Meer over Obbink

Een fragment uit de Handelingen van de Apostelen (tweede of derde eeuw; Neues Museum, Berlijn). Voor het goede begrip: hiermee is niets verdachts aan de hand.

“The shit hits the fan”, zullen ze wel zeggen in Oxford en Washington. Het bewijs dat Oxford-classicus Dirk Obbink papyri heeft gestolen en dat het Museum of the Bible in Washington die heeft geheeld, is inmiddels geleverd. Voor het goede begrip van de ernst van de affaire twee punten.

  1. Momenteel worden enkele christelijke papyri onderzocht maar de zaak lijkt breder. Van de Sapfo-papyri, eveneens ontdekt door Obbink, is al sinds 2014 bekend dat er dingen verkeerd zijn (hier het stuk dat ik in 2016 schreef in Skepter).
  2. Als de problemen al vijf jaar zichtbaar zijn, moeten Obbinks collega’s die hebben herkend en hebben laten doorwoekeren. De affaire gaat in feite niet slechts over één man of één specialisme, maar over het falende zelfreinigend vermogen van de wetenschap.

Hieronder eerst een samenvatting en daarna het nieuws.

Lees verder “Meer over Obbink”

Pretstudies

Brief aan De Volkskrant

“Het land heeft ook ‘pretstudies’ nodig”, kopte deze krant op dinsdag 3 september boven een verslag van de Ware Opening van het academisch jaar in Leiden. Ik had deze kop niet verwacht in deze krant, die bankiers niet typeert als “graaiers” en mensen met een arbeidshandicap niet wegzet als “steuntrekkers”.

Waarom, waarom in vredesnaam? Dat de juiste namen van de geesteswetenschappen (humaniora, letteren…) onbekend zouden zijn, lijkt me kras. Nog onlangs was ik een van degenen die deze krant hielpen bij een artikel waarin diverse mensen, academisch en daarbuiten, de aard van de geesteswetenschappen netjes uitlegden (“Alfa’s in opstand”, 25 juli). Moet ik concluderen dat u uw eigen krant niet leest?

Lees verder “Pretstudies”

Als een wetenschap kapot gaat

Een mummie-kartonnage (Archeologisch Museum, Zagreb)

Dit is een zelfstandig vervolg op een stukje dat ik eerder schreef over het papyusfragment dat bekendstaat als eerste-eeuwse Marcus. U hoeft het niet eerst te lezen want het stukje van vandaag staat op zichzelf, maar als u het eerdere stukje toch leest, hebt u weer even paraat waarom papyri zonder geldige provenance wetenschappelijk van nul en generlei waarde zijn, dat een eerste-eeuws fragment van het Evangelie van Marcus niet bleek te zijn wat het leek, dat de vooraanstaande Oxford-geleerde Dirk Obbink lijkt te hebben gelogen en gestolen, dat een grote Amerikaanse collectie  (de Green Collection) heeft opgetreden als heler en dat Oxford een onderzoek instelt.

Wat is het nieuws? Per e-mail verneem ik dat Obbink nu is “suspended” van de Association Internationale de Papyrologues. Dat is een heel harde en gelukkig zeldzame maatregel, die een halve eeuw geleden voor het laatst is genomen (in 1972 om precies te zijn). Zo’n besluit neemt zo’n organisatie niet lichtvaardig en zéker niet als het gaat om iemand die werkelijk vooraanstaand is. Nu is “vooraanstaand” natuurlijk zo’n flauw compliment dat eigenlijk niks betekent, ongeveer zoals Wim Kan alle bewindspersonen “zéér bekwaam” noemde, maar Obbink is echt wel iemand. Ik heb lang geleden al eens geschreven over zijn ontdekking van een enorme lap van een tragedie van de joodse auteur Ezechiël. Wat nu gebeurt is ongeveer hetzelfde als wanneer een club een Nobelprijswinnaar royeert. Er moet verdraaid overtuigend bewijs zijn.

Lees verder “Als een wetenschap kapot gaat”

Twee soorten eruditie

Het Renaissance-ideaal van algemene ontwikkeling, maar dan op z’n middeleeuws: de Zeven Vrije Kunsten. Afbeelding uit de Hortus Deliciarum, ca.1180.

Soms komt dezelfde vraag van verschillende kanten op je af. In de mooie biografie die Annet Mooij wijdde aan Gisèle van Waterschoot van der Gracht en waarover ik nog zal bloggen, kwam ook de culturele kring van haar huisgenoten aan de orde, mannen die graag samen teksten lazen. Mooij geeft verschillende keren een overzicht van hun lectuur en dat is dan voornamelijk poëzie van Stefan George, Friedrich Hölderlin en William Shakespeare. Niks mis mee, maar ik was verbaasd over de eenzijdigheid van dit programma. Echt erudiet kan ik het namelijk niet noemen, terwijl deze mannen toch streefden naar culturele groei.

Wat me brengt bij de vraag wat eruditie is. Die vraag kwam impliciet ook aan bod in een stuk dat mijn collega Marcel Hulspas onlangs schreef op de weblog van de VWN: vijf redenen waarom er een nonfictie-prijs moet komen. Nu ben ik zelf niet zo van de prijzencircussen, maar dat belet me niet te zien dat Hulspas een punt heeft. Hoewel er veel literaire prijzen zijn, is nonfictie stiefmoederlijk bedeeld, al worden pogingen ondernomen dat te repareren. Hulspas doet ze af als halfwassen:

Onlangs maakte de Bookspot-prijs (dat was ooit de AKO-literatuurprijs) bekend dat ze voortaan ook een nonfictie-prijs willen uitreiken. Daarvoor is de literaire jury uitgebreid met één (1, one, uno) historicus, die blijkbaar geacht wordt chemie, wiskunde, theologie, biologie, sociale wetenschappen, natuurkunde en rechtswetenschappen er ‘even bij te doen’.

Lees verder “Twee soorten eruditie”

Nachtelijk geblog

Ik zat gisteravond bij vrienden koffie te drinken en terwijl we met een half oog keken naar een film over draken kletsten we, behalve over koetjes en kalfjes, over een paar dingen waar iedereen in onze filterbubbel het momenteel over heeft. De vaste lezers van deze blog kennen enkele van die onderwerpen wel, zoals de openlijke minachting voor de archeologie in Cuijk, waar de gemeente – in een schoolvoorbeeld van wat een vals dilemma is – de wetenschappelijke belangen plaatst tegenover wat ze maatschappelijk relevant vindt.

We hadden het over de aanslag door de Commissie Van Rijn op de letteren en dat leidde tot een discussie over de problemen aan de Amsterdamse letterenfaculteit in 2015. Ik herinnerde me daarvan vooral het gênante onderscheid dat de decaan toen maakte tussen brede, op de maatschappij gerichte opleidingen en wetenschappelijke opleidingen. Nog een voorbeeld van een vals dilemma, want de maatschappij schreeuwt om letterenstudenten die wetenschappelijk zijn opgeleid. Mijn gastheer herinnerde ons echter aan iets anders: aan het feit dat de letterenproblemen destijds waren uitgelopen op een bezetting van het Maagdenhuis die veel kwaad bloed had gezet bij de andere faculteiten. Dat maakte de steun die de bedreigde letteren nu krijgen van medewerkers uit die andere faculteiten, eigenlijk nog veel inspirerender.

Lees verder “Nachtelijk geblog”

Stukje in mineur

Dit plaatje heeft niets met wetenschap te maken maar wetenschap heeft wel alles te maken met haar toekomst.

Eigenlijk ben ik al twee weken van slag. Het begon met de Cuijkse Affaire, waarin de genoemde gemeente in een officieel document de wetenschap plaatste tegenover het maatschappelijk belang. Ik weet dat mijn vak ooit inspirerender is geweest, maar ik was liever iets minder rauw geconfronteerd met de minachting die het inmiddels oproept. Later was er het nieuws over de papyrologie. Hoewel we al wisten dat de Green Collection gestolen oudheden heelde, en hoewel we dus mochten aannemen dat er minimaal één dief was, zag ik niet aankomen dat dit een vooraanstaand Oxford-wetenschapper zou zijn.

Verder was er slecht nieuws over de Nederlandse universiteiten. Simpel samengevat neemt de minister het advies van de Commissie van Rijn over dat er meer geld moet naar de technische universiteiten en dat dit kan worden weggehaald bij de algemene universiteiten. Wat dat betekent, is samen te vatten als “het geld gaat niet naar de samenleving maar naar multinationals”. Wat dat betekent, kunt u ook lezen in de brief van WO in Actie naar de Commissie OCW van de Tweede Kamer: schade aan de vervlochtenheid van de wetenschappen en verhoogde druk op studies als neerlandistiek, econometrie, Duits en huisartsengeneeskunde. Over tien jaar zult u veel meer moeite moeten doen om een huisarts te vinden.

Lees verder “Stukje in mineur”

Voetbalstatistieken

Een aardig stuk in De Groene Amsterdammer hekelt de wijze waarop verslag wordt gedaan van het vrouwenvoetbal. Er staat veel zinvols in, maar Rosa van Gool mist de olifant in de kamer, namelijk dat over voetbal überhaupt geen zinvol verslag valt te doen. Het probleem is dat de fictie niet doorbroken mag worden dat voetbal sportief zou zijn. Loop even mee.

Stelt u zich een wedstrijd voor, bijvoorbeeld Nederland tegen Italië, en stelt u zich voor dat het in de verlenging na de 118e minuut 1-1 staat. Een Italiaanse spits krijgt de bal, terwijl er tussen haar en het Nederlandse doel maar één verdediger staat. Die weet dat haar tegenstander in deze situatie vrijwel altijd zal scoren en heeft een simpele keuze:

  • sportief blijven, accepteren dat het 2-1 wordt voor Italië en verantwoordelijk zijn voor de Nederlandse uitschakeling;
  • de Italiaanse speler neerhalen en rood krijgen, waarna Nederland bij de strafschoppen een kans heeft om door te gaan naar de volgende ronde.

Lees verder “Voetbalstatistieken”