De adelaar van het Veertiende

De adelaar van het Veertiende

Driemaal is scheepsrecht en omdat ik al eergisteren en gisteren heb geblogd over de Eburoonse koning Ambiorix en zijn relatie tot Tongeren, doe ik het vandaag nog een derde keer. Er is namelijk onlangs een wijziging aangebracht in het door Jules Bertin gemaakte standbeeld op de Grote Markt. Ik zou het niet hebben herkend als Herman Clerinx me er niet op had gewezen. De auteur van de prachtboeken Een paleis voor de doden en Romeinse sporen is, voor wie dat niet mocht weten, een van de beste schrijvers over de Oudheid in ons taalgebied.

Het beeld stelt dus Ambiorix voor, de “koning van alles” die in 54 v.Chr. het Veertiende Legioen vernietigde, wellicht in de vallei van de Jeker, bij Kanne-Caestert. Het beeld toont een stoere krijger die een lauwerkrans en Romeinse roedenbundels vertrapt, de fasces die in de dagen van Bertin nog niet de nare associatie hadden die ze sindsdien hebben. Ook hield hij – ik bedoel de bronzen Ambiorix – een adelaar in bedwang, maar die vogel was sinds 1965 ineens gevlogen.

Lees verder “De adelaar van het Veertiende”

David Bowie

Ik zocht vanmiddag iets anders maar vond dit. Jaren niet op gehad. Nu klonk het ineens weer zoals ik het ooit voor het eerst hoorde. De wonderlijk hypnotiserende dreun. De onvermijdelijkheid. Het optimisme tegen de klippen op. Voor een moment was ik weer zestien, woonde ik bij mijn ouders in Apeldoorn, was ik nog nooit in Berlijn geweest en had ik alleen maar een mooi stuk vinyl gehaald uit de fonotheek in Deventer.

En vanmiddag was ik weer overdonderd, weggevaagd.

Een sluimerende frustratie

De Vesuvius

In het Colosseum zijn christenen gedood: aan dit misverstand wil ik graag een verzuchting over de lerarenopleiding en het lager onderwijs in Vlaanderen ophangen. Ik begin met een anekdote.

Een studente in de bacheloropleiding leerkracht lager onderwijs krijgt een schrijfopdracht: creëer een informatieve tekst voor kinderen uit het vijfde leerjaar (groep 7). In haar tekst gebruikt zij de woorden Colosseum en vulkaan. Commentaar van de docent: deze woorden zijn te moeilijk voor kinderen van een vijfde leerjaar. Gebruik liever “vuurspuwende berg” en “gebouw waar mensen vechten”.

Dit verhaal bereikt onze leraarskamer en leidt tot consternatie. Een simpele steekproef in de klassen van 5 en 6 leert dat 80-90% van de klas helder kan uitleggen wat een vulkaan is, waar het Colosseum staat en dat daar gladiatoren optraden. Consternatie en lichte verontwaardiging bij de kinderen als ze horen dat deze kennis niet verondersteld wordt. Ik citeer één van de weinigen die van het Colosseum enkel wist dat het een of ander gebouw in Rome was: “Ik vind het juist leuk om zo’n moeilijke woorden te leren.”

Lees verder “Een sluimerende frustratie”

Efedrismos

Efedrismos (Allard Pierson-museum, Amsterdam)

Nu we anderhalve meter afstand moeten houden, nauwelijks kunnen reizen en niet naar musea kunnen, geef ik u wat u niet krijgen kunt: twee dames uit het verre Griekenland in een museum, en ze houden zeker geen anderhalve meter afstand.

Ze spelen efedrismos, een spelletje dat een beetje lijkt op pétanque in de zin dat er eerst een kleine bal of steen werd weggeworpen en dat de spelers die vervolgens met een steentje of een bal moesten zien te raken. Daarna moest de verliezer de winnaar op de rug nemen en naar de doelsteen dragen.

Lees verder “Efedrismos”

Bij de dood van Uderzo

Uderzo (foto Wikimedia commons | Georges Biard)

En dan krijgen we naast alle andere narigheid van de laatste tijd ook nog eens het bericht dat Albert Uderzo is overleden.

Asterix, wie is er niet groot mee geworden? Ik in ieder geval wel, ik kan me niet meer herinneren wanneer ik het voor het eerst las, maar voor mij is Asterix iets wat er gewoon altijd al geweest is. Een van de redenen dat ik deze blog volg, is dat ik op zoek was naar een onderwerp voor een historische strip. Een tijd lang heb ik niks met de oudheid willen doen, want tegen Asterix kun je niet op. (Maar als je zo gaat denken, doe je helemaal niets meer.)

Lees verder “Bij de dood van Uderzo”

Sprookjes, gecatalogiseerd

Na lang intensief speuren ben ik dankzij een antiquariaat in Niesky (Saksen) voor een schappelijk bedrag in het bezit gekomen van een exemplaar van de catalogus uit 1943 van J.R.W. Sinninghe (1904-1988): Katalog der niederländische Märchen-, Ursprungssagen-, Sagen- und Legendenvarianten. Deze rubriceringscatalogus inclusief literatuurverwijzingen is na de index van Aarne-Thompson-Uther (ATU) zo’n beetje de belangrijkste indexering op dit gebied. Hij wordt bij gebrek aan een alternatief nog steeds gebruikt.

Richt de ATU zich in principe op sprookjes, Sinninghe richt zich meer op sagen en legenden. Beginnen de rubriceringen uit de Aarne-Thompson-Uther-index met de letters ATU, gevolgd door een doorlopend volgnummer, de rubriceringen uit Sinninghe worden gecodificeerd met de letters SIN gevolgd door

  • AT voor sprookjes (deze zijn namelijk een toevoeging aan de toenmalige Aarne-Thompson-index – Uther kwam er pas later aan te pas),
  • SAG voor sagen,
  • UR voor oorsprongssagen (Ursprungssagen) en
  • LEG voor legenden.

SINAT, SINSAG, SINUR en SINLEG worden telkens gevolgd door een volgnummer. Zo verwijst SINSAG 0689 op p.98 naar het motief van de rattenvanger (b.v. van Hamelen).

Lees verder “Sprookjes, gecatalogiseerd”

Roslavets: Damnatio Memoriae in de 20e eeuw

Nikolaj Roslavets

Zeg atonale muziek en iedereen die iets van klassieke muziek afweet denkt aan Schönberg. Vervolgens denkt men via zijn leerling Anton Webern aan piep-knars muziek: onbegrijpelijk en ontoegankelijk, behalve voor een handjevol uitverkorenen. Daar behoor ik niet toe, al maak ik graag een uitzondering voor Alban Bergs Vioolconcert. Ik heb dat horen spelen door een jongedame van het Nederlands Ballet Orkest en die wist hartverscheurend over te brengen hoe het voelt om een jong meisje kwijt te raken aan de dood. Het moge duidelijk zijn dat ik Stravinsky’s “noten drukken niets anders uit dan zichzelf” verwerp.

De ontwikkeling van atonale muziek loopt parallel aan de democratisering van deze kunstvorm. Na WO-1 werd de jazz populair, na WO-2 poprock (want ik heb er geen problemen mee om The Animals en Andre Hazes over één kam te scheren). Klassieke muziek kwam in een elitair hoekje terecht, al bleven de gouwe ouwen onverminderd populair.

Lees verder “Roslavets: Damnatio Memoriae in de 20e eeuw”