Via Horta

Een paar jaar geleden heeft de gemeente Houten een stadswijk aangelegd met de naam Castellum, wat Latijn is voor kasteeltje. Met deze naam wordt een verband gelegd met de Romeinse aanwezigheid in dit gebied. Leuk is dat de wijk ook de vorm heeft van een kasteel. Toevallig kwam ik er onlangs doorheen fietsen en het zag er best aardig uit. Houten is sowieso prettig aangelegd.

Ik kreeg echter koude rillingen van de straatnamen. Zoals in wel meer steden gebeurt, zijn in Houten de diverse stadswijken herkenbaar aan een eigen type straatnaam. Ten noorden van Castellum eindigen alle namen op -spoor (“Hollandsspoor”, “Mijnspoor”), ten noordwesten op -bouw (“Landbouw”, “Tuinbouw”). In Castellum kozen de naamgevers voor poorten, grachten, tempels en straten, wat werd gecombineerd met woorden voor Romeinse dingen, zoals toga en tunica. Als ze nou gewoon hadden gekozen voor een Togapoort of Tunicastraat, was er niets aan de hand geweest. De vier achtervoegsels zijn echter gelatiniseerd (Porta, Fossa, Cella en Via) en het probleem is dat het geen Latijn is wat zo ontstaat. Het is zoiets als “allez votre corridor”: elk woord is weliswaar Frans, maar dat maakt het nog geen Franse zin.

Lees verder “Via Horta”

De Green-papyri

Je kunt natuurlijk zelf je eigen papyri maken, zoals hier gebeurt, maar je bespaart jezelf veel werk door op eBay wat oud materiaal te kopen. Bijkomend voordeel is dat je niet bent te ontmaskeren met een C14-datering.

Ik blogde onlangs over de Green Collection: een beruchte verzameling oudheden waarvan het vermoeden bestond dat die illegaal tot stand was gekomen. Dat leidde tot FBI-onderzoek en de eigenaren, de Amerikaanse familie Green, hebben inmiddels erkend de Mesopotamische vondsten te hebben aangekocht op de zwarte markt. Ik wees er in mijn stukje op dat de schikking alleen dáárop betrekking had en niet op het Egyptische deel van de collectie, terwijl juist daar het vermoeden sterk was dat er iets niet in de haak was. Van minimaal één papyrusfragment, een vijfde-eeuwse snipper met een deel van Paulus’ Brief aan de Galaten, is namelijk absoluut zeker dat het aangeboden is geweest via eBay. U leest er meer over in Toebosch Onvolprezen Eigen Tijdschrift en wel hier.

Daarbij komt nog dat van Mesopotamische kleitabletten door middel van een techniek die bekendstaat als thermoluminescentie in het lab kan worden vastgesteld dat ze echt zijn. Bij Egyptische papyri kan zoiets niet: zolang een vervalser schrijft op antiek papyrus, voor zijn inkt de antieke receptuur benut en geen scherpe schrijfinstrumenten gebruikt, duidt een koolstofdatering op voldoende ouderdom, ziet een spectrometer niets raars aan de inkt en zijn er met een elektronenmicroscoop geen krasjes waarneembaar. Wetenschappelijk hebben uitsluitend papyri met een erkende herkomst (“provenance”) waarde. Fraude in het Egyptische deel van de Green-collectie is dus ernstiger dan in het Iraakse deel. Dus waarom begon de FBI het onderzoek niet daar?

Lees verder “De Green-papyri”

Een even larmoyant als noodzakelijk stukje over geluidsoverlast

Ik woonde nog niet zo lang op mijn huidige stek toen naast me een nieuw huis werd gebouwd. Dat begon met heiwerkzaamheden. Op een vrijdag werd de installatie opgericht en in het weekend hoorde ik de ketting piepen in de wind. Dat was de opmaat voor de hel die op maandagochtend begon. Ik werd wakker van een onvoorstelbare dreun op ongeveer anderhalve meter van mijn bed, aan de andere kant van de muur. Vergeef me dat ik u de smerige details noem: ik deed in mijn broek van schrik, letterlijk.

De volgende dagen stond mijn huis te trillen. Ik heb gezien hoe een fles rode wijn van een tafel af danste en brak. Gelukkig op een houten vloer en niet op tapijt, zodat ik geen blijvende vlekken had, maar de glassplinters lagen overal en werden door de trillingen verder verspreid. Daarna waren er bouwvakkers die weliswaar voor half acht geen lawaai mochten maken, maar al wel bezig waren. Het eerste wat ze om kwart voor zes deden, was een enorme lichtbak aanzetten, waarvoor een aggregaat stond te brommen. Kabaal maakte het niet, maar slapen was onmogelijk.

Lees verder “Een even larmoyant als noodzakelijk stukje over geluidsoverlast”

Bah (maar met mate)

Spoorwegovergang Comeniusslaan, Bussum

Gisteren ging ik even voor half elf weg uit Bussum, met het voornemen terug naar Amsterdam te fietsen. Ik was niet helemaal goed in orde en toen ik langs het station reed, besloot ik toch maar met de trein te gaan. Maar ach, toen ik zag dat de trein pas vijfentwintig minuten later zou vertrekken, besloot ik toch te fietsen, minimaal tot Weesp. Ik haat wachten.

En zo stond ik stipt 22:30 aan de Comeniusslaan, bij de overweg, waar de bomen net naar beneden kwamen. Ik besloot er niet onderdoor te glippen en te wachten. Achteraf was dat een cruciale fout. De slagbomen gingen namelijk niet meer open.

Lees verder “Bah (maar met mate)”

Stilte

Zo rustig kan het ook (de Biesbosch).

Terwijl ik dit schrijf – gistermorgen, als u dit leest op woensdag – zijn in de achtertuin van de achterburen twee tuiniers bezig. Een ervan heeft een motorzeis die voldoende lawaai maakt om de muziek in mijn kamer te overstemmen. Ik kan mijn koptelefoon opzetten, die het geluid wat dempt, maar dat is de oplossing niet. Het probleem met geluidsoverlast zit namelijk niet in de decibellen.

Het zijn, als ik het wel heb, twee problemen tegelijk. Eén ervan is dat je er geen invloed op hebt. Ik kan niets doen aan de tuiniers. Evenmin kan ik verhinderen dat Schiphol op regenachtige dagen vliegtuigen over Amsterdam laat binnenkomen. Ook kan ik niets uitrichten tegen gesprekken in de trein. Mensen aanspreken in de stiltecoupé is theoretisch mogelijk, maar het levert je meestal een gesprek op met een welbewust onbeschoft persoon. Mensen die in de stiltecoupé zitten te praten, weten namelijk doorgaans heel erg goed waar ze zijn en “elkaar aanspreken” – zoals de Nederlandse Spoorwegen ons adviseren – haalt niks uit. Dat beschavingsoffensief is mislukt.

Lees verder “Stilte”

Brief aan een student

Geachte […],

Zojuist heb ik uw mailtje ontvangen. U vertelt me dat u werkt aan een scriptie en hebt vragen over informatie die u vond op mijn website. Eén van uw docenten vond het citeren van die website in orde, de tweede vond van niet en nu vraagt u toelichting op wat ik heb geschreven.

Die vraag verbaast me. U mailt mij via een pagina waarop ik heb aangegeven dat studenten van een oudheidkundig vak weinig hebben te zoeken op het internet. Ik citeer mezelf:

Do you need help for an assignment? Please first check the library! Although the internet offers many resources, it cannot yet be a substitute for a visit to the library.

Lees verder “Brief aan een student”

Paashoax 2017

Grafbasiliek in Jeruzalem, na de restauratie (foto Jan-Pieter van de Giessen)

En daar was ’ie, de paashoax van 2017. Het is elk jaar vlak voor pasen weer raak: steeds is er ergens een kwakwetenschapper of een echte wetenschapper die een kulbericht de wereld instuurt dat inhaakt op het christelijke feest. Journalisten hebben in de week voor pasen immers behoefte aan een bericht dat én op dat feest inhaakt én nieuws is (en dat is prima) maar hebben meestal de kennis niet om kaf en koren te scheiden (en dat is niet prima). Het gevolg is dat elk jaar rond pasen een evident stuk kulleklap onverdiende media-aandacht krijgt.

Dit jaar: een historicus die beweert dat Jezus en een koning Manu één en dezelfde waren. Ik ga de moeite niet nemen álle flauwekul te weerleggen en beperk me tot een paar punten. Ten eerste: let op het selectieve gebruik van argumenten. De auteur baseert zich op de normale bronnen waar het hem uitkomt (Jezus werd koning genoemd enz.) maar negeert diezelfde bronnen als de informatie niet in zijn straatje past (Jezus leefde dertig, veertig jaar later enz.). Zulk brongebruik is mogelijk, maar dat moet je wel rechtvaardigen. Tip voor journalisten: als iemand het heeft over oude geschiedenis en geschreven bronnen gebruikt, vraag dan even naar de toegepaste hermeneutische strategie. Als de ondervraagde het antwoord niet meteen kan geven, weet je dat het een beunhaas is.

Lees verder “Paashoax 2017”