Aan een mafkees

Gevelsteen (Wolvenstraat 32, Amsterdam)

Ik kan elke week ongeveer twintig uur echt werken. Soms iets minder, soms iets meer, maar gemiddeld twintig uur. Dat is wat er voor mij maximaal in zit en ik heb de rest van mijn tijd nodig om de accu op te laden. Het is niet ideaal maar dankzij de Livius-vennootschap (waarvoor ik cursussen verzorg, reizen begeleid, een nieuwsbrief aanbied en schrijfwerk doe) kan ik het hoofd boven water houden. Ik zou mezelf zelfs rekenen tot de gezegendste mensen op aarde als ik niet verschrikkelijk veel tijd verspilde aan overbodig, tijdrovend gedoe. Zoals insinuaties die je beantwoorden móet om geruchten in de kiem te smoren. Dus bij dezen: nee, mafkees, ik krijg voor deze blog geen geld. Het staat je vrij een klacht in te dienen maar ik zou niet weten wie je daarna nog serieus zal nemen.

Je stelde vragen naar aanleiding van dit artikel over influencers die niet aangaven wanneer ze werden betaald om iets aan te prijzen. Kort en duidelijk: ik blog soms voor mijn plezier, soms omdat ik de Oudheid belangrijk vind, vaak om allebei die redenen en nooit om geld mee te verdienen.

Lees verder “Aan een mafkees”

Votiefgift

Votiefgift uit de tempel van Aesculapius in Rome (Nationaal Museum, Rome)

Ik schreef onlangs over de leuke Bes-expositie in het Allard Pierson-museum en vertelde dat die ook aardig was voor kinderen. De voor dit doel gevraagde externe deskundige (8 jaar) beleefde veel plezier aan de speurtocht langs de diverse beeldjes en reliëfjes van de kleine Egyptische godheid. Ik schreef ook dat de Grieks-Romeinse afdeling mooi aan het worden is. Die is echter voor kinderen wat minder toegankelijk.

Zo kwam het dat de externe deskundige bij de Etruskische voorwerpen wat verbaasd stond te kijken naar enkele votiefgiften, de voorwerpen die mensen in de Oudheid achterlieten bij een heiligdom na een genezing.

Lees verder “Votiefgift”

Bij ons in het dorp (11)

Bij ons in het dorp hebben we een station voor de treinen die hier weleens langs komen. Sinds mensenheugenis zijn daar verbouwingswerkzaamheden en wordt het verkeer op de meest onmogelijke wijzen omgeleid. Hierboven ziet u de situatie voor ons station. Links ziet u een pijl bij het Noordhollands Koffiehuis, waar ik vandaag een afspraak had. Rechts ziet u een pijl bij de straat waar ik vandaan kwam. Tussen het ene punt en het andere is het minder dan 250 meter.

Lees verder “Bij ons in het dorp (11)”

Stukje zonder titel

Het kan je gebeuren dat je om kwart over elf ’s avonds, net als je op het punt staat je bed op te zoeken, wordt gebeld. Het is een van je beste vrienden. “Is er iets aan de hand?” vraag je. En ja, er is iets aan de hand. Zijn echtgenote heeft pijnklachten en is door de dokter naar het ziekenhuis verwezen. Je vriend wil mee maar er moet iemand bij de kinderen blijven. Kun jij misschien een nachtje babysitten?

Je kijkt nog even naar je vriendin, maar eigenlijk heb je je besluit al genomen. Natuurlijk doe je dat. Toen jij ooit een TIA had, stond die vriend meteen voor jou klaar.

Je fietst naar de andere kant van de stad en geniet ervan hoe rustig het is. De nacht zelf verstrijkt zonder noemenswaardige incidenten, behalve dat je een keer moet opstaan om de zoon des huizes, een jongen van één, een fles te geven.

Lees verder “Stukje zonder titel”

Nucleus accumbens

Ik heb een zwak voor Multatuli, hoewel er van mijn voornemen vaak over hem te schrijven nooit iets is geworden. De Mainzer Beobachter werd een Oudheidblog. Gelukkig is er inmiddels de Multatuli-leesclub op Neerlandistiek, waar Marc van Oostendorp het hele oeuvre van Douwes Dekker systematisch doorneemt met iedere zaterdag weer een als dialoog gecomponeerd stukje. Afgelopen zaterdag kwam een bekend incident aan de orde. Actrice Mina Krüseman had voor de opvoering van Vorstenschool een contract bedongen waarin was geregeld dat zij zelf ƒ125 kreeg per voorstelling en Douwes Dekker ook nog eens ƒ25. Dit laatste was een leuke bonus, want in die tijd kreeg de auteur van een toneelstuk een eenmalige betaling. En dat was dan dat.

Krüseman verwachtte dat Douwes Dekker, die nooit goed bij kas was, blij zou zijn, maar die was ontstemd. Als ik me goed herinner vatte hij de situatie samen als zou een Multatuli slechts een vijfde Krüseman waard zijn. Wat Krüseman niet wist, niet weten kon, was dat mensen een hersenkronkel hebben die nucleus accumbens heet. Maar voor ik dat uitleg, eerst even een voorbeeld van ruim een eeuw later, uit Zwitserland.

Lees verder “Nucleus accumbens”

Ramones (of zo)

Laten we er geen doekjes om winden, Twitter is soms niet te verdragen omdat nogal wat gebruikers vooral bezig zijn te controleren of anderen wel voldoende verontwaardigd zijn over onderwerpen waarover ze blijkbaar verontwaardigd moeten zijn. Ik zal daarop geen uitzondering zijn. Maar soms gebeurt er iets aardigs, al had het vanmorgen een aanloopje nodig.

Eerst was er Marcel Hulspas, de auteur van het zo verschrikkelijk ten onrechte door alle boekenbijlagen genegeerde Uit de diepten van de hel, die nog probeerde verontwaardigd te zijn:

Beste Pauw, als je Meiland niet kent kom je niet direct van een andere planeet. De oogkleppen af, graag.

Omdat ik werkelijk niet wist wie of wat Meiland was, vroeg ik:

Lees verder “Ramones (of zo)”

Max Mallowan in Syrië

Reliëfje uit de Jezira, begin derde millennium v.Chr., afkomstig uit de Mallowan-expeditie (Archeologisch Museum Aleppo)

Het archeologische museum van Aleppo heeft vitrines vol liggen met archeologische vondsten uit de Jezira, het eiland tussen de Eufraat en Tigris. Ze zijn in de jaren dertig opgegraven door de Britse archeoloog Max Mallowan, onder andere te Tell Arpachiyah, Chagar Bazar en Tell Brak en ze documenteren onder meer de “rise of civilization”: het proces waarmee een egalitaire landbouwsamenleving zich ontwikkelde tot een stedelijke, diverse maatschappij, geregeerd door koningen.

Mallowans conclusie dat het verstedelijkingsproces zich niet alleen in Egypte en zuidelijk Irak had voltrokken maar ook in Syrië, maakte hem tot een van de beroemdste archeologen van zijn tijd, en er wordt nog steeds met respect over hem gesproken, zeker in het Midden-Oosten. Toen ik in Aleppo was, heb ik me in het Baron Hotel zijn slaapkamer laten aanwijzen. (Lawrence of Arabia heeft er ook geslapen.) Mallowans opgravingen zijn belangrijk geweest en het is des te leuker dat zijn echtgenote in 1946 een boek heeft gepubliceerd over het dagelijks leven op een grote Britse opgraving – tweehonderd arbeiders! – in het Franse mandaatgebied Syrië. Het is een amusante collecties anekdotes, het heet Come, Tell Me How You Live, het heeft de gruwelijke ondertitel Memories from Archaeological Expeditions in the Mysterious Middle East en het is nog steeds leverbaar.

Lees verder “Max Mallowan in Syrië”