Kennis is impopulair

Afgelopen zaterdag was ik even te horen in het radioprogramma De Taalstaat, waar ik mocht vertellen over mijn digitale repertoire. Het blogstuk over historische taalkunde kwam aan de orde en ook twee tweets waarin ik cultuurpessimistische artikelen ter lectuur had aanbevolen: een stuk van Toine Heijmans in De Volkskrant over een schatrijk land dat bezuinigt op bibliotheken en een opiniestuk van Bastiaan Bommeljé dat kinderen niet onnozel worden geboren maar door ons onderwijs onnozel worden gemaakt.

Presentator Frits Spits liet me een en ander toelichten (u hoort het hier) en ik vertelde dat we ons, als samenleving, kapot aan het amuseren zijn. Verder knorde ik dat er zo verschrikkelijk veel amusement was in de media. Hoewel ik niet ontken dat een mens zich mag ontspannen, is de media-aandacht daarvoor doorgeschoten. Het is een vals dilemma, voegde ik toe, dat amusement staat tegenover educatie. De twee kunnen goed samenvallen. Terwijl ik dat aan het vertellen was, realiseerde ik me dat het wonderlijk was dit standpunt uitgerekend in De Taalstaat naar voren te brengen, omdat dat programma juist educatie en amusement combineert.

Lees verder “Kennis is impopulair”

Er is er een jarig

Frankfurt

Het eerste stukje van het nieuwe jaar: ik wens u het allerbeste.

En ik begin het nieuwe jaar met een stukje over een zegening die ik vandaag tel: de Europese samenwerking. Die is geen panacee voor alle kwalen, maar wel degelijk nuttig, en dan denk ik vandaag vooral aan de invoering van de gemeenschappelijke munt. Dat die fantasieloos euro moet heten is omdat politici écu te Frans vonden klinken, wat alweer aangeeft hoezeer het een gedrocht is, beklonken in de politiek. En zoals we de afgelopen jaren hebben gezien was het monetair beleid niet zelden eveneens een gedrocht. Ik denk bijvoorbeeld dat Griekenland dwaas is geweest maar dat de bestraffing excessief was. Dat alles wil niet zeggen dat ook het bestaan van de euro een gedrocht is.

Waarom kregen we de euro ook alweer? Niemand zat er werkelijk op te wachten – zeker de bankiers niet. Het besluit over te schakelen op één munt was zuiver politiek: de twee Duitslanden wilden zich na 1989 verenigen, en Frankrijk, dat begreep politiek en economisch overvleugeld te zullen worden, eiste controle over de Duitse mark. De euro was een dappere uitruil en alleen al hierom verdienen Kohl en Mitterand een standbeeld. Wie er meer over wil weten, moet The Road to European Monetary Union van André Szász maar lezen.

Lees verder “Er is er een jarig”

Armeense Cola, of zo

Hilarisch verhaaltje op de website van de NOS. In Noorwegen zijn de accijnzen op snoep en frisdrank zó hoog dat de Noren naar Zweden uitwijken. “Ze rijden graag een paar uur om in het Zweedse luilekkerland los te gaan,” zo lezen we. “Snoep, chocola en frisdrank zijn in Zweden de helft goedkoper.”

Het deed me denken aan de Cola-flessen die in Armenië langs de grote weg worden verkocht. Er is daar overigens maar één echt grote weg. Die begint in Georgië en gaat dan over Yerevan naar het zuidoosten, richting Iran. Op dat laatste stuk staan dus kraampjes waar flessen met Cola worden verkocht.

Lees verder “Armeense Cola, of zo”

Naar Algerije

Ons diner (het derde gerecht van boven): köfte ofwel ballen des gehakts. De naam van het vierde gerecht illustreert dat de Algerijnen aan de verkeerde kant staan in de patat-en-frietse twisten.

We arriveerden in Annaba, de eerste grote havenstad in Algerije als je aankomt uit Tunesië, eerder dan we hadden gepland en dat betekent dat ik opnieuw tijd heb voor een blogje over wat ik zoal heb meegemaakt. Dat is niet zoveel hoor. Eerst had ik in Tunis een korte zakelijke afspraak en daarna kwam onze Algerijnse chauffeur ons ophalen om ons naar Annaba te rijden. Na het gebruikelijke trage rijden om een grote stad uit te rijden, bereikten we de autosnelweg, waarna we met een strakke 170 westwaarts reden, zodat ik me soms afvroeg wanneer we zouden opstijgen.

Na een vlakte volgde een wat heuvelachtig landschap dat me deed denken aan Sicilië. Op een minaret in een stadje dat Béja heette zag ik een ooievaarsnest. We staken de bergen over en bereikten de kust bij de havenstad Tabarka. Het was makkelijk te begrijpen waarom de Feniciërs deze regio hebben gekoloniseerd, want het landschap is volkomen vergelijkbaar met Libanon: beboste bergen die komen tot aan de zee.

Lees verder “Naar Algerije”

Tunis

Karthago vanuit een Airbus 320

Het is natuurlijk fout als je van je passie je werk maakt want wat vakantie had moeten zijn wordt dan je werk. Toen ik Tunis naderde en uit het raampje van het vliegtuig keek, herkende ik niet zomaar een met villa’s overstrooid schiereiland maar Karthago. Voor de liefhebber: u herkent de twee havens links vooraan. De voorste is de handelshaven, de ronde is de oorlogshaven. Hier is een landkaart en morgen hoop ik er rond te lopen. Een blogstukje staat al klaar.

De luchthaven van Tunis bleek makkelijk en een vriendelijke chauffeur reed ons naar ons hotel, aanwijzend waar we een bioscoop zouden vinden en nog zo wat nuttige tips. De stad doet me wat denken aan Palermo, dat natuurlijk niet veel verderop ligt. Duizenden spreeuwen heetten ons welkom en de maan uit de Tunesische vlag stond aan de hemel. Een fijn welkom.

Lees verder “Tunis”

Aan een mafkees

Gevelsteen (Wolvenstraat 32, Amsterdam)

Ik kan elke week ongeveer twintig uur echt werken. Soms iets minder, soms iets meer, maar gemiddeld twintig uur. Dat is wat er voor mij maximaal in zit en ik heb de rest van mijn tijd nodig om de accu op te laden. Het is niet ideaal maar dankzij de Livius-vennootschap (waarvoor ik cursussen verzorg, reizen begeleid, een nieuwsbrief aanbied en schrijfwerk doe) kan ik het hoofd boven water houden. Ik zou mezelf zelfs rekenen tot de gezegendste mensen op aarde als ik niet verschrikkelijk veel tijd verspilde aan overbodig, tijdrovend gedoe. Zoals insinuaties die je beantwoorden móet om geruchten in de kiem te smoren. Dus bij dezen: nee, mafkees, ik krijg voor deze blog geen geld. Het staat je vrij een klacht in te dienen maar ik zou niet weten wie je daarna nog serieus zal nemen.

Je stelde vragen naar aanleiding van dit artikel over influencers die niet aangaven wanneer ze werden betaald om iets aan te prijzen. Kort en duidelijk: ik blog soms voor mijn plezier, soms omdat ik de Oudheid belangrijk vind, vaak om allebei die redenen en nooit om geld mee te verdienen.

Lees verder “Aan een mafkees”

Votiefgift

Votiefgift uit de tempel van Aesculapius in Rome (Nationaal Museum, Rome)

Ik schreef onlangs over de leuke Bes-expositie in het Allard Pierson-museum en vertelde dat die ook aardig was voor kinderen. De voor dit doel gevraagde externe deskundige (8 jaar) beleefde veel plezier aan de speurtocht langs de diverse beeldjes en reliëfjes van de kleine Egyptische godheid. Ik schreef ook dat de Grieks-Romeinse afdeling mooi aan het worden is. Die is echter voor kinderen wat minder toegankelijk.

Zo kwam het dat de externe deskundige bij de Etruskische voorwerpen wat verbaasd stond te kijken naar enkele votiefgiften, de voorwerpen die mensen in de Oudheid achterlieten bij een heiligdom na een genezing.

Lees verder “Votiefgift”