Op de fiets naar Thessaloniki (1)

Ergens in Frankrijk

Mijn gastheer hing de vlag uit. Het was namelijk Koninginnedag 1992. Nog even omkijkend zag ik hoe hij en zijn echtgenote me nazwaaiden terwijl ik uit Maastricht wegfietste. Ik reed op een mooie witte hybride – dit is een type fiets – die ik RIH op mijn maat en naar mijn voorkeuren had laten bouwen. Met twee paar remmen, extra dikke banden, een bagagedrager achter én voor en met vier tassen. In die tassen zaten onder veel meer een tent, landkaarten en een kartonnen fotocameraatje. (Zie boven voor de kwaliteit van de fotografie.) En ergens in een gordel om mijn middel zaten mijn paspoort en een stapel eurocheques.

De sportfiets had ƒ1865,- gekost en was betaald, maar het geld op mijn courante rekening had ik moeten lenen van vrienden en bekenden. Ik had haast gehad om weg te komen, wilde nadenken en omdat denken me het beste afgaat als ik op de fiets zit, reisde ik nu af naar Griekenland.

Lees verder “Op de fiets naar Thessaloniki (1)”

Fietsen

Veerpont bij Loevestein

Ergens rond mijn zeventiende of zo kreeg ik de geest: fietsen is leuk. Vanuit Apeldoorn, waar ik opgroeide, reed ik naar Amersfoort of Utrecht, naar de Athenaeumbibliotheek in Deventer, naar Arnhem en Nijmegen. En dan later op dezelfde dag weer terug. Dat ging destijds makkelijker dan nu: er waren minder Vinexwijken en verkeersdrempels, je kon gewoon lekker over je stuur hangen, in een bepaald ritme komen en een bijna verslavende cadans opbouwen. Nu lukt dat, geloof ik, alleen nog op de Afsluitdijk, waar ik inmiddels, nu ik mijn hobby heb hernomen, alweer tweemaal overheen ben gegaan.

In december 2013 ben ik er dus opnieuw mee begonnen. Een tocht van Amsterdam naar Apeldoorn was de eerste grote rit. Meteen een goede les: het stuk tot Amersfoort is niet langer geschikt om door te donderen. Zoals gezegd: Vinexwijken en verkeersdrempels. Voorbij Amersfoort bleek het die dag wel weer te kunnen: bijna blindelings kon ik over Leusden, Barneveld, Kootwijkerbroek, Kootwijk en Assel naar Apeldoorn rijden. Eén van mijn oude favoriete routes was nog nauwelijks veranderd en ik zat al snel weer lekker in de cadans.

Lees verder “Fietsen”

Spelfout

(Ooit gezien in het Gallo-Romeins Museum in Tongeren.)

Ik zou deze zomer mijn lang-verhoopte reisje naar Straatsburg kunnen maken als ik, voor elke keer dat iemand Pilates schreef in plaats van Pilatus, een euro zou hebben gekregen. En in het Engels kun je dan nog zo leuk zeggen dat Jezus, die boze geesten uitdreef, “went around exercising until he was killed by Pilates”.

(In 2016 gezien op NU.nl)

De veranderende bibliotheek

Zelfs als u in Apeldoorn woont zal de bovenstaande foto u weinig zeggen: een monumentaal huis en wat herfstige bomen. De totempaal behoort bij de kinderboerderij ernaast. Ruim veertig jaar geleden was deze villa in gebruik als de openbare bibliotheek van de stadswijk Zevenhuizen, waar ik ben opgegroeid. Het leesgierige jongetje dat ik was moet er tientallen boeken hebben geleend. Ik herinner me overigens alleen dat ik “Inde soete suikerbol” niet leuk vond en dat ik van “De zilveren stoel” begreep dat het een vervolg was op een boek dat ik niet had gelezen.

Wat ik me verder herinner – ook toen de bibliotheek was verhuisd naar een speciale nieuwbouw, ook toen ik mijn lectuur ging halen in de hoofdvestiging, ook toen die zijn intrek nam in een speciaal ontworpen nieuw gebouw, ook toen ik mijn boeken ging halen in de Athenaeum-bibliotheek in Deventer – was dat je altijd advies kon vragen bij de mensen die daar werkten. Die konden je precies uitleggen welke boeken voor jou geschikt waren en welke niet. Best knap, want je hebt lezers met uitlopende belangstelling en kinderen krijgen, naarmate ze ouder worden, behoefte aan andere informatie.

Lees verder “De veranderende bibliotheek”

Dames en heren

Van de maan af gezien zijn we allen even groot.

Het kan je zomaar in het café gebeuren dat je met wat bestellingen van de bar terug komt lopen naar je vrienden en dat je iemand een drankje met de linkerhand moet aangeven. Ik ben dan zo’n ouderwetse rare snijboon die “excusez la main gauche” mompelt. Je reikt mensen immers geen consumpties aan met links.

Ik ben echter óók zo iemand die weet dat het in feite totaal irrelevant is of je een ander met links of rechts serveert. Zoals het ook niet heel belangrijk is tijdens een diner wijn alleen van rechts bij te schenken of de schalen van links naar rechts door te geven. De wereld vergaat ook niet als een heer verzuimt de jas van een dame aan te nemen of de deur voor haar open te houden. (Je kunt zelfs verdedigen dat deze twee laatste beleefdheidsvormen eigenlijk ongewenst zijn, een soort seksisme dat des te venijniger is omdat het zich aandient als welgemanierdheid. Maar dat is iets voor een ander stukje.)

Lees verder “Dames en heren”

Via Horta

Een paar jaar geleden heeft de gemeente Houten een stadswijk aangelegd met de naam Castellum, wat Latijn is voor kasteeltje. Met deze naam wordt een verband gelegd met de Romeinse aanwezigheid in dit gebied. Leuk is dat de wijk ook de vorm heeft van een kasteel. Toevallig kwam ik er onlangs doorheen fietsen en het zag er best aardig uit. Houten is sowieso prettig aangelegd.

Ik kreeg echter koude rillingen van de straatnamen. Zoals in wel meer steden gebeurt, zijn in Houten de diverse stadswijken herkenbaar aan een eigen type straatnaam. Ten noorden van Castellum eindigen alle namen op -spoor (“Hollandsspoor”, “Mijnspoor”), ten noordwesten op -bouw (“Landbouw”, “Tuinbouw”). In Castellum kozen de naamgevers voor poorten, grachten, tempels en straten, wat werd gecombineerd met woorden voor Romeinse dingen, zoals toga en tunica. Als ze nou gewoon hadden gekozen voor een Togapoort of Tunicastraat, was er niets aan de hand geweest. De vier achtervoegsels zijn echter gelatiniseerd (Porta, Fossa, Cella en Via) en het probleem is dat het geen Latijn is wat zo ontstaat. Het is zoiets als “allez votre corridor”: elk woord is weliswaar Frans, maar dat maakt het nog geen Franse zin.

Lees verder “Via Horta”

Een goede daad blijft nooit onbestraft

stoplicht

Al wekenlang ligt de Amsterdamse De Lairessestraat opgebroken. Dat betekent dat ik, als ik naar het station ga, een eind moet omrijden, waarbij ik dan een basisschool passeer. Daar is een stoplicht met de opmerkelijke eigenschap dat het, uitgerekend als je haast hebt om een trein te halen, altijd op rood staat. Ergerlijk, want er is daar nooit verkeer. Normaal gesproken fiets je dus gewoon door.

Zo zou het ook gisteren hebben moeten zijn. Maar ja, de school ging nét uit en er waren tientallen kinderen. Normaal gesproken zet ik dan nog eens extra aan om van de herrie verlost te zijn. Maar ja, het stoplicht stond op rood en je wil toch het goede voorbeeld geven. Dus ik bleef daar staan, te midden van de kolkende herrie van tientallen kinderen die naar huis mochten.

Domme, domme Jona.

Lees verder “Een goede daad blijft nooit onbestraft”