Eilandvis

Brandaan en de eilandvis

Tijdens een zeereis zien zeelieden een eiland. Ze besluiten aan wal te gaan, om te onderzoeken wat voor eiland het is. Zou er een bron zijn waar ze vers water uit kunnen putten? Zijn er vruchten en dieren om op te eten? Helaas. Het eiland is kaal en rotsachtig. De mannen besluiten een maaltijd te bereiden met de ingrediënten die zij nog aan boord hadden. Ze doen het eten in een pot, maken een vuur en zetten de pot op het vuur. Ineens begint het eiland te bewegen. Er gaat een rilling over het eiland, is het een aardbeving? Het eiland blijft bewegen en de bewegingen worden steeds heftiger. In paniek rennen de mannen terug naar hun schip. Net op tijd kunnen zij aan boord komen – een paar tellen later verdwijnt het hele eiland onder water. Het bleek geen eiland te zijn, maar een heel grote vis. Of een schildpad. Of een groot zeemonster dat niet in te delen is.

Alexanderroman

De eilandvis is een heel oud motief dat in veel reisverhalen voorkomt. Het is niet uit te zoeken waar de bron is of waar het verhaal precies vandaan komt. Het is heel goed mogelijk dat er verschillende bronnen zijn, dat het verhaal op verschillende plaatsen in verschillende tijden opnieuw bedacht is. Maar een heel oude bron is de Alexanderroman van Pseudo-Callisthenes die ontstaan is rond 300 v.Chr. Enkele mannen van Alexander de Grote varen naar een eiland voor de kust van India, maar dat eiland verdwijnt ineens. En wel met de mannen erop! Deze mannen komen hierdoor te verdrinken, zelfs Alexanders goede vriend Pheidon.
Lees verder “Eilandvis”

Helaas: geen Open Toren-dag

Minervalaan

Al een jaar geleden heb ik een blogje klaar gezet voor vandaag. Dat zou zijn gegaan over de Amsterdamse Open Toren Dag. Zoals de naam al aangeeft, zijn dan de wolkenkrabbers, kerktorens, minaretten en andere hoge gebouwen in Amsterdam open voor het publiek. Allemaal gratis. Alleen: dit jaar is er geen Open Toren Dag. De stichting die het organiseert, kon het niet bolwerken en zoekt nu versterking. Ik hoop dat ze die vindt, want het is een leuk initiatief.

Oké, ik geef toe: je moest bij eerdere Open Toren-dagen zo nu en dan een beetje door de blabla heen prikken (“het architectonische landschap”, “innovatief geïntegreerd kantoor- en leefconcept”, “iconisch”). Maar het was superleuk om van de ene torenflat naar de andere te fietsen of te wandelen. Ik heb me weleens laten rondleiden door The Valley, een jaloersmakend mooi gebouw aan de Amsterdamse Zuidas. Een jonge gids lichtte toe welke keuzes de architect en projectontwikkelaar hadden gemaakt en hoewel miljonairsland voor mij een vreemde wereld is – lees anders dit artikel – heb ik met plezier naar haar verhaal geluisterd.

Lees verder “Helaas: geen Open Toren-dag”

De weerwolf van Jan Wier (2)

Jan Wier

[Dit is de vertaling die Bas Jongenelen maakte van hoofdstuk 14 uit De lamiis liber, waarmee Jan Wier in 1577 aantoonde dat weerwolven niet kunnen bestaan. Een inleiding was hier en het Latijn is daar.]

Mensen kunnen door geen enkele kracht in beesten veranderd worden (hoofdstuk 14)

Aan de almacht van heksen wordt ook toegeschreven dat zij zich echt en geheel kunnen veranderen in wolven, bokken, honden, katten en dieren beesten; om hun lusten te bevredigen, en dat zij zich per direct weer terug kunnen veranderen in mensen. Zelfs door zeergeleerden wordt deze waanzin als absolute waarheid verdedigd.

Lees verder “De weerwolf van Jan Wier (2)”

De weerwolf van Jan Wier (1)

Weerwolf (Lucas Cranach de Oude)

De wolf is een dier dat in veel verhalen voorkomt, zo zijn er de wolvin van Romulus en Remus, Fenrir uit de noordse mythologie, Isengrijn uit Vanden vos Reynaerde, de grote boze wolf uit Roodkapje, de drie biggetjes en de zeven geitjes. De wolf vinden we een fascinerend dier, zeer geschikt om literatuur mee te maken.

Griekse weerwolven

Een aparte categorie van wolven is de weerwolf. Voor de mensen die met (een onregelmatige) regelmaat de Mainzer Beobachter lezen is Lykaon waarschijnlijk de bekendste weerwolf. In zijn Metamorfosen beschrijft de Romeinse dichter Ovidius hoe Lykaon voor straf veranderd wordt in een wolf.noot Ovidius, Metamorfosen 1.207-243. Helaas voor de man blijft hij wolf, om nooit meer mens te worden.

Lees verder “De weerwolf van Jan Wier (1)”

Poëzie: Vergissing

Een menhir in een bos (Pierre Brunehaut, Doornik)

Vergissing

Het was de markering blauw-geel
van de ware route in dit regenbos
vol kuilen en pijlen samenzweerderige
mosfiguren en opgehoeste menhirs

die me op de heenweg door de tijd loodsten

een ridder met een bebloede hakbijl
stoof me voorbij en ik schrok niet
dacht alleen maar: over de helft
als ik grijs ben nooit meer bang

tot ik weer een bordje passeerde
met het handschrift van de chef
me even opgelucht en beschermd wist
toen zag hoe alle bomen zich omdraaiden

ik hoorde een takje kraken
stuurde een bericht naar huis
dat ik op de blauw-gele route liep

zette nog enkele passen naar voren

en besloot toen dat vooruit en achteruit
hetzelfde waren keerde om
mijn kalme pas en schichtige oren
werden spitsmuis in open veld

ik deed net alsof ik wandelde
of ik een hond zocht die tevreden mijmerde

de laatste passen tot het einde van de tunnel
duurden weken ik negeerde
afgehakte ledematen zielloze lichamen
achtergelaten dromers

die zich vergist hadden in de ware route

Lees verder “Poëzie: Vergissing”

Wat is er mis bij het INT?

Het is de laatste tijd stil op mijn favoriete wetenschapsblog Neerlandistiek.nl. Ik sta er elke dag mee op, want het is een leuke en informatieve website over een vakgebied dat me boeit. Maar sinds vorige week dinsdag, dus alweer een week geleden, is het stil. Je las eerst een verklaring van het Instituut voor de Nederlandse Taal (INT), waar de server staat, dat men kampte met een ernstige storing en dat het meerdere dagen zou duren voor de diverse websites, zoals Neerlandistiek, weer online zijn. Inmiddels worden bezoekers doorgestuurd naar de website van hoofdredacteur Marc van Oostendorp.

Maar die kan niet de woordenboeken en dergelijke online plaatsen die, om zo te zeggen, de core activity zijn van het INT. Op dit moment ligt een fors deel van de wetenschap stil, al een week lang.

Lees verder “Wat is er mis bij het INT?”

Poëzie: Isis

Een beeld van Isis in Rome 

Isis

Op de vijfde dag van mei in de druilende regen

Zoals zoveel doodzieke vrouwen
Word ik voortdurend bezongen
Moeder en meesteres
Licht in de lucht

Eerstgeborene van de tijd
Genezende zeebries
Tranende stilte
Ik ben met velen

Alleen waar de ochtendzon
De avondzon kust
Noemt hij mij
Bij mijn enige naam

Ik herinner me niets
Van de blinde slaap
In het wilde onbekende land
Waar het niet fout kon gaan

[Een korte gastbijdrage van de huisdichter van deze blog, Hans Koonings. Dank je wel Hans!]

Poëzie: Beerput III

Archeologisch profiel (Archeologisch museum, Almería)

Beerput III

De tussenlaag verwaardigt zich
niet te ruiken navigeert tussen
troon en rest want van eenzame hoogte
wuift een opperwezen je weg

Al gehoord al gevraagd
het steentje de klont je potje
de kantjes een nietsontziende zucht
niet komen vragen of iets iets is

Slechts weinig belijnde dagen
van de priemende meester
krijgen een eer van afdaling in stof

laat staan het stipje worden in zijn schoot

Slaaf en gladiator gelijk
wanneer hij opduikt onze vierde hegge-passant
op weg naar vissen thuis

gestopt bij halte arena
grijnzende marmerpet
leunend op zijn fiets tegen ons hek

En is er hier al goud gevonden?

Lees verder “Poëzie: Beerput III”

Poëzie: Beerput II

De strata van een opgraving (Hazor)

Beerput II

Job schuurt de dag met zijn rug
naar de put in legergroene
bodybag met pioniersvakken
voor gereedschap en geloof

Nu zeeft hij de kluitenberg
tussen land en hoop
een vierde macht gelaten
achter regels van zijn weekend

in het laatje op kantoor
zijn doosje in een schuur
aan de einder van zijn onmetelijke tuin met fontein

vruchten zoekend van het gegraven gat

hij had er meer van verwacht
binnen zijn ritsen om tien uur ’s ochtends
zijn eerste dag als avonturier

Oppergod drijft mokkenden op
nooit genoeg eendagskaken op zaterdag
kom laat ze stromen door je bureauvingers

laat de aarde zweten

Lees verder “Poëzie: Beerput II”