Hermes in Amsterdam

Hermes (Tropenmuseum)
Hermes (Tropenmuseum)

Amsterdam is de stad van dominees en kooplieden. Die laatsten hebben gezorgd voor een van de officieuze symbolen van de stad: de alom aanwezige Hermes, de Griekse god van de handel, kooplieden, dieven, boodschappers en reizigers. De godheid – door de Romeinen aangeduid als Mercurius – wordt meestal afgebeeld als een naakte jonge man met twee attributen: de herautenstaf en een gevleugelde helm. Het beeld hierboven maakt deel uit van de decoratie van het Tropenmuseum.

De beeldhouwers die de sculptuur verzorgden van de Beurs van Berlage hadden wat meer moeite met naaktheid en gaven Hermes een mantel over de schouders en een nogal onpraktisch ogende rok die, zo te zien, permanent met de arm moest worden opgehouden.

Lees verder “Hermes in Amsterdam”

Tederheid

soldaat

In 2008, 2009 en 2010 trokken drie fotografen, Suzanne Bott, Mary Prophit en Diane Siebrandt, door noordelijk Irak om daar te documenteren hoe de ruïnes van de Assyrische koninklijke residenties Nimrud en Nineveh erbij lagen, hoe het was gesteld met het Parthische Hatra, wat de situatie was in de musea, en of er schade was aan de christelijke kloosters Mar Elia en Mar Benham, aan de joodse Nahum-synagoge en het islamitische heiligdom Al Habda.

Vandaag ontving ik zo’n drieduizend foto’s. Ik werk namelijk momenteel voor Ancient History Magazine aan een nummer over Nineveh en omdat ik nog geen gelegenheid heb gehad daar zelf heen te reizen, ben ik aangewezen op beeldmateriaal van mensen die er wel zijn geweest.

Omdat ik er nooit zelf was, heb ik geen vergelijkingsmateriaal, maar één ding lijkt me redelijk duidelijk: Nineveh was al behoorlijk beschadigd voordat de zogenaamde Islamitische Staat daar met bulldozers en springstoffen aan het werk ging. De foto’s van het museum uit Mosul tonen een culturele schatkamer waar je, omdat men sindsdien de boel kapotsloeg, ook niet echt vrolijk van wordt.

Eén foto trof me: de soldaat hierboven. Hij staat in de zogenaamde Nergal-poort van Nineveh. Wat me treft is de tederheid waarmee hij het beeld van de lamassu (een kwaadafwerende demon) aanraakt. Iets uit een lang vervlogen tijd, niet direct relevant voor het Irak van vandaag, maar met een wijsheid die ons misschien nog iets zegt. Daarvoor respect hebben is een uiting van beschaving: het wil zeggen dat je beseft dat ook mensen uit een andere maatschappij met je verwant zijn.

Er gaan geruchten dat de Nergal-poort inmiddels is verwoest.

Kerk of tempel?

Deel van een preekstoel (Museum voor Byzantijnse en christelijke kunst, Athene)
Deel van een preekstoel (Museum voor Byzantijnse en christelijke kunst, Athene)

Het bovenstaande museumstuk is voor reisleiders een klassieker. Het is te zien in het Museum voor Byzantijnse en Christelijke Kunst in Athene, dat volgens mij het mooiste museum van die toch al met mooie musea gezegende stad was vóór de Grieken zichzelf overtroffen met het nóg mooiere Akropolismuseum. Het voorwerp zelf is natuurlijk simpel: dit is deel van een preekstoel die ooit in een Atheense kerk stond. De reisleider kan de groep zelf laten raden wat het is.

Vervolgens het trucje: vertellen dat het een mooie en belangrijke kerk was, die echter door oorlogshandelingen werd verwoest en eeuwenlang als ruïne middenin de stad lag. Omdat de kerk echter ooit was gebouwd in een oud-Griekse tempel en er nou eenmaal meer toeristen komen voor antieke dan voor christelijke kunst, besloot het moderne Athene op een gegeven moment de kerk te slopen, zodat die tempel beter zichtbaar werd. Vandaar dat dit onderdeel van een laatantieke preekstoel nu een museumstuk is, terwijl ze natuurlijk ook de kerk hadden kunnen restaureren, die een van de weinige in Athene was uit die tijd, terwijl de stad genoeg klassieke tempels heeft.

Lees verder “Kerk of tempel?”

Timmerman

gereedschap

De foto hierboven zal u weinig zeggen. Wat gereedschap. Twee hamers, een paar schroevendraaiers, een wetsteen, een nijptang, een stanleymes, een doosje lucifers. Degelijk materiaal, een beetje ouderwets.

Ik heb het onlangs meegenomen uit Apeldoorn. Het was een deel van het timmergereedschap van mijn onlangs overleden vader. De linkse hamer en het mes zijn nog van mijn grootvader geweest. Diens duimstok heb ik veertig jaar geleden gemold.

Lees verder “Timmerman”

Buzzcocks

Er is een fraai verhaal – en het is nog waar ook* – dat BBC-diskjockey John Peel, nadat hij “Teenage Kicks” van The Undertones had gedraaid, de single nog een tweede keer draaide, met de historische woorden “It doesn’t get much better than this”. Dat was 1978 en het is makkelijk te begrijpen waarom Peel er zo over dacht. “Teenage Kicks” heeft alles wat een liedje moet hebben.

Ik heb dat toen niet mee gekregen. Ik was aan het puberen op een Apeldoornse middelbare school en de muziek waar wij naar luisterden was Grease, al kan ik niet zeggen dat de nieuwe muziek ongemerkt aan ons voorbij ging. Onze conrector, meneer Duzijn, kwam midden in het jaar op een brommer door de gangen van de school knetteren, verkleed als punk-sinterklaas. Zelfs de nieuwbouwwijk Zevenhuizen kon zijn momenten hebben.

Lees verder “Buzzcocks”

Snapt Frits van Oostrom het eigenlijk wel?

spraakverwarring

Dat internet, weet je, dat is eigenlijk best belangrijk. Althans, dat zegt Frits van Oostrom, en dat is niet de eerste de beste. Sinds 1982 is hij hoogleraar Nederlandse letterkunde, eerst in Leiden en daarna in Utrecht. Van 2005 tot 2008 was hij president van de KNAW. Dan ben je iemand. Dus als hij, zoals we in Mare lezen, bij een lezing heeft gezegd dat dat internet belangrijk is en dat de universiteiten – hij heeft het vooral over neerlandici – daar meer mee moeten gaan doen, dan zal het wel zo zijn.

Behalve natuurlijk dat we dit al wel wisten in 2000, vijf jaar na “the thousand days that built the future”.

Lees verder “Snapt Frits van Oostrom het eigenlijk wel?”

Klassieke literatuur (3b): Griekse poëzie

Pindaros
Pindaros

[Bij mijn mail zat onlangs de vraag welke klassieke teksten en vertalingen ik mensen zou aanraden. In deze onregelmatig verschijnende reeks zal ik een persoonlijk antwoord geven, waarbij leesplezier voorop staat. Wie zich er echt in wil verdiepen, kan het beste aan een universiteit bij een cursus aanschuiven, zoals deze. Voor de Latijnse literatuur is er Piet Gerbrandy’s Het feest van Saturnus. Voor de Griekse en christelijke literatuur is zo’n boek er niet.

Nadat ik heldendicht en leerdicht had behandeld, was ik begonnen met de resterende poëzie. Sapfo was aan de orde gekomen en vandaag begin ik met de rest.]

Het uitstel sinds de vorige aflevering heeft een reden. Ik moet nu gaan schrijven over een onderwerp dat me niet goed ligt. Een mens heeft nu eenmaal zo zijn voorkeuren. Zoals ik geen echte “klik” heb met opera, profsport, gastronomie en TV, zo heb ik ook geen speciale band met Griekse en Latijnse poëzie. Niet omdat ik er tegen ben natuurlijk. De keren dat ik naar de opera ging, heb ik ervan genoten; ik weet wel ongeveer hoe Ajax het doet; ik waardeer het als iemand lekker kookt; ik heb geboeid gekeken naar Breaking Bad. Op soortgelijke wijze zie ik wel dat Griekse en Latijnse poëzie mooi is, maar het trekt me minder dan proza.

Lees verder “Klassieke literatuur (3b): Griekse poëzie”