Geluidsoverlast

achtertuin
Houtversnipperaar, tien meter van mijn bed.

Achter mijn huis stond tot voor kort een enorme boom. Dat was wel handig want ik had weinig inkijk. De boom was echter helemaal overgroeid met klimop en leek dood. Ik maakte er dus een foto van en stuurde die naar de achterburen met het verzoek er eens naar te laten kijken. Dode bomen kunnen immers omwaaien en ik had niet zo’n zin bij de eerste de beste najaarsstorm even dood te zijn als de boom.

Ik kreeg geen antwoord. Wel stak er een storm op en op een nacht bezweek de boom. Gelukkig niet bij noordwestenwind – hij zou dan zijn gevallen op het huis van een gezin waar net een baby was geboren – maar op het moment dat de regen in bakken neerviel. Misschien was het daardoor dat de boom ineenstortte op de plek waar ze stond, zonder enige schade aan te richten.

Wekenlang lieten mijn achterburen het dode hout in de achtertuin liggen. Toen kwamen er mannen met kettingzagen, die met hels kabaal de rommel op de grond en de resten van de stronk in stukken zaagden. Het begon weer te lijken op een tuin, niet meer op een rimboe. De klus werd echter niet voltooid: een ladder bleef omineus staan en bewees dat de houthakkers terug zouden komen.

Vanmorgen was het zo ver. De kettingzaag giert en de houtversnipperaar brult. Om ervoor te zorgen dat de opdrachtgever zo min mogelijk last heeft van de herrie, is men zover mogelijk achterin de tuin gaan staan, en dus minder dan tien meter onder mijn raam. Ik loop al de halve dag met oordoppen in.

Ik begrijp best dat de klus moet worden gedaan. Ik begrijp ook dat er herrie bij moet worden gemaakt. Maar hoe moeilijk is het om even een briefje te schrijven, op een fotokopieerapparaat te leggen en te verspreiden, zodat je buren in elk geval weten wanneer het gaat gebeuren?

Ik houd van Amsterdam. Het is een fijne stad waar mensen wel degelijk om elkaar geven maar elkaar niet voortdurend betuttelen. Er is een zekere individuele vrijheid. De grens met onverschilligheid is echter dun.