Kim Philby en Graham Greene

Het irritante van het werk van geheime diensten is dat het werk van geheime diensten geheim is. Historici weten er minder van dan ze zouden willen. Natuurlijk zijn er archieven, maar het kan heel lang duren voordat die worden vrijgegeven. Dat de Britten tijdens de Tweede Wereldoorlog alle Duitse codeberichten konden lezen, werd pas dertig jaar na dato erkend en voor zover ik weet duurde het nog eens veertig jaar tot alle stukken openbaar waren. Maar ook een onderzoeker die toegang heeft tot alle overgebleven stukken, zal regelmatig moeten raden wat bedoeld kan zijn geweest met codewoorden en toespelingen. Historici zijn natuurlijk vertrouwd met embargo’s en contextverlies, maar als het gaat om de geschiedenis van een geheime dienst, zijn de problemen groter.

Kim Philby

Je merkt dat op elke pagina van The Writer and the Traitor, het boek dat de Britse journalist Robert Verkaik wijdde aan de vriendschap tussen Graham Greene en Kim Philby. Tijdens de Tweede Wereldoorlog maakte de laatste een bliksemcarrière bij de Britse buitenlandse inlichtingendienst MI6. Op tweeëndertigjarige leeftijd stond hij aan het hoofd van alle Britse tegen de Sovjet-Unie gerichte contraspionage. Later was hij gestationeerd in Washington. En dat terwijl hij, zoals zou blijken, werkte voor Stalin. Als hoofd van de contraspionage kon hij alle aanwijzingen die tegen hem bestonden, laten verdwijnen; een overloper die hem kon ontmaskeren merkte te laat dat Philby Moskou had ingelicht. Niemand weet wat er van deze Konstantin Volkov is geworden.

Nadat twee van de door Philby gerekruteerde agenten, Donald Maclean en Guy Burgess, in 1951 door de mand waren gevallen, moest hij ontslag nemen, zonder dat duidelijk was dat ook hij een mol was. Hij werkte verder als buitenlands correspondent in Beiroet, waar hij op verzoek van Moskou enthousiaste stukken schreef over bijvoorbeeld Nasser. In 1963 vluchtte ook Philby echter naar Moskou. De door zijn netwerk aangerichte schade was immens en de Britse inlichtingendienst verborg het achter de naam “The Cambridge Five”, alsof er slechts vijf Sovjet-agenten waren geweest in Groot-Brittannië.

Het huis van Kim Philby in Beiroet

Graham Greene

Graham Greene was een van Philby’s beste vrienden. De rooms-katholieke schrijver was politiek minder uitgesproken maar beschouwde het communisme, net als het christendom, als een terechte aanklacht van onrecht. Hij werkte tijdens de Tweede Wereldoorlog voor Philby, eerst in Sierra Leone, waar de door hem vergaarde informatie belangrijk was voor de flankdekking van Operatie Torch. Later leverde Greene een bijdrage aan het oprollen van een Duits spionagenest op de Azoren, waardoor de aanvoerlijnen tussen de Verenigde Staten en de Britse Eilanden werden veiliggesteld en Operatie Overlord mogelijk werd.

Vier dagen voor die belangrijke operatie nam Greene ontslag, naar eigen zeggen omdat hij zich op het Londense kantoor niet prettig voelde. In de inleiding van The Writer and the Traitor geeft Verkaik aan waarom hij dit niet geloofwaardig vindt. Waarom zou Greene, zo kort voor een operatie waar hij en zijn collega’s al maanden naartoe werkten, zich terugtrekken? Verkaik suggereert – niet als eerste – dat Greene zijn vriend had doorzien.

Dat weten we echter niet. Wél zeker is dat Greene nooit met het verraad in het reine is gekomen. Hoewel hij Philby’s misdrijf verwerpelijk vond, is hij zijn voormalige chef trouw gebleven. Verkaik noemt redenen waarom Greene de vriendschap met de verrader voortzette en hem meerdere keren in Moskou opzocht. In Sierra Leone had de schrijver een vriend moeten opofferen toen die het inlichtingenwerk in gevaar bracht; dat wilde Greene, zo psychologiseert Verkaik, niet herhalen bij Philby, al was het maar omdat deze hem enkele keren uit de wind had gehouden. En natuurlijk was Philby’s communistische sympathie geen werkelijk probleem zolang de Britten en de Sovjets dezelfde vijand bestreden.

Greene

De derde man

De hamvraag is: wist Greene werkelijk al in 1944 wat in de jaren vijftig nog officieel werd ontkend en pas in 1963 evident was? Verkaik ziet daarvoor aanwijzingen in The Third Man.

Toen Greene in 1948 de novelle schreef waarop de beroemde film is gebaseerd, liep in Groot-Britannië al onderzoek tegen twee Sovjet-infiltranten, en Greene zou met zijn titel de aandacht hebben willen vestigen op de derde, nog voortvluchtige spion. Een spion die vertrouwd was met de riolen van Wenen, die in de novelle en de film zo’n grote rol spelen. Een andere door Verkaik genoemde aanwijzing is de naam van het hoofdpersonage, Holly Martins: een samentrekking van Roger Hollis en Arthur Martin, de twee MI5-medewerkers die op zoek waren naar mollen bij MI6. Nog een aanwijzing: de schoft in The Third Man, Harry Lime, draagt dezelfde voornaam als Philby, die officieel geen Kim maar Harold heette.

Greene verwerkte inderdaad allerlei knipoogjes naar bestaande personen en situaties in zijn romans. De ik-figuur in The Third Man, Calloway, heette eigenlijk Alexander Galloway. Ik vind het echter nogal vergezocht dat The Third Man bedoeld zou zijn geweest om – ja, wat eigenlijk? Wilde Greene Philby waarschuwen dat Hollis en Martin hem op de hielen zaten? Wilde hij Hollis en Martin vertellen dat er een derde man was? Verkaik erkent dat hij het niet weet.

Greenes oorlogsverleden

Greene zelf zei dat zijn vertrek uit Philby’s dienst in 1944 was gemotiveerd door niets groters dan kantoorongemak. Verkaik vindt het echter raar dat Greene vier dagen voor Overlord, waar alle inlichtingenmedewerkers naartoe geleefd zouden hebben, de viool in de wilgen hing. Om te bewijzen dat Greene echt naar de invasie vooruitgezien had, maakt Verkaik veel van diens werkzaamheden in de inlichtingendienst – maar zo spectaculair waren die niet en Greene zelf deed altijd wat lacherig over zijn oorlogsverleden. Volgens Verkaik is dat omdat de schrijver zijn geheimhoudingsplicht serieus nam, maar dan zou hij wel heel erg consciëntieus zijn geweest. (De medewerkers van de operaties Mincemeat en Copperhead traden al in 1953 in de openbaarheid.)

Feitelijk bedient Verkaik zich van een truc: omdat het werk van geheime diensten langer dan normaal geheim moet blijven, kan het zijn dat mensen die ontkennen in de oorlog iets belangrijks te hebben gedaan, wél iets belangrijks hebben gedaan, en dan mogen we aannemen – aannemen! – dat ze er emotioneel betrokken bij zijn geweest, zodat het vreemd is dat ze vlak voor het moment suprême ontslag nemen. Dus moet er iets belangrijks hebben gespeeld.

En toch

Als u nu denkt dat ik u The Writer and the Traitor niet kan aanraden, heeft u het mis. Het leest als een thriller. Verkaik vertelt over de jeugd van zijn protagonisten en legt uit hoe ze sympathie ontwikkelden voor het communisme. We lezen hoe Philby in Wenen werd gerekruteerd en een rol speelde bij de vlucht van de communisten uit Wenen in 1934 (door de riolen). De hoofdstukken in The Writer and the Traitor over Philby’s werkzaamheden zijn absoluut fascinerend, of het nu gaat om de Tweede Wereldoorlog of de Koude Oorlog. Verkaik profiteert van documenten die vorig jaar zijn vrijgegeven, zoals het transcript van Philby’s in 1963 in Beiroet afgelegde bekentenis en het dossier over zijn verraad in 1945 van de Sovjet-overloper Volkov.

Philby op een Sovjet-postzegel

We lezen over de rivaliteit tussen MI5 en MI6, over de gebroken Duitse codes, over het wantrouwen tegen elk brokje informatie, over de uitputting, over de aanhoudende onzekerheid. Ik geloof niet dat Verkaik ergens het woord “paranoia” gebruikt, maar het leven van inlichtingenmedewerkers in Londen moet gekmakend zijn geweest. Voor de medewerkers in het veld moet de stress onverdraaglijk zijn geweest, want de inlichtingendiensten stonden er niet boven eigen agenten op te offeren. Greene deed dat in Sierra Leone. Je begrijpt de ontlading die de mannen nodig hadden: de drank, het casino, de vrouwen.

Penicilline

Philby is in The Writer and the Traitor de interessantere figuur, maar het amusantste deel is hoe Greene The Third Man schrijft. De grens tussen feit en fictie blijkt heel vaag te zijn: Greene zelf werd onthaald zoals Holly Martins en sprak af in dezelfde restaurants, er werd werkelijk gerotzooid met penicilline.

Dat was overigens niet Greenes eigen idee. Oorspronkelijk was Harry Lime een gewone misdadiger die zich ophield in de Sovjet-zone, maar Greene zocht een manier om Lime te veranderen in een nihilistische schoft. Het idee van de handel in penicilline werd hem aan de hand gedaan door Peter Smollett, een door Philby gerekruteerde Sovjet-agent. Toeval?

Verkaik heeft me niet overtuigd dat Greene in 1944 een bijzondere reden had om ontslag te nemen, maar dat wil dus niet zeggen dat The Writer and the Traitor geen boeiend boek zou zijn. Integendeel. Greene en Philby zijn verrukkelijke personages, die geen moment vervelen.

Of Greene werkelijk vroeg wist van Philby’s dubbele agenda, kunnen we momenteel simpelweg niet weten. Een sleutelzinnetje uit het boek betreft deze informatieschaarste en verwijst naar een document dat heeft bestaan en dat we, om tot een echt oordeel te komen, zouden moeten hebben: “Russia’s archives have so far failed to yield Philby’s report on Greene.”

Sneltingshof
Oorlogskind (19) Puin

oktober 4, 2016

Arnhem en de Doorbraak

november 22, 2011
Deel dit:
Reageren is alleen mogelijk voor site‑leden.
Log in met je uitgenodigde account of vraag lidmaatschap aan bij de redactie.