Zes vragen…

In de rubriek “zes vragen” kwamen tot nu toe aan het woord:

Nog aan het woord zullen komen

  • Maarten Kossmann (taalkundige)
  • En anderen

Waarom deze rubriek?

De oudheidkunde komt zelden in het nieuws als serieuze wetenschap. Journalisten overzien het vak niet en gebruiken daarom verkeerde formats; de oudheidkundige disciplines zijn te verdeeld om één mediastrategie te hebben; en dus volgen onderzoekers bestaande formats. Zo ontdekt het publiek niet welke sociaalwetenschappelijke vragen archeologen onderzoeken. Zo komen classici niet toe aan hun eigen verhaal en blijven ze andermans actualiteit volgen (“in de Oudheid hadden ze ook populisten”). Zo presenteren oudhistorici zich met een rariteitenkabinet vol gladiatoren, seks en perverse keizers. De erfgoedsector levert vooral junk news. Het wemelt van de niet wetenschappelijk onderbouwde vergelijkingen tussen toen en nu.

Oudheidkundigen trekken dus wél de aandacht maar trekken nooit aandacht tot iets wezenlijks. Ze tonen niet dat ze een serieuze wetenschap beoefenen. Ik wil dit doorbreken met de rubriek “zes vragen”.

Onderzoekers vertellen dus waar ze mee bezig zijn, wat op het spel staat, wat de moeilijkheden zijn, waar de uitdaging zit. Het gaat om het intellectuele aspect, om het wetenschappelijk proces. Zo nu en dan gaat het bovendien over de omgeving van de wetenschap: niet alleen onderzoekers komen aan het woord, maar ook docenten, conservatoren, gespecialiseerde journalisten, re-enactors. Het zwaartepunt ligt echter bij het onderzoek: het is de bedoeling het vak te presenteren als de wetenschap die ze is.

De rubriek “zes vragen” zal op onregelmatige tijdstippen worden vervolgd. Voor journalisten die op deze pagina komen zijn er deze adviezen.

Deel dit: