Sapfo opnieuw

Sapfo (Capitolijnse Musea, Rome)

Oké, als ik in een hotel in Algerije, waar ik heerlijk aan het rondreizen ben, het ontbijt oversla om een extra stukje te bloggen, dan moet er echt iets aan de hand zijn. En dat is ook zo: er is een nieuwe provenance genoemd voor de Sapfo-papyri.

Korte inhoud van het voorafgaande. Wetenschap kan alleen iets met data die betrouwbaar en controleerbaar zijn. Een classicus neemt geen genoegen met de opmerking dat Plautus ergens een ijsbeer noemt, hij wil weten wáár die ijsbeer staat vermeld. Een archeoloog kan niets met een bewering als zouden in Mainz bronstijdkralen zijn gevonden, hij wil weten in welk depot die kralen liggen. Alles draait om controleerbaarheid en daarom heeft een oudheidkundige alleen iets aan een tekst op een papyrus als die uit een gecontroleerde opgraving komt of uit een heel, heel oude verzameling. Dan is er sprake van een gedocumenteerde provenance, een herkomst die controleerbaar is. Zonder provenance is een papyrus niet per se vals, maar gewoon niks. Wetenschappelijk is ze van nul en generlei waarde.

Lees verder “Sapfo opnieuw”

Aan een mafkees

Gevelsteen (Wolvenstraat 32, Amsterdam)

Ik kan elke week ongeveer twintig uur echt werken. Soms iets minder, soms iets meer, maar gemiddeld twintig uur. Dat is wat er voor mij maximaal in zit en ik heb de rest van mijn tijd nodig om de accu op te laden. Het is niet ideaal maar dankzij de Livius-vennootschap (waarvoor ik cursussen verzorg, reizen begeleid, een nieuwsbrief aanbied en schrijfwerk doe) kan ik het hoofd boven water houden. Ik zou mezelf zelfs rekenen tot de gezegendste mensen op aarde als ik niet verschrikkelijk veel tijd verspilde aan overbodig, tijdrovend gedoe. Zoals insinuaties die je beantwoorden móet om geruchten in de kiem te smoren. Dus bij dezen: nee, mafkees, ik krijg voor deze blog geen geld. Het staat je vrij een klacht in te dienen maar ik zou niet weten wie je daarna nog serieus zal nemen.

Je stelde vragen naar aanleiding van dit artikel over influencers die niet aangaven wanneer ze werden betaald om iets aan te prijzen. Kort en duidelijk: ik blog soms voor mijn plezier, soms omdat ik de Oudheid belangrijk vind, vaak om allebei die redenen en nooit om geld mee te verdienen.

Lees verder “Aan een mafkees”

Meer over Obbink

Een fragment uit de Handelingen van de Apostelen (tweede of derde eeuw; Neues Museum, Berlijn). Voor het goede begrip: hiermee is niets verdachts aan de hand.

“The shit hits the fan”, zullen ze wel zeggen in Oxford en Washington. Het bewijs dat Oxford-classicus Dirk Obbink papyri heeft gestolen en dat het Museum of the Bible in Washington die heeft geheeld, is inmiddels geleverd. Voor het goede begrip van de ernst van de affaire twee punten.

  1. Momenteel worden enkele christelijke papyri onderzocht maar de zaak lijkt breder. Van de Sapfo-papyri, eveneens ontdekt door Obbink, is al sinds 2014 bekend dat er dingen verkeerd zijn (hier het stuk dat ik in 2016 schreef in Skepter).
  2. Als de problemen al vijf jaar zichtbaar zijn, moeten Obbinks collega’s die hebben herkend en hebben laten doorwoekeren. De affaire gaat in feite niet slechts over één man of één specialisme, maar over het falende zelfreinigend vermogen van de wetenschap.

Hieronder eerst een samenvatting en daarna het nieuws.

Lees verder “Meer over Obbink”

Pretstudies

Brief aan De Volkskrant

“Het land heeft ook ‘pretstudies’ nodig”, kopte deze krant op dinsdag 3 september boven een verslag van de Ware Opening van het academisch jaar in Leiden. Ik had deze kop niet verwacht in deze krant, die bankiers niet typeert als “graaiers” en mensen met een arbeidshandicap niet wegzet als “steuntrekkers”.

Waarom, waarom in vredesnaam? Dat de juiste namen van de geesteswetenschappen (humaniora, letteren…) onbekend zouden zijn, lijkt me kras. Nog onlangs was ik een van degenen die deze krant hielpen bij een artikel waarin diverse mensen, academisch en daarbuiten, de aard van de geesteswetenschappen netjes uitlegden (“Alfa’s in opstand”, 25 juli). Moet ik concluderen dat u uw eigen krant niet leest?

Lees verder “Pretstudies”

Als een wetenschap kapot gaat

Een mummie-kartonnage (Archeologisch Museum, Zagreb)

Dit is een zelfstandig vervolg op een stukje dat ik eerder schreef over het papyusfragment dat bekendstaat als eerste-eeuwse Marcus. U hoeft het niet eerst te lezen want het stukje van vandaag staat op zichzelf, maar als u het eerdere stukje toch leest, hebt u weer even paraat waarom papyri zonder geldige provenance wetenschappelijk van nul en generlei waarde zijn, dat een eerste-eeuws fragment van het Evangelie van Marcus niet bleek te zijn wat het leek, dat de vooraanstaande Oxford-geleerde Dirk Obbink lijkt te hebben gelogen en gestolen, dat een grote Amerikaanse collectie  (de Green Collection) heeft opgetreden als heler en dat Oxford een onderzoek instelt.

Wat is het nieuws? Per e-mail verneem ik dat Obbink nu is “suspended” van de Association Internationale de Papyrologues. Dat is een heel harde en gelukkig zeldzame maatregel, die een halve eeuw geleden voor het laatst is genomen (in 1972 om precies te zijn). Zo’n besluit neemt zo’n organisatie niet lichtvaardig en zéker niet als het gaat om iemand die werkelijk vooraanstaand is. Nu is “vooraanstaand” natuurlijk zo’n flauw compliment dat eigenlijk niks betekent, ongeveer zoals Wim Kan alle bewindspersonen “zéér bekwaam” noemde, maar Obbink is echt wel iemand. Ik heb lang geleden al eens geschreven over zijn ontdekking van een enorme lap van een tragedie van de joodse auteur Ezechiël. Wat nu gebeurt is ongeveer hetzelfde als wanneer een club een Nobelprijswinnaar royeert. Er moet verdraaid overtuigend bewijs zijn.

Lees verder “Als een wetenschap kapot gaat”

Twee soorten eruditie

Het Renaissance-ideaal van algemene ontwikkeling, maar dan op z’n middeleeuws: de Zeven Vrije Kunsten. Afbeelding uit de Hortus Deliciarum, ca.1180.

Soms komt dezelfde vraag van verschillende kanten op je af. In de mooie biografie die Annet Mooij wijdde aan Gisèle van Waterschoot van der Gracht en waarover ik nog zal bloggen, kwam ook de culturele kring van haar huisgenoten aan de orde, mannen die graag samen teksten lazen. Mooij geeft verschillende keren een overzicht van hun lectuur en dat is dan voornamelijk poëzie van Stefan George, Friedrich Hölderlin en William Shakespeare. Niks mis mee, maar ik was verbaasd over de eenzijdigheid van dit programma. Echt erudiet kan ik het namelijk niet noemen, terwijl deze mannen toch streefden naar culturele groei.

Wat me brengt bij de vraag wat eruditie is. Die vraag kwam impliciet ook aan bod in een stuk dat mijn collega Marcel Hulspas onlangs schreef op de weblog van de VWN: vijf redenen waarom er een nonfictie-prijs moet komen. Nu ben ik zelf niet zo van de prijzencircussen, maar dat belet me niet te zien dat Hulspas een punt heeft. Hoewel er veel literaire prijzen zijn, is nonfictie stiefmoederlijk bedeeld, al worden pogingen ondernomen dat te repareren. Hulspas doet ze af als halfwassen:

Onlangs maakte de Bookspot-prijs (dat was ooit de AKO-literatuurprijs) bekend dat ze voortaan ook een nonfictie-prijs willen uitreiken. Daarvoor is de literaire jury uitgebreid met één (1, one, uno) historicus, die blijkbaar geacht wordt chemie, wiskunde, theologie, biologie, sociale wetenschappen, natuurkunde en rechtswetenschappen er ‘even bij te doen’.

Lees verder “Twee soorten eruditie”

Nachtelijk geblog

Ik zat gisteravond bij vrienden koffie te drinken en terwijl we met een half oog keken naar een film over draken kletsten we, behalve over koetjes en kalfjes, over een paar dingen waar iedereen in onze filterbubbel het momenteel over heeft. De vaste lezers van deze blog kennen enkele van die onderwerpen wel, zoals de openlijke minachting voor de archeologie in Cuijk, waar de gemeente – in een schoolvoorbeeld van wat een vals dilemma is – de wetenschappelijke belangen plaatst tegenover wat ze maatschappelijk relevant vindt.

We hadden het over de aanslag door de Commissie Van Rijn op de letteren en dat leidde tot een discussie over de problemen aan de Amsterdamse letterenfaculteit in 2015. Ik herinnerde me daarvan vooral het gênante onderscheid dat de decaan toen maakte tussen brede, op de maatschappij gerichte opleidingen en wetenschappelijke opleidingen. Nog een voorbeeld van een vals dilemma, want de maatschappij schreeuwt om letterenstudenten die wetenschappelijk zijn opgeleid. Mijn gastheer herinnerde ons echter aan iets anders: aan het feit dat de letterenproblemen destijds waren uitgelopen op een bezetting van het Maagdenhuis die veel kwaad bloed had gezet bij de andere faculteiten. Dat maakte de steun die de bedreigde letteren nu krijgen van medewerkers uit die andere faculteiten, eigenlijk nog veel inspirerender.

Lees verder “Nachtelijk geblog”