
Ik moest zaterdag mijn fiets meenemen in de trein en moest daarom een extra kaartje kopen. De reiziger voor me was een toerist en de verkoopmachine stond nog ingesteld op het Engels toen ik mijn fietskaartje kocht. “Single use”, zei de machine.
fietsen

Ik moest zaterdag mijn fiets meenemen in de trein en moest daarom een extra kaartje kopen. De reiziger voor me was een toerist en de verkoopmachine stond nog ingesteld op het Engels toen ik mijn fietskaartje kocht. “Single use”, zei de machine.

De kortste verbinding tussen twee punten is een rechte lijn en ik weet al jaren dat als ik wil fietsen van Amsterdam naar Den Haag, de fijnste weg die is langs Aalsmeer, Rijsenhout, Roelofarendsveen, Leiderdorp en Voorschoten. Het is nog een mooie route ook, want je komt langs de Westeinderplas en de Braassemermeer. Goedgeluimd stapte ik gisteren dus op de fiets voor 62 kilometer tegenwind.
Ik bleef goedgeluimd. Er zijn voldoende stukken waar je lekker kunt doorrijden, zoals de dijk naar Aalsmeer en de weg langs de Westeinderplas. Als je zin krijgt in een colaatje, hoef je nooit lang te wachten tot je een dorpswinkel of uitspanning ziet. Zo bezien is alles nog steeds hetzelfde als twintig jaar geleden, toen ik dit fietstochtje wel vaker maakte. Toch is er veel veranderd – en niet altijd ten goede.

Ik moest onlangs zijn in Amsterdam-Noord. Ik houd van die wijk; ik ben bijvoorbeeld lid van de Vriendenvereniging van het lokale museum. De waarheid gebiedt echter te zeggen dat het een betere plek is om te zijn dan om naartoe te gaan, want je moet altijd het IJ over met een pontje. Ik heb de indruk dat het elke keer weer drukker is dan de vorige keer en ik weet in elk geval zeker dat het langzamerhand topsport is om, als je uit de stad komt, de veerpont überhaupt te bereiken.
Ergens aan het Singel slaat bij mij de stress toe. Ter hoogte van de Nieuwendijk (landkaart) moet je naar een fietspad dat aan de linkerzijde van de weg begint, en daarop moet je meteen scherp naar rechts. Zie foto 1. De aanwezigheid van zwermen toeristen maakt het er niet eenvoudiger op: je moet én de straat oversteken, wat wordt bemoeilijkt doordat de automobilisten achter je niet verwachten dat je uitzwenkt naar links, én al die wandelaars in de gaten houden. Je moet domweg meer dingen tegelijk doen dan je geest kan verwerken.

Ik moest na middernacht nog even een brief wegbrengen bij iemand in Oud-Zuid en zoals wel vaker had ik nog teveel energie om al naar huis en naar bed te gaan. Meestal fiets ik dan nog wat om, soms vele kilometers. Vandaag bleef het maar een kort omweggetje. Ik had de hele dag al naar de Rijksmuseumtunnel gewild, Het Parool was vanmiddag geopend met een enthousiast stuk over de heropende tunnel en een vriendin had me vanavond over de telefoon verteld met hoeveel plezier ze er doorheen was gereden.

Een medestudente vertelde me, jaren geleden, dat tijdens een storm haar fiets letterlijk was weggewaaid. Haar verhaal is eigenlijk het enige dat ik ken dat nóg beter is dan wat de eigenaar van deze fiets straks zal kunnen vertellen: dat zijn fiets in barrels ging doordat er een toilet op landde.
(Ik hoop dat de eigenaar er de humor van kan inzien, want het blijft natuurlijk een lelijke schadepost.)

Verkeersdeelnemers zijn geen frontsoldaten. Maar sommige conclusies uit de militaire psychologie, zo is me aan de KMA eens verteld door iemand die ervoor had doorgeleerd, lijken wel van toepassing op het verkeer. Straks de analogie, eerst het geweld.
Een veldslag is een fysiek en psychisch uitputtende chaos en de lichamen van de krijgers bereiden zich voor op vluchten of vechten. De hersenen selecteren dan alleen de indrukken die duiden op dreiging en negeren de rest. Anders gezegd, tijdens close combat nemen soldaten alleen dingen waar die bewegen, want alleen die zijn gevaarlijk.
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.