De oudheidkundige groepsblog, vervolg

Zoals ik in mijn vorige blogje aangaf, ga ik stoppen met de Livius Nieuwsbrief. De oudheidkundige disciplines verdrinken zichzelf in junk nieuws en door daarvan een nieuwsoverzicht van te bieden, zou de nieuwsbrief medeplichtig zijn. Ik heb er in bijna vijftien jaar 178 gemaakt en het was lange tijd zinvol, ja leuk, maar we moeten geen dingen doen die verkeerd zijn. Niemand kan zijn leven lang schone handen houden, maar er zijn wel momenten waarop je je handen ergens vanaf kunt trekken.

Groepsblog

Er is echter ook goed nieuws. De groepsblog waarover ik al heb geblogd, die komt er. Het doel ervan is een plek te scheppen waar we het positieve kunnen tonen, waar we pulp weigeren, waar we methoden uitleggen, waar we als eenheid presenteren wat het publiek als eenheid verwacht, waar journalisten informatie kunnen vragen en waar u met plezier naartoe komt. Doordat de medewerkers kaf en koren scheiden, kunnen ze een aanbod bieden dat géén karikatuur van ons vak neerzet.

Lees verder “De oudheidkundige groepsblog, vervolg”

Cornelis de Bruijn in Giza

Afbeelding uit “Reizen van Cornelis de Bruyn door de vermaardste Deelen van Klein Asia” (1698)

Ik heb een paar helden. Montesquieu, Winckelmann, de cirkel rond Von Humboldt, Droysen, Schliemann, Weber, Millar, Sancisi-Weerdenburg. En Cornelis de Bruijn. Lees de biografie van de Haagse reiziger en tekenaar die als eerste tekeningen van Jeruzalem en Persepolis naar Europa bracht en u begrijpt waarom.

In 1681 bezocht hij Giza. Ik geloof niet dat hij zich realiseerde dat drieënveertig eeuwen naar hem terugkeken, maar hij ging de piramiden binnen en tekende bijvoorbeeld de Grote Galerij die leidt naar het oorspronkelijke graf van Cheops. Dat is nog decennia lang uniek beeldmateriaal gebleven. De schets hierboven heeft hij toen ook gemaakt. En er is natuurlijk iets raars mee aan de hand. De piramiden zijn te puntig.

Lees verder “Cornelis de Bruijn in Giza”

Een archeologiemuseum, hoe zou dat eruit zien?

Je hebt oudheidkundige musea en oudheidkundige musea. Er is een wereld van verschil tussen de musea in West-Europa en die in het voormalige Oostblok, zoals Sofia of Tasjkent. Die laatsten leggen vaak de nadruk op de groei van de menselijke cultuur, waarin we de invloed herkennen van de opeenvolgende productiewijzen, welbekend uit de marxistische leer. Dat is iets heel anders dan de beeldschone afdeling Griekenland in het Leidse Rijksmuseum van Oudheden of de pluriforme Romeinse afdeling van het Allard Pierson-museum in Amsterdam.

Hoewel al deze musea bekendstaan als archeologische musea, zijn ze dat niet. Ze tonen voorwerpen. De verhalen die ze daarmee vertellen kunnen kunsthistorisch zijn of sociaalhistorisch, maar ze vertellen niet wat archeologie is. Een echt archeologiemuseum was er tot voor kort in Brugge, maar het is onlangs gesloten. Ik denk echter dat er in de Benelux ruimte is voor een museum dat uitlegt wat archeologie is. En als dat niet kan, dan toch minstens een afdeling in een van de bestaande musea.

Lees verder “Een archeologiemuseum, hoe zou dat eruit zien?”

De B-25 Mitchell: vliegend erfgoed

Een landende B25 Mitchell bommenwerper

Ook als we geen coronacrisis hadden, zou ik een flink deel van mijn tijd thuis werken. Dat gaat echter niet altijd even gemakkelijk. Als een vliegtuig overkomt, verlies ik concentratie. Dat geldt ook voor bouwvakkers of andere kabaal. Of, als ik zit te werken in de trein, voor geklets in de stiltecoupé. Petities om de vliegbewegingen van Schiphol terug te brengen tot een aanvaardbaarder niveau, of om rolkoffers uit de Amsterdamse straten te weren, of om de stiltecoupés te voorzien van automatische schietstoelen voor mensen die blijven kletsen, zal ik ongezien tekenen. Geluidsoverlast veroorzaakt hart- en vaatziekten. Het RIVM schat dat we door onvoldoende bestreden geluidsoverlast elk jaar ruim tachtig extra doden hebben.

Ik sympathiseer dan ook ten diepste met de mensen in Gilze, die deze zomer klaagden over een B-25 Mitchell-bommenwerper. Die vloog nogal laag over en bleef laag overvliegen. “Je kunt buiten geen gesprek meer voeren als het gevaarte overkomt.” Heel herkenbaar. Ik zou een grap over luchtdoelgeschut maken als die grap niet al duizend keer gemaakt was.

Lees verder “De B-25 Mitchell: vliegend erfgoed”

Oost-Groningen (strokarton)

Ooit was dit de laatste strokartonfabriek van Nederland (Oude Pekela)

Onlangs blogde ik over mijn lagere school in de Apeldoornse nieuwbouwwijk Zevenhuizen. Daar had ik natuurlijk ook aardrijkskundeles, waarbij we de Nederlandse provincies moesten leren. Van Groningen herinner ik me de zeehaven van Delfzijl, het kort daarvoor afgesloten Lauwersmeer, de scheepswerven van Hoogezand-Sappemeer, de gasbel bij Slochteren (inclusief bodemdaling – rond 1975 al bekend) en de ontginningen voorbij Veendam. En verder waren er producten met mysterieuze namen als aardappelmeel en strokarton. Het beroemde liedje Oost-Groningen van Drs.P. had voor mij dus een hoge herkenningswaarde.

Een week of wat geleden ben ik naar het Veenkoloniaal Museum te Veendam gefietst. Dat is een opvallend leuk museum en beslist de moeite van uw bezoek waard. Ik was vooral onder de indruk van de expositie over schippersvrouwen. Ik meende te weten dat het tegen eind negentiende eeuw een bron van trots was als een gezin voldoende inkomsten had om de vrouw des huizes vrij te stellen van betaald werk, en dat het behoorlijk taboedoorbrekend was dat rijkere vrouwen (zoals een Mina Kruseman) juist wél gingen werken. De zelfverzekerde Oost-Groningse schippersfamilies waren, zo leerde ik, een uitzondering. Misschien is het geen toeval dat Aletta Jacobs kwam uit Sappemeer. Hoe dat ook zij, de schippersfamilies waren rijk genoeg om de echtgenotes van de opvarenden niet te hoeven laten werken, maar toch was een derde van de schepelingen vrouw. Prachtige foto’s trouwens. Maar goed, ik kwam voor het strokarton.

Lees verder “Oost-Groningen (strokarton)”

Nogmaals: hoe zag Jezus eruit?

De doornenkroning (Praetextatuscatacombe, Rome)

De allereerste zin van een artikel dient om de aandacht te trekken. De auteur mag het even scherp zeggen; de nuances komen verderop wel. Maar dan moet de auteur die nuances wel tonen. En het is ook fijn als de eerste zin niet zó overdreven is dat de lezer meteen afhaakt. Dit gaat verkeerd in Marije van Beeks artikel “De ongeloofwaardige witheid van Jezus”, onlangs in Trouw.

Op de eerste afbeeldingen die van Jezus gemaakt zijn, in de eerste eeuw, is hij een witte man.

Dit is klinkklare onzin. Het probleem is niet alleen de datering. Het gaat ook om de verkeerde typering van de eerste afbeeldingen. Als we afzien van de Palatijnse spotcrucifex, waarop een gekruisigde ezel is te zien die misschien wel en misschien niet een afbeelding is van de executie van de messias, is de beroemdste Jood aller tijden aanvankelijk gewoon afgebeeld geweest zoals alle ingezetenen van het Romeinse Rijk. Ietwat gebruind, zeker niet als een moderne Noordwest-Europeaan.

Lees verder “Nogmaals: hoe zag Jezus eruit?”

U houdt van de Oudheid: wat te lezen, wat te doen?

Domitianus (Altes Museum, Berlijn)

Het laatste stukje in mijn reeks over de Week van de Klassieken zal ik niet wijden aan een gebeurtenis die op deze datum plaatsvond, al zijn er teksten over de troonsbestijging van keizer Domitianus of de inwijding van de Grafbasiliek in Jeruzalem. Het leek me zinvoller u wat boeken aan te raden. Welke auteurs zou u, als u de afgelopen week belangstelling hebt gekregen voor de Oudheid, met plezier en vrucht kunnen lezen?

Om te beginnen

Ik ken twee auteurs om mee te beginnen. De eerste is Herodotos, wiens Historiën een panorama bieden van de wereld rond het oostelijk Middellandse Zee-gebied. De rode draad is het conflict tussen de Grieken en de Perzen. Hij biedt echter veel meer. Zo is er uitleg van de manier waarop de Egyptenaren mensen mummificeren, oosterse sprookjes, een beschrijving van de Euraziatische steppe, goudrovende mieren en vliegende slangen. De vader van de journalistiek heeft menig goed verhaal te vertellen en het fijne is dat je er zonder al te veel voorkennis aan kunt beginnen. Beste vertaling is deze Engelse.

Lees verder “U houdt van de Oudheid: wat te lezen, wat te doen?”

Week van de Klassieken 2020: Controverses

Al sinds mensenheugenis vindt de Week van de Klassieken plaats in de lente. Dat had ook dit jaar zo zullen zijn, maar het begin is om welbekende redenen uitgesteld tot vandaag. Het thema is nog altijd “Controverse”. En dat is een moeilijk thema, want er zijn binnen de oudheidkunde wel debatten, maar vrijwel geen controverses.

Een controverse is een discussie waarbij de deelnemers het oneens zijn over de randvoorwaarden. Anders gezegd, het is een debat waarbij minimaal één partij vrijheden neemt die de andere partij onacceptabel vindt. Ik kan maar twee oudheidkundige voorbeelden noemen. De eerste daarvan gaat niet over de klassieken: de chronologie van het Midden-Brons in Mesopotamië. Daar waren drie mogelijkheden (prozaïsch aangeduid als Hoog, Midden en Laag) en daar kwam een vierde bij, Ultralaag. De aanhangers daarvan hebben, toen ze de discussie niet wonnen, vrij grootschalig de Wikipedia aangepast, waardoor de indruk ontstond dat hun alternatief serieus was. Dat is geen gebruikelijke manier om een wetenschappelijke discussie te voeren en in die zin is het controversieel. Dat inmiddels vaststaat dat de middenchronologie de beste was, maakt het des te gênanter.

Lees verder “Week van de Klassieken 2020: Controverses”

Robert Seidel, Jäger

Pieter Bruegel, Jagers in de sneeuw

1

Aan de voet van de heuvel zagen de jagers de brug over de bevroren rivier. Bij de watermolen, waarvan het rad in het ijs tot stilstand was gekomen, trok een meisje haar zusje in een slee over het ijs. Een vrouw liep met brandhout over de brug, klaar om te gaan koken, maar vlees zou ze deze avond niet bereiden. Het enige dier dat de drie jagers die dag aan hun spies hadden geregen, was namelijk een magere vos geweest. Verder waren hun weitassen leeg gebleven. Ietwat terneergeslagen liepen de mannen door de sneeuw terug naar huis.

2

Pieter Bruegel zag de jagers kijken naar de brug en de stilgelegde watermolen. Hij herkende een thema voor een mooi winterlandschap. Als het ging om de moeilijkheden van het menselijk leven, zat hij er nooit naast. Hij begreep dat de schrale maaltijd van de jagers moest contrasteren met het feestmaal in de herberg, dat de vermoeide honden moesten staan tegenover een energieke vogel in de lucht en dat de schaatsenrijders geen acht mochten slaan op de ellende van een schoorsteenbrand.

Lees verder “Robert Seidel, Jäger”

Waarom Beiroet een speciale stad is

Deze huizen staan er niet meer

Beiroet is getroffen door een explosie die zelfs in oorlogstijd opmerkelijk zou zijn. De haven van de Libanese hoofdstad is weggevaagd maar ook elders is de schade groot. U las misschien het persoonlijke verslag dat ik zojuist op deze blog plaatste. De explosie heeft politieke gevolgen. Een goed commentaar op het aftreden van het kabinet en Macrons hulppakket leest u hier.

De haven van Beiroet vormde een van de voornaamste aanvoerlijnen van het kleine land. Een land met een bevolking van 4,5 miljoen mensen die anderhalf miljoen vluchtelingen opvangen. Vlakbij die haven ligt, aan de andere kant van de grote kustweg, een traditioneel christelijke stadswijk. Wie er doorheen loopt, weet waarom Beiroet al sinds mensenheugenis “het Parijs van het Midden-Oosten” heet. In deze wijk heeft de stad zeker een Frans tintje.

Als u een beeld van de getroffen stadswijk wil hebben, is echter ook een andere parallel mogelijk. Met een museum, met nauwe straatjes en scooters, met het stadspaleis van een rijke familie, met talloze kleine bedrijfjes, met een paar kerken, met telefoon- en electriciteitskabels, met een hoop herrie, met een even lange als elegante trap gewijd aan Sint-Nikolaas, met sportscholen, met affiches en graffiti, met verkeersopstoppingen en met allerlei leuke restaurants zou het net zo goed Zuid-Italië kunnen zijn.

Lees verder “Waarom Beiroet een speciale stad is”