Hans en Grietje

Banketbakkerij Hans en Grietje, Plovdiv

De wetenschap kent verscheidene hoaxes, mystificaties, falsificaties of hoe je ze ook maar wilt noemen. Ze worden om allerlei redenen in elkaar gezet: als academische grap, om iets aan te tonen, om verwarring te stichten of om geld te verdienen. Niet zelden is serieus onderzoek nodig om zo’n falsificatie te ontmaskeren. Gaat het dan om een inmiddels beroemd geworden mystificatie, dan krijgt zo’n werk een eigen intrinsieke waarde. Wie zou niet een “echte Van Megeren” willen hebben?

Op deze blog zijn ons eigen Nederlandse Oera Linda Boek, de Moabitische beeldjes en de Vrouw van Jezus al eens behandeld, en omdat het 1 april is, kan er nog wel wat bij: de “historische” Hans en Grietje.

Lees verder “Hans en Grietje”

Middeleeuwse monsters

Een eend op een draak (Qasr Libya)

Het dierenrijk valt te verdelen in drie categorieën: (1) levende dieren, (2) uitgestorven dieren en (3) fabeldieren. Dat lijkt simpel, maar de grenzen zijn niet helemaal scherp. De coelacant promoveerde bijvoorbeeld in 1938 van de tweede naar de eerste divisie. En van diverse fabeldieren is aannemelijk gemaakt dat degenen die ze hebben verzonnen, waren geïnspireerd door dinosaurusbotten. Zulke dieren promoveerden van de derde naar de tweede divisie.

Cryptozoölogie

Fabeldieren mogen dan niet bestaan, ze zijn het voorwerp van serieus antropologisch, biologisch en historisch onderzoek. Lezenswaardig boek is het in 2008 verschenen boek Yeti-jagers (2008) van antropoloog en jurist Tjalling Halbertsma, die in Mongolië de Verschrikkelijke Sneeuwman achterna ging en terechtkwam bij zowel wetenschappelijke als pseudowetenschappelijke onderzoekers.

Lees verder “Middeleeuwse monsters”

Wie was Mozes? (2)

“De woestijn waar de kinderen van Abraham veertig jaar zwierven onder leiding van Mozes” (Peutinger-kaart)

Wat bij de totstandkoming van de traditie over Mozes lijkt te zijn gebeurd, is dat mondeling doorvertelde verhalen ergens in de Late IJzertijd zijn opgeschreven door iemand die er een datering 480 jaar voor koning Salomo aan toevoegde. Het lijkt mij op dit punt valide om te zeggen: we laten die chronologie wat ze is, want daarmee heeft een auteur ooit een voor hem belangrijk punt willen toevoegen dat losstaat van de voor hem liggende, oudere tradities. En die waren dus mondeling.

Nu is die mondelinge traditie, om eerlijk te zijn, eigenlijk de oudheidkundige jokerkaart. We schuiven er Mozes mee naar de verhalenvertellers, wier vertellingen niet langer reconstrueerbaar en controleerbaar zijn. Je zegt feitelijk iets als “ja, Mozes heeft vermoedelijk bestaan, maar nee, we kunnen er niet dichterbij komen”. Zo kun je ook het bestaan beredeneren van koning Arthur en Siegfried, die vermoedelijk wel hebben bestaan, of van Herakles en Berend Botje, waarvan het bestaan veel dubieuzer is. Eigenlijk is de constatering, hoe waar ook, dat Mozes aan de samenstellers van de Bijbel bekend was uit de mondelinge traditie, een verlegenheidsoplossing.

Lees verder “Wie was Mozes? (2)”

De vloek van het Engels

De Selle

De laatste keer dat er een fatsoenlijk Nederlandstalig overzichtswerk verscheen over de Lage Landen in de Romeinse tijd was in 1981: De Romeinen in Nederland van Wim van Es. En dat was een herdruk. Er zijn sindsdien boeken verschenen over deelaspecten; feitelijk is het boek van Van Es eveneens een boek over een deelaspect. Zelf heb ik ook eens iets geschreven, maar het is niet moeilijk te erkennen dat De randen van de aarde en De rand van het Rijk niet de volwaardige syntheses zijn die we nodig hebben. Des te blijer ben ik dat me onlangs een lijvig manuscript werd toegestuurd van iemand die de Belgische en Nederlandse archeologie overziet én weet hoe een bron te lezen. Ik kreeg het verzoek te zien of er zaken ontbraken, en voor zover ik momenteel overzie, is dat niet het geval. Er is iets moois op komst.

Toch stuitte ik op iets wonderlijks: de rivier de Sabis, waar Julius Caesar in 57 v.Chr. de Nerviërs versloeg, zou “wellicht” de Selle zijn. Akkoord, alle kennis is  voorlopig en je kunt iedere bewering daarom clausuleren met “wellicht”. En ja, topografische identificaties zijn lastig. Ik blogde al eens over de simplistische aanname dat de Drususgracht lag in Nederland en ik schreef een boek over de onmogelijkheid te bepalen waar Hannibal over de Alpen trok. Maar in het geval van de Sabis is er redelijke zekerheid.

Lees verder “De vloek van het Engels”

VII. J.C. in Nijmegen

Museumpark Orientalis, Berg en Dal

Als ik schrijf dat het de Idus van maart was (de dag die nooit voorbijgaat), als ik toevoeg dat het was in het jaar waarin onze held op de Zeven Heuvelen (op het Westerveld boven het Heilig Land in het rijk van Nijmegen) aan het kruis hing, met een steekwond toegebracht door Longinus in zijn zijde, en als ik dat voor u omreken naar “onze” Goede Vrijdag, dan weet u dat dit een gedichtje is in de reeks “Wat deed J.C. vandaag precies 1991 jaar geleden?”.

Lees verder “VII. J.C. in Nijmegen”

VI. J.C. in Katwijk

De Rijn bij Katwijk

Als ik schrijf dat het 15 maart was, als ik toevoeg dat het was in het jaar waarin onze held genoot van een late avondmaaltijd in het onlangs opgegraven Romeinse legerkamp pal aan de oever van de Rijn in Katwijk, en als ik dat voor u omreken naar “onze” Witte Donderdag, dan weet u dat dit een gedichtje is in de reeks “Wat deed J.C. vandaag precies 1985 jaar geleden?”.

Lees verder “VI. J.C. in Katwijk”

IV. J.C. in Amsterdam

J.C. in het Amsterdamse Begijnhof

Als ik schrijf dat het rond het midden van de maand mesore was, als ik toevoeg dat het was in het jaar waarin onze held domweg gelukkig was met zijn favoriete leerlinge in een bloemrijke Amsterdamse achterafstraat (hij wiens moeder haar moeder was), en als ik dat voor u omreken naar “onze” 22 juli, dan weet u dat dit een gedichtje is in de reeks “Wat deed J.C. vandaag precies 2002 jaar geleden?”.

Lees verder “IV. J.C. in Amsterdam”

III. J.C. in Blaricum

Justinianus kondigt de codificatie van het Romeins Recht aan (Librije, Zutphen)

Als ik schrijf dat het de derde maand was na de terugkeer van de Romeinen uit Egypte, als ik toevoeg dat het was in het jaar waarin onze held bij de aanvang van zijn openbare leven op de 156 meter hoge Tafelberg bij Blaricum onder de zuiderhemel het Romeins Recht uitlegde aan de ongelovige vissers van Huizen en Spakenburg, en als ik dat voor u omreken naar “ons” hoogfeest van de H.H. Petrus en Paulus, dan weet u dat dit een gedichtje is in de reeks “Wat deed J.C. vandaag precies 2000 jaar geleden?”.

Lees verder “III. J.C. in Blaricum”

II. J.C. in Domburg

Een Nehalennia uit Domburg (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)

Als ik schrijf dat het 14 november was, als ik toevoeg dat het was in het jaar waarin de priesteressen van Rome door de Galileeërs werden vereerd in de tempel van Nehalennia in Domburg, en als ik dat voor u omreken naar “onze” zondag na Driekoningen, dan weet u dat dit een gedichtje is in de reeks “Wat deed J.C. vandaag precies 2006 jaar geleden?”

Lees verder “II. J.C. in Domburg”