Koop eens een boek dat geen bestseller is

Klimaatverandering is een hoax, we gebruiken maar tien procent van onze hersenen en autisme wordt veroorzaakt door vaccinatie: het is allemaal op internet te vinden. Maar wie wil begrijpen hóé we zijn beland in een wereld waarin feiten geen rol meer spelen, hoeft niet verder te kijken dan de plaatselijke boekhandel. Het non-fictie aanbod is schamel, eenzijdig en voor een niet onbelangrijk deel: onzin.

Het probleem zit ’m in het verdienmodel van de boekenbranche. Geen winkel kan alle boeken op voorraad hebben, aangezien de opslagkosten dan te hoog worden. Het is voor de boekhandel veel handiger slechts een beperkt aantal titels in huis te hebben – maar die moeten dan wel worden verkocht in grote aantallen.

Dus probeert de branche uw aandacht te concentreren op een zo smal mogelijk aanbod. Door middel van de Boekenweek bijvoorbeeld, die dit jaar draait om bestsellers van celebrities als Herman Koch, Kluun, Sonja Barend en Katja Schuurman met het ‘spannende’ thema ‘verboden vruchten’. Gedurende de rest van het jaar wordt u afgericht door middel van het toekennen van prijzen, met een traag circus rond long list, short list, nominatie en prijsuitreiking. En het werkt: alle boeken die sinds 2003 de Librisprijs hebben gekregen, zijn terechtgekomen bij de bovenste zestig van de top-100 die de stichting CPNB elk jaar publiceert, zoals Hanneke Chin-A Fo en Toef Jaeger onlangs in het NRC Handelsblad constateerden.

Lees verder “Koop eens een boek dat geen bestseller is”

Sempervivetum

Een re-enactor in de rol van een Romeinse slavin.

Nee, ik ben niet altijd een brombeer die er steeds aan herinnert hoe ver de voorlichting over de Oudheid achterblijft bij die over andere vakterreinen. Ik ben bijvoorbeeld erg blij met het boek dat ik momenteel lees over de geschiedenis van het Aramees, dat bewijst dat het ook goed kan. Ook vind ik dat de musea het, ondanks wat zorgwekkende ontwikkelingen, alleszins redelijk doen. En verder ben ik blij dat er eigenlijk elk weekend wel ergens re-enactors aan het werk gaan.

Re-enactors zijn mensen die uitleg geven over een historisch tijdvak en daarbij gebruik maken van gereconstrueerde historische kleding. De grens tussen re-enactment en parken zoals Archeon (waar re-enactors rondlopen tussen de gereconstrueerde huizen) is vloeiend, net als de grens met experimentele archeologie. Doordat het zo concreet is, is re-enactment heel toegankelijk. Geloofwaardig ook: re-enactors zijn doorgaans hobbyisten die het verleden gewoon interessant vinden en geen financiële belangen hebben. Als u er meer over wil weten, is hier een interview met Hanneke en Wim van Broekhoven en is daar een mooi artikel uit De Volkskrant. U mag de activiteit nu wat bizar vinden, na lezing van die stukken zult u er anders over denken.

Lees verder “Sempervivetum”

Catacomben in Valkenburg

Het verhaal van de profeet Jona: rechts in zee geworpen, middenin verzwolgen door een zeemonster, links wachtend op de vernietiging van Nineveh. Het inmiddels kleurloze origineel is in de (laat-tweede-eeuwse) Callixtus-catacomben in Rome en dit is de Valkenburgse kopie.

Al bijna drie jaar ligt op de stapel “boeken waarmee ik toch ’s iets moet doen” De Romeinse Katakomben in Valkenburg van Paul Post. Het gaat over een leuk monument in Zuid-Limburg, waar de ondergrondse begraafplaatsen uit het antieke Rome aan het begin van de vorige eeuw in mergel zijn nagebouwd. Je zou de Romeinse Katakomben, zoals Post aangeeft, zowel kunnen beschouwen “als een uit de hand gelopen hobby of misschien wel gril van een vrijgezel-gentleman”, namelijk Jan Diepen, maar ook als “een cultureel project”, niet onvergelijkbaar met de ongeveer even oude Heilig Land-Stichting. Beide dienden om het religieuze aspect van de oude wereld te tonen aan mensen die de reis naar het Middellandse Zee-gebied niet konden betalen.

Uiteraard bouwde Diepen, afkomstig uit een katholieke familie die rijk was geworden in de Tilburgse textielindustrie, de gekopieerde catacomben niet alleen. Hij liet zich bijstaan door een adviescommissie en bracht het project onder in een stichting met een gedegen bestuur. “Het katakombeninitiatief”, schrijft Post, “kan niet beschouwd worden als een naïef filantropisch project.” De stichting werkte bijvoorbeeld samen met de bekende bouwkundige Pierre Cuypers en met generaal Frederic Hoefer, die het Arnhemse Openluchtmuseum heeft helpen oprichten.

Lees verder “Catacomben in Valkenburg”

Jurk

Ze had geld en hoefde niet te werken als ze het niet wilde, al deed ze het wel. En ze droeg de kleren die bij Frank Govers in de etalage hingen. Ze liep de winkel binnen, paste wat in de etalage hing en wanneer het paste, kocht ze het zonder alternatieven te bekijken. Het verbaasde me.

Aanvankelijk dacht ik dat het was omdat het haar eigenlijk niet interesseerde: ze kocht waarvan ze wist dat het goed was en wilde er verder geen tijd aan verspillen. Maar dan hoef je niet naar Frank Govers en hoef je ook niet te nemen wat in de etalage hangt. Toen ze ook nog eens van een mantelpak met een volgens mij best aardig blokpatroon zei dat het lelijk was, begreep ik het helemaal niet meer.

Lees verder “Jurk”

Interweekum

Een Grieks motief in een Romeinse context in een oosterse stad: Kleio, de beschermgodin van de historische wetenschappen, op een mooi mozaïek uit Jerash (Altes Museum, Berlijn).

Meneer Van Dale Wacht Op Antwoord. Ajax Voetbalt Goed. Herman Broods Fan Club Is Ondergang Nabij. Ons Buurmeisje Anne Frank Gaat Koekjes Maken. Hoe belachelijker een ezelsbruggetje klinkt, hoe beter mensen het onthouden. Als dit ook opgaat voor andere dingen dan ezelsbruggetjes, dan zal de belachelijkheid van “interweekum” ervoor zorgen dat dit ridicule woord – ik was erbij toen het op woensdag 17 mei werd verzonnen in de tuin van het Rijksmuseum van Oudheden – én lange tijd meegaat, én ingeburgerd raakt en én komt te staan voor het belangrijkste oudheidkundige evenement van het universum en wijde omtrek.

Het interweekum is de werktitel van enkele thema-avonden in opgemeld museum, maar als ik het u zo aankondig, haalt u uw schouders op. Het gaat om de achtergrond, namelijk dat we in Nederland en Vlaanderen ieder jaar de oude wereld in het zonnetje zetten met twee evenementen, beide in het voorjaar: de Week van de Klassieken en de Romeinenweek. Het is de organisatie van het laatste evenement, RomeinenNU (waar ik bestuurslid ben), al tijden een doorn in het oog dat die twee zo weinig samenwerken. Met elkaar samen kunnen we immers een evenement maken dat er écht toe doet. Met elkaar samen kunnen we de klassieken laten terugkeren naar de plaats waar ze behoren: middenin de wereld, als onderdeel van het maatschappelijk debat.

Lees verder “Interweekum”

Bling!

Portret van een meisje met een sieraad in het haar (Archeologisch Museu, Thessaloniki)

Als ik u zeg dat het bovenstaande portret is te zien in het archeologisch museum van Thessaloniki, als ik toevoeg dat ik het “gewoon mooi” vind en als ik in de volgende alinea wat opmerkingen maak over een aspect van het antieke kunstvoorwerp, dan weet u dat u bent beland in weer een aflevering van de onregelmatig verschijnende rubriek museumstukken, waarvan u hier een overzicht vindt.

Om te beginnen vertelt het kapsel iets over de hoge kwaliteit van de oud-Romeinse scharen. Dit is namelijke haute coiffure: het haar is geknipt in laagjes die aflopen vanaf een middenscheiding, terwijl deze jonge vrouw op haar achterhoofd lange vlechten draagt die ze heeft opgebonden op haar kruin. Over haar scheiding ligt een metalen sieraad, dat bovenaan begint met een bloem, lijkt te zijn ingelegd met edelstenen (en daarom zelf wel van goud of zilver zal zijn gemaakt) en uitloopt op twee gewichtjes op haar voorhoofd. We weten niet waar deze jonge vrouw vandaan kwam, maar op mij komen haar kapsel en sieraad uitgesproken oosters over, al zeg ik erbij dat ik zoiets nog nooit ergens heb gezien. Het grappige is dat de indruk dat deze vrouw van oosterse afkomst is, sterker wordt als je de bovenste of de onderste helft apart bekijkt. Althans, zo vergaat het mij.

Lees verder “Bling!”

Interessant en enthousiasmerend

Ik had het gisteren over de teloorgang van het Groot Dictee, een TV-programma waar ik nooit blij mee ben geweest. De makers maakten de fout die ook de directie van het Valkhofmuseum maakte: op zoek naar aandacht kozen ze ervoor vooroordelen te bevestigen. De een deed het door taal te reduceren tot spelling, de ander door het herhalen van een expositie over gladiatoren. Het rariteitenkabinet is altijd handig om op de korte termijn exposure te krijgen maar het roept tegelijk twijfel op over het belang van je onderwerp. Taal is meer dan spelling en de Oudheid heeft belangrijker zaken te bieden dan wreed geweld.

Een goed programma stelt volgens mij twee andere dingen centraal. Eén daarvan is dat het toont dat iets interessant is. Als je het hebt over taal, kun je bijvoorbeeld een puzzel centraal stellen: waarom is bijvoorbeeld “was ik nog maar zeventien” een aparte taaluiting? Andere manier: gebruik de taalkunde om een politiek punt te maken en toon zo dat taal méér is dan spelling. Als het gaat om de oude wereld kun je denken aan de vertalingen van Gé de Vries, die zich er niet toe beperkt te tonen dat een oude tekst mooi is, maar allerlei dingen toevoegt om te illustreren dat het ook ergens over gáát. (TV-equivalenten van deze voorbeelden schieten mij niet te binnen.)

Lees verder “Interessant en enthousiasmerend”