Fijn hoor, die trein

Ik kan eigenlijk best wel wat hebben van de Nederlandse Spoorwegen. Ik reis regelmatig en eigenlijk is het personeel het vriendelijkste van de wereld. Ze verdienen collectief een acht. Maar het blijft een organisatie met een heel problematisch management, en daar moeten we het toch eens over hebben (in de ongetwijfeld vergeefse hoop dat er iets verbetert).

Ik zou op woensdag 17 juni een lezing verzorgen in Doetinchem. En ik ken mijn pappenheimers. Ik neem twee treinen te vroeg en als ik ergens ontspannen moet aankomen, reis ik eersteklas. Dat is een dure grap, want de korting die ik lange tijd kreeg, geldt al een tijdje niet in de late middag, als ik meestal naar mijn (avond)werk ga. Ik betaal te veel voor vervoer dat nog niet zo lang geleden beter was.

Lees verder “Fijn hoor, die trein”

Supportersgeweld

De actualiteit, daar kunnen we het ook over hebben. Bijvoorbeeld over degenen die in een voetbalstadion vuurwerk afsteken. Het probleem is niet het voetbal, is niet het vuurwerk, is niet het feit dat de betrokkenen beschikken over een negatief intelligentiequotiënt. Het probleem is dat we nu al een halve eeuw te maken hebben met “supporters” die zich misdragen. Ik ben de tel kwijt van het aantal maatregelen dat in die halve eeuw is aangekondigd. Hoeveel commissies zich erover hebben gesproken, wil ik niet eens meer herinneren. Gebiedsverboden, stadionverboden, meldplichten, stilgelegde wedstrijden, wedstrijden zonder publiek: het is dweilen met de kraan open.

Simpel gezegd: in Nederland zijn wangedrag en betaald voetbal verbonden zoals vast en zeker, altijd en eeuwig, geheel en al. Voetbal en wangedrag vormen een tautologie.

Lees verder “Supportersgeweld”

Francisco Goya in Brussel (maar niet voor mij)

Oorlog

In Bozar, een van de culturele instellingen op de Brusselse Kunstberg, is nog tot 11 januari een expositie over de Spaanse schilder Francisco Goya en de moderniteit. De gedachte achter de tentoonstelling is interessant: Goya geldt in Spanje al zo’n twee eeuwen als onontkoombaar nationaal symbool, en daarom is het de moeite waard te bekijken hoe latere kunstenaars zich tot hem hebben verhouden. Omdat ik afgelopen donderdagmorgen wakker werd in een hotel bij het Centraal Station van Antwerpen, was ik slechts een treinreis van de expositie gescheiden, want Bozar ligt in Brussel op een boogscheut van het Centraal Station.

Leerzaam was het bezoek zeker, maar het waren vooral dingen over mezelf die ik leerde. Dat ik al na een half uur klaar was, lag zeker niet aan de tentoonstelling. Er was origineel werk van de beroemde schilder; de inleidende documentatie over Goya’s leven en postume groei tot nationaal symbool was voorbeeldig; en er werd dus getoond hoe latere kunstenaars op zijn oeuvre reageerden. Zeg maar dat de een de Geklede Maja kopieerde en de ander z’n eigen versie van de Naakte Maja maakte. De rauwe oorlogsverslaggeving van Los Desastres de la Guerra inspireerde enkele even naargeestige werken. Het bleef niet beperkt tot twee dimensies: Bozar toonde ook wat kleine sculptuur.

Lees verder “Francisco Goya in Brussel (maar niet voor mij)”

De NS en de leutigheid

Bovenstaande foto maakte ik afgelopen woensdag en u raadt het al: ik zat in een trein. En deze ongein wekte voldoende ergernis bij me op om weer eens te bloggen over de staat van het spoor. Ik heb eerst geteld tot 400.000 en daar ben ik nu. Het stoort me niet dat het quizje niet klopt, maar dat het er überhaupt is.

Reizigers moeten van A naar B, liefst op tijd, liefst met een zitplaats, liefst tegen een redelijke prijs en liefst zonder gezondheidsproblemen. Aan die voorwaarden zouden de Nederlandse Spoorwegen idealiter voldoen, maar dat wil almaar niet lukken. Daar zijn allerlei overtuigende verklaringen voor, waar ik het nu even niet over hoef te hebben; ik veronderstel dat de problemen algemeen bekend zijn.

Lees verder “De NS en de leutigheid”

PowerPoint-problemen

Ik ben niet de enige die wat moeite ondervindt met de techniek.

Even een blogje dat eigenlijk alleen zinvol is voor mensen die werkzaam zijn in het onderwijs.

Af en toe verzorg ik cursussen en daarbij gebruik ik PowerPoint. Na afloop stuur ik die, samen met links naar aanvullende literatuur, naar de mensen toe. Dat was ooit zo eenvoudig als ik schrijf: een mailtje met links, met daarbij een attach. En dat was dat.

Lees verder “PowerPoint-problemen”

Alweer een petitie

Even een meerstemmig blogje. Want ik ben het oneens met mezelf. Al tijden.

Eerste stem. Er wordt een oudheidkundige instelling bedreigd en er is een petitie. Opnieuw betreft het de universiteit van Cardiff en u leest er meer over op deze pagina, waar u ook uw handtekening kunt zetten.

U zegt: “alweer een petitie?” Ook vorige maand vroeg ik immers uw aandacht voor de bezuinigingen op de oudheidkunde. En in de tijd daarvoor waren er acties om de sluiting te verhinderen van de archeologische opleidingen in Leipzig en Helsinki, waren er acties voor het behoud van oude talen in Frankfurt, in Kingston en in (ook al) Cardiff. Verder waren er petities voor het museum in Ename, voor het behoud van geesteswetenschappen in Kent en voor de toekomst van de gymnasia in Denemarken. Uit eigen land herhaal ik de petitie voor het Keltisch in Utrecht.

Lees verder “Alweer een petitie”

Even wat boos geblog

Even wat boos geblog. U hoeft niet verder te lezen hè. Maar ik moet even wat kwijt over de mail die ik zoal krijg. Ik krijg heel veel mail – daarom kan ik er niet altijd zo snel op antwoorden als ik zou willen – en het meeste is leuk. Ik word er blij van als we samen iets kunnen oplossen. Maar er is ook een niet verwaarloosbaar deel bij mijn correspondentie dat ik liever niet ontvang omdat het me alleen in een negatieve stemming brengt. Hier zijn wat categorieën.

Een. De vandaal die iets wil weten over een van zijn vondsten. De fascinerende huisregels van deze blog maken, volgens mij, duidelijk dat ik niets te maken wil hebben met de plundering van opgravingen en de handel in illegaal opgegraven voorwerpen. Ik weet niet welk deel van de huisregels onvoldoende duidelijk is, maar ik blijf ermee lastig gevallen worden.

Voor wie me nog eens hierover schrijft: ga je schamen.

Lees verder “Even wat boos geblog”

Ontsnap aan Amsterdam!

Amsterdam op een doordeweekse dag

Al heel lang heb ik het idee voor een bordspel dat “Ontsnap aan Amsterdam!” moet heten. Of Escape From Amsterdam, want de helft van de bevolking spreekt geen Nederlands. Het speelbord bestaat uit een vereenvoudigd stadsplattegrond, waarbij elk kruispunt een speelvak is. De rand van het bord bestaat uit de stations Sloterdijk (voor vertrek naar Haarlem), Zuid (voor vertrek richting Schiphol), Duivendrecht (richting Utrecht) en Diemen (richting Weesp). De Waterlandse Tram rijdt voor de gelegenheid weer vanaf station Noord naar Purmerend. Diverse speelvakken gelden als beginvak, voor elke speler een ander.

Doel van het spel

Het doel is om je pion (gestileerd als fiets) van je beginvak naar een station aan de andere kant van het bord te krijgen en daar de trein te nemen. Bijvoorbeeld: een speler met een beginvak in Osdorp moet station Duivendrecht bereiken, een speler die start in Buitenveldert moet naar Noord en wie begint in de Bijlmermeer, moet de trein nemen vanaf Sloterdijk. Een blauwe dobbelsteen geeft aan hoeveel vakjes je verder mag.

Lees verder “Ontsnap aan Amsterdam!”

“Briljante” nieuwe inzichten

“Ja natuurlijk, maar Schliemann was ook geen archeoloog”: ik weet niet meer hoe vaak ik dat zinnetje heb gelezen. Of iets dat erop lijkt. En steeds dezelfde context: iemand denkt een briljant inzicht te hebben, mailt me, wil dat ik er aandacht aan besteed en is verbolgen als ik uitleg dat ik er onvoldoende van verwacht om er mijn (en uw) schaarse tijd aan te besteden. Dat is geen kwaaie wil mijnerzijds, en ongetwijfeld wil ook u álles lezen, maar iedereen heeft meer te doen dan alles lezen. En we mogen sceptisch zijn over claims dat Dorestad eigenlijk Doornik is, dat de Feniciërs in Brazilië zijn geweest, dat Varus ten onder is gegaan bij Oberhausen en dat de kerstster valt te identificeren met deze of gene komeet. Allemaal heel boeiend. De beste verhalen zijn de verhalen die niemand anders vertelt. Maar dat maakt ze niet per se waar.

Opleiding en vakliteratuur

Elke gedachte valt te overwegen, zeker, maar op voorhand zijn sommige gedachten plausibeler dan andere. Bijvoorbeeld als degene die een nieuw idee oppert, ervoor heeft doorgeleerd. Een oudheidkundige opleiding is geen noodzakelijke voorwaarde om kwaliteit te leveren, maar helpt wel. Ook is de kans dat iemand een goed nieuw idee heeft, groter als zo iemand de vakliteratuur kent. En dan bedoel ik niet alleen Engelstalige publicaties, maar ook artikelen en boeken in het Duits en Frans. Als het gaat over de historische achtergrond van de Trojaanse Oorlog, wil ik verwijzingen zien naar publicaties over Wiluša.

Lees verder ““Briljante” nieuwe inzichten”