Zelfspot (hoop ik)

Een tijdje geleden kreeg ik reclame onder ogen van een communicatie-adviesbureau dat de nadruk legde op originaliteit en dit introduceerde met het doorgezaagde cliché over “out of the box”-denken. Ik meende dat het niet veel ironischer kon en hopelijk was het dieptepunt daarmee inderdaad bereikt.

Ik hoop althans dat de koppenmaker van het NRC Handelsblad, die een van de gruwelijkste journalistieke clichés gebruikt bij een stukje over sportclichés, dat met opzet heeft gedaan.

Factcheck: de bibliotheek van Alexandrië

Reconstructie van een antieke bibliotheek (Museo nazionale della civiltà romana, Rome)

En ineens zat ’ie weer in mijn correspondentie: de vernietiging van de bibliotheek van Alexandrië. Een cultureel misdrijf zonder weerga, maar wie heeft het op zijn kerfstok? Was het Julius Caesar? Waren het de joden die in 116-117 in opstand kwamen? Waren het de christenen? Waren het de moslims? Het wordt allemaal genoemd en al die verklaringen zijn onzin. Voor zover er een basis is in de bronnen, zijn die bronnen tendentieus of laat of allebei. Maar er is meer.

Loop even mee. Volgens de laagste, en door de meeste onderzoekers als zinvolst ervaren, schatting waren er in de bibliotheek die de Ptolemaïsche koningen aanlegden in Alexandrië ongeveer 400.000 boekrollen. Zo’n rol ging ongeveer tachtig jaar mee. Daarna was ’ie sleets geworden en moest een kopiist de tekst overschrijven. Elk jaar moeten er dus zo’n 5000 rollen zijn gekopieerd. Hoeveel tijd daarin ging zitten, is onvoldoende bekend, maar ik neem voor het gemak aan dat iemand vijf weken doet over een volledige rol. (Ik heb hogere schattingen gezien.) Een kopiist kan dan tien boeken in een jaar kopiëren. Voor het onderhoud van de bibliotheek zijn dan, bij de gunstigste schattingen, zo’n vijfhonderd kopiisten nodig.

Lees verder “Factcheck: de bibliotheek van Alexandrië”

Crossroads

In de vijftiende eeuw was ze er ineens, de term “Middeleeuwen”. Het achterliggende idee was dat er ooit een glorieuze Romeinse Oudheid was geweest, dat het daarna allemaal minder was geweest maar dat men nu, in het Italië van de Renaissance, althans de ambitie had die glorieuze tijd te doen herleven. De driedeling Oudheid – Middeleeuwen – Nieuwe Tijd is sindsdien blijven bestaan, inclusief de negatieve beoordeling van het middelste tijdvak. Het is geen compliment als iemand je toevoegt dat je er middeleeuwse denkbeelden op nahoudt.

Geen historicus die er nog zo over denkt. Enerzijds omdat aan het einde van de Middeleeuwen het belang van de Italiaanse Renaissance sterk is genuanceerd, anderzijds omdat aan het begin van de Middeleeuwen in feite een compleet nieuw tijdvak “ertussen is geschoven”. Werd vroeger een cesuur aangenomen op het moment dat het Romeinse staatsapparaat in West-Europa in de late vijfde eeuw desintegreerde, tegenwoordig zien historici de periode tussen pakweg 300 en 1000 meer als eenheid. Ik heb weleens geblogd over Chris Wickham, een van de historici die deze omslag hebben bewerkstelligd. Het Amsterdamse Allard Pierson-museum wijdt momenteel een prettige expositie aan dit tijdvak.

Lees verder “Crossroads”

De drie standen

Even voor niet-Amsterdammers: de Sint-Luciënsteeg is voor fietsers een van de belangrijkste verkeersroutes tussen het westelijke en oostelijke deel van de stad. Als je van bijvoorbeeld de Kinkerbuurt (waar ik woon) naar het centrum moet, bepalen de bruggen over de grachten hoe je kunt rijden. De route over de Rozengracht en Dam is levensgevaarlijk door de vele auto’s en sinds kort reclameborden die je afleiden; de route van het Leidseplein langs de Leidsegracht en Spui is onbegaanbaar door de vele toeristen. Op de Elandsgracht kun je echter redelijk doorfietsen en daarna is er in het verlengde een wat smal fietspad door “de negen steegjes” en verder, waarover je uiteindelijk op het Rokin en de Nes komt. Zo vermijd je de meeste auto’s en toeristen.

De flessenhals is de Sint-Luciënsteeg, vlak voor de immer drukke Kalverstraat, waar een pannenkoekenrestaurant nogal wat toeristen trekt die niet altijd in de gaten hebben dat ze op een belangrijke fietsroute staan. De wetten der gastvrijheid zijn heilig in Amsterdam, dus we rijden de bezoekers niet overhoop en beperken ons ertoe die sukkels een of andere ziekte toe te wensen.

Lees verder “De drie standen”

Brief aan Peter Vandermeersch

Geachte heer Vandermeersch,

Afgelopen zaterdag zag het NRC Handelsblad, waar u hoofdredacteur bent, er anders uit dan de lezers gewend zijn en u nodigt hen uit u te laten weten wat ze goed en minder goed vinden aan de weekendeditie, die u ook typeert als de belangrijkste krant van de week.

“Sommige columns kregen een ander jasje, andere een nieuwe plek”, schrijft u, en omdat u waarde hecht aan de dialoog met de lezer, wil ik u bij wijze van antwoord zeggen: het was beter geweest de columns helemaal te schrappen. De krant is het medium niet voor columnistiek.

Lees verder “Brief aan Peter Vandermeersch”

Wat is een Romein? (3)

Augustinus doceert welsprekendheid in Rome (de stad is zichtbaar door het raam rechts; fresco van Benozzo Gozzoli)

Ik heb gisteren en vanmorgen vroeg geblogd over de vraag wat een Romein nou eigenlijk is (1, 2). Ik wees erop dat een scherpe definitie niet te geven valt. Gelukkig is een definitie voor de dagelijkse conversatie ook niet werkelijk nodig. Ik denk dat in 999 van de 1000 gesprekken die wij voeren over de Romeinen, het niet gaat over de ongeletterde boeren en de doorgaans ook niet heel geletterde slaven. Evenmin gaat het over de periode vóór 200 v.Chr. Als in de hedendaagse media wordt gesproken over “de” Romeinen gaat het bijna altijd over mensen die konden lezen en schrijven of om mensen die (als bijvoorbeeld soldaat of ingenieur) de belangen dienden van deze geletterde elite. En het gaat bijna altijd over de Late Republiek en Keizertijd, met groeiende belangstelling voor de Late Oudheid.

We brengen de discussie verder door het te hebben over wat een geletterde Romein is: iemand die deel had aan het culturele programma dat aan de toenmalige scholen werd onderwezen. De veelal mondelinge communicatie van die tijd bracht met zich mee dat wie een rol wilde spelen in het openbare leven, overtuigend moest kunnen spreken. Daarop was het antieke schoolsysteem dan ook ingericht, maar het bood veel meer. Het onderricht bood een algemene culturele vorming die de leerling in staat zou stellen te handelen als waardevol lid van zijn gemeenschap, waarbij de leerling ook vernam welke auteurs hij gelezen behoorde te hebben, welke wetenschappelijke inzichten er waren en hoe hij zich netjes kleedde.

Lees verder “Wat is een Romein? (3)”