Epische schilden

Urartees schild met concentrisch opgebouwde voorstelling

Ergens tussen 750 en 650 v.Chr., de tijd die we in de Griekse kunstgeschiedenis aanduiden als “oriëntaliserend”, begonnen de soldaten zichzelf te voorzien van ronde, bronzen schilden. De wapensmeden leefden zich erop uit en hamerden er de mooiste decoraties op, vrijwel altijd in de vorm van verschillende concentrische cirkels. Ze lijken oosterse voorbeelden te hebben gehad. Het schild hierboven, momenteel te zien op de Armenië-expositie in het Drents Museum in Assen, komt uit Urartu. Het is door koning Rusa I rond 730 v.Chr. achtergelaten in een tempel in Karmir Blur.

Het schild van Agamemnon

De helden van de Ilias, waarvan we gemakshalve zullen zeggen dat die aan het begin van deze tijd is samengesteld, droegen ook zulke schilden. Over Agamemnons schild lezen we in Ilias 11.32-40 dat het prachtig was bewerkt, met tien cirkels rond een knop van donkerblauw email. Daar stond een Gorgo, geflankeerd door personificaties van Angst en Vlucht. Misschien moeten we denken aan het onderstaande schild uit Luristan, dat ook een opvallende schildknop heeft en is voorzien van vreesaanjagende wezens.

Lees verder “Epische schilden”

De tempel van Melqart in Cádiz

De nu ontdekte ruïne middenin de foto (© Universiteit van Sevilla)

Als een krant kopt dat wetenschappers de “heilige graal” van een vakgebied hebben gevonden, weten we dat de journalist de stof oninteressant vond. Anders zou ’ie geen cliché hebben hoeven gebruiken. Als lezer laat je het ongelezen, maar dit artikel in El País is wel de moeite waard.

Onderzoekers van de Universiteit van Sevilla en het Andalusisch Instituut voor Historisch Erfgoed hebben namelijk een FenicischKarthaags-Romeins gebouw gevonden dat weleens de tempel kan zijn geweest van Melqart. Dit was een van de beroemdste gebouwen uit de oude wereld. Hannibal heeft er geofferd. Het is waar Julius Caesar in huilen uitbarstte toen hij het beeld zag van Alexander de Grote. De Romeinse magistraat had nog niets voor de eeuwigheid gedaan op de leeftijd waarop Alexander de wereld al had veroverd. Als de anekdote waar is, verraadt ze veel over Caesars ambitie.

Lees verder “De tempel van Melqart in Cádiz”

De Zuilen van Hercules (in Drenthe)

De Zuilen van Hercules, even bezuiden Groningen.

Het zal u niet onbekend zijn dat de Griekse halfgod Herakles nogal een macho was, hoewel hij méér was dan alleen een krachtpatser. Het was eigenlijk een karakter dat naar believen viel in te vullen: als tragische figuur, zoals in SofoklesHerakles, of als een soort Jerommeke, zoals in EuripidesAlkestis. Ik moet altijd denken aan Batman, een personage dat in de stripverhalen worstelt op de grens van goed en kwaad, terwijl er ook een campy TV-serie is vol knap geacteerde en bizarre scènes.

Omdat ook andere volken mannetjesputtergoden vereerden, zagen de Grieken hun Herakles overal terug. De Griekse onderzoeker Herodotos vermeldt bijvoorbeeld een Egyptische god die hij gelijkstelt aan Herakles. Het is niet helemaal duidelijk of dat Shu, Chonsu of Herisjef is. De laatste kreeg zijn offers in een stad die later Herakleopolis heette en heeft misschien de beste papieren.

Lees verder “De Zuilen van Hercules (in Drenthe)”

Historische hernoemingen

Artemis en Apollo doden de kinderen van Niobe (Glyptothek, München)

Een paar weken geleden deed iemand me een oud kinderboek cadeau, gewijd aan Jan Pieterszoon Coen. Degene die het me gaf, vroeg zich af hoe lang de Coentunnel nog Coentunnel zou heten en we vroegen ons af of de Coentunnel wel was vernoemd naar de Slachter van Banda. En we hadden het erover dat we eigenlijk niet goed wisten wat we ervan moesten denken. Ja, dat de Amsterdamse Stalinlaan in 1956 is omgedoopt tot Vrijheidslaan, dat was wel logisch. Stalin was niet alleen een tiran maar er was ook voldaan aan de voorwaarde dat mensen dat wisten. Er moet enig historisch bewustzijn bestaan, er moet enige ijking van historische feiten aan eigentijdse normen zijn, voordat het gaat schuren en een straat wordt hernoemd. Het Vondelpark wordt pas hernoemd als meer mensen Hierusalem verwoest kennen.

Griekse mythen

Ik was het gesprek eigenlijk alweer vergeten toen ik gisteren, dinsdag dus, eraan dacht dat het Apolloproject is vernoemd naar een Grieks-Romeinse godheid die een stuk of wat verkrachtingen op zijn geweten heeft. Nooit eerder bij stilgestaan. Het huidige Artemisproject is vernoemd naar de zus van Apollo, die erop toezag dat de jager Aktaion door zijn eigen honden werd verscheurd. Broer en zus moordden ook de kinderen van Niobe uit, zes meisjes en zes jongens.

Lees verder “Historische hernoemingen”

1. De periferie en het centrum

Sculptuur uit Oud-Termez

[Vandaag bestaat de Mainzer Beobachter tien jaar en daarom maak ik een persoonlijke balans op. De trouwe lezers van de blog zullen weinig nieuws tegenkomen, maar het is goed eens te kijken of mijn ambities overeenkomen met de praktijk. Dit is het eerste van twaalf stukjes; het eerste was hier.]

Oud-Termez is ontstaan rond 200 v.Chr., zoveel maakt de archeologie wel duidelijk, maar veel meer weten we niet. Dat de bouwheer een hellenistische koning Demetrios was die de stad naar zichzelf vernoemde, is maar één hypothese over de stichting. De vondsten bieden geen uitsluitsel, al is het plaatselijke museum aardig genoeg: de gebruikelijke collectie aardewerk en munten en ook wat sculptuur. Daaronder is een kapiteel, gedecoreerd met palmetten, guirlandes en een afbeelding van een gespierde, naakte man met over zijn hoofd een leeuwenhuid. Herakles, zou je zeggen.

Termez ligt echter in Baktrië, op de grens van Oezbekistan en Afghanistan, en het kapiteel is gevonden in een boeddhistisch klooster. De makers hebben, toen ze Boeddha wilden afbeelden, gekozen voor een Grieks voorbeeld. Andere vroege Boeddha’s zijn gebaseerd op westerse afbeeldingen van de god Apollo.

Lees verder “1. De periferie en het centrum”

Manuscript met drakendoder

Middeleeuws Ovidius-manuscript (Vaticaanse Bibliotheek, Rome)

Scherp als uw ogen zijn en paraat als uw kennis van de Latijnse poëzie is, had u het bovenstaande natuurlijk terstond geïdentificeerd als de regels 27 tot en met 58 uit het derde boek (zie het cijfer bovenaan) van de Metamorfosen van Ovidius. Dat is het begin van een heel mooi verhaal dat ik hieronder aan u zal geven in de vertaling van Marietje d’Hane-Scheltema. Het manuscript is afkomstig uit de Vaticaanse Bibliotheek.

Het verhaal? Jupiter (zoals de Romeinen Zeus noemen) heeft van het strand bij de Phoenicische stad Tyrus – ik blogde er al eens over – het meisje Europa ontvoerd. Haar broer Cadmus gaat haar zoeken. Diens naam is overigens Semitisch: qedem betekent zoiets als “oosterling”. Hij belandt met wat vrienden in Griekenland en wil daar een stad gaan stichten. Hieronder leest u wat er toen gebeurde. Daarna, nog verder naar onder, nog een enkel woord over de slang in de boom.

Lees verder “Manuscript met drakendoder”

De Heraklesboeddha

Sculptuur uit Oud-Termez

Ik vertelde gisteren hoe de Grieken in Baktrië, het noorden van Afghanistan en het Surkandarya-district in Oezbekistan, waren aangekomen: eerst als ballingen, later als een door Alexander de Grote geïniteerde volksplanting. Kampyr Tepe is een van de zo ontstane Graeco-Baktrische versterkingen.

Vanaf de vroege tweede eeuw waren deze Grieken onafhankelijk onder eigen koningen, waarvan ik Demetrios al eens noemde, de vorst naar wie Termez, ooit Demetria, is vernoemd. Er zijn andere theorieën, waaronder de Indische etymologie Taro Maetha, “overkant”. Deze naam kan zijn gegeven door Boeddhistische monniken die aan de zuidkant van de Amudarya zouden hebben gewoond en zich later aan de overzijde vestigden.

Lees verder “De Heraklesboeddha”

Hercules en Dionysus

Dionysus en Hercules (Parma)
Bacchus en Hercules (Parma)

Het moet 2001 zijn geweest toen ik met mijn vaste reisgenoot naar Parma ging. We sliepen in een hotel bij het station waarvan ik me alleen herinner dat er een vrouw was die, toen wij onze auto uit de garage kwamen halen, met een gele Lamborghini naar buiten kwam stuiven. Wat ik me ook van Parma herinner zijn bovenstaande twee kolossale beelden uit de Galleria Nazionale. Het zijn de halfbroers Bacchus en Hercules.

Ze zijn gemaakt van een basaltachtige, Egyptische steensoort die bekendstaat als “bekhen” en een groenige, ietwat metaalachtige kleur heeft. Ze dateren uit de laatste jaren van de eerste eeuw n.Chr. en stonden ooit in Rome in de Aula Regia, de troonzaal van de Romeinse keizers op de Palatijn.

Lees verder “Hercules en Dionysus”

Melqart

Melqart (Deens Nationaal Museum, Kopenhagen)

Het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden heeft onlangs een mooie Cypriotische buste aangekocht. Hier leest u het persbericht. Het aardige is dat het kunstwerk meteen kan worden geïdentificeerd als Grieks: de wonderlijke glimlach en de amandelogen zijn uit duizenden te herkennen. Er zijn echter ook oosterse invloeden. Cyprus werd in de eerste helft van de vijfde eeuw v.Chr. door de Perzen beheerst en de baard van de nieuwe RMO-aanwinst lijkt op de Assyrische of Perzische baarden. Ik heb nog even gekeken of ik een Fenicisch voorbeeld kon vinden, maar dat heb ik niet.

De kop boven dit stukje heeft weliswaar geen baard, maar is ruwweg even oud en vertelt eveneens een verhaal over Griekse én oosterse invloeden. Dit is het portret van de Fenicische god Melqart, wiens naam gewoon “stadsvorst” betekent. Het element mlk betekent namelijk “koning” (zoals in het Arabische malik en het Bijbelse Moloch) en krt betekent stad (zoals in Kart Hadašt, “de nieuwe stad”, Karthago). Melqart is de stadsgod van Tyrus en zijn Cypriotische koloniën en wordt daarom ook wel Baal Ṣur genoemd, “heer van Tyrus”.

Lees verder “Melqart”

Parthische drinkhoorn

Een kentaur op een drinkhoorn
Een kentaur op een drinkhoorn

Wat u hierboven ziet is het uiteinde van een rhyton, een drinkhoorn. Het stelt een kentaur voor, zo’n diergeworden stuk natuurkracht dat lijkt op een paard met een menselijk bovenlijf en soms, zoals in dit geval, vleugels. Op zijn schouder neemt hij een jonge vrouw mee.

Het was in de Oudheid nooit geheel zonder gevaar om je door een kentaur te laten transporteren. Het bleven natuurwezens die dierlijke dingen deden. Een beroemde sage vertelt hoe een kentaur aanbood de echtgenote van Herakles een rivier over te zetten. (Waarom de krachtpatser zijn vrouw niet zelf op de schouders nam, wordt er niet bij verteld.) Halverwege de stroom vergreep de kentaur zich aan zijn passagier, waarop Herakles zich genoodzaakt zag het mythologisch schepsel met een pijlschot te doden.

Lees verder “Parthische drinkhoorn”