Indiana Jones

Voor iedereen die zich bezighoudt met de Oudheid – en echt, ik moet de eerste uitzondering nog ontmoeten – is Indiana Jones een guilty pleasure. Hij is natuurlijk geen echte archeoloog maar wie er nooit van droomt te ontsnappen aan de sleur van alle dag, werpe de eerste steen. Minimaal dit kan bovendien vóór Indiana Jones worden gezegd: de films leveren een groot aantal toepasbare citaten op, zoals het goedgeluimde “You call this archaeology?” als je een collega wil behoeden voor een vergissing.

Los daarvan stelt dr Jones zich op het standpunt dat oude voorwerpen in een museum behoren, controleerbaar voor de wetenschap en ontsloten voor iedereen, en dat ze niet behoren te worden verkocht aan privécollecties. Dat lijkt vanzelfsprekend maar wie kijkt naar de papyrologische schandalen van de laatste jaren – het valse Evangelie van de Vrouw van Jezus, de leugens over de Sapfo-fragmenten, het eerste-eeuwse Marcusfragment waar we nooit meer van vernamen, de vijf valse Dode Zee-rol-fragmenten, de valse Artemidorospapyrus – kan alleen constateren dat de problemen steeds opnieuw worden veroorzaakt doordat onderzoekers de wetenschappelijke gedragscodes negeren. Nu wil ik niet beweren dat Jones die gedragscodes tot in de puntjes naleeft, maar het punt dat je zonder volledige transparantie geen begin van wetenschap hebt, is tot hem doorgedrongen.

Lees verder “Indiana Jones”

Nominatie

Homeros (Glyptothek, München)

Ik heb vorige week het manuscript ingeleverd van Wahibre-em-achet en andere Grieken, het themaboekje van de Week van de Klassieken. Aan de hand van het voorbeeld “migratie” kon ik tonen wat oudheidkunde is. Eerst behandel ik dus de informatie waarover we beschikken – geschreven bronnen, vondsten, isotopen, DNA, inscripties – en vervolgens kom ik tot een conclusie, die ik dan contrasteer met gangbare westerse ideeën.

Van dat contrast kun je denken wat je wil – het is niet de taak van de oudheidkundige stemadviezen te geven – maar de vergelijking is wel zinvol. Je herkent dat jouw visie niet de enig denkbare is en gaat bedenken waarom je denkt zoals je denkt. Dat is immers het doel van de humaniora en ik ben blij nu eens het gehele programma te hebben kunnen tonen.

Lees verder “Nominatie”

De koekoeksklok

Ik had gisteren om negen uur een afspraak in Utrecht en had de rest van de dag een fiets nodig voor afspraken in Leiden, Den Haag, Rotterdam en Breda. Normaal gesproken zou je dan om rond half negen met je karretje in Amsterdam in de trein stappen, maar je mag geen fiets meenemen in de spits. Wat ook wel een beetje logisch is. De enige manier om met fiets en al om negen uur in Utrecht te zijn, was dus om om half zeven weg te rijden en langs Amstel, Angstel en Vecht naar Utrecht te gaan. Bepaald geen straf met windkracht vier in de rug.

Je bent niet helemaal wakker en je gedachtestroom is prettig naïef. En zo schoot me ineens te binnen hoe totaal absurd de beroemde woorden zijn van Harry Lime in The Third Man (een film die overigens op mijn lijstje geweldige films had gemoeten). U kent de scène – en anders ziet u hem hieronder – en herinnert zich hoe Lime, gespeeld door Orson Welles, in het reuzenrad in de Prater in Wenen een gesprek heeft met een oude vriend. Lime blijkt cynisch te zijn geworden en rondt bij het afscheid af:

You know what the fellow said. In Italy, for thirty years under the Borgias, they had warfare, terror, murder, and bloodshed, but they produced Michelangelo, Leonardo da Vinci, and the Renaissance. In Switzerland, they had brotherly love, they had five hundred years of democracy and peace – and what did that produce? The cuckoo clock.

Lees verder “De koekoeksklok”

Ergerlijke goedheid

1.

Hij dook afgelopen zaterdag weer op in De Multatulileescursus, het wekelijkse stukje dat Marc van Oostendorp wijdt aan het oeuvre van de grootste Nederlandstalige auteur: de wrevel die Multatuli oproept met zijn demonstratieve goedheid. Eduard Douwes Dekker, zoals Multatuli eigenlijk heette, is niet alleen de man die met de koloniale autoriteiten in Batavia op ramkoers ging omdat ze de Javaan uitbuitten en die daar zijn leven lang over is blijven roeptoeteren, maar is ook degene die de betrekkelijke kleinigheid rondbazuinde dat hij een keer alle kinderen op een speelplaats had getrakteerd op een ijsje.

De wrevel die althans ik hierbij voel, werd ook in de negentiende eeuw ervaren maar Multatuli had daar een antwoord op. In de woorden van Van Oostendorp:

Zichzelf zo hoog mogelijke eisen stellen en die hoge eisen dan alvast aan iedereen vertellen alsof ze al werkelijkheid waren, zodat hij niet meer terug kon.

Lees verder “Ergerlijke goedheid”

Literaire quiz (5)

Antwerpen, Kloosterstraat

Een nieuw jaar, een nieuwe literaire quiz. Meestal plaats ik een foto en mag u raden waar het is en welk boek en auteur erbij horen. De prijs is de onsterfelijke roem dat u het goede antwoord weet, een roem die waarlijk onsterfelijk zal zijn omdat het Nationaal Archief van deze website een backup bijhoudt. En anders is er de backup in Archive.org waar uw goede antwoord bewaard zal blijven.

Vandaag doe ik het iets anders: de plaats verraadt ik alvast en dat is ook logisch want u kunt rechts op de foto het straatnaambordje lezen. Dit is de Kloosterstraat in Antwerpen. De vraag is wat deze straat heeft te maken met deze regel uit de Bijbel:

Lees verder “Literaire quiz (5)”

De beste lijsten van 2018

Groeten uit Mainz

Zoals ik wel vaker heb aangegeven, vind ik het vervelend dat je aan het einde van het jaar in de media die stomme lijstjes krijgt. De “beste boeken” betekent doorgaans vooral nóg meer aandacht voor boeken die al redelijk wat aandacht hebben gehad en dus minder aandacht voor boeken die ook nuttige inzichten zouden bevatten.

Andere lijstjes? De Top-2000 is elk jaar een wonder van stompzinnigheid. Een jaaroverzicht van het nieuws dan? Ik heb 2018 al meegemaakt en als ik een overzicht zoek, kan ik het online wel vinden. Van een serieus journalistiek medium verwacht ik dat het verslag doet van het nieuws, dat er in december evengoed is als in maart of september.

Nu wil ik ook geen zuurpruim zijn, dus dit jaar heb ik eens onderzocht of er niet toch iets tussen zat dat de moeite waard zou kunnen zijn. Ook om mijn aardige boekhandelaar een plezier te doen, die zich dit najaar uitslooft om te tonen dat de lijstjes zelden doubleren, zodat de door mij gevreesde versmalling van het culturele aanbod niet gaat tot het allersmalst. Ik heb dus alle lijstjes die ik in de kranten, in tijdschriften en online kon vinden bekeken om daarmee een nieuw lijstje te maken van wat ik mijns ondanks interessante lijstjes vond. U vindt het “metalijstje” na de break, al vermoed ik dat het de vaste lezers van deze blog, die mijn belangstelling inmiddels wel kennen, niet heel erg zal verbazen. Ik wens u verder een prachtige jaarwisseling en hoop dat u een even prachtig 2019 zult hebben.

Lees verder “De beste lijsten van 2018”

Hole

Kurt Cobain was nog niet zo heel lang dood toen Hole, de band van zijn echtgenote Courtney Love, optrad in Paradiso. Of beter: de band had daar een optreden zullen verzorgen maar liet op zich wachten. Het voorprogramma was allang klaar, er gebeurde weinig op het podium. Het viel me op hoe jong het publiek was en hoeveel jongens een vlasbaardje droegen. Net zoals hun overleden idool.

Uiteindelijk behaagde het de dames en heer van Hole om hun optreden te beginnen. Het eerste nummer was Plump. Daarna speelden ze nog drie nummers en toen was het optreden alweer voorbij: iemand had vanaf het balkon iets naar het podium gegooid en dat was mevrouw Love allerminst bevallen, dus ze was over een versterker naar boven geklommen en stond daar op iemand in te meppen. Het gebeurde ongeveer vijf meter van me vandaan.

Lees verder “Hole”