Nog eenmaal werelderfgoed: Istanbul

Aquaduct van Valens, Istanbul

Nadat ik in mijn reeks over het antiek erfgoed van Turkije het westen, het centrum en het oosten heb behandeld, resteert Istanbul. Het oude Constantinopel, zoals Istanbul tot 1925 heette, is als geheel werelderfgoed. Mijn vriendin E. (10) vond het de mooiste stad van de wereld en zij kan het weten, want ze is al in Amsterdam geweest. E. was bovendien erg te spreken over de wijze waarop de bewoners omgaan met hun katten. Daarover is de documentaire Kedi (2016) de moeite van het bekijken waard, al was het maar om de observatie dat katten hebben onthouden dat mensen door God zijn geschapen als hulpmiddelen bij de zoektocht naar voedsel.

Byzantion, zoals de plaats eigenlijk heette, ligt aan de Bosporus, en was al eeuwen oud toen Constantijn de Grote de stad als residentie nam en er een paleis bouwde. Ik zou graag zeggen dat er resten zijn uit de daaraan voorafgaande tijd, maar alleen de Zuil van de Gothen zou ouder kunnen zijn. En mogelijk dateert ook die uit de tijd van Constantijn.

Lees verder “Nog eenmaal werelderfgoed: Istanbul”

Vijfmaal werelderfgoed: Oost-Turkije

De Hagia Sofia in Trabzon

Wat valt er in Turkije zoal te zien? Ik behandelde vorige week de zuidwestkust, het noordwesten van het Aziatische deel van Turkije en het centrum. Vandaag gaan we naar het oosten. En dan moet meteen het hoge woord eruit: alles hier is omstreden. Niemand trekt in twijfel dat dit gebied eeuwenlang bewoond is geweest door Armeniërs, wier taal en religie sinds de Perzische tijd tot de twintigste eeuw gedocumenteerd zijn, en niemand ontkent dat de Armeense bevolking tijdens de Eerste Wereldoorlog beestachtig is afgeslacht. In Europa spreken we van de Armeense Genocide, een naam waartegen Turken bezwaar maken. Ik laat die kwestie rusten. Ik laat ook de relaties tussen de Koerden en de Turkse overheid onbesproken. U leest Volg de wolken van Marcel Kurpershoek maar, een boek dat alle stemmen aan het woord laat.

Middeleeuws erfgoed

Ik begin in Trabzon, het antieke Trapezous en het middeleeuwse Trebizonde. Niet veel oudheden hier, maar wel het op één na mooiste Byzantijnse kerkje dat ik ooit zag. (Morgen het mooiste.) Achter Trabzon is in de bergen het Soumela-klooster, met prachtige wandschilderingen. Het achterland is heel aantrekkelijk, dus de lange rit naar Erzurum – prachtige Seljukische gebouwen – is bepaald geen straf. Nog verder ligt Kars en daar achter ligt, in het zwaar bewaakte grensgebied met Armenië, Ani.

Lees verder “Vijfmaal werelderfgoed: Oost-Turkije”

De koninklijke lier van Ur

Een van de lieren uit Ur in een verlaten Nationaal Museum in Bagdad.

Mijn betere helft en ik waren vorig weekend in Brugge en daar deden we wat mensen zoal doen als ze in Brugge zijn. Kerken bekijken en wafels eten dus, en het bloedreliek bewonderen, flauwe grappen maken over Vlaamse primitieven, lunchen, je machteloos voelen om het gesloten archeologiemuseum, boekhandels in en uit lopen, flaneren langs middeleeuwse (en middeleeuwachtige) huizen, koffie drinken, schilderijenmusea bezoeken, filmlocaties herkennen, uitwijken voor andere toeristen, de laatste Ken Broeders aanschaffen en vooral: je laten verrassen.

Harpconcert

Dat laatste bijvoorbeeld bij een concert van harpist Luc Vanlaere. Zijn concertzaaltje is nauwelijks te missen, want het zit meteen naast het Sint-Janshospitaal, dat museum met al die schilderijen van Hans Memling. Drie keer per dag verzorgt Vanlaere daar een kort concert. Het trok onze aandacht omdat hij leek te gaan spelen op een reconstructie van de lieren uit Ur, waarover ik al eens schreef. Een Sumerisch snaarinstrument is niet het eerste dat je verwacht in Brugge en dus met recht een verrassing.

Lees verder “De koninklijke lier van Ur”

Driemaal werelderfgoed: Centraal Turkije

Rotswoningen in Cappadocië

Wat valt er in Turkije zoal te zien? Ik behandelde eergisteren hier en daar de westkust. Vandaag nemen we het centrum onderhanden. Ik kan dat echter niet doen in de vorm van een rondreis. De beschavingen van Centraal-Anatolië zijn waanzinnig interessant maar ik denk dat ze onvoldoende bekend zijn. Liever dus een chronologisch overzicht. Een logische volgorde voor de auto is overigens Ankara, Alaçahöyük, Bogazköy, Yazilikaya, Kültepe, Kayseri, Kappadocië, Arslantepe, Çatalhöyük en Gordium.

De eerste steden

Eerst Çatalhöyük. Ik ben hier niet geweest maar hier is de officiële website van deze belangrijke opgraving uit het Neolithicum. Het gaat om een nederzetting van ongeveer dertien hectare uit het zevende millennium v.Chr., waar archeologen voor het eerst vaststelden dat er al in de laatste fase van de Steentijd grote nederzettingen waren. Denk aan een omvang van tweemaal het toenmalige Byblos, met dit verschil dat de huizen daar verspreid stonden op de heuvel en er dus niet zoveel mensen waren, terwijl Çatalhöyük compacter is. De deur was nog niet uitgevonden, dus je betrad een huis via een gat in het dak. Van de prachtige beeldjes die archeologen lang zelfverzekerd hebben geïnterpreteerd als moedergodinnen, durft men nu niet meer te zeggen dan dat ze misschien een rituele betekenis hebben gehad.

Lees verder “Driemaal werelderfgoed: Centraal Turkije”

Zesmaal werelderfgoed: West-Turkije (2)

Het Karabel-reliëf

[Tweede deel van een stuk over antiek erfgoed in westelijk Turkije. Het eerste was hier.]

Smyrna

Vanuit Efese kun je via het orakel van Klaros en het belangrijke Karabel-reliëf uit de Late Bronstijd naar Izmir, het antieke Smyrna, met een mooi museum en een agora. Her en der verstrooid staan nog enkele Ottomaanse huizen, als herinnering aan de mooie stad die hier ooit moet zijn geweest voordat de stad door oorlog werd verwoest. De Grieken die de stad verlieten, hebben sculptuur meegenomen die nu in Athene is.

Lees verder “Zesmaal werelderfgoed: West-Turkije (2)”

Zesmaal werelderfgoed: West-Turkije (1)

De rotsachtige kust van Lycië

Ik kreeg de vraag voorgelegd wat je op een reis door Turkije kunt bekijken. Wat valt er zoal te zien? Simpel, denk je, maar het antwoord, oef, dat is lastig. Het probleem is dat Turkije asociaal veel erfgoed bezit. Elke antieke cultuur heeft er sporen nagelaten en vervolgens waren en de Byzantijnen, de Seljuken en de Ottomanen. Er is dus gewoon teveel om te bekijken. Ik zal daarom niet één maar vijf overzichten geven, waarbij ik aanteken dat mijn laatste bezoek aan dat mooie land alweer enige tijd geleden is. Achtereenvolgens: de westkust (vanmorgen en vanmiddag), het centrum (zaterdag), het oosten (volgende week woensdag) en Istanbul (donderdag). U krijgt in totaal vijftien maal werelderfgoed te zien. Fasten your seatbelts, here we go.

Lycië

Mijn eigen eerste bezoek aan Turkije begon op de luchthaven van Dalaman, waar we een auto huurden. Het is een mooi vertrekpunt voor een bezoek aan Lycië. Dat is het bergachtige zuidwesten van Turkije, met een rotsige kust en enkele havensteden, die bloeiden doordat er nauwelijks alternatieve aanlegplaatsen waren. Want de kust was dus rotsig. Beroemd zijn de Lycische rotsgraven.

Lees verder “Zesmaal werelderfgoed: West-Turkije (1)”

Mont Vireux

Laat-Romeinse of Frankische muur

Toen collega Herman Clerinx, de auteur van een tof boek over de Romeinse aanwezigheid in de Lage Landen, hoorde dat ik voornemens was vorige maand te gaan fietsen in de Franse Maasvallei, attendeerde hij me op het Romeinse fort bij Vireux-Molhain. Dat ligt ruwweg halverwege Givet, het eerste stadje dat je in Frankrijk tegenkomt, en Fumay. Clerinx zei nog dat het lastig bereikbaar was.

Dat heb ik geweten.

De Mont Vireux, net als het dorpje vernoemd naar een Keltische riviergodin Viruwa, is een puist die ruim tachtig meter boven de Maas uitsteekt. Je moet een gigantisch eind omfietsen om de heuvel op te komen. Vertrouw daarbij niet op Google Maps, want daarop staan niet-bestaande paden aangegeven. De enige manier om er te komen is vanaf dit punt, dat voor een fietser bereikbaar is door een enorme slinger te maken die begint bij de Rue du 18 Juin 1940 en dan verder te gaan over de straat met de goede naam Derrière les roches. Vanaf het punt waar ik zojuist naar linkte, kun je alleen nog wandelen.

Lees verder “Mont Vireux”

Wie gaat er mee naar Libanon?

Muurschildering uit Tyrus (Nationaal Museum, Beiroet)

Ik verdien mijn geld, zoals u wellicht weet, met wat journalistiek werk, met cursussen over de Oudheid en als reisleider. Geen van die activiteiten is voldoende om van te leven maar in combinatie kom ik een eind. En doordat ik lid ben van een vennootschap, hoef ik niet elke opdracht aan te nemen. Zo kan ik onafhankelijk blijven. Ik ben namelijk geen veilingmeester die alles kan aanprijzen. Als ik schrijf, is het over iets waar ik achter sta. Als ik een reis begeleid, is het naar bestemmingen die ik ook zelf interessant vind.

Zoals Libanon.

Ik heb op deze blog pas 200 keer geschreven dat ik dat een interessant land vind. Niet alleen omdat het een rijk verleden heeft, maar ook omdat het een gevarieerde bevolking heeft en omdat de mensen zo opvallend vriendelijk zijn. Oké, de oosterse gastvrijheid is een cliché, maar dat betekent niet dat er geen waarheid in zit. De Libanezen zijn echt aardig. En ze verdienen beter dan de huidige puinhoop. Bijvoorbeeld dat mensen belangstelling voor hen tonen. Alleen al om die reden ben ik blij dat het RMO me heeft gevraagd het publieksboek te helpen maken van de Byblos-expositie (u bestelt het hier).

Lees verder “Wie gaat er mee naar Libanon?”

Het Ros Beiaard in Frankrijk

Étang du Pas Bayard

Een tijdje geleden plaatste Dieter Verhofstadt hier een mooi vierdelig artikel over het Ros Beiaard. Sindsdien ben ik erop gespitst en ik heb het edele dier al op verschillende plekken gezien. Het mooiste vond ik het taxibedrijf uit Brussel dat was gespecialiseerd in het vervoer van kinderen van en naar school. In Dinant zag ik vorige week de enorme rots die Beiaard ooit met een enkele hoeftrap had doen splijten.

Lees verder “Het Ros Beiaard in Frankrijk”

De Oise

De Oise

Dankzij een vriendelijke lezer van deze blog kan ik een week passen op een huis ergens – eh, ja, “in the middle of nowhere” is misschien de beste manier om het te zeggen. Er is een spoorwegstation in de buurt maar ik heb er uiteindelijk voor gekozen de trein te nemen naar Namen, daarvandaan de Maas langs te fietsen naar Dinant, Givet en Fumay, verder te gaan over de Ardennen naar Rocroi (ja, van de veldslag) en tot slot door te fietsen naar het dorpje waar ik nu ben. Het heet Watigny. Het is anderhalve dag rijden, het is hier echt nergens, het is daar dus middenin, en het is mooi.

Hierboven ziet u het beekje achter het huis. Het is de bovenloop van de Oise, die ontspringt in Henegouwen. Ze stroomt achter mijn oppashuis langs, bereikt Guise en Compiègne, en mondt uiteindelijk ergens ten westen van Parijs uit in de Seine.

Lees verder “De Oise”