Haus der Geschichte, Bonn

Hitler (let op het armpje; Haus der Geschichte, Bonn)

Duitsland heeft nogal wat geschiedenis en daarom is het Haus der Geschichte der Bundesrepublik Deutschland in Bonn nogal groot. Sinds een half jaar heeft het een nieuwe vaste opstelling. Die vernieuwing is ook voor een Nederlander of Vlaming interessant, want een fors deel van de Duitse geschiedenis is wereldgeschiedenis. Los daarvan: in Nederland is de oprichting van het Nationaal Historisch Museum uitgelopen op een farce en in Brussel bestaat al een interessant Huis van de Europese Geschiedenis. Ik wilde eens weten hoe de Duitsers het geblunder uit Nederland hadden vermeden en hoe hun aanbod zich verhield tot dat in Brussel, dus ik ben er in Bonn vorige week eens langs gegaan.

Eerst maar even een vergelijking met de mislukking in Nederland. Die had natuurlijk alles te maken met de directie: kunsthistorici in plaats van historici. De minachting voor de geschiedwetenschap was er echter al eerder. Het doel van het Nationaal Historisch Museum was immers expliciet politiek: het versterken van de nationale identiteit. Wetenschappers – en dus ook geschiedwetenschappers – zijn er echter niet om de politiek te dienen. Het project had dus zelfs niet mogen beginnen, maar er waren genoeg Nederlandse historici die voor 200 miljoen hun wetenschappelijke autonomie wel wilden opgeven, en dus heeft de klucht bizar lang geduurd. Wat je verder ook mag denken van de in Bonn gemaakte keuzes: men heeft in elk geval niet de Duitse nationale identiteit willen versterken, en dat is alvast een geruststelling.

Lees verder “Haus der Geschichte, Bonn”

Het model van David Clarke

Het model van David Clarke (klik=groot)

Vorige week blogde ik over de Ladder van Hawkes: een manier om de relatie tussen de diverse oudheidkundige deelgebieden te conceptualiseren. Een archeoloog kan aan de hand van zijn vondsten vrij robuuste uitspraken doen over het technologisch peil van een samenleving, en als dat eenmaal is vastgesteld, blijft er maar een beperkt aantal configuraties over waarmee, op een hogere tree van deze “ladder”, de economie valt te organiseren. De economie stelt weer beperkingen aan de sociale verhoudingen, weer een tree hoger, en de sociale verhoudingen hebben weer enige invloed op de ideologie.

Er zit veel in dit concept dat de moeite van het overwegen waard is. Hoe hoger we komen op deze ladder, hoe minder robuust onze kennis is en hoe vaker archeologen een beroep moeten doen op andere vakgebieden. En er is een zwak punt: het is niet zo dat uitsluitend lagere treden beperkingen opleggen aan de hogere; het omgekeerde gebeurt ook. Het schema van de Britse archeoloog David Clarke, gepubliceerd in 1968, houdt daar rekening mee. Het is het plaatje hierboven. Het eerste wat opvalt is dat het enorm complex is, maar gelukkig heeft Kees Huijser, die dit plaatje voor u maakte, er kleur aan toegevoegd. Dat helpt.

Lees verder “Het model van David Clarke”

De ladder van Hawkes

Niet de ladder van Hawkes

De Britse archeoloog Christopher Hawkes (1905-1992) was een van de eersten die het belang van de Mildenhall Treasure begrepen, maar zal wel voor eeuwig – nou ja, voor de voorzienbare eeuwigheid – herinnerd worden om de naar hem vernoemde “ladder van Hawkes”. Hij benoemde het concept in 1954 en het gaat om een hiërarchie van onderzoeksgebieden, die zijn voor te stellen als de sporten van een ladder.

Hiërarchie van onderzoeksgebieden

Het is voor een archeoloog betrekkelijk eenvoudig om aan de hand van voorwerpen uitspraken te doen over de technologie in een bepaalde samenleving. Pas als je uitspraken daarover kunt doen, kun je klimmen naar de volgende sport en uitspraken gaan doen over de economie van die samenleving. Pas wie daarover iets zinvols weet te zeggen, redeneerde Hawkes, kan naar de volgende sport reiken en nadenken over de sociale verhoudingen en de politieke structuren die passen bij de gereconstrueerde economie. En pas als we iets weten over politiek en sociale verhoudingen, zouden we kunnen klimmen naar de hoogste sport: religie en ideologie, een terrein waartoe we ook kunst, literatuur, mythologie en wat dies meer mogen rekenen.

Lees verder “De ladder van Hawkes”

De Arabische wereld na 1970

Protesten in Algiers (2019)

[Dit is het tweede blogje n.a.v. Roel Meijers vorig jaar verschenen Een moderne geschiedenis van de Arabische wereld. Het eerste blogje was hier.]

Na de dictatuur

Niet alle Arabische landen zijn republieken: Marokko, Jordanië, Saoedi-Arabië en de Golfstaten zijn monarchieën. Het sociaal contract in deze landen is met één woord te typeren: paternalisme. Koningen kunnen flexibeler opereren en zeker in de rijke Golfstaten hebben de overheden de mogelijkheid het klassieke sociale contract in stand te houden. Toen de Arabische Lente in 2011 aanbrak, kon die worden geabsorbeerd.

Voor de republieken lag dat anders. Als reactie op het falen van de autoritaire stelsels ontstond hier een nieuw islamitisch sociaal contract. Dit islamisme was geen terugkeer naar het oude pact, maar was gericht op het overnemen van het in de twintigste eeuw gegroeide staatsapparaat. Daarbij onderscheidt Meijer een maximalistisch programma en een liberaler, minimalistisch programma. Intrigerend is zijn observatie dat islamistische bewegingen zich ervan bewust waren dat ze de façadedemocratieën alleen konden omzetten in een beter systeem met westerse hulp.

Lees verder “De Arabische wereld na 1970”

De Arabische wereld tot 1970

Cairo

Het is bijna 3000 kilometer van Aden naar Aleppo en ruim 5000 van Casablanca naar Kirkuk. Daar tussen liggen zeeën, steppen, bergen, woestijnen en rivieren. Er is rijk en arm, schatrijk en straatarm. Je hebt soennitische en sjiitische moslims, diverse soorten christenen, sefardische joden, druzen. De havensteden kijken naar de buitenwereld, andere mensen wonen op het platteland; op sommige plekken spreek je alleen gelijkgestemden, andere woonplaatsen zijn heterogeen. De Arabische wereld is heel gevarieerd.

En dat was de enige kanttekening die ik heb bij het mooie boek van historicus Roel Meijer, Een moderne geschiedenis van de Arabische wereld. Het is wat lastig te zien wat in een zó gevarieerd gebied het verbindende element is dat de gezamenlijke behandeling rechtvaardigt. Meijer erkent het probleem: hij begint zijn boek met het verdelen van de Arabische wereld in drie deelgebieden, namelijk de Maghreb, het Arabische Schiereiland en het Midden-Oosten. Maar wat er méér is dan de standaardtaal en een Ottomaans verleden dat deze gebieden verbindt, heb ik, om eerlijk te zijn, niet ontdekt.

Lees verder “De Arabische wereld tot 1970”

De principes van Hercule Poirot

Hallowe’en Party is niet het beste dat Agatha Christie heeft geschreven, maar ach, het leest vlot weg en de zijdelingse observaties zijn bij Christie altijd het amusantst. Ook dit keer. Het boek is geschreven in de late jaren zestig en hoewel het er allemaal niet met zoveel woorden staat, merk je dat Hercule Poirot en zijn tijdgenoten de nieuwe tijd maar niks vinden. De naoorlogse babyboom bereikte de volwassenheid, met rellen, drugsgebruik, langharig werkschuw tuig, de wrange nasleep van de Summer of Love. Christie benut haar personages om eens onderhoudend te mopperen.

Maar wat ik vooral leuk vind in haar boeken: de redenaties van de detective. Ik bedoel niet de ontknoping, die dit keer ronduit vergezocht is, maar de principes waarop de redenaties zijn gebaseerd. Zeg maar: de vuistregels van het gezonde verstand. Hier zijn er drie, waarvan u de eerste twee terugvindt in het achttiende hoofdstuk.

Lees verder “De principes van Hercule Poirot”

De Dobruja (2)

Een kwart eeuw vooruitgang in de Dobruja: Roemeense propaganda (Nationaal Museum voor de Geschiedenis van Roemenië, Boekarest)

[Tweede deel van een blogje over de Bulgaars-Roemeense grens. Het eerste was hier.]

De Balkanoorlogen

Dankzij de Russische invasie waren enkele prinsdommen aan de Beneden-Donau onafhankelijk geworden, die zich nu aaneensloten tot één koninkrijk: Roemenië. Daarbij hoorde ook het gebied dat bekendstaat als Besarabië, zeg maar het zuidoosten van het huidige Moldavië. De Russen vonden dat zij dat wel verdiend hadden als beloning voor hun krijgsinspanningen. De Roemenen stonden het af en werden gecompenseerd met het grootste deel van de tot dan toe Ottomaanse Dobruja. Hier lag onder meer de havenstad Constanța (het antieke Tomis). Alleen het allerzuidelijkste deel, met de havenstad Balchik, kwam in Bulgaarse handen.

Lees verder “De Dobruja (2)”

Kim Philby en Graham Greene

Het irritante van het werk van geheime diensten is dat het werk van geheime diensten geheim is. Historici weten er minder van dan ze zouden willen. Natuurlijk zijn er archieven, maar het kan heel lang duren voordat die worden vrijgegeven. Dat de Britten tijdens de Tweede Wereldoorlog alle Duitse codeberichten konden lezen, werd pas dertig jaar na dato erkend en voor zover ik weet duurde het nog eens veertig jaar tot alle stukken openbaar waren. Maar ook een onderzoeker die toegang heeft tot alle overgebleven stukken, zal regelmatig moeten raden wat bedoeld kan zijn geweest met codewoorden en toespelingen. Historici zijn natuurlijk vertrouwd met embargo’s en contextverlies, maar als het gaat om de geschiedenis van een geheime dienst, zijn de problemen groter.

Kim Philby

Je merkt dat op elke pagina van The Writer and the Traitor, het boek dat de Britse journalist Robert Verkaik wijdde aan de vriendschap tussen Graham Greene en Kim Philby. Tijdens de Tweede Wereldoorlog maakte de laatste een bliksemcarrière bij de Britse buitenlandse inlichtingendienst MI6. Op tweeëndertigjarige leeftijd stond hij aan het hoofd van alle Britse tegen de Sovjet-Unie gerichte contraspionage. Later was hij gestationeerd in Washington. En dat terwijl hij, zoals zou blijken, werkte voor Stalin. Als hoofd van de contraspionage kon hij alle aanwijzingen die tegen hem bestonden, laten verdwijnen; een overloper die hem kon ontmaskeren merkte te laat dat Philby Moskou had ingelicht. Niemand weet wat er van deze Konstantin Volkov is geworden.

Lees verder “Kim Philby en Graham Greene”

Hans en Grietje

Banketbakkerij Hans en Grietje, Plovdiv

De wetenschap kent verscheidene hoaxes, mystificaties, falsificaties of hoe je ze ook maar wilt noemen. Ze worden om allerlei redenen in elkaar gezet: als academische grap, om iets aan te tonen, om verwarring te stichten of om geld te verdienen. Niet zelden is serieus onderzoek nodig om zo’n falsificatie te ontmaskeren. Gaat het dan om een inmiddels beroemd geworden mystificatie, dan krijgt zo’n werk een eigen intrinsieke waarde. Wie zou niet een “echte Van Megeren” willen hebben?

Op deze blog zijn ons eigen Nederlandse Oera Linda Boek, de Moabitische beeldjes en de Vrouw van Jezus al eens behandeld, en omdat het 1 april is, kan er nog wel wat bij: de “historische” Hans en Grietje.

Lees verder “Hans en Grietje”

Licht

Vier is beter dan één (Wetenschapsmuseum, Valencia)

De bovenstaande foto doet u wellicht denken aan een van de beroemdste kunstwerken uit de afgelopen eeuw, maar dat is helaas in zwartwit, terwijl ik het vandaag wil hebben over kleur. Iets wat natuurlijk feitelijk niet bestaat: het is slechts de visualisering die onze hersenen geven aan de door de kegeltjes in onze ogen geregistreerde elektromagnetische straling. Anders gezegd, onze ogen kunnen straling met een golflengte tussen de 380 en 780 nanometer waarnemen en onze hersenen zetten die waarneming om in violet, blauw, groen, geel, oranje en rood. Kortere golflengtes, die we dus niet kunnen zien, noemen we ultraviolet. Ze zijn energierijker per deeltje (foton), met röntgenstraling als extreem voorbeeld. Golflengtes langer dan 780 nanometer heten infrarood en zijn minder energierijk.

Een kleur is dus niets anders dan onze mentale interpretatie van een golflengte. Een van de doorbraken van de twintigste-eeuwse wetenschap is nu dat we de golflengtes die onze ogen niet kunnen registreren, toch kunnen bestuderen. Dat is, althans in principe, heel simpel: je bouwt een apparaat dat voor het oog niet waarneembare golflengtes kan ontvangen (zoals een radio-ontvanger). Omdat je diverse golflengtes analyseert, heet zo’n apparaat een multispectrale camera.

Lees verder “Licht”