grappige Herakles (een soort Jerommeke), maar diezelfde lachers zouden het niet hebben geaccepteerd als Herakles er niet in zou zijn geslaagd Alkestis te bevrijden uit de Onderwereld. Herakles dronken? Prima. Die vrijheid had een toneelschrijver. Herakles als redder van Alkestis, terwijl in een ander toneelstuk Persefone die taak had? Ook geen probleem. Maar een falende Herakles? Nee, dat viel buiten de toegestane betekenisvelden.
Idemdito Batman. Hij mag campy worden gepresenteerd, maar aan het einde moet hij zegevieren. Zijn sidekick is Robin en kan niet ineens Doctor Watson zijn. Zijn alter ego heet Bruce Wayne, niet Peter Parker. Wijkt de verhalenverteller af van de vaste elementen, dan zitten we óf op het terrein van de humor (Romeo and Ethel the Pirate’s Daughter) óf op het terrein van het onacceptabele.
Mijn vraag is: hoe heten die botsende betekenisnetwerken? Er is ongetwijfeld over gepubliceerd, maar de classica die ik advies vroeg, antwoordde dat ze precies begreep wat ik bedoelde maar ook de naam niet wist. Dus ik gooi het nu maar even hier neer. En terwijl u daarover mag nadenken rond ik af met Adam Wests knapste scène.
Naschrift
De eerste antwoorden komen inmiddels binnen, waarvoor dank. Ik word geattendeerd op dit boek, waarin de onveranderbare kern van een fluïde traditie wordt aangeduid met de antieke term hypothesis. Hieronder leest u over “genrebreuk” en “diëgetische inconsistentie”. Met de mail kwam een kleine verzameling termen uit de hedendaagse literatuur- en cultuurwetenschap binnen, zoals: “subversive revisionism”, “iconoclastic re-appropriation” en “subversive mythografy”.

Goede morgen Jona,
Ik denk dat je hint op een genrebreuk of diegetische inconsistentie. Deze termen benoemen het verschijnsel waarbij vaste betekeniskaders, verhaalregels of canonieke elementen elkaar beginnen te ondermijnen, en het publiek dat ervaart als humor, parodie of simpelweg “fout”.
Ik vond het volgende bericht ook wel apart:
https://nos.nl/l/2592233
Vriendelijke groet,
Ook weer een manier waarop de geschiedenis je leert om je eigen denkbeelden te relativeren. Niet overal vindt men de Führer de verpersoonlijking van het kwaad.
Ik heb op een boekenmarkt in Bolivia “El diario de Anne Frank” broederlijk naast “Mi Lucha” con Adolfo Hitler zien liggen.
Wat dit bericht extra vreemd maakt, is dat het blijkbaar niet in Namibië is doorgedrongen dat het Duitse optreden tegen de Herero’s een voorproefje was van Auschwitz.
Naar aanleiding van de gestelde vraag gingen mijn gedachten uit naar de theorie van de receptie-esthetiek. Zie bijvoorbeeld https://nl.wikipedia.org/wiki/Receptie-esthetiek
Beste Jona,
zit weer eens proestend van het lachen achter mijn laptop! Inderdaad een geniaal filmpje van Adam West! Als jochie van een jaar of 9 was ik een fan maar toen ik heel veel later de serie nog eens zag, viel me pas op hoe grappig die was. Herinner me vooral de vele hilarische ‘Dei ex machina’.
(Scene in kantoor bij de burgemeester: alles is verloren, de Joker heeft gewonnen tenzij B&R hem binnen een uur vinden en uitschakelen. Maar ze hebben geen idee waar hij uithangt. Dan kijkt Robin in een prullenbak en ziet een papiertje. “Kijk Batman! Een briefje met een adres. Dat moet het adres van de Joker zijn!!”). Een klein uur en vele geweld suggererende onomatapeeën (*) (Pow! Bam! Splat! Kapow!) verder was alles weer in orde.
Verder zeer interessant, dat verhaal over wat wel en wat niet kon bij mythes en de betekenisnetwerken of hoe je het ook wil noemen. Toen ik ooit onderstaand kunstwerk zag op TV noemde ik het kortsluiting in het brein. Twee symbolen die ik als kleuter heb leren kennen ( en dus navenant diep in die bloemkool tussen de oren opgeslagen), die radicaal met elkaar vloeken: een Mickey Mouse pop aan het kruis.
(kan helaas geen afbeelding plakken)(tsk!)
(*) liefhebbers van onomatopeeën wil ik ‘Onomatopoeia’ van Todd Rundgren aanraden. Makkelijk te vinden op Youtube.
https://music.youtube.com/watch?v=y_8F5EfSblc&si=IdcjmuRxJdFInGge
Nog een Batman parodie. Waarschuwing: niet op klikken als je geen zin hebt in 8 minuten gekke funky muziek.
Tenzij je oudere voorbeelden vindt dan de shampoo, Hitler met Big Mac en de joidse cowboy, zou ik dit geen stijlfiguur noemen maar “postmodernisme” opperen.
Ooit was ik op stap met een groep cursisten van de Volksuniversiteit Groningen in het noorden van Italië, waar op dat moment helaas met enige kracht en vrijwel dagelijks wat aardbevingen plaats vonden. Veel musea waren dan ook tijdelijk gesloten, en we moesten op zoek naar andere excursiedoelen. Dat werd – op mijn voorstel – op zekere dag Predappio, de plaats waar Mussolini geboren is en (na een bizarre omzwerving met wat er nog van hem over was) ook begraven. Ik herinner me van Predappio vooral de vele winkels waar je ‘Mussoliniana’ kon kopen. En een flink aantal jaren daarvoor liep ik op een markt in Palermo, waar ook een stalletje stond waar je cassettebandjes met de ‘complete’ toespraken van il Duce kon kopen. Voor ons tamelijk schokkend, voor een aantal( of: veel??) Italianen min of meer een gewone zaak. Men leze de sublieme boekenserie ‘M’ van Antonio Scurati om iets meer te begrijpen van de omgang van Italianen met hun fascistische verleden.
Nee maar Frans toch!
Nooit gedacht op deze blog nóg een liefhebber van “The Funk, the Whole Funk and nothing but the Funk” tegen te komen!
Beetje ‘off topic’, maar dat zal Clinton en zijn Promentalshitbackwashpsychosisenema-Squad worst wezen.