Oscar Niemeyer in Tripoli

De ingang van het door Niemeyer ontworpen tentoonstellingsterrein

De Braziliaanse architect Oscar Niemeyer (1907-2012) is het beroemdste geworden als de bouwmeester die allerlei gebouwen ontwierp voor Brasilia, de begin jaren zestig nieuw aangelegde hoofdstad van Brazilië. Hij bouwde veel met beton, maar koos nooit voor alleen vierkante vormen; vaak stulpte er ergens een koepel uit of was er een schaalvormig helicopterplatform. Het Braziliaanse parlementsgebouw heeft allebei de vormen.

Brasilia werd in vier jaar uit de grond gestampt. In dezelfde tijd kreeg Niemeyer opdracht om in de Libanese havenstad Tripoli een enorm terrein te ontwerpen voor tentoonstellingen, congressen en theatervoorstellingen. Een hotel, semipermanente woningen voor langdurige bezoekers, expositieruimtes: van alles moest er zijn. Vergelijk het met de RAI in Amsterdam, maar dan een vierkante kilometer groot.

Lees verder “Oscar Niemeyer in Tripoli”

Uitnodiging

Ik heb het u al eerder verteld: mede dankzij de financiële ondersteuning die u, trouwe volgers van deze blog, hebt gegeven, heb ik deze zomer in Gemmenich een boek kunnen schrijven over Xerxes’ invasie van Griekenland. Het ligt dinsdag 3 december in de boekhandel maar de presentatie is een paar dagen eerder, op donderdag 28 november, in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden, vanaf 15:00.

Ik probeer in het boek niet alleen aan te geven hoe de Perzische koning Xerxes in 480 v.Chr. probeerde de Grieken te onderwerpen, maar ook hoe weinig er eigenlijk over te weten valt. We weten niet waarom hij het probeerde, we weten niet wat zijn strijdplan was en we weten niet waarom hij uiteindelijk het offensief niet hernam.

Lees verder “Uitnodiging”

Ramones (of zo)

Laten we er geen doekjes om winden, Twitter is soms niet te verdragen omdat nogal wat gebruikers vooral bezig zijn te controleren of anderen wel voldoende verontwaardigd zijn over onderwerpen waarover ze blijkbaar verontwaardigd moeten zijn. Ik zal daarop geen uitzondering zijn. Maar soms gebeurt er iets aardigs, al had het vanmorgen een aanloopje nodig.

Eerst was er Marcel Hulspas, de auteur van het zo verschrikkelijk ten onrechte door alle boekenbijlagen genegeerde Uit de diepten van de hel, die nog probeerde verontwaardigd te zijn:

Beste Pauw, als je Meiland niet kent kom je niet direct van een andere planeet. De oogkleppen af, graag.

Omdat ik werkelijk niet wist wie of wat Meiland was, vroeg ik:

Lees verder “Ramones (of zo)”

Nonfictie

Marcel Hulspas ergerde zich. Daar was ook wel enige aanleiding voor, want het was een wonderlijk bericht dat hij had gelezen. De Bookspot-literatuurprijs had de jury uitgebreid met een historicus om ook eens een onderscheiding te geven aan nonfictie. Niet dat de mensen van de Bookspotprijs niet het beste bedoelden, dat begreep Hulspas wel. Het was een goed idee nonfictie eens in het zonnetje te zetten. De Eureka-prijs, die hier altijd voor had gediend, was immers ter ziele en het was netjes dat Bookspot de lacune wilde vullen.

Toch lag er een probleem. De jury van de Bookspot-nonfictieprijs veronderstelde dat uitgevers hun boeken zouden insturen. Maar stel dat u de uitgever bent van Getallen zijn je beste vrienden van Vincent van der Noort, zou u dat boek inhoudelijk laten beoordelen door een historicus? Kan een geschiedkundige een oordeel geven over Martijn van Calmthouts Echt quantum of Het groot Nederlands vloekboek van Marten van der Meulen e.a.? Het zat Hulspas echt dwars en dus schreef hij op de blog van de VWN (de Vereniging voor Wetenschapsjournalistiek en -Communicatie Nederland) dat die ene historicus

blijkbaar geacht wordt chemie, wiskunde, theologie, biologie, sociale wetenschappen, natuurkunde en rechtswetenschappen er ‘even bij te doen’. Dit is nou adding insult to injury.

Lees verder “Nonfictie”

The horror, the horror

Het haalt natuurlijk weinig uit, zo’n blog. Helemáál zonder invloed zijn mijn stukjes weliswaar niet, maar wie echt iets wil bereiken kan beter met een tractor naar het Malieveld rijden. U hoeft vanzelfsprekend met mij geen medelijden te hebben, want ik kies er zelf voor om te bloggen en ik vind het bovendien leuk om te doen. Maar toch, een heel enkele keer denk ik “jammer dat ik geen rijbewijs heb en geen tractor, dan zou ik meer bereiken”.

Zoals nu.

Ik heb op deze blog herhaaldelijk gewaarschuwd voor het gevaar voor de geestelijke volksgezondheid dat Marc Chagall heet. U weet dat het zien van zijn doeken is alsof je hart wordt getroffen door een scherf uit de spiegel van de sneeuwkoningin: je begint dat wat lelijk is aan te zien voor mooi en andersom. Je begint rare kleuren en LSD-achtige visioenen te zien en noemt die psychotische taferelen ineens kunst. Je levensgeluk verschrompelt. Het is allemaal heel verontrustend.

Lees verder “The horror, the horror”

Wie zei dat?

Leonidas

Ik ken de Vlaamse classicus Paul Claes niet maar het lijkt me een aardige man. Hij heeft me weleens gemaild met commentaar en suggesties, waaraan ik altijd iets heb gehad. Hij is bovendien de auteur van De sleutel, een van de leukste mij bekende boeken over poëzie. En nu is hij de auteur van Wie zei dat? 500 historische oneliners, waarin hij allerlei gevleugelde gezegden, van de Oudheid tot heden, chronologisch bij elkaar plaatst, vertaalt en uitlegt.

Dat levert een leuk boek op. Ewoud Sanders prees het al in het Handelsblad en van Marc van Oostendorp is de observatie dat oneliners taaldaden zijn waarmee feiten worden geschapen. Een voorbeeld: de Amerikaanse Burgeroorlog brak uit toen Lincoln eiste dat het federale gezag ging vóór het gezag van de individuele staten, maar dankzij de Gettysburg Address werd het conflict geherdefinieerd alsof het was gegaan over government of the people, by the people, for the people.

Lees verder “Wie zei dat?”

Kort Libanees (7): Oriëntaals oriëntalisme

Tot de dingen die ik in het buitenland altijd leuk vind om te zien behoren oude ambachten. In Peshawar heb ik bijvoorbeeld toegekeken hoe een smid metaal bewerkte, in Shiraz heb ik gesproken met een inktmaker en deze week heb ik in Tyrus even staan kijken hoe de kiel van een schip werd gelegd. Wie mijn foto’s zou bekijken, vindt afbeeldingen van slash-and-burn-landbouw, van een primitieve bronsoven, van een ganzendrijver en van een perkamentrek. Je zou makkelijk kunnen concluderen dat ik in het Midden-Oosten vooral ben geïnteresseerd in een wereld die ouder en anders is dan de westerse.

Die houding wordt wel “oriëntalisme” genoemd. Het gaat er dan om dat je alleen kijkt naar het exotische, het oosterse, en dat je het nieuwe (dat mijn fotografische belangstelling niet heeft maar waarover ik wel schrijf) niet herkent. In de negentiende en vroege twintigste eeuw was dit regelrechte mode. Dichters, schilders: iedereen leek mee te doen.

Lees verder “Kort Libanees (7): Oriëntaals oriëntalisme”