Nuttig en nutteloos: paradigma

Geocentrisme en heliocentrisme (Mathematisch-Physikalischer Salon, Dresden)

Een mens krijgt in de loop van de dag heel wat informatie over zich uitgestort. Je zou een criterium willen hebben om snel zin en onzin te scheiden, zodat je niet teveel tijd verspilt aan de onzin. Eén zo’n criterium is of een schrijver of spreker het woord “paradigma” gebruikt. Dat woord geeft feitelijk aan dat de informatie die zal volgen, niet de moeite van het luisteren of lezen waard is. Een nuttig woord dus, dat u eindeloos veel tijd bespaart.

Merton en Kuhn

Het had anders kunnen zijn. De term is ooit gemunt door de Amerikaanse socioloog Robert Merton (1910-2003), die ermee bedoelde dat groepen wetenschappers tal van onuitgesproken aannames delen, waarbij valt te denken aan concepten, zaken die als problematisch worden ervaren, de procedures om zulke problemen op te lossen, en onomstreden inzichten die kunnen dienen als basis voor verder onderzoek. De uitdrukking “paradigma” werd later door de wetenschapssocioloog Thomas Kuhn (1922-1996) gebruikt om uit te leggen wat een wetenschappelijke revolutie was. In zijn visie waren er periodes van normale wetenschap, waarin het paradigma à la Merton niet ter discussie stond, en plotselinge omslagen, “wetenschappelijke revoluties”, waarbij het paradigma veranderde.

Lees verder “Nuttig en nutteloos: paradigma”

Het afnemend peil der beschaving

Hoax?
Hoax?

Een tijdje geleden circuleerde op de sociale media de bijgevoegde foto van een groep kinderen in het Rijksmuseum. Achter hen de Nachtwacht, maar geen ervan kijkt ernaar: ze zijn meer geïnteresseerd in hun smartphone. Het commentaar was redelijk voorspelbaar: wat erg toch, zoveel moois en dan niet kijken, jeugd van tegenwoordig, afnemende belangstelling voor cultuur, ach, wee.

Tja. Die ouwe mensen van tegenwoordig. Komen nooit in een hedendaags museum. Weten niet hoe je daar met een app op je telefoon leuke dingen kunt leren. Eerst krijg je een rondleiding van je leraar, daarna kun je je verder verdiepen met zo’n digitale gids, soms in de vorm van een spelletje. Dubbel rendement van je museumbezoek. Ik heb geen idee hoe de bijgevoegde foto tot stand is gekomen, maar ik zou niet meteen jeremiëren over het afnemend peil der beschaving.

Lees verder “Het afnemend peil der beschaving”

Slicher van Bath

Ploeger (Gevelsteen, Stoofsteeg, Amsterdam)

Ik weet dat het volgende voor menigeen grenst aan complete waanzin, maar ik ben de laatste dagen bezig met een boek met de titel De agrarische geschiedenis van West-Europa (500-1850). Het is geschreven door Bernard Slicher van Bath, het is alweer een halve eeuw oud (gepubliceerd in 1960) en het vormt geweldige lectuur.

Wie nu twijfelt aan mijn verstandelijke vermogens heeft grosso modo vermoedelijk wel gelijk, maar eventuele gekte kan niet worden afgeleid uit mijn boekenkeuze. Agrarische geschiedenis is namelijk interessanter dan je zou denken, al helpt het wel als je geschiedenislerares op de middelbare school mw Van der Woude was, wier echtgenote Ad een bekende economisch historicus is geweest; en het helpt ook al als je aan de universiteit een docent heb gehad als de te jong overleden Pieter Willem de Neeve, die zijn fascinatie met de antieke agrarische geschiedenis (die Slicher van Bath niet behandelt) uitstekend aan zijn studenten wist over te dragen. Niet aan zijn collega’s overigens: ik herinner me hoe Henk Versnel bij de herdenking van zijn overlijden een borrel achteroversloeg met de woorden dat hij even wat boeren moest wegspoelen.

Lees verder “Slicher van Bath”