Faits divers (55) mopperblog

Chrysippos (Museo archeologico nazionale, Napels)

Een nieuwe aflevering in de onregelmatig verschijnende reeks faits divers, met deze keer gemopper op de journalistiek, twee petities voor bedreigde geesteswetenschappelijke instellingen, maar ook een leuk einde.

Caesar in Tongeren

Al een tijdje ligt de hypothese op tafel dat de Eburonen van koning Ambiorix het Romeinse Veertiende Legioen van Julius Caesar hebben verslagen in de omgeving van Berg, een piepklein en – u raadt het al – hoog gelegen kerkdorpje onder de rook van Tongeren. Tot de argumenten voor die hypothese behoren dat de naam Atuatuca, die wordt gebruikt voor zowel de plaats van de Romeinse nederlaag als het latere Romeinse stadje, over maar een korte afstand verplaatst hoeft te zijn; verder, dat er een oude cultusplaats was; bovendien dat er zoveel munten zijn gevonden dat aannemelijk is dat dit de centrale plaats was van de Eburonen. Ik heb er eerder over geschreven en steeds als ik op weg ben van Maastricht naar Tongeren, fiets ik even over die bult in de hoop archeologen tegen te komen.

Lees verder “Faits divers (55) mopperblog”

Het Verre Westen

De wereld voorbij de sterren (volgens Camille Flammarion)

Je moet teksten nooit al te letterlijk nemen, want al snel lijkt het dan alsof er onzin staat. Hier zijn vier regels uit Vergilius’ Aeneis, het gedicht dat, in de vorm van een verhaal over de zwerftocht van de Trojanen naar Italië, de lof zingt van keizer Augustus.

[Augustus] super et Garamantas et Indos
proferet imperium. Iacet extra sidera tellus,
extra anni solisque vias, ubi caelifer Atlas
axem umero torquet stellis ardentibus aptum.noot Vergilius, Aeneis 6.797-797.

Tot voorbij de Garamanten en Indiërs zal Augustus
het imperium uitbreiden. Er ligt land buiten de sterren,
buiten de banen van jaar en zon, waar hemeldrager Atlas
op zijn schouder de as draait waaraan de fonkelsterren zijn bevestigd.

Lees verder “Het Verre Westen”

De Romeinse Provence (1)

Pont du Gard

Ik noem dit blogje “De Romeinse Provence”, opdat u meteen weet dat het gaat over het Mediterrane zuidoosten van Frankrijk. De Romeinen hebben het gebied in de loop der eeuwen aangeduid met verschillende namen, te beginnen met Gallia Transalpina, “het Gallië aan de andere kant van de Alpen”. Het andere Gallië, vanuit Rome bezien aan “deze kant” van de bergketen, was de Povlakte, die vanouds werd bewoond door Kelten.

Gallia Transalpina

In de vroegste tijden hadden de Romeinen hartelijke contacten met de Griekse havenstad Marseille, en toen de Romeinen ontdekten dat de mensen in het achterland van Marseille dezelfde Gallische taal spraken als de bewoners van de Povlakte, was de naam Gallia Transalpina al snel bedacht. De Galliërs woonden in heuvelforten als Ensérune en Le Cailar, waarover ik al eens blogde.

Lees verder “De Romeinse Provence (1)”

De terugkeer van de Valse Marius

Munt met de komeet van de Divus Julius (Teylers Museum, Haarlem)

Als ik de oude formule aanhaal met de namen van de consuls, namelijk Julius Caesar en Marcus Antonius, en als ik vertel dat we ons dus bevinden in het jaar 44 v.Chr., en als ik toevoeg dat het begin mei zal zijn geweest, dan weet u dat dit het laatste blogje moet zijn in de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?” En dat is iets heel bijzonders.

Maar eerst even terug naar de zogeheten “valse Marius”, waarover we het in augustus hebben gehad. Die avonturier had zich, toen Caesar in Spanje was, aangediend als achterneef van de dictator en had aanzienlijke steun weten te verwerven, zelfs binnen Caesars familie. Bij Caesars terugkeer was de man even luid toegejuicht als de zegevierende generaal, die hem uit Italië had weggestuurd. Ik constateerde al dat het een vorm van naïef positivisme is om het oordeel van de bronnen, dat de man een charlatan was, zomaar over te nemen. We weten het gewoon niet.

Lees verder “De terugkeer van de Valse Marius”

De Iberiërs (3)

Iberisch grafmonument (Archeologisch museum, Madrid)

[Laatste van drie blogjes over de bewoners van Zuidoost-Spanje in de tweede helft van het eerste millennium v.Chr. Het eerste was hier.]

Rijk en arm

Een van de manieren waarop de rijke Iberiërs zich van hun arme landgenoten onderscheidden, was de monumentale grafsculptuur. Vanaf het begin, dus zeg maar vanaf pakweg 550 v.Chr., toonden voorname families hun welvaart met opvallende gedenktekens langs de toegangswegen tot de Iberische steden. Ze hadden allerlei vormen en zijn opgegraven in alle delen van de huidige regio’s Valencia en Murcia. Gaandeweg ontstonden ware dodensteden, keurig geordend, alsof het de steden waren van de levenden. Er was dan een hoofdstraat voor de graven van de voornaamste mensen, met haaks daarop zijstraten voor de bijzettingen van minder vermogende stedelingen.

De voornaamste graven – te zien in bijvoorbeeld de musea van Madrid en Elche – zijn werkelijk fantastisch. Er zijn torens en pilaren, er zijn afbeeldingen van wilde dieren en mythologische figuren. Misschien moesten die tevens tonen hoe de mensheid de natuur had overmeesterd en was gaan beheren. Zeker is dat niet, maar ik noem het omdat het ook een mogelijke interpretatie is van oudere stèles, waarover ik binnenkort eens zal bloggen.

Lees verder “De Iberiërs (3)”

De Iberiërs (2)

Een span ossen (Archeologisch museum van Catalonië, Barcelona)

[Tweede van drie blogjes over de bewoners van Zuidoost-Spanje in de tweede helft van het eerste millennium v.Chr. Het eerste was hier.]

Economie

De meeste Iberiërs waren eenvoudige boeren, peasants. Maar naarmate de ijzerbewerking beter werd – dit speelt dus in de eerste fase, tussen 550 en 425 v.Chr. – slaagde men erin meer te produceren: vooral tarwe en gerst. Er ontstonden in de huidige regio’s Valencia en Murcia steeds grotere overschotten, die men vrijwel zeker verhandelde met de Feniciërs en de Karthagers, de Grieken en de Etrusken.

Naast akkerbouw was er natuurlijk ook veeteelt. De vochtigere gebieden langs de kust en de rivieren waren geschikt als weiland, waar runderen en schapen konden grazen. Er was altijd zuivel en vlees, maar de runderen konden ook dienen als trekdier en de schapen leverden wol. En textiel kon worden geëxporteerd. Op andere bodems konden de Iberiërs varkens, geiten en pluimvee houden.

Lees verder “De Iberiërs (2)”

De Iberiërs (1)

Iberisch aardewerk (Museum voor onderwaterarcheologie, Alicante)

Ik heb op deze blog al redelijk vaak geschreven over de Iberiërs. Dat is een wat onhandige term, want ze slaat van oorsprong op de bewoners van het zuidoosten van Spanje, en kreeg later een tweede betekenis: alle bewoners van het Iberische Schiereiland, dus met inbegrip van de Tartessiërs in Andalusië, de Lusitaniërs langs de Oceaankust en alle andere groepen. Ik wil nu de eerste definitie volgen: de antieke bewoners van de huidige regio’s Valencia en Murcia.

Een eigen archeologische cultuur is aan te wijzen vanaf het midden van de zesde eeuw v.Chr. Die lijkt voort te komen uit de eerdere IJzertijdculturen, maar verschilt daarvan doordat er inmiddels handelscontacten waren met Fenicische en Griekse kooplieden. De eersten zaten ook wat verder naar het zuidwesten en hadden tevens contact met Tartessos, terwijl de laatsten wat noordelijker zaten en daar contact hadden met de diverse Keltische volken.

Lees verder “De Iberiërs (1)”

Het huis van Massinissa

Stamboom van het huis van Massinissa (klik=groot)

Het bovenstaande plaatje wilde ik al een tijdje hebben en ik ben blij dat Kees Huyser het voor me heeft gemaakt. (Dank je wel Kees!) Zoals u ziet is het een stamboom, meer precies die van het huis van Massinissa, die rond 203/202 door de Romeinen werd erkend als koning van Numidië – zeg maar het huidige Algerije.

Hij was niet de eerste koning in de regio: zijn vader Gaïa heerste al over de oostelijke Numidiërs, die bekendstaan als de Massyliërs. Een andere koning, Syfax, heerste over de Masaeisyliërs in het westen, verenigde beide rijken en werd vervolgens verdreven door Massinissa. Met Romeinse steun regeerde hij een halve eeuw en zou zijn koninkrijk hebben opgestoten in de vaart der volken. Dat lezen we althans bij de Griekse geschiedschrijver Polybios, die verrast zal zijn geweest door de Numidische macht rond het midden van de tweede eeuw, maar niet wist hoe sterk het rijk al in de derde eeuw was geweest. We hebben Massinissa’s portret op munten, maar ik heb nooit een echt helder exemplaar gevonden, dus we moeten het doen met het onderstaande plaatje.

Lees verder “Het huis van Massinissa”

V Macedonica aan de Donau

Inscriptie van V Macedonica uit Oescus (Archeologisch museum, Sofia)

Van de meeste Romeinse legioenen kennen we de ontstaansgeschiedenis. Soms weten we welke keizer het heeft gesticht, soms kunnen we de geschiedenis herleiden tot de tijd van Julius Caesar en zijn opvolgers Marcus Antonius en Augustus. Van V Macedonica is de herkomst minder duidelijk. We kennen uit de vroegste tijd twee vijfde legioenen, V Urbana en V Gallica, die allebei identiek kunnen zijn aan het vijfde legioen dat later naar zijn standplaats Macedonië zou worden vernoemd. Misschien is het geformeerd door consul Gaius Vibius Pansa en diende het voor het eerst in 43 v.Chr., maar dat is slechts een hypothese.

V Macedonica was waarschijnlijk aanwezig bij de campagne rond Aktion (31 v.Chr.), waarna veteranen werden gevestigd in de Veneto. Een latere generatie veteranen is vijftien jaar later gedemobiliseerd in Fenicië in Beiroet. Hier kregen ook veteranen van VIII Augusta land toegewezen. In elk geval diende het legioen zelf in Macedonië.

Lees verder “V Macedonica aan de Donau”

Wie was Julius Caesar? (3)

Julius Caesar (Altes Museum, Berlijn)

[De reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?” loopt ten einde. Het eerste deel van de slotevaluatie was hier.]

Individu en proces

Ik heb het verhaal van de Tweede Burgeroorlog verteld aan de hand van enkele individuen. Of beter: één “grote man” en een reeks bijfiguren. Voor deze vorm van grotemannengeschiedenis valt iets te zeggen. Je kunt er in elk geval 176 blogjes over schrijven en ik weet dat veel volgers van deze blog de nu ten einde lopende reeks hebben gewaardeerd.

Historici hebben echter lang gediscussieerd over de vraag of geschiedenis wordt gemaakt door individuen, “grote mannen” dus, of door processen en structuren. Uiteraard valt er voor allebei iets te zeggen en dat is ook nu het geval. De processen waarmee de monarchie zou ontstaan, bestonden al vóór Caesar. Niet dat de monarchie onvermijdelijk was, maar de processen liepen, om zo te zeggen, in een zekere richting.

Lees verder “Wie was Julius Caesar? (3)”