Een nieuwe aflevering in de onregelmatig verschijnende reeks faits divers, met deze keer: dodecaëders, historische taalkunde en Hannibals Alpentocht, een onderwerp waarbij de grens tussen wetenschap en pseudowetenschap is vervallen. Wat ons automatisch brengt bij Erich von Däniken.
Dodecaëder
Dodecaëders zijn metalen voorwerpen met twaalf dezelfde vijfhoekige vlakken, waarin cirkelvormige openingen zitten. Op de hoeken zijn knopjes aangebracht. Sommige dodecaëders zijn maar vier centimeter in doorsnee, andere wel twaalf; de zwaarste weegt een kilo, de lichtste nog geen veertig gram. Geen mens weet waarvoor ze dienden, al zijn ze vooral in Noordwest-Europa gevonden in uiteenlopende Romeinse contexten. Dat kan een graf zijn, of een legerkamp, een badhuis, een muntschat, een theater of een Friese terp, zoals het exemplaar dat u hierboven ziet, dat is gevonden in Hartwerd.
[Vandaag bestaat de Mainzer Beobachter vijftien jaar, en ik plaats vijftien blogjes over vijftien voorwerpen uit de vijftiennoot Vandaag zijn Holland en Vlaanderen elk weer één gewest. Nederlandssprekende provincies.]
Empel
Een van de interessantste Nederlandse opgravingen van de afgelopen halve eeuw is de tempel van Empel, een dorp dat u even ten noorden van Den Bosch kunt vinden, vlakbij de rivier de Maas. Hier stond ooit een opvallend grote tempel, gewijd aan Hercules Magusanus.
De Alexandersarcofaag achter spiegelend glas (Archeologisch Musea, Istanbul)
Osman Hamdi was een van de belangrijkste Ottomaanse archeologen, en het is aan hem te danken dat de koninklijke graven in Sidon in 1887 niet zijn geplunderd maar redelijk professioneel zijn opgegraven. Het gaat om twee complexen; het een was door antieke vandalen geplunderd, in het ander stonden de sarcofagen van een dynastie die in de vijfde en vierde eeuw v.Chr. regeerde over de Fenicische havenstad. De jongste van de stenen grafkisten staat bekend als de Alexandersarcofaag en was het graf van koning Abdalonymos (Abd-Elonim, “dienaar van de hoogste goden”). Deze koning van Sidon zou Alexander volgen tot in India.
Hamdi begreep meteen het belang van de vondst, borg alle sarcofagen en liet ze overbrengen naar het Ottomaanse Museum in Constantinopel, niet ver van het Topkapi-paleis. Daar staat de verzameling grafkisten nog altijd, al heet de instelling inmiddels de Archeologische Musea van Istanbul.
Romulus en Remus op een munt uit Pisidië (onbekend museum)
Al ruim eenentwintig eeuwen geldt de eenentwintigste april als de stichtingsdag van Rome. Volgens de traditie waren Romulus en Remus, zoals de stichters heetten, eigenlijk herders, en dat is wat raar, aangezien in de meeste verhalen over stadstichtingen de klus in handen is van koningszonen of aristocraten. Waar komt het Romeinse verhaal vandaan?
Verzonnen dateringen
Eerst iets over de datum. Op 21 april vierden de Romeinen de Parilia. Het was een herdersfeest, waarbij mensen sprongen over vuurtjes van stro en olijftakken. Omdat de Romeinen meenden dat de oudste kern van hun stad iets primitiefs moest zijn geweest, en omdat ze niets primitievers kenden dan herders, redeneerden ze dat de eerste Romeinen ook wel herders zouden zijn geweest. Je zou het een sociologische theorie kunnen noemen. In elk geval heeft het niets van doen met de historische waarheid, want die is dat de eerste bewoners van Rome boeren waren. Niks herders, het archeologisch bewijs is zonneklaar. Maar goed. Als je aanneemt dat de eerste Romeinen herders waren, dan houd je herdersfeesten in ere, en vanaf de eerste eeuw v.Chr. meende men dat Rome was gesticht op 21 april.
Wie door het Midden-Oosten reist, stuit vroeg of laat onvermijdelijk op herders die hun kuddes verplaatsen van de zomer- naar de winterweiden en terug. Ze trekken daar wat meer de aandacht dan in Griekenland of Italië, hoewel ook daar nog altijd herders zijn die met geiten en runderen heen en weer trekken. In Spanje zijn de cañadas, de wegen waarlangs herders hun kuddes verweidden, niet meer wat ze zijn geweest, en dat geldt ook voor de drailles uit het zuiden van Frankrijk, maar de aloude levenswijze is niet verdwenen. Ik zag vorige maand ergens bij Murcia nog een verkeersbord dat automobilisten attendeerde op grote kuddes.
Ook in onze eigen contreien benutten boeren nog altijd winter- en zomerweides. Ik herinner me uit mijn Veluwse jeugd dat de koeien met vrachtwagens naar Friesland gingen. De winter- en zomerweiden hoeven overigens niet zo ver uit elkaar te liggen: in Zwitserland bestaat Almwirtschaft, waarbij de kuddes van het dal naar – je raadt het nooit – de alm worden verplaatst. En weer terug natuurlijk. Het moge duidelijk zijn: veeteelt beperkt zich niet tot ’n grasveldje met wat prikkeldraad erom.
[Laatste van de vjf blogjes die Dieter Verhofstadt schreef over de traditie van de Twaalf Werken van de halfgod Herakles. Het eerste was hier.]
In de marge
Hoe ben ik bij deze reeks over Herakles te werk gegaan? Eerst kan ik dit erudiet kransje vrolijk maken met de artificiële intelligentie van Bing, die als antwoord op mijn zoekterm in zijn lijst tweemaal de stallen van Augias vermeldt. De vleesetende paarden van Diomedes zijn de kinderen van de rekening. Domme, domme AI!
Een evidente, zij het altijd gecontesteerde, stap was Wikipedia, dat ik tegenwoordig consulteer in minstens vier talen, Nederlands, Engels, Frans en Duits, en nog een vijfde als het onderwerp gebonden is aan bijvoorbeeld Italië.
De Farnese Hercules (Museo archeologico nazionale, Napels)
[Vierde van vijf blogjes die Dieter Verhofstadt schreef over de traditie van de Twaalf Werken van de halfgod Herakles. Het eerste blogje was hier.]
Nu we in de voorgaande blogjes de geschreven traditie hebben bezien, kunnen we ons richten op de wijze waarop de mythe van Herakles en zijn twaalf werken iconografisch is geëvolueerd.
Vaasschilderkunst en hellenisme
De afzonderlijke werken van Herakles vinden we op tal van vazen, daterend vanaf de zesde eeuw v.Chr. Bekend zijn de vele Attische vazen die zijn gevonden in Etruskische opgravingen, en die worden toegeschreven aan de “Schilder (van) Antimenes”. Bij hem vinden we de Nemeïsche leeuw, de Hydra, het Erymanthisch zwijn en Kerberos.
Herakles en Hippolyte (Musée de Mariemont, Morlanwelz)
[Derde van vijf blogjes die Dieter Verhofstadt schreef over de traditie van de Twaalf Werken van de halfgod Herakles. Het eerste blogje was hier.]
Hellenistische mythografie
Een belangrijke schakel tussen de in het vorige blogje beschreven poëtische traditie over Herakles en de latere mythografie vormt de vijfde-eeuwse auteur Hellanikos van Lesbos. In zijn genealogische en chronografische werken, waaronder de Atthis (een geschiedenis van Athene), behandelde hij Herakles niet als epische protagonist, maar als een iemand die is ingebed in dynastieke en lokale geschiedenis. Hoewel Hellanikos geen expliciete lijst of systematische behandeling van de werken van Herakles biedt, documenteert hij varianten en afwijkende tradities, vooral in genealogische en regionale details. Deze manier van ordenen – zonder harmonisering – leverde latere mythografen het materiaal waarmee ze selecties en canonieke structuren konden vormen. Bovendien draagt Hellanikos bij aan een bredere geografische contextualisering van Herakles’ daden: spelen diens eerste werken zich nog af op de Peloponnesos, dan is de uitwijking naar omringende streken een teken van een verder uitdijende Griekse invloedssfeer.
In de derde eeuw v.Chr. verschijnt het hellenistische epos van Jason en de Argonauten, opgetekend door Apollonios van Rhodos. Bij hem vinden we verwijzingen naar de hydra, het zwijn, de gordel, de appels en de vogels.noot Hydra: 4.1393. Zwijn: 1.122. Gordel: 2.774. Appels: 4.1393. Vogels: 2.1074. Opvallend genoeg zijn dat, afgezien van de hydra, werken die in andere bronnen ontbreken. Herakles neemt in dit gedicht tijdelijk de leiding van de Argonauten op zich, maar verlaat hen spoedig weer om zich aan zijn echte taak te wijden. De twaalf werken dienen als achtergrond voor de Argonauten, als een zich parallel voltrekkende mythe.
[Tweede van vijf blogjes die Dieter Verhofstadt schreef over de traditie van de Twaalf Werken van de halfgod Herakles. Het eerste was hier.]
Archaïsche poëzie
Herakles is uiteraard niet de hoofdfiguur in de Iliasnoch in de Odyssee. Hij maakt deel uit van een “ouder” deel van de Griekse mythologie. Aldus wordt in beide werken eerder naar hem verwezen, als een “referentiefiguur”.
In de Ilias beschrijft Homeros (achtste eeuw v.Chr.) Herakles als de sterkste man die ooit leefde en die “vele zware werken”nootIlias 15.639–640. moest volbrengen. Andere passages suggereren zijn zware lot, zijn geboorte en goddelijke afkomst nootIlias 14.324–328. of verwijzen naar zijn kracht. De Ilias maakt van geen van de twaalf klassiek geworden werken expliciet melding. Wel verwijst de godin Athena impliciet naar het laatste werk:
Herakles en de Leeuw van Nemea (Rijkmuseum van Oudheden, Leiden)
Dankzij een niet nader genoemd oudheidkundige ben ik de voorbije jaren steeds meer geïnteresseerd geraakt in hoe we weten wat we weten. Wat zijn de bronnen voor onze huidige kennis? Hoe betrouwbaar zijn die bronnen? Hoe verhouden bronnen zich tot elkaar, zowel literaire als andere? Hoe transformeert kennis, of het narratief eromheen doorheen de tijd?
De andere invalshoek van dit artikel is mijn quiz-hobby, waarvoor ik regelmatig studeer. Griekse mythologie is een populair thema in de quizwereld, waarop ik niet bijster goed scoor. Dus leer ik nu “de Twaalf Werken van Herakles”. Ze afdreunen is één (of eigenlijk twaalf), begrijpen hoe die vroeger en vandaag worden verteld en begrepen, is twee.
Dit als inleiding op “Hoe weten we wat we weten over de Twaalf Werken van Herakles”? Het is een kleine tang op een varken, want er is natuurlijk zeer weinig écht gebeurd, te beginnen bij het bestaan van Herakles zelf. Dit is dus eerder een mythografische analyse dan een historische, met uitbreiding van de niet-literaire bronnen, zoals de iconografie.
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.