The horror, the horror

Het haalt natuurlijk weinig uit, zo’n blog. Helemáál zonder invloed zijn mijn stukjes weliswaar niet, maar wie echt iets wil bereiken kan beter met een tractor naar het Malieveld rijden. U hoeft vanzelfsprekend met mij geen medelijden te hebben, want ik kies er zelf voor om te bloggen en ik vind het bovendien leuk om te doen. Maar toch, een heel enkele keer denk ik “jammer dat ik geen rijbewijs heb en geen tractor, dan zou ik meer bereiken”.

Zoals nu.

Ik heb op deze blog herhaaldelijk gewaarschuwd voor het gevaar voor de geestelijke volksgezondheid dat Marc Chagall heet. U weet dat het zien van zijn doeken is alsof je hart wordt getroffen door een scherf uit de spiegel van de sneeuwkoningin: je begint dat wat lelijk is aan te zien voor mooi en andersom. Je begint rare kleuren en LSD-achtige visioenen te zien en noemt die psychotische taferelen ineens kunst. Je levensgeluk verschrompelt. Het is allemaal heel verontrustend.

Lees verder “The horror, the horror”

Tweemaal de Gouden Eeuw

Of Hesiodos een historisch personage is, staat te bezien, maar dat heeft antieke beeldhouwers er niet van weerhouden zijn portret te maken. Deze mooie kop is in het British Museum, Londen.

1.

Oké, die Gouden Eeuw, waar komt die nou weer vandaan? Antwoord: dat weten we niet. De oudste vermelding van de mythe is te vinden in de Werken en dagen van de Griekse dichter Hesiodos, die u moet plaatsen in de achtste eeuw v.Chr. Zoals wel meer mensen in de Oudheid meende hij dat het in de loop der tijden van kwaad tot erger was gegaan. Eerst was er een paradijselijke gouden eeuw, toen een zilveren eeuw, een bronzen eeuw, een eeuw van helden en tot slot een ijzeren eeuw.

En daarmee hebben we het probleem bij de kuif. Vier metalen van afnemende waarde onderbroken door een eeuw van helden. Het lijkt erop dat Hesiodos zich de Mykeense tijd herinnerde en die integreerde in een ouder mythisch schema. Er moet dus vóór Hesiodos een verhaal zijn geweest over vier tijdperken. We vinden die een slordige acht eeuwen ná Hesiodos bij de dichter Ovidius, die dus weliswaar jonger is, maar een oudere fase documenteert in een traditie die we niet kennen. Cassius Dio maakte het lijstje overigens nog beter door een gouden eeuw te laten degenereren tot ijzer en roest.

Lees verder “Tweemaal de Gouden Eeuw”

De eeuw van Gisèle

Je leeft maar twee keer: één keer zoals het feitelijk gebeurt en één keer zoals je je herinnert. Sommige mensen kunnen echter drie keer leven. Dat zijn degenen die hun herinneringen herorganiseren en een ideaalbeeld scheppen van hun leven. Ook al bestond dat natuurlijk gewoon uit sleur en herhaling, ze maken er een kunstwerk van en met wat geluk gaan anderen het nog geloven ook.

Dat is het verhaal van Gisèle van Waterschoot van der Gracht (1912-2013), aan wie Annet Mooij onlangs een biografie wijdde, De eeuw van Gisèle. Ze is niet de enige hoofdpersoon. De deuteragonist is Wolfgang Frommel (1902-1986). Allebei creëerden rond hun leven een persoonlijke mythologie, waardoor in Mooijs boek in feite vier levens dwars door elkaar heen lopen. Dat klinkt ingewikkelder dan het is: De eeuw van Gisèle is een onverwacht spannend boek, dat enerzijds gaat over de gebiografeerden als beeldend kunstenares en dichter en anderzijds over de wijze waarop zij ideaalbeelden van zichzelf schiepen.

Lees verder “De eeuw van Gisèle”

De Amsterdamse Nieuwbouwprijs

Hoe het er vroeger uitzag

Zes jaar geleden – vooruit: zes jaar geleden min twaalf dagen – schreef ik een stukje over de werkzaamheden bij mij aan de overkant van de gracht. Het terrein van de voormalige stadsdeelwerf (zie boven) was in de voorafgaande maanden bouwrijp gemaakt en inmiddels was men gaan heien, wat nogal wat overlast veroorzaakte. Die was op een gegeven moment natuurlijk ook weer voorbij en de afgelopen jaren zijn er nieuwe huizen gebouwd. Het project is onlangs afgerond, de straat is weer begaanbaar en ik verwachtte eigenlijk dat ik bericht zou krijgen dat ik eens mocht langskomen om woningen te bezichtigen.

Ik ben namelijk een paar jaar geleden in een kantoortje dat tijdelijk was geopend naast het bouwproject informatie gaan vragen en heb toen aangegeven belangstelling te hebben voor iets groters dan het huis waarin ik momenteel woon. Ik heb een woonduur van meer dan een kwart eeuw, ik laat een woning achter en ik ben economisch aan deze stad gebonden, dus op voorhand zou je denken dat zo’n projectontwikkelaar me uitnodigt nu ik heb aangegeven belangstelling te hebben. Gek genoeg heb ik nooit iets vernomen. Geen briefje, geen mailtje, geen telefoontje, niets.

Lees verder “De Amsterdamse Nieuwbouwprijs”

Een Bijlmerliedje

De laatste keer dat ik Diana Tjin sprak, was bij me in de straat. Een paar maanden geleden. Ik kwam uit de supermarkt, zij was op weg naar haar kinderen en zo kruisten onze wegen. Van een tweet wist ze dat ik haar boek las, ik vertelde dat ik het leuk vond, ze zei dat het niet al te autobiografisch was en vervolgens gingen we elk ons weegs. Wat ik maar zeggen wil: ik ken de schrijfster van Een Bijlmerliedje persoonlijk. Haar vorige roman, Het geheim van mevrouw Grünwald, speelt zich zelfs af in onze buurt en ik schreef er al eens over.

Ook met de Bijlmermeer, de Amsterdamse stadswijk waar Tjins tweede roman zich afspeelt, heb ik een persoonlijke band omdat ik er een blauwe maandag heb gewoond en ik er nog altijd regelmatig kom. De slechte reputatie die de wijk ooit had, was wat overdreven maar ook niet onverdiend, en daarom ben ik blij dat Tjin de Bijlmer toont zoals ze was vóór de verloedering begon. Ze heeft er namelijk eveneens gewoond en in die zin is haar boek autobiografisch, maar hoofdpersoon Sheila is dus niet Tjins alter ego. Althans, dat zei ze me zelf.

Lees verder “Een Bijlmerliedje”

Ontsnapping uit Duitse gevangenschap

Monumentje voor het voormalige Huis van Bewaring, Amsterdam

Mijn vader, Gradus Bijvoets, had een lettergieterij/zetterij in de Jordaan, waar hij in de Tweede Wereldoorlog zetsels maakte voor verzetskrantjes en -pamfletten. Dat letterzetten ging toen nog met de hand: blokjes waarop een metalen letter een voor een in gleufjes in een groot blok schuiven. Wij vonden het leuk om daarbij te helpen, maar bij bovengenoemd werk mocht dat niet vanwege het gevaar van een inval door de bezetter.

Een zekere “Bart”, ironisch genoeg een vriend van mijn zussen die in Haarlem woonden, werkte zogenaamd als letterzetter in het bedrijf, maar in werkelijkheid leverde hij de teksten en was verbindingsman tussen mijn vader en het verzet. Op een dag laadden beide heren zetsels in fietstassen en togen op weg om ze af te leveren. Op de Prinsengracht zagen ze een Duitse patrouille die voorbijgangers, ook fietsers, aanhielden en controleerden. Haastig zetten ze hun fietsen tegen de gevel en probeerden zo, als onschuldige wandelaars die niets compromitterends bij zich hadden, langs de patrouille te komen. Helaas waren de Duitsers al te dichtbij en vermoedden verband met de fietsen. Ze werden in ieder geval, met fietsen, meegenomen naar de dichtstbijzijnde gevangenis, die waar nu Paradiso is.

Lees verder “Ontsnapping uit Duitse gevangenschap”

Kat en muis

Als de echtgenote van mijn zakenpartner me er niet op zou hebben gewezen, zou ik het nooit hebben gezien, nu houd ik altijd even in als ik er langs kom fietsen: de Herengracht tussen nummer 395 en 397, aan weerszijden van het grachtje dat opgemelde waterloop verbindt met het Singel. Anders gezegd: recht tegenover het NIOD. Nog anders gezegd: komend vanaf het Koningsplein niet doorfietsen richting Leidseplein maar meteen de hoek om slaan.

Aan de ene kant zit een kat, aan de andere kant zit een muis. Allebei zichtbaar op de foto hierboven, al is Tom links wat herkenbaarder dan Jerry rechts.

Lees verder “Kat en muis”