Faits divers (57)

De gestolen torque (Musée du Pays Châtillonnais)

Een nieuwe aflevering in de onregelmatig verschijnende reeks faits divers, met deze keer: diefstal, inhakers bij The Odyssey, leuke nieuwtjes, archeoblabla, een boek dat elke oudheidkundige zou moeten lezen en een boek vol vreemde godsbewijzen.

Diefstal

De goudprijs is hoog, dus op de diefstal van de helm van Coțofenești volgde onvermijdelijk een nieuwe diefstal: dit keer een Keltische torque die is gevonden bij de enorme krater van Vix. Triest, al is het natuurlijk klein bier vergeleken met – ik noem eens wat – de Syrische opgraving Ain Dara: eerst gebombardeerd, nu geheel geplunderd.

Lees verder “Faits divers (57)”

De laatste jaren van Julius Caesar (1)

Julius Caesar (Altes Museum, Berlijn)

Een paar maanden geleden rondde ik de reeks over Julius Caesar af, en verschillende mensen suggereerden me er een boek van te maken. De substantie van het boek was immers daar. Ik aarzelde. De gimmick van die blogreeks was dat ze “in real time” was en in een boek zou die meerwaarde wegvallen. Desondanks  besloot ik een boek te wijden aan de laatste jaren van Julius Caesar. Zo gaat het ook heten: De laatste jaren van Julius Caesar. Dat is de werktitel althans. De ondertitel is Het ontstaan van een Mediterraan wereldrijk (zie de Lex Roscia voor uitleg).

Maar het heeft even geduurd voor ik wist hoe ik een boek kon schrijven dat niet overbodig zou zijn. Er zijn immers al genoeg boeken over Caesar. Ook over de burgeroorlog die hij ontketende, is meer dan voldoende gepubliceerd. En zeker niet door de geringste auteurs! De grote bouwmeesters waren het wetenschappelijke team van Napoleon III, en verder Theodor Mommsen en Ronald Syme. Waar grote bouwmeesters de hoofdlijnen schetsen, is werk voor metselaars en timmerlieden, die ik hier niet allemaal zal opsommen maar die eigenlijk alles hebben gezegd wat er te zeggen valt.

Lees verder “De laatste jaren van Julius Caesar (1)”

Voor-westerse geschiedenis (13) het ritme

De Romeinse kalender, beginnend op 1 maart (Archeologisch museum, Sousse)

Je hoort natuurlijk te zeggen dat de Griekse poëzie begon met het hoogtepunt, de Ilias, maar om eerlijk te zijn heb ik meer plezier beleefd aan de Werken en Dagen van Hesiodos. In zo’n 800 regels biedt het leerdicht, dat vermoedelijk iets jonger is dan de homerische poëzie, om te beginnen enkele mythen over het moeilijke leven in de voor-westerse wereld. Het idee dat er ooit een gouden eeuw was maar dat we inmiddels leven in een tijd van ijzer, is hier te vinden. Vervolgens legt Hesiodos uit hoe men, ondanks de moeilijkheden die inherent zijn aan het leven in deze wereld, toch succes kan hebben – mits men de eigen boerderij op orde heeft.

Eerste goede raad: zorg dat je een huis, een ploeg en een vrouw hebt – en die vrouw moet een slavin zijn, je echtgenote komt later nog wel. Daarna biedt Werken en Dagen een overzicht van de boerenkalender. Hier is een vrij bewerkt overzicht.

Lees verder “Voor-westerse geschiedenis (13) het ritme”

De weerwolf in de Oudheid (2)

Een wolf uit Piazza Armerina

[Tweede van drie blogjes door Bas Jongenelen over antieke en middeleeuwse weerwolven. Het eerste deel was hier.]

Herodotos’ Neurers

In zijn Ἱστορίαι (Historiën) beschrijft Ἡρόδοτος (Herodotos van Halikarnassos) een heleboel volkeren. Eén van die volkeren zijn de Neurers – en dat zijn weerwolven! Dit vertelt Herodotos over de Neurers het volgende:

Νευροὶ δὲ νόμοισι μὲν χρέωνται Σκυθικοῖσι, γενεῇ δὲ μιῇ πρότερόν σφεας τῆς Δαρείου στρατηλασίης κατέλαβε ἐκλιπεῖν τὴν χώρην πᾶσαν ὑπὸ ὀφίων. ὄφιας γάρ σφι πολλοὺς μὲν ἡ χώρη ἀνέφαινε, οἱ δὲ πλεῦνες ἄνωθέν σφι ἐκ τῶν ἐρήμων ἐπέπεσον, ἐς οὗ πιεζόμενοι οἴκησαν μετὰ Βουδίνων τὴν ἑωυτῶν ἐκλιπόντες.

κινδυνεύουσι δὲ οἱ ἄνθρωποι οὗτοι γόητες εἶναι. λέγονται γὰρ ὑπὸ Σκυθέων καὶ Ἑλλήνων τῶν ἐν τῇ Σκυθικῇ κατοικημένων ὡς ἔτεος ἑκάστου ἅπαξ τῶν Νευρῶν ἕκαστος λύκος γίνεται ἡμέρας ὀλίγας καὶ αὖτις ὀπίσω ἐς τὠυτὸ ἀποκατίσταται. ἐμὲ μέν νυν ταῦτα λέγοντες οὐ πείθουσι, λέγουσι δὲ οὐδὲν ἧσσον, καὶ ὀμνῦσι δὲ λέγοντες.noot Herodotos, Historiën 4.105.

Lees verder “De weerwolf in de Oudheid (2)”

De weerwolf in de Oudheid (1)

Een wolf uit Diocaesarea

In 1981 zag ik An American Werewolf in London in de bioscoop. Ik was er zeer van onder de indruk. In 1983 bracht Michael Jackson de single “Thriller” uit, met een spectaculaire videoclip, waarin Michael Jackson een weerwolf is. Ook daarvan was ik onder de indruk (ik was en ben geen fan van de muziek van Michael Jackson, maar de videoclip is toch wel een mijlpaal in de muziekgeschiedenis). Zowel film als videoclip is geregisseerd door John Landis. De weerwolf is al heel lang niet meer weg te denken uit de moderne popcultuur, wat ook te merken is aan de populariteit van het spel De weerwolven van Wakkerdam.

Meestal komt er na zo’n inleidende alinea een zin als “Dus van jongs af aan ben ik geïnteresseerd geweest hierin.” Dat is in mijn geval niet zo, ik heb geen bovenmatige interesse in weerwolven.

Lees verder “De weerwolf in de Oudheid (1)”

Silenos en Hermafroditos

Nymf en satyr? (Zwinger, Dresden)

De Griekse beeldhouwkunst begint met kouroi: naakte mannen, frontaal afgebeeld. Eigenlijk kun je ze alleen van voren bekijken. In de loop der eeuwen worden de afbeeldingen echter complexer. Er worden bewegingen afgebeeld en regelmatig kun je er omheen lopen. En er wordt – zeker in de hellenistische sculptuur – gespeeld met de verwachting van de toeschouwer, zoals in het bovenstaande geval: een beeld uit de tweede eeuw v.Chr., vrijwel zeker afkomstig uit Antium in Italië.

De bezoeker van de ruimte waar dit beeld stond opgesteld, vermoedelijk een tuin, zou het eerst hebben gezien zoals hierboven. De toeschouwer zou hebben gedacht dat het beeld een nymf voorstelde die een satyr afweerde. Dat was zeker geen ongebruikelijke afbeelding. Zowel verkrachtings- als afweerscènes waren in de antieke kunst populair, en dat wij dat onsmakelijk vinden, wil vooral zeggen dat de Grieken geen kunst maakten voor mensen die twee millennia later leefden.

Lees verder “Silenos en Hermafroditos”

Voor-westerse geschiedenis (12) “cattle culture”

Kastor en Polydeukes komen terug van een veediefstal (Schathuis van Sikyon, Delfi)

Deze reeks over de voor-westerse wereld heet zo omdat ze gaat over de tijd vóór het concept van “het westen” ontstond en omdat ze gaat over de diepere historische structuren en processen – zeg maar aan de omstandigheden die voorafgaan aan de keuzes waarmee individuen geschiedenis maken. Iets minder abstract: deze reeks gaat over een agrarische samenleving. En zoals u weet valt de landbouw uiteen in akkerbouw en veeteelt.

Toen ik onlangs een nog te plaatsen blogje over het jaarritme voorbereidde, realiseerde ik me dat ik het daarin vooral had over de akkerbouw. Herders kwamen alleen in het voor- en najaar aan de orde, als zij de kuddes verplaatsten van een akkerbouwersdorp naar een ongebruikt stuk land en weer terug. Over deze veetelers aan de rand van de samenleving valt wel iets te weten: hoewel het archeologisch bewijs indirect is (textiel, zuivel…), duiken herders regelmatig op in de geschreven bronnen. Naast deze vorm van gemengd bedrijf bestonden er echter ook pure veetelerssamenlevingen, de zogeheten “cattle cultures”, die we eigenlijk alleen kennen door etnografische parallellen.

Lees verder “Voor-westerse geschiedenis (12) “cattle culture””

Schoolmeesters en taalwetenschappers in Rome

Portret van een Romein uit de tijd van Macrobius (Ny Carlsberg Glyptotek, Kopenhagen)

De wortels van de taalwetenschap liggen in de didactiek. Mensen willen weten hoe een taal in elkaar zit omdat ze die taal willen leren. Het helpt dan als iemand ze regelmatigheden aanwijst; het bijvoeglijk naamwoord staat altijd voor het zelfstandig naamwoord in deze taal, en de derde persoon enkelvoud eindigt altijd op een p. Maar het wordt pas wetenschap als je dat praktisch nut loslaat, als je je afvraagt waarom dat bijvoeglijk naamwoord daar staat en hoezo talen eigenlijk een derdepersoonsvorm van een werkwoord hebben.

In de vijfde eeuw na Chr. legde bijvoorbeeld ergens in het Romeinse Rijk een geleerde heer twee talen naast elkaar die hij allebei al perfect beheerste en die hij aan niemand leren wilde. Geen enkel praktisch doel had hij, hij wilde alleen maar snappen hoe het zat.

Lees verder “Schoolmeesters en taalwetenschappers in Rome”

Het Verre Westen

De wereld voorbij de sterren (volgens Camille Flammarion)

Je moet teksten nooit al te letterlijk nemen, want al snel lijkt het dan alsof er onzin staat. Hier zijn vier regels uit Vergilius’ Aeneis, het gedicht dat, in de vorm van een verhaal over de zwerftocht van de Trojanen naar Italië, de lof zingt van keizer Augustus.

[Augustus] super et Garamantas et Indos
proferet imperium. Iacet extra sidera tellus,
extra anni solisque vias, ubi caelifer Atlas
axem umero torquet stellis ardentibus aptum.noot Vergilius, Aeneis 6.797-797.

Tot voorbij de Garamanten en Indiërs zal Augustus
het imperium uitbreiden. Er ligt land buiten de sterren,
buiten de banen van jaar en zon, waar hemeldrager Atlas
op zijn schouder de as draait waaraan de fonkelsterren zijn bevestigd.

Lees verder “Het Verre Westen”

Ktesias’ Geschiedenis van de Perzen

Een Perzische ruiter verslaat een Griekse soldaat (Staatliche Münzsammlung, München)

In het vorige blogje introduceerde ik de Griekse geschiedschrijver Ktesias, en vertelde ik dat aan zijn betrouwbaarheid sterk wordt getwijfeld. Dat heb ik niet echt toegelicht, dus ik bied nu een becommentarieerd overzicht van zijn Geschiedenis van de Perzen.

Assyrië, Babylonië en Medië

Dat werk begint met drie boeken over de geschiedenis van wat Ktesias aanduidt als Assyrië. En daarmee verraadt hij dat hij staat op de schouders van de door hem bekritiseerde Herodotos van Halikarnassos, die met deze naam verwijst naar zowel Assyrië als Babylonië. De verklaring kan alleen maar zijn dat beide voormalige koninkrijken in Achaimenidisch Perzië behoorden tot dezelfde bestuurseenheid, maar het is absurd om het terug te projecteren op de eerdere geschiedenis. Ktesias volgt Herodotos in zijn vergissing, en wat hij presenteert als geschiedenis is grotendeels legendarisch.

Lees verder “Ktesias’ Geschiedenis van de Perzen”