
De wetenschap kent verscheidene hoaxes, mystificaties, falsificaties of hoe je ze ook maar wilt noemen. Ze worden om allerlei redenen in elkaar gezet: als academische grap, om iets aan te tonen, om verwarring te stichten of om geld te verdienen. Niet zelden is serieus onderzoek nodig om zo’n falsificatie te ontmaskeren. Gaat het dan om een inmiddels beroemd geworden mystificatie, dan krijgt zo’n werk een eigen intrinsieke waarde. Wie zou niet een “echte Van Megeren” willen hebben?
Op deze blog zijn ons eigen Nederlandse Oera Linda Boek, de Moabitische beeldjes en de Vrouw van Jezus al eens behandeld, en omdat het 1 april is, kan er nog wel wat bij: de “historische” Hans en Grietje.
Terwijl er in sagen en legenden een historische kern kan zijn, is die er in een mythe en een sprookje niet. Misschien doen we de sprookjes daarmee echter te kort. De Duitse cartoonist Hans Traxler (geb. 1929) meende te kunnen bewijzen dat het overbekende verhaal van Hans en Grietje wel degelijk gebaseerd kon zijn op historische gebeurtenissen. Hij introduceerde daarvoor de term Märchenarchäologie. Maar eerst iets over het sprookje zelf.
Hans en Grietje
“Hänsel und Gretel”, zoals het sprookje in het Duits heet, verscheen in 1812 als nummer KHM15 in de Kinder- und Hausmärchen van de gebroeders Grimm. Het is waarschijnlijk opgetekend in Hessen en lijkt door de Grimms te zijn bewerkt. Het sprookje komt in veel variaties voor, in heel Europa en ook daarbuiten. Als nummer 327A is het terug te vinden in de index van Aarne-Thompson (The Children With the Witch).
Om even het geheugen op te frissen en met zevenmijlslaarzen door de inhoud te stappen: Hans en Grietje wonen met hun vader en stiefmoeder aan de rand van het bos. Het gezin is arm en op een dag besluit de stiefmoeder, tegen de wil van de vader in, de kinderen in het bos achter te laten omdat er geen eten voor hen alle vier is. Na de eerste keer een truc uitgehaald te hebben met kiezelsteentjes, waardoor ze de weg naar huis hebben kunnen terugvinden, verdwalen Hans en Grietje een tweede keer echt en komen aan bij een huisje gemaakt van brood en snoepgoed. In het huisje woont een vriendelijke vrouw die de twee kinderen onthaalt op melk en pannenkoeken en bij haar laat overnachten. De volgende ochtend openbaart ze zich echter als een kwaadaardige heks die Hans wil vetmesten om op te eten en Grietje wil houden als slavin. Na een poosje besluit de heks dat het tijd is Hans te verorberen, maar na een list duwt Grietje haar in haar eigen oven. In het huisje vinden ze kisten vol parels en edelstenen, die ze meenemen naar huis, waar de stiefmoeder gestorven blijkt te zijn. Dankzij de schat hoeven ze nooit meer in armoede te leven. Het drietal leeft nog lang en gelukkig.
De waarheid over Hans en Grietje
In 1963, op de kop af honderd jaar na de dood van Jacob Grimm, verschijnt Die Wahrheit über Hänsel und Gretel. Het boek verhaalt over een zekere Georg Ossegg, schoolmeester te Praag, geboren op 21 mei 1919. Hij wilde in de sporen van beroemde archeologen als Heinrich Schliemann het huisje ontdekken uit het sprookje over Hans en Grietje. Zoals Schliemann overtuigd was van het bestaan van Troje en het ook daadwerkelijk vond, zo was Ossegg overtuigd van de historiciteit van deze woning.
Zo trekt Ossegg met zijn leerlingen naar het dorpje Steinau an der Straße in Hessen en weet een boer te traceren die hen verwijst naar een bos dat bekend zou staan als Hexenwald. De grootvader van de boer zou het huisje hebben gezien en er zelfs binnen zijn geweest. De Tweede Wereldoorlog verhinderde echter nader onderzoek en Ossegg keert terug naar zijn huis in Praag.
In 1962 gaat Ossegg terug en dit keer pakt hij de zaken groots aan. Na twee maanden slaagt hij erin het snoephuisje te traceren, althans de ruïneuze resten, inclusief de restanten van vier bakovens. In één ervan lag, jawel, het gedeeltelijk verkoolde skelet van een vrouw. Verder vond hij de scharnieren van de deur van het huisje, waarvan er één met kracht gebroken moet zijn geweest. Ossegg concludeerde dat Hans en Grietje ingebroken hadden in het huisje om een geheim recept voor Lebkuchen, een soort peperkoeken, te stelen, waarna ze de bakster, teneinde hun sporen uit te wissen, in de oven hadden geduwd.
Hans en Grietje zouden in werkelijkheid de bakkers Hanz en Grete Metzler geweest zijn, die tijdens de Dertigjarige Oorlog leefden. De “heks” heette Katharina Schraderin, geboren rond 1618. Ossegg sleepte er ook nog een manuscript uit 1647 bij, het Wernigerode Manuscript, dat een proces beschreef tegen deze Katharina Schraderin, die overigens zou zijn vrijgesproken.

Ophef
Zo samengevat klinkt het verhaal weinig overtuigend, maar Osseggs boek was zeer professioneel vormgegeven. Het werk van 120 pagina’s stond vol bewijsmateriaal: foto’s, tekeningen, modellen, een foto van Ossegg zelf, en de in de Duitse literatuur onvermijdelijke “Anhang” met “Literaturhinweise”, en wat dies meer zij. Wat bijvoorbeeld te denken van een foto met als onderschrift:
Eine Aufnahme aus der Erbenheimer Polytechnischen Versuchsanstalt. Hier werden gerade die Reste des Pfefferkuchens einem radiologischen Zerfallstest unterworfen.
Een groot deel van de Duitse academische wereld trapte erin en het boek veroorzaakte de beoogde ophef. Media in zowel West- als Oost-Duitsland brachten het nieuws met grote koppen en groepen schoolkinderen maakten excursies naar Steinau om de ruïne van het heksenhuisje te bekijken.
Dr. Oetker
Uiteraard was Ossegg een fictie, verzonnen door Traxler. In 1964 viel hij door de mand. Hij had in zijn boek een reconstructie opgenomen van een in het heksenhuisje gevonden verkruimeld recept voor de Lebkuchen. Een slimme geest ontdekte echter dat dit recept was overgeschreven uit een kookboek van Dr. Oetker! Van het één kwam het ander, maar velen weigerden te geloven dat Ossegg een mystificatie was. Het verhaal was gewoon te leuk en zat te goed in elkaar.
De Amerikaanse geleerde Claudia Schwabe stelt dat de hoax
was one of the bigger ones out there, one was done at a very sophisticated level, fooling even a lot of academics and scholars in the field.
De cartoonist Hans Traxler had de hele mystificatie – met behulp van enkele vrienden die hem geholpen hadden met de in het boek opgenomen foto’s, tekeningen en dergelijke – niet alleen opgezet als practical joke, maar vooral als parodie op de dikdoenerige (Duitse) wetenschap. In Duitsland staat dit genre bekend als Wissenschaftssatire.
Niet iedereen kon erom lachen. Een verontwaardigde lezer sleepte Taxler zelfs voor de rechter wegens fraude, een klacht die overigens door de rechtbank terzijde werd geschoven. Volgens Schwabe is die reactie veelzeggend:
People just love a good story. Any discovery that promises to reveal a hidden truth or secret or mystery is enticing.
Mensen creëren graag feiten die bij hun wereldbeeld passen. Daarom zijn broodjeaapverhalen zo hardnekkig.
Slot
Bij mijn weten heeft de Märchenarchäologie, zoals door Traxler geïntroduceerd, geen navolging gevonden. Succes had hij wel op een andere manier. In 2012 kreeg hij voor zijn werk de Grimm-Preis en in 2015 de Wilhelm-Busch-Preis. Ter gelegenheid van zijn negentigste verjaardag werd in het Caricatura Museum in zijn woonplaats Frankfurt een overzichtstentoonstelling gehouden. Zijn boek Die Wahrheit über Hänsel und Gretel wordt nog steeds herdrukt. En bizar als het mag lijken: er zijn nog altijd bewonderaars die weigeren te geloven dat het een mystificatie is.
[Een postume bijdrage van de in 2024 overleden Hans Overduin.]
Zelfde tijdvak
Het model van David Clarkejuni 1, 2026
Wat is archeologie? (3) De mediajuni 9, 2025
Neil Armstrongaugustus 25, 2012

In de klas is een lessenreeks rond archeologie begonnen. Ik vertelde gisteren dat Schliemanns zoektocht naar Troje in sommige ogen net zo goed naar het peperkoeken huisje kon zijn. Dank voor deze aanvulling, die gaat straks de les in.
(En daarna bezoeken we de plaatselijke kerk. We hebben onze leerlingen op het hart gedrukt zich te wapenen tegen de irriterende wierookwalm door middel van een zwembrilletje. Benieuwd. )
Doet u daar nog even verslag van? Dit is tot nu toe de enige grap die mij aan het lachen maakte.
Deze mag er ook wezen: https://aiov.nl/
Drie vierde had een bril op: zonnebrillen, skibrillen, duikbrillen.. Ik veronderstel dat de ouders hebben meegespeeld, al is de ontkerkelijking dermate groot dat zij het misschien ook geloofden…
De rest hebben we in het portaal verteld dat ze irritatie ook konden tegengaan door de handen op te houden en open en dicht te knijpen. Prachtig gezicht.
Bij de biechtstoel hebben we het opgebiecht. En toch is er eentje nog een kwartier lang blijven wapperen, voor de zekerheid.
Ik vind ‘m erg geslaagd.
Ik ook, ik zie het helemaal voor me. Belachelijk en toch onschuldig – dat is de geslaagde 1 april voor mij.
Graag gelezen.
Ben slecht in sprookjes, meende dat die nare heks door een wolf werd opgevroten. Deze grapdag komt niet meer goed…
De retorische vraag “Wie zou niet een ‘echte Van Megeren’ willen hebben?” Hm, ’tuurlijk, ik ook, om gelijk voor veel geld te verpatsen. Maar zag ooit een tentoonstelling van ’s mans werk. Ben geen kunstkenner, maar dat beroemde schilderij leek niet eens op een Vermeer. De rest was zeer middelmatig: 3e rangs prutser annex 1e klas oplichter. Maar Vermegeren ontmaskerde dus wel een flink aantal windbuilen. Dat ook wel weer.
Oh ja, die site (https://aiov.nl/) was inderdaad grappig. Misschien komt het vandaag toch nog goed…
En weer zomaar een vrij recente film op youtube: ‘Hansel and Gretel, Witchunters’, over de verdere loopbaan van Hans en Grietje die hun opgedane expertise gingen gebruiken als ervaringsdeskundigen voor de goede zaak https://youtu.be/AEE4fNVYBQk?si=wJ_MB5QV-Hf_7m4D
Zou Osseg een knipoog geweest zijn naar de Ossian?