Bij ons in het dorp (26)

Daar ging mijn spaargeld (Zeedijk 125, Amsterdam)

Oké, het was natuurlijk mijn eigen stomme fout: een afspraak maken in de binnenstad van Amsterdam. Het zat als volgt. Van vóór het Vlaams Cultureel Centrum erin trok tot een jaar of tien geleden was de Brakke Grond mijn vaste café en in een verstandsverbijsterende aanval van melancholie had ik er afgesproken met iemand die ik al heel lang niet had gezien, en die toevallig daar in de buurt moest wezen. Ik had natuurlijk moeten zeggen “we spreken wel af op het station” of “ik kom naar jouw woonplaats”. Maar dat zei ik niet. Dus was ik in het historische centrum van Amsterdam.

Voor de Vlaamse lezers: dat is zoiets als Florence. Het hart is uit het lichaam weg gesneden en de toeristen toegeworpen. Amsterdammers moeten tegenwoordig, net als Florentijnen, met een boog om het stadshart heen. Eigenlijk zou Amsterdam in Rotterdam het beeld van de Verwoeste Stad kunnen opvragen omdat dat beeld van een man met een gat op de plek waar je zijn hart verwacht, anno 2026 eigenlijk beter past bij Amsterdam. Rotterdam heeft een leuker centrum.

Lees verder “Bij ons in het dorp (26)”

Fijn hoor, die trein

Ik kan eigenlijk best wel wat hebben van de Nederlandse Spoorwegen. Ik reis regelmatig en eigenlijk is het personeel het vriendelijkste van de wereld. Ze verdienen collectief een acht. Maar het blijft een organisatie met een heel problematisch management, en daar moeten we het toch eens over hebben (in de ongetwijfeld vergeefse hoop dat er iets verbetert).

Ik zou op woensdag 17 juni een lezing verzorgen in Doetinchem. En ik ken mijn pappenheimers. Ik neem twee treinen te vroeg en als ik ergens ontspannen moet aankomen, reis ik eersteklas. Dat is een dure grap, want de korting die ik lange tijd kreeg, geldt al een tijdje niet in de late middag, als ik meestal naar mijn (avond)werk ga. Ik betaal te veel voor vervoer dat nog niet zo lang geleden beter was.

Lees verder “Fijn hoor, die trein”

De Staatsliedenbuurt

Begin dit jaar was ik even terug in de Amsterdamse Staatsliedenbuurt. Het is de wijk waar ik het grootste deel van mijn studententijd heb doorgebracht. Ik gebruik nu woorden als “buurt” en “wijk”, maar ik zou eigenlijk “dorp” moeten zeggen, want het is een kleine wereld op zich, alleen bereikbaar door ergens een brug over te gaan. De wijk heeft zich – dat moet rond 1980 zijn geweest – weleens onafhankelijk van Nederland verklaard, en die ochtend waren alle bruggen even opgehaald.

Het interessante van mijn recente bezoek was dat alles en niets was veranderd. Allerlei oude huizen, waaronder de twee waar ik zelf heb gewoond, zijn gesloopt en vervangen door nieuwbouw, en ik ben geen nostalgicus die beweert dat zijn voormalige huis mooier of sfeervoller was. De nieuwe woningen zijn echt beter. De avondwinkel is er niet meer, het winkeltje waar ik altijd de zaterdagkranten haalde is er niet langer, de speeltuin is nu een parkeergarage en het buurtcafé op het centrale plein had niet alleen een nieuwe inrichting maar ook een nieuwe naam: Tramlijn Begeerte heet nu Piet de Gruyter. De sfeer was onveranderd.

Lees verder “De Staatsliedenbuurt”

Toerist in Sevilla

De kathedraal van Sevilla

Sevilla! Het is de laatste stad in onze Spaanse zwerftocht, want morgenochtend begint terugreis. Ik ben eind jaren tachtig hier geweest, kort na de ontdekking van de Lex Irnitana (de meest complete versie van de Romeinse gemeentewet), die hier in het museum zou zijn. Een paar dagen daarvoor had ik de plek bezocht waar de bronzen tabletten waren gevonden. Ze bleken destijds echter niet aanwezig in Sevilla, maar zouden worden geëxposeerd in Madrid. Toen ik later daar aankwam, bleek de tentoonstelling nog niet geopend. Nu ik opnieuw in Sevilla ben, is het plaatselijke archeologische museum gesloten. Dat wisten we al vóór we de reis planden, dus dit is geen teleurstelling.

Stad aan een rivier

En we hebben gewoon een leuke dag gehad. Zoals de trouwe lezers van dit narcistische winterfeuilleton weten, staat deze reis een beetje in het teken van de Oudheid en de Arabische Middeleeuwen, en daarover valt in Sevilla genoeg te zien. De stad ligt aan de benedenloop van de Guadalquivir; antieke en middeleeuwse zeeschepen konden tot hier komen. (Dit is dan ook de stad waar Christoffel Columbus vertrok.) Er was dus altijd een basis voor welvaart. De vroegste geschiedenis is onduidelijk, maar de schat van El Carambolo, die ik al eens noemde, is vlakbij Sevilla gevonden.

Lees verder “Toerist in Sevilla”

Toerist in Córdoba

Puerta de Sevilla

Ik liet u in de vorige aflevering van dit narcistische winterfeuilleton gistermiddag achter op het station in Málaga, in de hoop dat we fors vertraagd om half drie zouden vertrekken naar Córdoba. Dat gebeurde inderdaad, maar na 500 meter stopte de trein, en na twee uur stilstand reed hij terug naar het station. Dat was niet naar de zin van de eveneens aanwezige Feyenoordsupporters. “Kankerland”, herhaalde een zo’n fan luidkeels, en zo klonk er meer. Niet handig, als de politie op scherp staat voor een risicowedstrijd. Toen we de trein verlieten, moesten we onze legitimatie tonen en haalde de politie supporters uit de mensenmassa. Toen een andere trein ons later naar Córdoba reed, ontbrak in onze coupé de Feyenoordaanhang.

Een snelle wandeling

We hadden, achteraf bezien, vijf uur langer kunnen doorbrengen in Málaga, maar goed: we zijn aangekomen in Córdoba, ooit de hoofdstad van het gelijknamige emiraat. Mijn vriendin was er al eens met haar zus geweest en ook voor mij is de stad niet nieuw – zie dit blogje.

Lees verder “Toerist in Córdoba”

Toerist in Málaga

De alcazaba van Málaga

Málaga, wat Fenicisch is voor “zoutstad”, stond eigenlijk niet op ons reisprogramma, maar toen we de reis afgelopen november voorbereidden, hadden we de indruk dat we hier, komend vanuit Almería, de overstap naar de trein naar Córdoba weleens zouden kunnen missen. Dus kozen we ervoor om in Málaga te overnachten en later in alle rust door te reizen.

Het zou, zo dachten we, een superkort bezoek zijn. Eigenlijk wilden we gewoon niets bekijken. Ik was hier eerder geweest en het Romeinse theater wilde ik mede daarom niet nog eens zien: ik heb – zei hij blasé en niet voor het eerst – in mijn leven zó veel van die waaiervormige schouwburgen gezien dat het opnieuw bekijken ervan me niet erg aansprak. Er boven verrijst de Alcazaba die de Nasriden van Granada hier bouwden; die moesten we laten wat ze was, omdat we vreesden dan te laat op het station te zijn om de trein naar Córdoba te halen. Hetzelfde gold voor de kathedraal. We beperkten ons dus tot het museum.

Lees verder “Toerist in Málaga”

Toerist in Almería

Poort in de Alcazaba van Almería

Vanuit onze hotelkamer in Almería keken we uit op een zonsopkomst over het water, dat hier Alboránzee heet, maar natuurlijk gewoon een deel is van de Middellandse Zee. De bus uit Cartagena was gisteren vrij laat in Almería aangekomen, maar nu het daglicht was, konden we de havenstad gaan verkennen.

Al-Marrya

Almería heette ooit Al-Marrya, wat zoiets betekent als “spiegel van de zee”. De stad is ontstaan toen zeelieden huizen begonnen te bouwen op een plek waar ze al weleens handel dreven met de boeren in deze omgeving. Graan voor vis. In 955 stichtte kalief Abd al-Rahman III van Córdoba hier een vlootbasis, die vanzelfsprekend moest worden beschermd met stadsmuren en met een moskee om te bidden om goddelijke bescherming. (Een inscriptie die de bouwwerkzaamheden documenteert, is te zien in het plaatselijke museum.) Op de rotsen achter de stad verrees de enorme burcht die bekendstaat als Alcazaba.

Lees verder “Toerist in Almería”

Toerist in Cartagena

Op weg naar Cartagena: de lagune bij Santa Pola

Ik wilde al heel lang naar Cartagena, of Carthago Nova, zoals de Romeinen het noemden, of Qart Hadašt, op z’n Karthaags. Het was de hoofdstad van de Karthaagse bezittingen in Iberië en onlangs identificeerden archeologen de resten van het paleis van de bestuurders. Hier woonde Hasdrubal de Schone, hier groeide Hannibal Barka op. Ik zal nog bloggen over de spectaculaire manier waarop de Romeinen de stad veroverden.

De stad bestond in de Oudheid uit een schiereiland waarop vijf heuvels waren te herkennen. De Griekse geschiedschrijver Polybios noteert dat “op de westelijke heuvel een paleis oprijst, door Hasdrubal gebouwd in grootse stijl, omdat hij streefde naar het aanzien van alleenheerser”.noot Polybios, Wereldgeschiedenis 10.10. Van dat paleis is niets meer te herkennen, want het is voor een groot deel in de rotsen ingehouwen en er liggen Romeinse resten over de heuvel heen. Daarover zo meteen meer.

Lees verder “Toerist in Cartagena”

Toerist in Elche

Het centrum van Alcudia

In de vorige aflevering van mijn narcistische winterfeuilleton vertelde ik over Alicante, een havenplaats van het Iberische volk der Contestaniërs. Even landinwaarts lag een belangrijke nederzetting, die destijds Ilici heette en tegenwoordig Elche. De eigenlijke ruïnes liggen op een lage heuvel ten zuiden van het stadje, Alcudia (van het Arabische Al-Kudia, “de heuvel”). Hier is het beroemde beeld van de Dame van Elche gevonden. De beheerders van het terrein zijn bezig een soort gedenkteken te bouwen op de plek.

Work in progress

En daarmee is een voornaam punt al genoemd: Alcudia is heel erg work in progress. Er vinden al een eeuw opgravingen plaats, die Iberische en Romeinse huizen aan het daglicht hebben gebracht, plus een stadsmuur, talloze waterwerken, een Iberisch heiligdom, een Visigotische basiliek en een enorme hoeveelheid aardewerk. Het onderzoek is nog in volle gang, de diverse opgegraven gebouwen liggen op enige afstand van elkaar en zijn niet allemaal even makkelijk “leesbaar”. Ze zijn wel interessant, zoals de opstapeling van Iberische, Romeinse en laatantieke huizen, of de van complexe waterleidingen voorziene Romeinse huizen, of de centrale sector van nog niet voldoende geïnterpreteerde representatieve gebouwen.

Lees verder “Toerist in Elche”

Toerist in Alicante

Alicante, Castell de Santa Bàrbara

Over Alicante, de havenstad waaraan ik deze zesde aflevering van mijn narcistisch winterfeuilleton wijd, is een hoop te vertellen. Historisch bezien gaat het om twee plaatsen: het huidige Alicante, dat ligt aan de voet van het 160 meter hoge Castell de Santa Bàrbara, en een antieke stad op een uur wandelen ten noordoosten van het huidige centrum. Deze plek heet tegenwoordig Tossal de Manises, en het gaat om een gebied van ongeveer drie hectare met een Romeins badhuis, marktplein, woonhuizen, stadsmuur en een islamitisch grafveld.

Drie namen voor twee plaatsen

De Latijnse naam voor deze plaats was Lucentum, waarin het woord lux zit, “licht”. Dat zal wel verwijzen naar een landschappelijk fenomeen dat stralend wit was. In het Grieks heette de stad, gesticht door Hannibals vader Hamilkar Barka, Akra Leukè, “de witte burcht”. De Romeinse geschiedschrijver Titus Livius vermeldt bovendien een fort, waarvan de naam meestal wordt weergegeven als Castrum Album, wat opnieuw “de witte burcht” betekent. Die lezing lijkt ingegeven door de betekenis van het Griekse Akra Leukè, en de aanname is dat het gaat om dezelfde plek.

Lees verder “Toerist in Alicante”