De moord op Julius Caesar (2): de situatie

De samenzweerders hoopten Caesar bij een verkiezingsbrug als deze te doden (© American Numismatic Society)

Vandaag is het 2069 jaar geleden dat moordenaars afrekenden met Julius Caesar en een nieuwe ronde burgeroorlogen ontketenden. Die vijftiende maart 44 v.Chr. geldt als de dag uit de oude geschiedenis waarover we het beste zijn geïnformeerd. Ik ga u meenemen, van uur tot uur. Maar eerst nog even een zeer korte situatiebepaling.

Het dilemma van Julius Caesar

Om te beginnen: Julius Caesar had in de Tweede Burgeroorlog de officiële legers van de Romeinse republiek verslagen. Er waren nog verzetshaarden in Iberië en Syrië, maar die zouden vroeg of laat doven. Caesars feitelijke probleem was dat zijn macht, gebaseerd op het vernieuwde leger en een netwerk van partijgangers, te groot was om nog te passen in welke vorm van republikeins bestuur ook. Tegelijk wilde hij het imperium wel laten functioneren. Daartoe nam hij hervormingsmaatregelen en stelde hij zich verzoenend op tegenover zijn tegenstanders, waaronder competente bestuurders waren die bereid waren samen te werken met het nieuwe regime.

Lees verder “De moord op Julius Caesar (2): de situatie”

Brutus en Cassius en de anderen

Dit portret in het Louvre zou Cassius kunnen voorstellen, de voornaamste samenzweerder tegen Julius Caesar, al is ook Corbulo geopperd.

Ik beschreef gisteren hoe er twee netwerken waren van ontevreden senatoren. De groep rond Gaius Trebonius kunnen we typeren als aanhangers van Caesar. Zij zouden, als ze zich keerden tegen hun leider, hun weldoener verraden en dat was oneervol. Om die reden gromden zij ontevreden maar hielden ze zich rustig. Even ontevreden was de groep rond Gaius Cassius Longinus, die bestond uit mannen die ooit hadden gestreden voor de Senaat maar had ingezien dat verder verzet geen doel meer diende. In elk geval de eigen carrière niet.

Er circuleerden allerlei verontrustende geruchten. Caesar zou koning willen worden! Had hij geen relatie gehad met koningin Eunoë van Mauretanië? Was zijn andere minnares, koningin Kleopatra van Egypte, niet in Rome? Waren dat zijn voorbeelden niet? Wilde hij niet de hoofdstad verplaatsen naar Alexandrië? Verontrustend allemaal, zeker, maar geen van beide groepen lijkt tot actie te hebben willen overgaan.

Lees verder “Brutus en Cassius en de anderen”

Het testament van Caesar

Vestaalse Maagden bewaarden het testament van Caesar (Antiquarium del Palatino, Rome)

Het was 13 september in het jaar waarin Julius Caesar zonder collega het consulaat bekleedde, ofwel 45 v.Chr. U weet, na dit intro, dat u bent beland in een nieuwe aflevering van de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?” En het antwoord is dat hij zijn testament maakte.

Het is verleidelijk te denken dat hij zich realiseerde dat hij nog maar een half jaar te leven had. Het is zelfs niet uitgesloten. Wellicht had hij lucht gekregen van het complot van Gaius Trebonius. Caesar zal zeker hebben begrepen dat hij zijn tegenstanders weliswaar had verslagen, maar ze zelden voor zich had gewonnen. Ook moet hij hebben geweten dat veel van zijn partijgangers opportunisten waren. Anders gezegd, hij had de macht gegrepen maar slaagde er niet in een vorm te vinden waarin dat acceptabel was. De dictator-voor-tien-jaren was realist genoeg om te weten dat macht een morele fundering moest hebben. En daar schortte het aan. Suetonius vermeldt dat Caesar Spaanse bodyguards had “die hem overal met getrokken zwaard begeleidden”. Dat zegt voldoende. Het is goed mogelijk dat Caesar wist dat hij rekening moest houden met een moordaanslag.

Lees verder “Het testament van Caesar”

Julius Caesar neemt Ategua

Reliëf van een Iberische ruiter, zoals Julius Caesar ontving uit Saguntum (Archeologisch Museum van Catalonië, Barcelona)

Als ik u zeg dat het 1984 was en als ik vertel dat de Tweede Kamer overwoog de dienstplichtigen vervelingstoeslag te geven, dan weet u dat bent beland in een blogje over een van Lenderings grootste frustraties: een jaar van je leven verspillen omdat de Russen mogelijk zouden komen. Iets plezierigs of voordeligs heb ik aan mijn soldatenbestaan nooit, nooit, nooit ontdekt. Nou ja, misschien één voordeel: ik denk te begrijpen wat er door de soldaten van Julius Caesar heenging toen ze 2069 jaar geleden het Iberische heuvelfort Ategua belegerden.

Ategua

De blokkade begon op 21 januari. Caesars mannen legden eerst belegeringswerken aan rond het stadje en vervolgens een reeks schansen om het eigen kamp te verdedigen. Grachten graven, wallen opwerpen, bomen kappen, takken verwijderen, palissades oprichten, dammen bouwen, schutdaken maken: het soldatenleven was in 45 v.Chr. bijna even saai als in 1984. Het verschil was natuurlijk dat Caesars manschappen wisten dat Gnaeus Pompeius Junior in de omgeving was.

Lees verder “Julius Caesar neemt Ategua”