Kim Philby en Graham Greene

Het irritante van het werk van geheime diensten is dat het werk van geheime diensten geheim is. Historici weten er minder van dan ze zouden willen. Natuurlijk zijn er archieven, maar het kan heel lang duren voordat die worden vrijgegeven. Dat de Britten tijdens de Tweede Wereldoorlog alle Duitse codeberichten konden lezen, werd pas dertig jaar na dato erkend en voor zover ik weet duurde het nog eens veertig jaar tot alle stukken openbaar waren. Maar ook een onderzoeker die toegang heeft tot alle overgebleven stukken, zal regelmatig moeten raden wat bedoeld kan zijn geweest met codewoorden en toespelingen. Historici zijn natuurlijk vertrouwd met embargo’s en contextverlies, maar als het gaat om de geschiedenis van een geheime dienst, zijn de problemen groter.

Kim Philby

Je merkt dat op elke pagina van The Writer and the Traitor, het boek dat de Britse journalist Robert Verkaik wijdde aan de vriendschap tussen Graham Greene en Kim Philby. Tijdens de Tweede Wereldoorlog maakte de laatste een bliksemcarrière bij de Britse buitenlandse inlichtingendienst MI6. Op tweeëndertigjarige leeftijd stond hij aan het hoofd van alle Britse tegen de Sovjet-Unie gerichte contraspionage. Later was hij gestationeerd in Washington. En dat terwijl hij, zoals zou blijken, werkte voor Stalin. Als hoofd van de contraspionage kon hij alle aanwijzingen die tegen hem bestonden, laten verdwijnen; een overloper die hem kon ontmaskeren merkte te laat dat Philby Moskou had ingelicht. Niemand weet wat er van deze Konstantin Volkov is geworden.

Lees verder “Kim Philby en Graham Greene”

Hans en Grietje

Banketbakkerij Hans en Grietje, Plovdiv

De wetenschap kent verscheidene hoaxes, mystificaties, falsificaties of hoe je ze ook maar wilt noemen. Ze worden om allerlei redenen in elkaar gezet: als academische grap, om iets aan te tonen, om verwarring te stichten of om geld te verdienen. Niet zelden is serieus onderzoek nodig om zo’n falsificatie te ontmaskeren. Gaat het dan om een inmiddels beroemd geworden mystificatie, dan krijgt zo’n werk een eigen intrinsieke waarde. Wie zou niet een “echte Van Megeren” willen hebben?

Op deze blog zijn ons eigen Nederlandse Oera Linda Boek, de Moabitische beeldjes en de Vrouw van Jezus al eens behandeld, en omdat het 1 april is, kan er nog wel wat bij: de “historische” Hans en Grietje.

Lees verder “Hans en Grietje”

Licht

Vier is beter dan één (Wetenschapsmuseum, Valencia)

De bovenstaande foto doet u wellicht denken aan een van de beroemdste kunstwerken uit de afgelopen eeuw, maar dat is helaas in zwartwit, terwijl ik het vandaag wil hebben over kleur. Iets wat natuurlijk feitelijk niet bestaat: het is slechts de visualisering die onze hersenen geven aan de door de kegeltjes in onze ogen geregistreerde elektromagnetische straling. Anders gezegd, onze ogen kunnen straling met een golflengte tussen de 380 en 780 nanometer waarnemen en onze hersenen zetten die waarneming om in violet, blauw, groen, geel, oranje en rood. Kortere golflengtes, die we dus niet kunnen zien, noemen we ultraviolet. Ze zijn energierijker per deeltje (foton), met röntgenstraling als extreem voorbeeld. Golflengtes langer dan 780 nanometer heten infrarood en zijn minder energierijk.

Een kleur is dus niets anders dan onze mentale interpretatie van een golflengte. Een van de doorbraken van de twintigste-eeuwse wetenschap is nu dat we de golflengtes die onze ogen niet kunnen registreren, toch kunnen bestuderen. Dat is, althans in principe, heel simpel: je bouwt een apparaat dat voor het oog niet waarneembare golflengtes kan ontvangen (zoals een radio-ontvanger). Omdat je diverse golflengtes analyseert, heet zo’n apparaat een multispectrale camera.

Lees verder “Licht”

De verledens van Spanje (1)

Het beeld van Leovigild, vóór het koninklijk paleis in Madrid, claimt de laatantieke vorst als voorloper van de koningen van Spanje.

Archeologische vondsten zeggen eigenlijk maar weinig. Ze moeten worden geïnterpreteerd: die scherven vormden ooit een kruik, die kruik bevatte olijfolie, de klei van die kruik komt uit de vallei van de Guadalquivir, en omdat ze is opgegraven in Rome duidt die kruik op handel. Maar ook zo’n geïnterpreteerde vondst is niet waarom wij, als samenleving, de mogelijkheid garanderen dat wetenschappers hun intellect, tijd en energie besteden aan archeologie. Wat kan het ons immers schelen dat Rome negentien eeuwen geleden Spaanse olijfolie importeerde? Wat hebben wij, om met Halbe Zijlstra te spreken, aan opgegraven potten en pannen, geïnterpreteerd of niet?

Die vraag kunnen we ook stellen bij historische gebeurtenissen. U en ik worden niet gelukkiger of wijzer als we weten dat in de late eerste eeuw na Chr. de Romeinse gemeentewetten in Spanje volgens een standaardmodel zijn geharmoniseerd. Er is méér nodig om zulke gegevens betekenis te geven. De resultaten van archeologisch en historisch onderzoek, en ook dat van het onderzoek van classici, krijgen pas zin als ze in een groter kader zijn geplaatst.

Lees verder “De verledens van Spanje (1)”

Francisco Franco

Francisco Franco, dat was iemand uit mijn jeugd. In Apeldoorn, waar ik opgroeide, hingen posters met daarop een vrouw voor een garrote en het opschrift “Spanje. Adembenemend vakantieland”. Ik begreep niet goed waar dat op sloeg, maar mijn moeder legde uit dat in Spanje zwangere vrouwen ter dood waren veroordeeld. Uit het feit dat ik dit na een halve eeuw nog herinner, mag u afleiden dat ik er behoorlijk overstuur van was. Ik heb ter voorbereiding van dit blogje opgezocht wat er destijds speelde, en weet nu dat de internationale verontwaardiging waar ik in 1975 een glimp van heb opgevangen, ertoe leidde dat de doodstraf van de vrouwen niet is voltrokken en dat vijf anderen zijn doodgeschoten – meer details hier.

Franco, dat was verder de grap van Chevy Chase dat generalísimo Francisco Franco nog steeds dood was. Maar uiteraard viel er niets te lachen in een land waar het überhaupt overwogen worden kon zwangere vrouwen te binden aan de wurgpaal. Een land waar een dictator aan de macht was gekomen met een strategie die erop neerkwam dat hij zijn tegenstanders niet versloeg maar uitroeide. Een dictator die zich eerst aandiende als falangist en vervolgens, toen de As-mogendheden waren verslagen, als rooms-katholiek. Een rooms-katholicisme dat zó reactionair was dat zowel de falangisten als het Vaticaan zich ervan distantieerden.

Lees verder “Francisco Franco”

Nuttig en nutteloos: paradigma

Geocentrisme en heliocentrisme (Mathematisch-Physikalischer Salon, Dresden)

Een mens krijgt in de loop van de dag heel wat informatie over zich uitgestort. Je zou een criterium willen hebben om snel zin en onzin te scheiden, zodat je niet teveel tijd verspilt aan de onzin. Eén zo’n criterium is of een schrijver of spreker het woord “paradigma” gebruikt. Dat woord geeft feitelijk aan dat de informatie die zal volgen, niet de moeite van het luisteren of lezen waard is. Een nuttig woord dus, dat u eindeloos veel tijd bespaart.

Merton en Kuhn

Het had anders kunnen zijn. De term is ooit gemunt door de Amerikaanse socioloog Robert Merton (1910-2003), die ermee bedoelde dat groepen wetenschappers tal van onuitgesproken aannames delen, waarbij valt te denken aan concepten, zaken die als problematisch worden ervaren, de procedures om zulke problemen op te lossen, en onomstreden inzichten die kunnen dienen als basis voor verder onderzoek. De uitdrukking “paradigma” werd later door de wetenschapssocioloog Thomas Kuhn (1922-1996) gebruikt om uit te leggen wat een wetenschappelijke revolutie was. In zijn visie waren er periodes van normale wetenschap, waarin het paradigma à la Merton niet ter discussie stond, en plotselinge omslagen, “wetenschappelijke revoluties”, waarbij het paradigma veranderde.

Lees verder “Nuttig en nutteloos: paradigma”

Modern Spanje

Toen ik in september Segovia bezocht, ontmoette ik Giles Tremlett, de auteur van Ghosts of Spain, het boek dat ik had willen lezen vóór ik naar Spanje reisde. Het was er niet van gekomen en ik had het boek zelfs niet meegenomen als vliegtuiglectuur. Dat ik het niet bij me had nu ik aan tafel zat tegenover de auteur, was jammer, want het is fijn als je iemand kunt complimenteren, en het is ook leuk voor een schrijver als hij “in het wild” een lezer ontmoet. In dit geval was het zelfs dubbel jammer, want dit is een boek dat schreeuwt om aanvullend commentaar. Ik had het daar in Segovia aan de auteur kunnen vragen.

Geesten uit verleden

Ghosts of Spain verscheen voor het eerst in 2006. Tremlett, correspondent voor The Guardian, zette zijn persoonlijke indrukken over zijn tweede vaderland op papier, niet heel lang nadat een vastgoedschandaal in Marbella de banden tussen openbaar bestuur, bedrijfsleven en misdaad had blootgelegd, en ook niet heel lang na de reeks terroristische aanslagen op enkele treinen naar spoorwegstation Madrid Atocha. Tremlett herkende dat in de politiek oude tegenstellingen (de “geesten” uit de titel) terugkeerden, en schreef zijn boek tegen die achtergrond. Daarop volgden de bankencrisis van 2008 en de eurocrisis van 2011, zodat Tremlett in 2o12 Ghosts of Spain opnieuw uitgaf met een extra hoofdstuk. Inmiddels schreeuwt het boek om nog een extra hoofdstuk, want we zijn alweer dertien jaar, een nieuwe koning en vier kabinetten verder. Dáár had ik Tremlett dus wel wat over willen vragen.

Lees verder “Modern Spanje”

Is er leven na De Dood in Venetië?

Plotseling was hij er weer, voor heel even. Björn Andrésen, begin jaren zeventig door filmregisseur Luchino Visconti uitgeroepen tot “de mooiste jongen van de wereld”, overleed deze week op zeventigjarige leeftijd. Plotseling, heel even, waren tussen de dagelijkse berichten van bombardementen en verwoestingen in kranten, tv-journaals en op sociale media iconische beelden te zien uit Visconti’s Morte a Venezia (1971), waarin Andrésen de rol van Tadzio speelde. Een enkele krant plaatste een foto van het engelengezicht van meer dan een halve eeuw geleden naast een recente foto van de verbitterde oude man die Andrésen inmiddels geworden was: les outrages du temps, zoals de Fransen het zo raak uitdrukken, pijnlijk zichtbaar gemaakt.

Het zijn precies deze outrages du temps, waar schrijver Gustav von Aschenbach (de hoofdfiguur uit de novelle van Thomas Mann waarop Visconti’s film is gebaseerd) de jonge Tadzio zou willen behoeden. Op een reis naar Venetië waar hij nieuwe inspiratie hoopt op te doen, ontmoet Aschenbach de veertienjarige Tadzio, wiens gezicht hem treft als de bliksem. Het doet hem denken aan “Griekse beelden uit de edelste tijd”, “het hoofd van Eros. Met de gelige glans van Parisch marmer”. Aanvankelijk is Aschenbachs belangstelling voor de jongen puur esthetisch, althans dat houdt hij zichzelf voor, met afnemende geloofwaardigheid . Hij brengt uren door op het strand met het discreet observeren van de bewonderde gestalte. Hij volgt de jongen en zijn familie heimelijk op hun dagelijkse wandelingen door de stegen van Venetië.

Lees verder “Is er leven na De Dood in Venetië?”

Verdwenen Dresden

Dresden grüßt seine Gäste

Als u vroeger, vóór het neerkomen van de Muur, was aangekomen in Dresden, zou u zijn begroet door de bovenstaande wandschildering. Heel gepast heet het door Kurt Sillack en Rudolf Lipowski gemaakte kunstwerk “Dresden grüßt seine gäste”. Het stond en staat op de monumentenlijst, maar tegenwoordig zult u even moeten zoeken voor u zich kunt laten verwelkomen. Er staat namelijk een gebouw voor waarin onder meer een supermarkt is gevestigd. Nu heb ik niets tegen supermarkten, maar het is wel jammer als ze een erkend monument aan het zicht onttrekken.

Het viel me tijdens mijn bezoek aan Dresden, begin september, vaker op dat nogal wat moderne kunstwerken en hedendaagse architectuur waren weggewerkt. Na de Duitse eenwording zijn namelijk allerlei tijdens het bombardement van Dresden vernietigde barokgebouwen herbouwd, zoals de Frauenkirche. Die was na de Tweede Wereldoorlog als ruïne en gedenkteken blijven staan. De herbouw is echt heel netjes gedaan, en Dresden is zeker een prettige stad, maar het betekent dat nogal wat naoorlogse architectuur heeft moeten wijken.

Lees verder “Verdwenen Dresden”

Probleemwolf

Deze wolf heeft in elk geval de juiste dimensies (Institut archéologique du Luxembourg, Arlon)

Meer dan een halve eeuw geleden namen mijn ouders me mee naar de Burgers-dierentuin in Arnhem. Ook mijn peetoom, zijn echtgenote en hun kinderen waren mee. Ik zal een jaar of zes zijn geweest. En zoals mijn vriend S, destijds vier, in de Rotterdamse dierentuin vooral een tijger wilde zien, zo wilde ik op die dag in (vermoedelijk) 1971 per se wolven zien.

Hoewel ik ze nog steeds voor de geest kan halen, vielen de dieren me tegen. In het sprookje van Roodkapje pasten immers complete oma’s en kinderen in de buik van zo’n beest, en dat bleek dus evident onmogelijk. Dat zei ik tegen mijn ouders, en dat was het begin van een ongemakkelijke conversatie.

Lees verder “Probleemwolf”