In Libanon (3)

Wadi Brissa (detail)

Een lezer die even oplettend is als geïnteresseerd in mijn persoonlijke wederwaardigheden – en het is een van de leuke kanten van bloggen dat je zulke virtuele vrienden krijgt – zou hebben kunnen constateren dat er een complete dag zoek was tussen de gebeurtenissen in het eerste en het tweede stukje over mijn crashbezoek aan Libanon. Ik had u gisteren achtergelaten in een berghut in de noordelijke Libanonbergen en vervolgde vanmiddag met een snel geschreven verslag van de avond in Zahle. Deze avond een stukje over zaterdag.

We zijn eerst naar Hermel gereden en daarvandaan naar Wadi Brissa, waar ik al heel lang naartoe wilde. Om precies te zijn: sinds 2008, toen ik op de Babylon-expositie in het Louvre enorme wandtekeningen zag van deze Babylonische reliëfs, waarin koning Nebukadnezzar de wereld liet weten hoe geweldig hij wel niet was. We vonden het dorpje zonder veel problemen en vroegen nog even de weg aan twee heren, die langs de weg een kopje koffie zaten te drinken.

Lees verder “In Libanon (3)”

In Libanon (2)

Ik zou niet nu in Libanon zijn als mijn zakenpartner en zijn echtgenote niet, toen we in 2012 in een hotel in Chtaura verbleven, na het ontbijt naar hun hotelkamer waren teruggegaan. Ik bleef achter in de lobby en om de tijd te doden knoopte ik een praatje aan met de jonge vrouw achter de balie. Ik had ontdekt dat Libanon een prachtig land was voor toerisme, vertelde ik, en ik wilde een groepsreis gaan organiseren – wist zij misschien welke agenten er waren? We hebben niet lang gesproken, want daar kwamen mijn reisgenoten al aanlopen, maar zo maakte ik kennis met Maya.

Een paar maanden later was ik ter voorbereiding van die groepsreis opnieuw in Libanon en spraken we elkaar opnieuw. Weer een paar maanden later vond de geplande reis plaats en op een avond ben ik uit eten geweest met twee medereizigsters, met Maya en met haar zus Miriam. Eind 2013 kwamen de twee zussen naar Nederland. Mijn bewondering voor ze groeide toen ze allebei goede banen opgaven om vluchtelingenwerk te gaan doen. Ik blogde daar al eens over (123, 4). We spreken elkaar niet wekelijks of zelfs maar maandelijks, maar ik mag de twee zussen graag en het is onmogelijk hun niet het beste te gunnen.

Lees verder “In Libanon (2)”

In Libanon (1)

In de wolken

Het was een cadeautje van V-Incentive, de aardige en competente reisagent met wie ik regelmatig zaken doe: een ticket naar Beiroet om een Libanese bruiloft bij te wonen. De datum van de ceremonie bepaalde dus mijn reisdata, maar platvloers werk bepaalde het eigenlijke programma, want ik zou op verkenning gaan voor enkele reizen die ik in het voorjaar organiseer. Ik combineerde het nuttige dus met het aangename.

De heenvlucht verliep moeiteloos, al liep ik wat vertraging op bij de douane, omdat de douanier had gezien dat ik de tijd in de rij had gedood door een boek te lezen, en hij wilde nu alles weten over hoeveel en wat ik nog meer las. Je zult je nooit niet welkom voelen in het Midden-Oosten. De taxichauffeur die me afhaalde hoorde me ook al uit – waar kwam ik vandaan? was ik voor het eerst in Libanon? – en ik was blij dat ik om half één op bed lag in een kamer waar ik door het open raam goed kon luisteren naar het verkeer op de grote uitvalsweg richting Tripoli en mijn longen kon volzuigen met de inheemse koolmonoxide. Ik sliep als een roos.

Lees verder “In Libanon (1)”

De ideale krant (3)

Gevelsteen (Zeedijk 125, Amsterdam)

[Dit is het derde deel van een stuk over de ideale krant. In het eerste schreef ik over de plaag van columnistiek en verouderde frames. Ik wil een krant met onderzoeks- en datajournalistiek. In het tweede deel pleitte ik voor wetenschapsbijlagen die niet het smalle aanbod van deze of gene academicus centraal stellen maar de brede informatiebehoefte van de lezer. Ook beschreef ik een boekenbijlage die ideeën aanreikt voor het maatschappelijk debat en geen verlengstuk is van de commerciële belangen van de boekenbranche.]

Wie zal dat betalen?

Op het eerste gezicht is de ideale krant onbetaalbaar. Om te beginnen zijn de uitgaven nogal hoog. Je wil geroutineerde journalisten en die zijn duur. Freelancers wil je bovendien niet de bodemprijzen betalen die tegenwoordig nogal eens doorgaan voor honorering. (Tussen haakjes: ik schrijf soms in het NRC Handelsblad en heb daarover niet te klagen.)

Daarnaast vallen de inkomsten van de ideale krant tegen: een krant zonder lifestyle-bijlage trekt minder advertenties terwijl een boekenbijdrage die ideeën centraal stelt, weinig advertenties trekt uit de boekenbranche. Die streeft immers naar de verkoop van heel veel boeken, wat haaks staat op de verspreiding van heel veel nieuwe ideeën.

Lees verder “De ideale krant (3)”

De ideale krant (2)

[Dit is het tweede deel van een stukje over de ideale krant. In het eerste schreef ik dat ik verlost wilde worden van columnisten en van verouderde frames. Ik wil een krant met onderzoeks- en datajournalistiek. Nu een woord over de wetenschaps- en boekenbijlagen.]

Gemiste kansen

Zoals gezegd: de kranten hebben de taken overgenomen van de weekbladen, maar eigenlijk zijn ze te algemeen om daarin echt goed te zijn. Niet dat er geen mensen zijn die het lifestyle-supplement of de reisbijlage doorbladeren, maar niemand zal ze even intensief lezen als de boeken- en wetenschapsbijlagen. Voor lifestyle en toerisme zijn websites geschikter en dat verklaart misschien de paradox waarom veel mensen de lifestyle-bijlage ongelezen weggooien terwijl de corresponderende webpagina’s van de kranten goed worden bezocht.

Ik zou wél graag een goede wetenschapsbijlage hebben, dikker dan de huidige. In de ideale krant zit bovendien in de wetenschapsredactie ook iemand uit de humaniora, want de geesteswetenschappen komen momenteel vooral aan bod als leveranciers van lollige weetjes en niet als de wetenschap die ze ook zijn.

Lees verder “De ideale krant (2)”

De ideale krant (1)

tweet

Het was zaterdag en je werd naast je geliefde wakker. Je haalde vers brood bij de bakker en de ochtendkranten bij de tabakszaak. Je bracht een groot deel van de dag lezend door, slechts onderbroken als je naar de supermarkt en de videotheek ging. Vaak had je zondag de krant nog niet uit. Zo gingen de dingen, dertig jaar geleden.

Ik kan daar met melancholie aan terugdenken maar ben realist genoeg om te weten dat die tijden nooit terug zullen komen. Rond 1993 begonnen de “thousand days that built the future” en sindsdien betrekken we het laatste nieuws in toenemende mate van het internet. De kranten hebben daarop gereageerd door zich toe te leggen op achtergrondinformatie, waarmee ze in feite doen wat de weekbladen traditioneel deden. Zeker in het weekend zijn de kranten én opinieblad én lifestyle-blad én wetenschapsblad én reistijdschrift en omdat ze dat allemaal tegelijk willen zijn, zijn ze noch opinieblad noch lifestyle-blad noch wetenschapsblad noch reistijdschrift. Wer alles verteidigt, verteidigt nichts.

De trouwe lezers van deze blog weten dat ik me erger aan de oppervlakkigheid van de weekendkranten. Afgelopen donderdag twitterde ik wat balorig of we niet met een paar leuke mensen een krant konden oprichten zonder columnisten, met veel nieuws, zonder wijnclub of lifestyle-bijlage, met een positieve toon en met veel boekenrecensies van leuke recensenten. Dat heb ik geweten: zelden heb ik zoveel bijval gehad, zowel op Twitter als op Facebook en dan heb ik het nog niet over de e-mail. Dertig retweets is voor mij, opererend in de marge, heel veel. Laat ik dus eens wat uitgebreider beschrijven hoe een boeiende krant er volgens mij uit ziet.

Lees verder “De ideale krant (1)”

Het Midden-Oosten

Antiochië

Het is 2003, het is ergens in de zomer en mijn zakenpartner en ik worden wakker in een hotel in Iskenderun. We lopen naar de eetzaal, waar wat zeelieden zitten te ontbijten. “’Morning, captain!” horen we, “The boat, how is she?” Terwijl ik wat groente op mijn bordje schep, realiseer ik me ineens dat ik geuren ruik die ik nooit eerder heb geroken: de kruiden uit de oosterse keuken, die we vanaf die ochtend in ieder restaurant en in elke souq en bazar zouden ruiken. Ik plaag mijn zakenpartner, die die ochtend niet helemaal goed in orde was en het ontbijt oversloeg, nog wel eens met de constatering dat Iskenderun het onovertroffen culinaire hoogtepunt is geweest van onze reizen in het voetspoor van Alexander de Grote.

Het was voor het eerst dat ik me realiseerde dat ik niet meer in West-Europa was. De Griekse steden in het westen van Turkije, Ankara, de grote weg over de Anatolische Hoogvlakte: je kon steeds nog denken dat je ergens in Italië of Griekenland was. In Iskenderun – nog altijd een kosmopolitische havenstad – was dat niet meer zo, en toen we later op die dag in Antiochië en Seleukia waren, wist ik dat zeker. Ik had de geur van het Midden-Oosten opgesnoven.

Lees verder “Het Midden-Oosten”