Monet in Amsterdam (4)

Claude Monet, De Peperbrug in Amsterdam

In 1871 en 1874 bracht de beroemde Franse impressionistische schilder Claude Monet (1840-1926) een bezoek aan Amsterdam. Hij was onder de indruk van de wolken en het grijze licht, maar was niet blij met zijn eigen schilderijen, waarvan hij vond dat ze het Amsterdamse licht niet wisten te vangen. Hij heeft deze werken dan ook nooit tentoongesteld en ze zijn nog steeds niet erg bekend. Zelfs de namen van deze schilderijen zijn niet met zekerheid bekend.

Hij maakte de meeste schilderijen bij de haven, zoals het bovenstaande – nummer 306 in de Wilderstein-catalogus – bij de Peperbrug, met op de achtergrond de Montelbaanstoren. Het doek bevindt zich nu in het Shelburne-museum in Shelburne (Vermont). Ik was in staat om de plaats te bereiken waar Monet stond, maar twee grote huizenboten belemmerden mijn zicht, dus ik heb een iets andere foto gemaakt.

Lees verder “Monet in Amsterdam (4)”

Monet in Amsterdam (3)

Claude Monet, het IJ in Amsterdam

In 1871 en 1874 bracht de beroemde Franse impressionistische schilder Claude Monet (1840-1926) een bezoek aan Amsterdam. Hij was onder de indruk van de wolken en het grijze licht, maar was niet blij met zijn eigen schilderijen, waarvan hij vond dat ze het Amsterdamse licht niet wisten te vangen. Hij heeft deze werken dan ook nooit tentoongesteld en ze zijn nog steeds niet erg bekend. Zelfs de namen van deze schilderijen zijn niet met zekerheid bekend.

Hij maakte de meeste schilderijen bij de haven, zoals het bovenstaande – nummer 298 in de Wilderstein-catalogus – ongeveer op de plek waar het Singel uitmondt in het IJ. Er is daar bij het IJ nogal wat veranderd, zoals u hieronder ziet.

Lees verder “Monet in Amsterdam (3)”

Monet in Amsterdam (2)

Claude Monet, het Westerdok in Amsterdam

In 1871 en 1874 bracht de beroemde Franse impressionistische schilder Claude Monet (1840-1926) een bezoek aan Amsterdam. Hij was onder de indruk van de wolken en het grijze licht, maar was niet blij met zijn eigen schilderijen, waarvan hij vond dat ze het Amsterdamse licht niet wisten te vangen. Hij heeft deze werken dan ook nooit tentoongesteld en ze zijn nog steeds niet erg bekend. Zelfs de namen van deze schilderijen zijn niet met zekerheid bekend.

Hij maakte de meeste schilderijen bij de haven, zoals het bovenstaande – nummer 301 in de Wilderstein-catalogus – bij het Westerdok. Op de achtergrond is de kerk te zien die bekendstaat als De Posthoorn (alle katholieke kerken in Amsterdam hebben bijnamen) , die tijdens Monets verblijf nog niet af was. De foto laat zien dat later twee torens zijn toegevoegd.

Lees verder “Monet in Amsterdam (2)”

Monet in Amsterdam (1)

Monet, de Zuidertoren in Amsterdam

In 1871 en 1874 bracht de beroemde Franse impressionistische schilder Claude Monet (1840-1926) een bezoek aan Amsterdam. Hij was onder de indruk van de wolken en het grijze licht, maar was niet blij met zijn eigen schilderijen, waarvan hij vond dat ze het Amsterdamse licht niet wisten te vangen. Hij heeft deze werken dan ook nooit tentoongesteld en ze zijn nog steeds niet erg bekend. Zelfs de namen van deze schilderijen zijn niet met zekerheid vast te stellen.

Ook weten we niet veel van zijn verblijf in Holland. Behalve een foto en een paar brieven is het enige bewijs voor Monets bezoek het dagboek van een museum dat hij op 22 juni 1871 heeft bezocht, het Trippenhuis. Ik heb het ooit gezien en vond de handtekening van Monet naast die van een visser uit Urk, die, hoewel een Nederlander, zich minder zal hebben thuis gevoeld in de stad Amsterdam dan de mondaine schilder uit Parijs.

Lees verder “Monet in Amsterdam (1)”

De drie standen

Even voor niet-Amsterdammers: de Sint-Luciënsteeg is voor fietsers een van de belangrijkste verkeersroutes tussen het westelijke en oostelijke deel van de stad. Als je van bijvoorbeeld de Kinkerbuurt (waar ik woon) naar het centrum moet, bepalen de bruggen over de grachten hoe je kunt rijden. De route over de Rozengracht en Dam is levensgevaarlijk door de vele auto’s en sinds kort reclameborden die je afleiden; de route van het Leidseplein langs de Leidsegracht en Spui is onbegaanbaar door de vele toeristen. Op de Elandsgracht kun je echter redelijk doorfietsen en daarna is er in het verlengde een wat smal fietspad door “de negen steegjes” en verder, waarover je uiteindelijk op het Rokin en de Nes komt. Zo vermijd je de meeste auto’s en toeristen.

De flessenhals is de Sint-Luciënsteeg, vlak voor de immer drukke Kalverstraat, waar een pannenkoekenrestaurant nogal wat toeristen trekt die niet altijd in de gaten hebben dat ze op een belangrijke fietsroute staan. De wetten der gastvrijheid zijn heilig in Amsterdam, dus we rijden de bezoekers niet overhoop en beperken ons ertoe die sukkels een of andere ziekte toe te wensen.

Lees verder “De drie standen”

Bij ons in het dorp (7)

Ik ben ook maar een man. Als ik een schaars geklede vrouw zie, ben ik even afgeleid. Eén tel, misschien twee. Dat ik de enige niet ben, moge blijken uit het feit dat reclamemakers al sinds mensenheugenis suggestieve foto’s benutten om de aandacht te vestigen op hun producten. En het werkt. In elk geval trok de bovenstaande advertentie mijn aandacht lang genoeg om een seconde afgeleid te zijn. Toen ik had geconcludeerd dat ik de vrouw saai vond, lette ik weer op het verkeer rondom me.

O ja. Het was druk op deze kruising.

Tot zover de anekdotiek. Als je je aandacht er wél bij kunt houden, is het verkeer in Amsterdam al ingewikkeld genoeg. Het laatste wat we nodig hebben, is afleiding. Idealiter staat er geen reclame langs te drukke wegen. En zeker geen bewegende reclame, zoals in de lichtkast hierboven.

Lees verder “Bij ons in het dorp (7)”

Onderbuikgevoelens (1)

Hier waren vroeger voldoende fietsenrekken.

Afgelopen zondagmiddag had ik een belangrijke afspraak. Met een grote tas liep ik de trap af, mijn huis uit, de straat op, klaar om weg te rijden. Maar waar was mijn fiets?

Gestolen dus. Een delict dat klaarstond om gepleegd te gaan worden. De gemeente Amsterdam heeft namelijk in haar oneindige wijsheid enkele fietsenrekken uit mijn straat weggehaald, terwijl er juist meer mensen zijn die zich fietsend verplaatsen. De fiets vastzetten aan de brug, aan een regenpijp of wat dies meer zij, is al heel, heel lang niet meer mogelijk. Een dief heeft het hier voor het uitzoeken en dat gebeurt dan ook regelmatig. Je pakt gewoon een losstaande fiets mee, loopt een stukje verder en schroeft het slot daar op je gemak los.

Gegeven de voorspelbaarheid van de diefstal kon ik er eigenlijk niet eens echt mee zitten. De dief deed gewoon z’n werk. Het was de gemeente waarop ik kwaad was. En dat is natuurlijk een typische onderbuikreactie, want zelfs al waren er helemaal geen rekken meer en zelfs al stond mijn fiets niet op slot, dan nog heeft een dief met z’n jatten van mijn spullen af te blijven.

Lees verder “Onderbuikgevoelens (1)”