Op de fiets

Een briljant geplaatst stadsplattegrond in Amstelveen: de fietser moet óf over een voor hem verboden straat óf door een sloot om erbij te komen.
Stadsplattegrond in Amstelveen: de fietser moet óf over een voor hem verboden straat óf door een sloot om erbij te komen.

De kortste verbinding tussen twee punten is een rechte lijn en ik weet al jaren dat als ik wil fietsen van Amsterdam naar Den Haag, de fijnste weg die is langs Aalsmeer, Rijsenhout, Roelofarendsveen, Leiderdorp en Voorschoten. Het is nog een mooie route ook, want je komt langs de Westeinderplas en de Braassemermeer. Goedgeluimd stapte ik gisteren dus op de fiets voor 62 kilometer tegenwind.

Ik bleef goedgeluimd. Er zijn voldoende stukken waar je lekker kunt doorrijden, zoals de dijk naar Aalsmeer en de weg langs de Westeinderplas. Als je zin krijgt in een colaatje, hoef je nooit lang te wachten tot je een dorpswinkel of uitspanning ziet. Zo bezien is alles nog steeds hetzelfde als twintig jaar geleden, toen ik dit fietstochtje wel vaker maakte. Toch is er veel veranderd – en niet altijd ten goede.

Het zou flauw zijn als ik nu elke tegenslag opsomde, te meer daar ik sommige kende en wist waaraan ik begon. Ik moest in Den Haag bij de Laakhaven zijn en wist dat ik vanuit Leiden over Voorburg moest rijden en daar vooral de weg naar Den Haag moest vermijden. Om een of andere reden reed ik toch fout, zodat ik langs mijn oude werkgever Sociale Zaken kwam en dat verdraaide rottunneltje bij het Schenkviaduct moest nemen, waar je altijd over een trap moet. Dát fietst nou lekker door. Over de wegwerkzaamheden op het Rijswijkseplein en aan de Rijswijkseweg zal ik niet zeuren, omdat ik me van de omleiding niets heb aangetrokken en over de rijbaan ben gegaan.

Onderweg heb ik echter ook bevestigd gezien wat ik sinds een tijdje vermoed: dat gemeenten de afgelopen twintig jaar nauwelijks hebben nagedacht over fietsers die lange afstanden rijden. In verschillende plaatsen, zoals Roelofsarendsveen, was het ooit simpel en daarom heb ik goede herinneringen aan het dorp, maar nu bleek de hoofdweg niet meer toegankelijk voor fietsers; die moeten maar zien hoe ze hun weg vinden door de Vinexwijk. Dit is de niet aangegeven, onwaarschijnlijke hoofdfietsroute. Daarna wacht het industrieterreintje “De Lasso Zuid” – wie verzint toch dit soort namen?!

Wie uiteindelijk de dorpsrand bereikt, staat aan het einde van het fietspad bij een benzinepomp en ontdekt dat hij honderden meters eerder de afslag had moeten hebben waar alleen een bordje naar “Veenderveld” de situatie verhelderde. Ongetwijfeld weten Roelofarendsveenders waar dat is, maar een bordje “Leiden” zou ook wel praktisch zijn geweest. Wie het dorp uit rijdt, reed vroeger over de provinciale weg verder, maar ook die is afgesloten, en je moet over een andere weg, die je brengt naar Rijpwetering. Daar komt Joop Zoetemelk vandaan, dus voor een fietser is deze omweg nou ook weer niet zo’n groot bezwaar, en het vervolg beeldschoon, maar het blijft een omweg.

Ik maakte gisteren hetzelfde mee in Amstelveen en in Leidschendam: ook daar zag ik meer Vinex dan leuk was. Ik heb in december hetzelfde meegemaakt in Baarn, Soest, Leusden en Barneveld. Overal is een onderscheid aangebracht tussen doorgaand verkeer, dat op de hoofdwegen rijdt, en woon-werkverkeer, dat door de woonwijken gaat. Het is logisch dat alle fietsers tot deze tweede categorie worden gerekend, maar voor fietsers op doorreis is het wel ongemakkelijk: doorrijden op de hoofdweg is er niet bij, en in de buitenwijken is geen bewegwijzering. Of die is zó geplaatst dat een automobilist er wel bij kan en een fietser niet – zie de foto hierboven. Wél zijn er in Vinexwijken verkeersdrempels. En aardige buurtbewoners die je op weg willen helpen.

“Weet je wat makkelijk is,” dacht ik onderweg, “een soort tomtom voor fietsers.” Ik nam me voor om de Google Glasses zo snel mogelijk aan te schaffen, want dan hoef je niet stil te staan als je op je telefoon Google Maps wil bekijken.

Ik klaag niet teveel want het was een fijn fietstochtje. Ik heb het nieuwe parkje van het Romeinse fort Matilo bij Leiden nu gezien en ik dineerde met iemand die me prachtige foto’s toonde van haar vakantie in Oezbekistan. Het leven is echt zo beroerd niet. Maar toch. Ik heb me de afgelopen jaren wel eens afgevraagd waarom er beleid werd gemaakt voor langeafstandsfietsroutes, en ik denk dat ik inmiddels begrijp waarom.

7 gedachtes over “Op de fiets

    1. Dank je wel. Die kende ik niet. Ik heb al wat zitten controleren en stelde vast dat mijn route overeenkwam met de “gemakkelijk doorfietsen”-optie, maar me daar om Roelofarendsveen heen leidde. Goed ding, dank je wel.

  1. mnb0

    Bij het aanleggen van infrastructuur zijn vaak geen fietsers betrokken. Mbv de routeplanner hierboven heb ik één van de twee routes opgezocht die ik als student nam: van Zaandam Poelenburg naar Amsterdam Centraal Noordzijde. Het valt gemakkelijk te zien dat de fietser om en nabij één kilometer omrijdt wegens de A8. Hoewel dat voor 1985 niet zo was is het nog wel begrijpelijk. Minder begrijpelijk is dat er een eenvoudige, maar verboden andere mogelijkheid is – over de busbaan. Die is in geel aangegeven en gaat onder de A10 door. En één km winst op ongeveer 13 km vind ik behoorlijk veel.
    De ponten bij Buiksloterham zijn wel winst. Die had ik niet.

  2. Cerridwen

    Het kan en moet natuurlijk allemaal beter, maar het is af en toe ook goed om je eens trots te voelen op de geweldige fietsinfrastructuur die we al hebben:

    http://www.aviewfromthecyclepath.com/

    Dit blog gaat alleen maar over hoe geweldig goed de Nederlandse fietsinfrastructuur is ten opzichte van de Britse (en overal elders eigenlijk), en dat alles wat de Britten proberen om fietsen te stimuleren lachwekkend ouderwets en kleinschalig is, en dus niet gaat werken.

Reacties zijn gesloten.