Opgeruimd staat netjes

Praten over cultuur is moeilijk. Ik heb het nu niet over cultuur in de algemene zin (“al het menselijke gedrag voor zover het niet is aangeboren”) maar in de beperkte zin van cultuur-met-een-hoofdletter-c: de podiumkunsten, de beeldende kunsten, de letteren, wetenschap, de humaniora. Het probleem daarmee is: je geniet méér als je begrijpt wat er gebeurt, maar dit veronderstelt voorkennis en wie voorkennis uitlegt, komt al snel pedant over. Het lijkt dan een reeks vormpjes om de vormpjes.

Dat is wat ik tegen heb op het Groot Dictee. Het heeft helemaal niets, maar dan ook werkelijk he-le-maal niets, te maken met cultuur. Het stelt de vormpjes, de rare regeltjes centraal en pretendeert dat díe iets zeggen over taal en cultuur. Maar het gaat om de grote ideeën. In de cultuur van Noordwest-Europa gaat het bijvoorbeeld om vrijheid, waarheidsliefde, Verlichting en gemeenschapszin. Voor Nederland mag je er botte onbevangenheid aan toevoegen en voor Vlaanderen hoffelijke onoprechtheid. Ik weet niet meteen of die generaliseringen kloppen, maar de culturele discussie zou dáár over moeten gaan. En niet over het minutieus gekalligrafeerde epistel dat de witteboordencrimineel coûte que coûte moest schrijven over kasuarissen.

Lees verder “Opgeruimd staat netjes”

De ware edelman

De hofdwerg van Filips IV (detail van Velasquez’ “De hofdames“)

In het tweede deel van de Quichot zitten enkele hoofdstukken waarbij ik me altijd wat ongemakkelijk voel: het verblijf aan het hof van een hertog en een hertogin, die zich vermaken door wrede grappen uit te halen ten koste van de weergaloze ridder uit La Mancha en zijn schildknaap. Het ongemak zit erin dat ik het niet vind aangaan dat je mensen bespot die het minder hebben getroffen dan jij, zoals iemand die lijdt aan een geestelijke ziekte en niet meer in staat is feit en fictie te scheiden. Daarmee heb ik medelijden, maar tot ver in de achttiende eeuw was het volkomen normaal met zulke mensen de draak te steken.

Wie van adel was, had wel ergens een dwerg rondlopen om zich mee te vermaken. Zie het plaatje hierboven: de hofdwerg van de Spaanse koning Filips IV. Een bezoek aan de ongelukkige verpleegden in het dolhuis was vroeger een geliefd uitje. Iemand die zich verbeelde een dolende ridder te zijn, was een legitiem doelwit van vroeg-zeventiende-eeuwse treiterijen. Cervantes en zijn lezers hebben geen moment gedacht dat het gedrag van de hertog en hertogin ongepast was. En dat zegt iets over de wijze waarop Cervantes de Quichot heeft bedoeld.

Lees verder “De ware edelman”

Tranen om het Valkhof

Gezichtsmasker van een Romeinse helm (Valkhofmuseum, Nijmegen)

Een jaar of zo geleden begeleidde ik een vriendelijke Duitse journalist die een stuk wilde schrijven over Nederland in de Romeinse tijd. Op zijn laatste dag belde hij me vroeg in de ochtend wakker: hij wilde eerder op weg gaan, het was nog ver naar Beieren, en hij zou om half tien al langsgaan in het Valkhofmuseum in Nijmegen. Dat was wat problematisch omdat de conservator, die had beloofd de man te zullen rondleiden, niet aanwezig kon zijn voor elf uur. Ik beloofde de journalist dat ik zo snel mogelijk naar Nijmegen zou sporen en dat ik hem in de tijd dat hij te vroeg voor zijn afspraak was, zou rondleiden over het Valkhof (met zijn mooie Ottoonse kapel voor Sint-Nicolaas). Dan had hij dat alvast gezien en kon hij na het museumbezoek meteen verder. Vanuit de trein belde ik de conservator, die zich daarna werkelijk alle moeite getrooste om de onverwacht vroeg aankomende gast een vervroegde rondleiding te geven.

Wat ik maar zeggen wil: de mensen van het Valkhofmuseum zijn verschrikkelijk aardig. Met de mogelijke uitzondering van het Multatulihuis ken ik in Nederland geen vriendelijker museum. Een museum bovendien met een fenomenale collectie Romeinse voorwerpen. (Hier zijn mijn foto’s, en zie verder hier en daar.) Wie in Nederland van de Oudheid houdt – en dat zijn er tienduizenden – heeft een zwak voor het Valkhof, en ik was dan ook geschokt toen ik gisteren in het NRC Handelsblad las over de moeilijkheden in het museum. Er waren al eerder berichten over problemen, maar nu het onder de kop “Ondergang dreigt voor Museum Het Valkhof in Nijmegen” werd uitgespeld, zonk pas echt bij me in hoe precair de situatie is.

Lees verder “Tranen om het Valkhof”

Kort Cypriotisch (4): Muurkroon

Godin met muurkroon (Cyprusmuseum, Nicosia)

Zoals de naam al aangeeft zijn muurkronen kronen in de vorm van een muur. Het motief is ontstaan in het Midden-Oosten: de oudste mij bekende afbeelding van zo’n muurkroon, een rotsreliëf in Naqš-e Rustam, stelt een Elamitische godin voor en dateert uit het eerste kwart van het eerste millennium v.Chr. Later namen de Assyriërs het over.

Nog later vinden we het in de Griekse kunst: rond 300 v.Chr. voorzag de beeldhouwer Eutychides van Sikyon het ooit wereldberoemde beeld van de Tychè (geluksgodin) van Antiochië van een muurkroon. Daarna ging het snel: in de Hellenistische tijd en in het Romeinse Rijk werden stadsgodinnen heel vaak afgebeeld met zo’n kroon. Voor een recenter exemplaar: zie de stedenmaagd in uw woonplaats.

Lees verder “Kort Cypriotisch (4): Muurkroon”

Cypriotisch kort (3): Pasen

Bij gebrek aan paas-ikoon geef ik u een ikoon die goede vrijdag voorstelt. Heilig Kruis-klooster, Omodos.

Het paasfeest functioneert in Nederland, zoals u weet, vooral als stok om moslims mee te slaan. Politici die nooit naar de kerk gaan, hebben de mond vol van de joods-christelijke traditie en eisen dat paaseieren ook paaseieren worden genoemd. Verder is tweede paasdag zo’n vrije dag die op elk kantoor leidt tot planningsproblemen en stress, terwijl goede vrijdag nooit ergens een vrije dag is geweest. Ik ontdekte overigens onlangs dat de gemeente Amsterdam zijn ambtenaren op goede vrijdag een vrije dag toekent, maar andere overheidsinstellingen en het bedrijfsleven sluiten niet om te contempleren over het lijden in deze wereld. Hoewel voor dat laatste zeker aanleiding zou zijn, heeft het paasweekend in een seculiere samenleving geen plaats meer.

Dat is anders in Cyprus, waar tweede paasdag door menigeen wordt aangegrepen om van zijn werk weg te blijven – zodat we de opgravingen van Kition, die open behoorden te zijn, niet konden bezoeken. De bewakers waren maandag maar thuisgebleven. Een stevige ergernis, ik geef het toe, maar daar staat tegenover dat ik afgelopen week de prachtigste decoraties heb gezien in elke kerk waar ik kwam. En er zijn hier nogal wat mooie middeleeuwse kerken, met prachtig metselwerk en schitterende iconen. En vol met bloemen en linten dus.

Lees verder “Cypriotisch kort (3): Pasen”

Vooraankondiging Romeinenweek

Op zaterdag 29 april begint de Romeinenweek. Onder deze naam is het evenement toe aan zijn vierde jaargang, maar de stichting die het organiseert, RomeinenNu, is al ouder en streeft er (in samenwerking met een kleine honderd partners) al jaren naar dat er wat meer aandacht komt voor het Romeinse verleden van Nederland. Dat duurde zo’n vijf eeuwen: ongeveer evenveel als ons scheidt van de regering van Karel V. Desondanks is het antieke Nederland een beetje een vergeten thema. Net als vroegmiddeleeuws Nederland overigens.

Ik zal niet zeggen dat u gelukkiger wordt of een beter mens zult zijn als u meer verstand hebt van de Romeinse tijd. En ik weet heus wel dat het belangrijker is dat u genoeg weet van de negentiende en twintigste eeuw. Maar ik zet me graag in voor wat meer en – liever nog – wat bétere aandacht voor het Romeinse erfgoed. Daarom ben ik bestuurslid van RomeinenNu.

Lees verder “Vooraankondiging Romeinenweek”

Paashoax 2017

Grafbasiliek in Jeruzalem, na de restauratie (foto Jan-Pieter van de Giessen)

En daar was ’ie, de paashoax van 2017. Het is elk jaar vlak voor pasen weer raak: steeds is er ergens een kwakwetenschapper of een echte wetenschapper die een kulbericht de wereld instuurt dat inhaakt op het christelijke feest. Journalisten hebben in de week voor pasen immers behoefte aan een bericht dat én op dat feest inhaakt én nieuws is (en dat is prima) maar hebben meestal de kennis niet om kaf en koren te scheiden (en dat is niet prima). Het gevolg is dat elk jaar rond pasen een evident stuk kulleklap onverdiende media-aandacht krijgt.

Dit jaar: een historicus die beweert dat Jezus en een koning Manu één en dezelfde waren. Ik ga de moeite niet nemen álle flauwekul te weerleggen en beperk me tot een paar punten. Ten eerste: let op het selectieve gebruik van argumenten. De auteur baseert zich op de normale bronnen waar het hem uitkomt (Jezus werd koning genoemd enz.) maar negeert diezelfde bronnen als de informatie niet in zijn straatje past (Jezus leefde dertig, veertig jaar later enz.). Zulk brongebruik is mogelijk, maar dat moet je wel rechtvaardigen. Tip voor journalisten: als iemand het heeft over oude geschiedenis en geschreven bronnen gebruikt, vraag dan even naar de toegepaste hermeneutische strategie. Als de ondervraagde het antwoord niet meteen kan geven, weet je dat het een beunhaas is.

Lees verder “Paashoax 2017”