Poëzie: Isis

Een beeld van Isis in Rome 

Isis

Op de vijfde dag van mei in de druilende regen

Zoals zoveel doodzieke vrouwen
Word ik voortdurend bezongen
Moeder en meesteres
Licht in de lucht

Eerstgeborene van de tijd
Genezende zeebries
Tranende stilte
Ik ben met velen

Alleen waar de ochtendzon
De avondzon kust
Noemt hij mij
Bij mijn enige naam

Ik herinner me niets
Van de blinde slaap
In het wilde onbekende land
Waar het niet fout kon gaan

[Een korte gastbijdrage van de huisdichter van deze blog, Hans Koonings. Dank je wel Hans!]

Poëzie: Beerput III

Archeologisch profiel (Archeologisch museum, Almería)

Beerput III

De tussenlaag verwaardigt zich
niet te ruiken navigeert tussen
troon en rest want van eenzame hoogte
wuift een opperwezen je weg

Al gehoord al gevraagd
het steentje de klont je potje
de kantjes een nietsontziende zucht
niet komen vragen of iets iets is

Slechts weinig belijnde dagen
van de priemende meester
krijgen een eer van afdaling in stof

laat staan het stipje worden in zijn schoot

Slaaf en gladiator gelijk
wanneer hij opduikt onze vierde hegge-passant
op weg naar vissen thuis

gestopt bij halte arena
grijnzende marmerpet
leunend op zijn fiets tegen ons hek

En is er hier al goud gevonden?

Lees verder “Poëzie: Beerput III”

Poëzie: Beerput II

De strata van een opgraving (Hazor)

Beerput II

Job schuurt de dag met zijn rug
naar de put in legergroene
bodybag met pioniersvakken
voor gereedschap en geloof

Nu zeeft hij de kluitenberg
tussen land en hoop
een vierde macht gelaten
achter regels van zijn weekend

in het laatje op kantoor
zijn doosje in een schuur
aan de einder van zijn onmetelijke tuin met fontein

vruchten zoekend van het gegraven gat

hij had er meer van verwacht
binnen zijn ritsen om tien uur ’s ochtends
zijn eerste dag als avonturier

Oppergod drijft mokkenden op
nooit genoeg eendagskaken op zaterdag
kom laat ze stromen door je bureauvingers

laat de aarde zweten

Lees verder “Poëzie: Beerput II”

Poëzie: Beerput I

Archeologisch profiel (Landesmuseum, Hannover)

Beerput I

Hij regisseert met Romeinse wuft
geeft licht vandaag onze beroeps
in het zomerkamp voor beginnende
en eindigende levens

De archeoparasol voert vanaf tennistroon
kruipende hulptroepen aan
troffelen hopen terra sigillata
binnen strakke ingemeten lijnen

Voor twee slakken is geen vlak vrij
student en ambtenaar krijgen pollenheuvel
waarachter te sorteren beer in een zon

zeventiende-eeuwse weesheid verplaatst naar hier

Zwarte molm is geen kinderpoep
klerk springt dapper diep klauwt wilde kluiten
klimt snel kokhalzend terug op het vrijwillige droge

Studente graaft hongerig uit nee maar
een vlecht brilletje kinderschoen
Apollo schommelt boven tevreden

wat de mens toch al verliest op een wc

Lees verder “Poëzie: Beerput I”

Frankenstein in Bagdad

Ik hoorde vertellen – en ik denk dat het waar is – dat een jaar of twintig geleden bij een dorp in het noorden van Irak een massagraf werd gevonden waarin allerlei losse lichaamsdelen lagen. De slachtoffers waren onherkenbaar, maar met enige moeite vielen ze te herleiden tot acht mensen. In dat dorp waren echter tien mensen vermist. Van twee doden ontbrak alles wat identificeerbaar had kunnen zijn. De dorpelingen besloten daarop de ledematen te verdelen over tien kisten, zodat er tenminste tien begrafenissen konden zijn.

Frankenstein

Iets soortgelijks is de premisse van Frankenstein in Baghdad van de Iraakse auteur Ahmed Saadawi. Een man neemt na een bomaanslag waarbij een vriend om het leven komt, allerlei lichaamsdelen van gewelddadig gestorven mensen, naait ze aan elkaar om er één lichaam van te maken om de autoriteiten te dwingen te erkennen dat een volledig mensenleven kapot is gemaakt. Het schepsel komt echter tot leven en begint aan een wraakcampagne: hij doodt degenen die verantwoordelijk zijn voor de dood van degenen uit wier lichaamsdelen hij is samengesteld.

Lees verder “Frankenstein in Bagdad”

Poëzie: De Wetgever

Hammurabi groet de zonnegod Šamaš

De Wetgever

In het begin was er de wetgever
In Sumerië en Babylon
Israël, Griekenland en Rome
Hij stelde de regels op schrift

Al zijn tafelen
Eerbiedwaardig en oud
Het prille begin
Van een menselijke fout

Hij vertelde ons niet
Hoe te leven in een wereld
Waarin het recht
Niet langer van ons is

[Een korte gastbijdrage van de huisdichter van deze blog, Hans Koonings. Dank je wel Hans!]

Hans en Grietje

Banketbakkerij Hans en Grietje, Plovdiv

De wetenschap kent verscheidene hoaxes, mystificaties, falsificaties of hoe je ze ook maar wilt noemen. Ze worden om allerlei redenen in elkaar gezet: als academische grap, om iets aan te tonen, om verwarring te stichten of om geld te verdienen. Niet zelden is serieus onderzoek nodig om zo’n falsificatie te ontmaskeren. Gaat het dan om een inmiddels beroemd geworden mystificatie, dan krijgt zo’n werk een eigen intrinsieke waarde. Wie zou niet een “echte Van Megeren” willen hebben?

Op deze blog zijn ons eigen Nederlandse Oera Linda Boek, de Moabitische beeldjes en de Vrouw van Jezus al eens behandeld, en omdat het 1 april is, kan er nog wel wat bij: de “historische” Hans en Grietje.

Lees verder “Hans en Grietje”

Poëzie: Sappho

Sapfo, door de Brygos-schilder (Antikensammlung, Munchen)

Sappho

Zij was al kruik voor ik haar kende fameus
van Dionysische toetjes oermoeder
om wie gelachen werd in Zeeuws klaslokaal
tussen worteltrekken en windrichtingen

gehoond om gekuiste scherven
Sommigen noemen een stoet van ruiters voetvolk of schepen
het mooiste wat bestaat op de donkere aarde

bleef zitten maar bestelde zinnen
die smaakten naar diepte
met slotgracht waar uilen voorleefden
hoe je uit schatlijsten nabij kon komen

ellebogen vouwden uit schachten
floten vertaalde zuchten

flarden van huid die ik herkende
toen zij al boven mijn bed logeerde
in haar klapperende zwart wit-tuniek

tokkelde op een wijnvat in München
dertig jaar tot ik haar opzocht
eveneens moedertaal had gevonden
und noch so einiges mehr

Lees verder “Poëzie: Sappho”

Geesteswetenschappen in oorlogstijd

Waarom hebben we geesteswetenschappen? Op die vraag bestaan evenveel antwoorden als geesteswetenschappen. Het vak waarover ik zelf het meest schrijf, de oudheidkunde, probeert de wereld van de Romeinen, Grieken, Joden en Babyloniërs te doorgronden om de verschillen tussen toen en nu te duiden en zo onze eigen ideeën beter te begrijpen. Wie literatuur bestudeert, doet dat om perspectieven en situaties te begrijpen waar wij minder vertrouwd mee zijn. Een volgende onderzoeker bestudeert de mythen waarmee de leden van een gemeenschap zich onderling verbinden. Andere onderzoekers hebben weer andere doelen, maar samengevat gaat het doorgaans minder om het verklaren dan om het begrijpen, of, radicaal geformuleerd: het gaat niet om het object maar om het subject.

Bedreigde geesteswetenschappen

Zelfkennis is belangrijk, maar desondanks liggen de geesteswetenschappen onder vuur. Overwegend (maar niet uitsluitend) rechtse politici hebben al lang geleden ontdekt dat er publicitaire en electorale winst valt te behalen met schoppen tegen de humaniora. Een deel van de verklaring zal zijn dat sommige uitkomsten ongewenst zijn. Als geesteswetenschappers tonen dat zaken als nationalisme en het prijsmechanisme sociale constructen zijn, ontstaat zicht op alternatieven voor als vanzelfsprekend gepresenteerde nationale of economische noodzakelijkheden, en kunnen politici zulke noties niet langer gebruiken om het electoraat te mobiliseren. Het helpt bovendien niet dat geesteswetenschappers – websites als Neerlandistiek niet te na gesproken – zich zo onthutsend slecht uitleggen. En onbekend maakt onbemind maakt kwetsbaar.

Lees verder “Geesteswetenschappen in oorlogstijd”

Poëzie: Het eerste woord

Het eerste woord

Ik heb ooit jarenlang gezocht
Op een tevergeefse tocht
Naar het allereerste woord

Het woord dat Adam heeft gehoord
Ik weet dat ik het vond
Maar ben vergeten wat er stond

Wees tevreden met het heden
Graaf niet te diep in het verleden
Het is geen ramp om te vergeten

Je moet niet altijd alles willen weten
Eenmaal aan de laatste poort
Stamel je vanzelf het eerste woord

[Een korte gastbijdrage van de huisdichter van deze blog, Hans Koonings. Dank je wel Hans!]