Bij ons in het dorp (13)

Dit is de zuidelijke toegang van station Amsterdam-Zuid.  Boven de twee ingangen staat “verboden te fietsen”, geflankeerd door twee verkeersborden die hetzelfde zeggen. Die borden worden links en rechts van de rechtertunnel nog eens herhaald, geplakt op het lichtgroene glas. In de tunnels staan twee blauwe borden met hetzelfde verkeersbord. Moeilijk zichtbaar is dat achter de twee blauwe borden op de muur ook nog eens de mededeling hangt dat het verboden is hier te fietsen.

Dat zijn dus twaalf verbodsborden op – wat zal het zijn? – twaalf meter breedte. Uniek is dat in Amsterdam niet, maar waarom, Station Zuid, waarom?

Bij ons in het dorp (12)

Bij ons in het dorp is ooit, op een moment waarop alle intelligentie even met de Amstel naar het IJ was weggestroomd, besloten dat er speciale fietsroutes moesten komen: het Hoofdnet Fiets. Op de andere wegen regeert de auto en dat is niet zelden gevaarlijk. Nu dat Hoofdnet Fiets er eenmaal is, vindt er ook onderhoud plaats en dan blokkeert de gemeente dus alvast op vrijdag een brug omdat men er op maandag kan gaan werken.

Mijn alternatief is nu dit punt, wat het er voor een fietser niet makkelijker of veiliger op maakt.

Naschrift maandag 18 mei

Situatie ongewijzigd

Naschrift 19 mei

Situatie ongewijzigd, maar nu van de andere kant

Homines manentes apud Amestelledamme

Het tolprivilege (foto Noord-Hollands Archief)

Historici en vele anderen hebben vaak de neiging zaken van hun voorgangers over te schrijven, waardoor misverstanden soms een oneindig lang leven leiden.

De eerste keer dat de naam van de stad die we nu Amsterdam noemen werd opgeschreven was op 27 oktober 1275, in de tolbrief waarmee graaf Floris V de inwoners van die stad vrijheid van tolbetaling gaf in het hele graafschap. Het aardige is dat we die tolbrief nog kunnen lezen (in het Stadsarchief) en dat er Amestelledamme staat (“homines manentes apud Amestelledamme”). Ik weet niet door wie en wanneer, maar iemand heeft daar ooit Amstelledamme van gemaakt. En dat maakt dan vervolgens begrijpelijk dat men is gaan denken dat het om een dam in de Amstel ging.

Lees verder “Homines manentes apud Amestelledamme”

De functie van Dr Deijman

Rembrandt van Rijn, De anatomische les van Dr Deijman (Amsterdam Museum)

Toen ik jaren geleden voor het eerst het deels verbrande schilderij van Rembrandt De anatomische les van dr Deijman in het Amsterdam Museum (toen nog Amsterdams Historisch) zag, kreeg ik een klein schokje. Dr Deijman kreeg namelijk als aanduiding van zijn functie in de bij het schilderij horende tekst: prelector. Je leest ook weleens praelector. Nu had je vroeger professoren en lectoren, maar van prelectoren had ik nog nooit gehoord.

Tijdens mijn studie geneeskunde aan de Gemeentelijke Universiteit van Amsterdam ben ik een paar jaar (1959/1960) assistent geweest op de snijzaal van het Anatomisch Laboratorium. Het hoofd van die afdeling had de titel prosector, voorsnijder dus.

Lees verder “De functie van Dr Deijman”

Mijn energietransitie

Ik ben geboren uit zonnegloren. Die zucht van een ziedende zee is mij toen even ontgaan. Maar het was mei 1940 en prachtig mooi weer. Anders waren de Duitsers die oorlog toen niet begonnen.

In augustus scheen de zon nog stralend en het was dus behoorlijk warm. Mijn moeder had gehoord, dat je baby’s goed moest inpakken om te voorkomen dat ze zouden kouvatten en ik lag dus stevig ingebakerd in de wieg. Blijkbaar vertoonde ik tekenen van moeilijk ademen of zoiets, want mijn moeder raakte in paniek. En bij paniek rende ze naar de drogist. Dat was mevrouw Faber-Hazeloop in de Reinier Claeszenstraat. Bovengekomen – drie hoog – rukte ze me de muts van de kop, en verwijderde de dekens en andere warmtebronnen om mijn lijf. Ik ademde weer rustig en had mijn leven aan de drogist te danken.

Dat was dus mijn eerste kennismaking met energie, van de zon en de dekens. Thuis hadden we een kolenkachel, een haard, die ’s winters gezellig brandde. Rode vlammetjes achter micaruitjes. Vaak was de haard ’s morgens uit en dan was het behoorlijk koud. IJsbloemen op het raam in m’n kamertje. Mijn moeder haalde dan de uitgebrande kolen uit de la onderin de haard en maakte hem weer aan. Dat lukte meestal vrij snel, maar het duurde langer voordat de warmte zich echt verspreidde.

Lees verder “Mijn energietransitie”

Literaire quiz (11)

Een verlaten plein, midden in de nacht. Ik heb er zelf heel mooie herinneringen aan. Dat het een persoonlijke lieu de mémoire is, deel ik met een beroemde auteur, die er een al even beroemd gedicht over schreef. Het gedicht is zo beroemd dat ik de vraag niet eens hoef te stellen.

Uw goede antwoord zal, zoals de trouwe lezers van deze blog weten, nooit worden vergeten. Het Nationaal Archief en Archive.org (kijk maar) maken namelijk geregeld backups van deze site, dus zowel uw antwoord als uw vermoeden over wat de vraag zou kunnen zijn geweest, zullen tot in de voorzienbare eeuwigheid terug zijn te vinden.

Photos from an Empty City

Like so many cities all over the world, Amsterdam has been forced to take special measures to stop the spread of corona virus. Cafes, restaurants, universities, and museums are shut, many shops are also closed, and people are supposed to work at home. The canal cruises have been suspended (see above) and the streets are deserted. Schools are shut, although teachers use the internet to reach the kids. (An eight-year-old expert I consulted confided to me that her mother was stricter than her teacher.)

Since I had some business to do at the railroad station, I cycled through an abandoned city center. Here are some photos.

Lees verder “Photos from an Empty City”

MoM | Koolstofdateringen: Reiniging

Vervuiling wordt ook opgespoord met de microscoop, een standaardprocedure. Bij de lijkwade van Turijn is bijvoorbeeld gekeken naar de hoeveelheid roet in het doek. In 1532 is het doek namelijk het slachtoffer geweest van een brand. Niet alleen brandden gesmolten druppels zilver gaten in het textiel, mogelijk was er ook roet in het doek neergeslagen. Wellicht zou de koolstof uit dat roet de datering kunnen beïnvloeden. Misschien wel met een eeuw, misschien zelfs twee. Alle te onderzoeken vezels zijn dus onder de microscoop doorgegaan, waarbij bleek dat er nauwelijks roet aanwezig was.

Monsters worden vooraf schoongemaakt. De standaardbehandeling is het afwisselend baden in een zuur, een base en weer een zuur: de AAA-behandeling (acid-alkali-acid; in de praktijk zoutzuur en natriumhydroxide). Het zuur lost ingespoelde kalk op, de base verwijdert ingespoelde organische zuren, zoals humus. De laatste zuurbehandeling dient om het monster weer neutraal te krijgen.

Lees verder “MoM | Koolstofdateringen: Reiniging”

Bij ons in het dorp (11)

Bij ons in het dorp hebben we een station voor de treinen die hier weleens langs komen. Sinds mensenheugenis zijn daar verbouwingswerkzaamheden en wordt het verkeer op de meest onmogelijke wijzen omgeleid. Hierboven ziet u de situatie voor ons station. Links ziet u een pijl bij het Noordhollands Koffiehuis, waar ik vandaag een afspraak had. Rechts ziet u een pijl bij de straat waar ik vandaan kwam. Tussen het ene punt en het andere is het minder dan 250 meter.

Lees verder “Bij ons in het dorp (11)”

Stukje zonder titel

Het kan je gebeuren dat je om kwart over elf ’s avonds, net als je op het punt staat je bed op te zoeken, wordt gebeld. Het is een van je beste vrienden. “Is er iets aan de hand?” vraag je. En ja, er is iets aan de hand. Zijn echtgenote heeft pijnklachten en is door de dokter naar het ziekenhuis verwezen. Je vriend wil mee maar er moet iemand bij de kinderen blijven. Kun jij misschien een nachtje babysitten?

Je kijkt nog even naar je vriendin, maar eigenlijk heb je je besluit al genomen. Natuurlijk doe je dat. Toen jij ooit een TIA had, stond die vriend meteen voor jou klaar.

Je fietst naar de andere kant van de stad en geniet ervan hoe rustig het is. De nacht zelf verstrijkt zonder noemenswaardige incidenten, behalve dat je een keer moet opstaan om de zoon des huizes, een jongen van één, een fles te geven.

Lees verder “Stukje zonder titel”