Zes vragen…

In de rubriek “zes vragen” kwamen tot nu toe aan het woord:

Nog aan het woord zullen komen

Waarom deze rubriek?

De oudheidkunde komt zelden in het nieuws als serieuze wetenschap. Journalisten overzien het vak niet en gebruiken daarom verkeerde formats; de oudheidkundige disciplines zijn te verdeeld om een mediastrategie te hebben; en dus bedienen onderzoekers zich maar van de bestaande formats. Zo blijven archeologen in het nieuws komen met hun vondsten en ontdekt het publiek niet welke sociaalwetenschappelijke vragen ze onderzoeken. Classici blijven andermans actualiteit volgen (“in de Oudheid hadden ze ook epidemieën”) en vertellen almaar hun eigen verhaal niet. Oudhistorici presenteren de Oudheid als rariteitenkabinet vol gladiatoren, vrije seks en perverse keizers. De erfgoedsector produceert een ontluisterende hoeveelheid junk news en het wemelt van de niet wetenschappelijk onderbouwde vergelijkingen tussen toen en nu.

Oudheidkundigen trekken dus wel de aandacht maar trekken nooit de aandacht tot iets wezenlijks. Zo wordt niet duidelijk dat ze een serieuze wetenschap beoefenen. Ik wil dit doorbreken met de rubriek “zes vragen”.

Onderzoekers en anderen vertellen dus waar ze mee bezig zijn, waar het toe dient, wat de moeilijkheden zijn, wat op het spel staat, waar de uitdaging zit. Het gaat om het intellectuele aspect, om het wetenschappelijk proces. Zo nu en dan gaat het bovendien over de omgeving van de wetenschap: niet alleen onderzoekers komen aan het woord, maar ook docenten, conservatoren, gespecialiseerde journalisten, re-enactors. Het zwaartepunt ligt echter bij het onderzoek: het is de bedoeling het vak te presenteren als de wetenschap die ze is.

De rubriek “zes vragen” zal op onregelmatige tijdstippen worden vervolgd. Voor journalisten die op deze pagina komen zijn er deze adviezen.

Deel dit: