Papyrologie: update (2)

Soms maakt een diepe verslagenheid zich van je meester

Eigenlijk had gisteravond mijn boek Bedrieglijk echt gepresenteerd zullen zijn in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden. Er zouden leuke antieke teksten zijn voorgelezen, we wilden ramanspectroscopie demonstreren en ik wilde het filmpje vertonen dat u hier kunt bekijken. Tot slot wilde ik gistermorgen op deze blog een update geven bij het boek. Want die was nodig, aangezien Bedrieglijk echt een verhaal bevat waarover nog steeds dingen bekend worden.

Ik raakte geboeid door de materie door het schandaal van het Evangelie van de Vrouw van Jezus. De betrokken onderzoekster zei dingen waarvan ze weten moest dat ze onwaar waren. In het onwaarschijnlijke geval dat ze het echt niet wist, had haar geheugen opgefrist behoren te zijn door de rel rond de Artemidorospapyrus. Terwijl ik het boek schreef, ontvouwden zich echter nog meer schandalen, zoals dat rond Eerste-eeuwse Marcus, de Sapfo-papyri en de diverse valse fragmenten van de Dode Zee-rollen. Ik heb bepaalde delen van mijn boek drie, vier, vijf keer moeten herschrijven. De laatste weken bleef het rustig maar een update is nog steeds zinvol.

Lees verder “Papyrologie: update (2)”

Bedrieglijk echt

Ze zijn als Dr Jekyll en Mr Hyde, als zon en schaduw, als de noord- en de zuidpool van een magneet: het een impliceert automatisch het ander. Roep “oudheidkunde” en de echo is “vervalsing”. De discipline dankt er zelfs min of meer haar bestaan aan. De teksten van Renaissance-fraudeur Giovanni Nanni (1432-1502) vormden ooit de aanleiding om te onderzoeken hoe echt en onecht waren te herkennen en zo werd een wetenschappelijk vakgebied geboren.

Vervalsingen waren dus ooit de prikkel tot de verwetenschappelijking van de oudheidkunde en sindsdien zijn het vakgebied en het antivakgebied verstrengeld. Als wetenschappers ontdekken waarop ze moeten letten om een vervalsing te herkennen, weten hun tegenstanders het immers ook. Toen oudheidkundigen in de negentiende eeuw door kregen hoe ze modern van antiek schrijfmateriaal konden onderscheiden, schakelden vervalsers over op antiek perkament. We weten zelfs wie op dat idee kwam: Konstantinos Simonides (1820-1890).

Lees verder “Bedrieglijk echt”

De NS hebben een probleem, echt

Al een tijdje heb ik niet over de Nederlandse Spoorwegen geschreven. Ik wil niet steeds hetzelfde moeten schrijven. Maar vandaag keer ik toch even terug naar mijn oude stiel. Meer precies: ik keer terug naar dinsdag 11 februari, als ik laat in de avond terugkom uit Dronten. De trein komt niet verder dan Almere want er is door de storm iets op het spoor gewaaid. Kan gebeuren.

Het omineuze “De NS zet bussen in” klinkt en je weet: dit gaat nog lang duren. Beneden in de stationshal staan al tientallen mensen te wachten. Een vrouw klaagt dat de beloofde bus al een uur te laat is en ik zie twee zwarte mensen asgrauw worden. Ik begrijp dat ze een urgente afspraak hebben in Amsterdam en omdat ik écht op tijd in bed wil liggen, besluiten we een taxi te delen. Ik zal u de onsmakelijke ruzie tussen de taxichauffeurs besparen en me beperken tot de constatering dat ik €95 lichter ben als ik afscheid neem van mijn twee Nigeriaanse reisgenoten.

Lees verder “De NS hebben een probleem, echt”

Wegdorpje?!

Coriovallum met het badhuis links achteraan (© Thermenmuseum)

Bij de mail: geef ons heden ons dagelijks blogstukje en verlos ons van die idiotie. Er was nog een tweede verzoek van dien aard, maar iets minder opvallend geformuleerd.

Voor wie de kwestie mocht hebben gemist: het Thermenmuseum in Heerlen rondt momenteel belangrijk onderzoek af en publiceerde een persbericht met in de kop en de lead de claim dat het Romeinse badhuis het oudste gebouw van Nederland zou zijn. Als je het zo formuleert is het natuurlijk niet waar. U kent de hunebedden wel en die zijn eigenlijk nog jong, vergeleken met de boerderijen van de Bandkeramiekcultuur. Iets verderop in het persbericht staat het gelukkig iets preciezer: het badhuis is een stenen gebouw. Uit andere nederzettingen kennen we huizen met stenen fundamenten en muren van stampleem, maar Heerlen heeft dus een badhuis met muren van steen.

Lees verder “Wegdorpje?!”

MoM | Er is geen jaar nul (en dat doet ertoe)

Als keizer Trajanus net zo leergierig was geweest als Alexander de Grote had ik dit blogstukje vandaag niet hoeven schrijven. Toen Alexander de stad Babylon veroverde, liet hij zijn wetenschappelijk adviseur (vrijwel zeker Kallisthenes) inventariseren wat daar aan interessante informatie in de bibliotheken lag. Daarbij behoorde een grote hoeveelheid astronomische waarnemingen en de beste benadering van het zonnejaar die de wereld tot dan toe had gezien. Binnen een jaar had Alexander de Griekse kalenders laten aanpassen: ze waren niet langer gebaseerd op de Cyclus van Meton maar op die van Kallippos. Ook de Canon van Ptolemaios gaat op deze culturele roofbuit terug. En het idee van een wereldbibliotheek, zoals later toegepast in Alexandrië.

Maar Trajanus was dus niet zo leergierig en zo kwam het dat een belangrijke uitvinding die de Babylonische geleerden in de tussentijd hadden gedaan, de nul, niet bekend werd in het westen tot Gerbert van Aurillac en Fibonacci die in de Volle Middeleeuwen introduceerden. Hierdoor telt onze jaartelling, die vorm kreeg in de zesde eeuw n.Chr., vooruit (het jaar één, het jaar twee, het jaar drie…) en achteruit (één voor Christus, twee voor Christus…). Zo werkten alle antieke kalenders met een vast beginpunt. De ellende is dat als je vlot wil rekenen, optellen en aftrekken dus, een jaar nul wel makkelijk zou zijn. Astronomen hebben dan ook een alternatieve jaartelling waarin ze wel een nul hebben. Het jaar dat u en ik kennen als één voor Christus is dus het astronomische jaar nul en het jaar 480 v.Chr. is -479.

Lees verder “MoM | Er is geen jaar nul (en dat doet ertoe)”

Papyrologie: update (1)

Nog een dubieuze Sapfo: een buste uit Herculaneum, nu in het Museo nazionale archeologico in Napels.

Eerder deze week leverde ik de eerste proef in van mijn boek over de wedloop tussen de vervalsers van papyri en de wetenschap, Bedrieglijk echt. Daarin is, zoals ik al eens vertelde, ook een hoofdstuk opgenomen over de laatste twee jaar, waarin het ene schandaal na het andere zich ontvouwde. De onduidelijkheid over het Geheime Evangelie van Marcus is nu groter dan ooit omdat de argumenten zijn weerlegd waarom het vals zou zijn (wat vanzelfsprekend niet betekent dat het echt is en alleen bevestigt dat papyri zonder gedocumenteerde provenance wetenschappelijk waardeloos zijn). De onechtheid van de Artemidorospapyrus staat nu vast en dat geldt eveneens voor de Dode Zee-rol-fragmenten in de Greencollectie en de Schøyencollectie. Ook het valse Evangelie van de Vrouw van Jezus kwam in 2019 weer in het nieuws, zij het indirect, namelijk doordat de blunderende oudheidkundige zich via ramanspectroscopie rehabiliteerde.

Rehabilitatie is er voorlopig niet voor Dirk Obbink, de Oxford-onderzoeker die wordt verdacht van diefstal. Sinds ik mijn manuscript inleverde, is duidelijk geworden dat hij niet alleen in antieke maar ook in middeleeuwse handschriften heeft gehandeld. Gewoon legaal, wat betekent dat nóg meer mensen konden weten dat er iets loos was en de andere kant op keken. We hoeven het voorlopig niet te hebben over het zelfreinigend vermogen van de wetenschap, althans niet in Oxford. Daar hebben ze nu trouwens een programma voor de publicatie van unprovenanced materiaal uit Afghanistan. De bingokaart met de smoezen waarom het niet erg zou zijn dubieus materiaal te publiceren kan dus voorlopig nog niet weg.

Lees verder “Papyrologie: update (1)”

MoM | Pratende mummie

De mummie van Nesyamun voor de CT-scan (© Leeds Teaching Hospitals/Leeds Museums and Galleries)

Zo klinkt de stem van een 3000 jaar oude mummie”: Britse onderzoekers hebben een CT-scan gemaakt van het strottenhoofd en de mond van de Egyptische priester Nesyamun, wiens mummie in Leeds ligt, en hebben een 3D-printer aan het werk gezet om het spraakorgaan te reproduceren. Ze kunnen er lucht doorheen blazen en zo zouden we kunnen weten hoe een antieke stem klonk. Althans, dat beweren ze. En ze voegen toe dat het aardig is om in musea te laten horen hoe oud-Egyptisch heeft geklonken.

Onmogelijke ambitie

Laten we duidelijk zijn: dit is allemaal wat raar. Je kunt wel een eind komen bij de reconstructie van enkele basisklanken, maar de onderzoekers moesten ook nogal wat aannames doen. De tong van Nesyamun was bijvoorbeeld verschrompeld en zijn verhemelte ontbrak. Er is geen mogelijkheid die te reconstrueren.

Lees verder “MoM | Pratende mummie”