Een bezoek aan Kalkriese

Recent opgegraven goudstuk uit Kalkriese

Als een archeoloog een IJzertijdboerderij of een Griekse tempel opgraaft, weet ’ie vrij zeker dat hij een boerderij of een tempel opgraaft. Er zijn namelijk honderden IJzertijdboerderijen en Griekse tempels bekend. Zoiets is onmogelijk met de vondsten in Kalkriese. Oudheidkundigen kennen niets dat erop lijkt: een veld vol militaire voorwerpen, gelegen tussen een moeras in het noorden en een heuvel in het zuiden. Aan de voet van die heuvel een wal. De militaire voorwerpen documenteren infanterie, cavalerie, slingeraars, burgerpersoneel en vrouwen. Verder dode dieren. Munten, waaronder goudstukken, zoveel goudstukken dat het gebied zelfs Goldacker heeft geheten. De huidige naam is Oberesch of ook wel Kalkriese. Maar wat is het? Bij gebrek aan parallel is het giswerk.

Dat het gaat om een Romeins leger dat hier in de problemen raakte, geldt als bewezen; dat dit gebeurde in het eerste kwart van de eerste eeuw, staat niet ter discussie; dat Germanen de vijanden waren, is alleen maar logisch. Maar wat gebeurde er nu precies? Vrijwel iedereen houdt het op een gevecht tijdens de slag in het Teutoburgerwoud, al is niet uitgesloten dat het om een later gevecht gaat, uit de tijd van Germanicus’ wraakacties in 14-16 na Chr.

Lees verder “Een bezoek aan Kalkriese”

Romeins Nijmegen (3) Bloei en verval

Een Bacchus uit het badhuis (Stadhuis Nijmegen)

[Ik was een weekendje in Nijmegen en wijd er zes blogjes aan, of zeven, als ik ook dit blogje meetel. Dit is het derde; het eerste was hier.]

Bloeitijd

In de tweede eeuw bloeide Ulpia Noviomagus. Op het grafveld zijn prachtige barnstenen en kristallen voorwerpen gevonden die bewijzen dat in elk geval de elite het breed kon laten hangen. Oude schattingen hielden het erop dat het stadje zo’n 5.000 inwoners had; inmiddels is duidelijk dat het er fors meer waren, misschien wel 10.000. Met een legioenbasis ernaast was het al met al te groot om te worden gevoed vanuit het achterland, zelfs al verrees langs de Waal de ene boerderij na de andere. Graan en andere levensmiddelen moesten worden geïmporteerd, en de inscriptie van graanhandelaar Marcus Liberius Victor, die zijn producten aanvoerde vanuit het verre Henegouwen, is heel typerend.

Lees verder “Romeins Nijmegen (3) Bloei en verval”

Romeins Nijmegen (2) Noviomagus

Een cupido van barnsteen (Valkhof Museum, Nijmegen)

[Ik was een weekendje in Nijmegen en wijd er zes blogjes aan, of zeven, als ik ook dit blogje meetel. Dit is het tweede; het eerste was hier.]

Ulpia Noviomagus

In de jaren na de Bataafse Opstand reorganiseerden de Romeinen het Rijnland. Ze bekortten de weg naar de Donau door het Zwarte Woud (de Agri Decumates) te annexeren, en ook kregen meer legerbases stenen funderingen. Rome was niet langer in het offensief maar ging ervan uit dat de noordelijke rivieren voor langere tijd moesten worden verdedigd. In deze context moeten we ook de legioenbasis in Nijmegen plaatsen.

Er was in 2011 een claim dat een legioen zijn hoofdkwartier had ingericht in het stadscentrum, waar de resten zouden zijn gevonden op het Sint-Josephhof. Ik heb over die claim sindsdien niets meer gehoord, maar het zou een loepzuivere parallel opleveren met Jeruzalem, dat eveneens in 70 werd verwoest. Daar vestigde een legioen zich in de veroverde stad, maakte daarmee duidelijk wie de baas was, en dwong de bewoners te vertrekken naar het drie kilometer verderop gelegen Shu‘afat. Idem in Nijmegen: onderworpen opstandelingen, legioen in hun stad, bevolking drie kilometer verderop. Omdat ik over de Nijmeegse basis echter nooit meer had gehoord, was opheldering daarover een van de redenen waarom ik afgelopen weekend Nijmegen bezocht. Ik heb de deskundigen echter niet kunnen spreken en de oplossing van dit mysterie ligt derhalve voorshands verborgen in de mist der tijden.

Lees verder “Romeins Nijmegen (2) Noviomagus”

Romeins Nijmegen (1) Ontstaan

Bataafse munt (Valkhof Museum, Nijmegen)

Ik ging naar Nijmegen om een badhuis te zien. Ik zag geen badhuis. Maar het was een geslaagd weekend. Deze week enkele blogjes, waar u ook het blogje over de Nijmeegse classicus Vincent Hunink bij mag rekenen. Maar eerst even iets over de geschiedenis van Romeins Nijmegen.

Oppidum Batavorum

In 19 v.Chr. werd in het oosten van de huidige stad een militaire basis ingericht (Hunerberg), die echter niet lang in gebruik is gebleven. Even oostelijker lag op het Kops Plateau een kleiner kamp, dat tientallen jaren functioneerde. De meest duurzame stichting lag echter in het huidige stadscentrum, waar een civiele nederzetting verrees, bewoond door migranten uit het Overrijnse die de geschiedenis in zijn gegaan als Bataven. Die naam betekent “bewoners van de Betuwe”, wat weer is afgeleid van *bat-agwiō, “vruchtbaar eiland” (tussen Waal en Rijn). De burgerlijke nederzetting heette Batavodurum of ook wel Oppidum Batavorum, wat allebei “Batavenburcht” betekent.

Lees verder “Romeins Nijmegen (1) Ontstaan”

Bij ons in het dorp (26)

Daar ging mijn spaargeld (Zeedijk 125, Amsterdam)

Oké, het was natuurlijk mijn eigen stomme fout: een afspraak maken in de binnenstad van Amsterdam. Het zat als volgt. Van vóór het Vlaams Cultureel Centrum erin trok tot een jaar of tien geleden was de Brakke Grond mijn vaste café en in een verstandsverbijsterende aanval van melancholie had ik er afgesproken met iemand die ik al heel lang niet had gezien, en die toevallig daar in de buurt moest wezen. Ik had natuurlijk moeten zeggen “we spreken wel af op het station” of “ik kom naar jouw woonplaats”. Maar dat zei ik niet. Dus was ik in het historische centrum van Amsterdam.

Voor de Vlaamse lezers: dat is zoiets als Florence. Het hart is uit het lichaam weg gesneden en de toeristen toegeworpen. Amsterdammers moeten tegenwoordig, net als Florentijnen, met een boog om het stadshart heen. Eigenlijk zou Amsterdam in Rotterdam het beeld van de Verwoeste Stad kunnen opvragen omdat dat beeld van een man met een gat op de plek waar je zijn hart verwacht, anno 2026 eigenlijk beter past bij Amsterdam. Rotterdam heeft een leuker centrum.

Lees verder “Bij ons in het dorp (26)”

Paleis Het Loo

Een beschilderd bord met Paleis Het Loo

Toen in 1979 het bestaan van een bastaardzoon van prins Hendrik bekend werd, grapten Apeldoorners dat de oud-hovelingen van paleis Het Loo er alleen in Apeldoorn al vier kenden. Apeldoorners herinnerden ook dat koningin Wilhelmina eens een soldaat had beloond voor opvallende plichtsbetrachting. En Apeldoorners wisten dat Wilhelmina, toen onduidelijk was of haar echtgenoot Hendrik was overleden, opperde een krat bier naast het sterfbed te zetten: “Als die er morgen nog staat, is ’ie dood.” Er was, toen ik in Apeldoorn woonde, nogal wat oral history over de bewoners van paleis Het Loo.

Niet alles was waar, maar het Apeldoorn waar ik opgroeide, hield van het paleis. Een speels grapje was altijd mogelijk. Een leuk gebruik was dat mensen die daar in de buurt kwamen wonen, van de buurtvereniging een bos margrieten kregen. Dat die later verpieterden, lag voor de hand.

Lees verder “Paleis Het Loo”

Een Koptische legende

Koptisch mozaïek van de heilige familie (Hangende Kerk, Cairo)

Ik ben nooit in Matariyya geweest, een oud christelijk heiligdom in de buurt van Cairo. Het heeft echter al zeker een halve eeuw mijn belangstelling, want mijn moeder vertelde me ooit het bijbehorende verhaal, dat zij ongetwijfeld in de jaren veertig van een pater zal hebben gehoord.

Het komt erop neer dat Maria en Jozef, samen met de pas geboren baby Jezus, na de kindermoord van Betlehem op de vlucht waren voor de soldaten van koning Herodes de Grote. (Met de kennis van nu weten we: die soldaten kunnen best weleens Bataven zijn geweest.) Ze waren, zoals ook de evangelist Matteüs vertelt, op weg naar Egypte. Volgens de legende kwamen de soldaten steeds dichterbij, zodat de heilsgeschiedenis dreigde een verkeerde afloop te krijgen. Gelukkig was er een grote boom die, toen de heilige familie even wilde uitrusten, de takken over de vluchtelingen uitspreidde, zodat de soldaten hen niet zagen.

Lees verder “Een Koptische legende”

Neanderthal Museum

Neandertal 1 (Neanderthal Museum)

Jarenlang was het een van de topstukken in het Landesmuseum in Bonn: het skelet van de eerst-gevonden Neanderthaler, ook wel bekend als “Neandertal 1”. Ontdekt in 1856 in het naar een meneer Joachim Neumann Neander genoemd dal, en opeens belangrijk na de publicatie van Darwins Origin of Species, is dit gedeeltelijk bewaarde skelet een van de belangrijkste voorwerpen uit de wetenschapsgeschiedenis.

De vondst, waarvan ontdekker Johann Carl Fuhlrott meteen begreep dat het ging om een andere mensensoort, is destijds niet zo grondig gedocumenteerd als wij nu wenselijk vinden. Waar de botten hebben gelegen, was daardoor lange tijd onduidelijk, maar gelukkig is de vindplaats rond 2000 teruggevonden, inclusief enkele nieuwe stukjes van het 40.000 jaar oude skelet. Deze gebeurtenis lijkt de aanleiding te zijn geweest voor de bouw van een nieuw museum in het Neanderdal, gewijd aan zijn beroemdste ingezetene, op nog geen halve kilometer van de vindplaats. Bonn moet zich, qua beroemde ingezetenen, nu beperken tot Beethoven.

Lees verder “Neanderthal Museum”

Haus der Geschichte, Bonn

Hitler (let op het armpje; Haus der Geschichte, Bonn)

Duitsland heeft nogal wat geschiedenis en daarom is het Haus der Geschichte der Bundesrepublik Deutschland in Bonn nogal groot. Sinds een half jaar heeft het een nieuwe vaste opstelling. Die vernieuwing is ook voor een Nederlander of Vlaming interessant, want een fors deel van de Duitse geschiedenis is wereldgeschiedenis. Los daarvan: in Nederland is de oprichting van het Nationaal Historisch Museum uitgelopen op een farce en in Brussel bestaat al een interessant Huis van de Europese Geschiedenis. Ik wilde eens weten hoe de Duitsers het geblunder uit Nederland hadden vermeden en hoe hun aanbod zich verhield tot dat in Brussel, dus ik ben er in Bonn vorige week eens langs gegaan.

Eerst maar even een vergelijking met de mislukking in Nederland. Die had natuurlijk alles te maken met de directie: kunsthistorici in plaats van historici. De minachting voor de geschiedwetenschap was er echter al eerder. Het doel van het Nationaal Historisch Museum was immers expliciet politiek: het versterken van de nationale identiteit. Wetenschappers – en dus ook geschiedwetenschappers – zijn er echter niet om de politiek te dienen. Het project had dus zelfs niet mogen beginnen, maar er waren genoeg Nederlandse historici die voor 200 miljoen hun wetenschappelijke autonomie wel wilden opgeven, en dus heeft de klucht bizar lang geduurd. Wat je verder ook mag denken van de in Bonn gemaakte keuzes: men heeft in elk geval niet de Duitse nationale identiteit willen versterken, en dat is alvast een geruststelling.

Lees verder “Haus der Geschichte, Bonn”