Foto’s, foto’s, foto’s

Ik ben minder zwaarmoedig hoor

Zoals de trouwe lezers van deze blog weten, werk ik momenteel in Leeuwarden aan een project om de digitale foto’s online te krijgen die mijn zakenpartner en ik in de loop der jaren hebben genomen. Dat zijn er 85.000, waarvan een fors deel betrekking heeft op de Oudheid (duizenden ruïnes, museumstukken, landschappen…) en de rest op de Middeleeuwen in het Nabije Oosten (honderden Kruisvaarderskastelen, moskeeën…).

Mijn eigenlijke werk is het beste te omschrijven als het maken van een spreadsheet van duizenden regels diep en een stuk of wat kolommen breed. Het zijn overigens eigenlijk zestig spreadsheets. Daarin worden zaken vastgelegd als de naam van de foto, van de fotograaf (een deel van de foto’s is niet door mijn zakenpartner of mij gemaakt), uitleg van wat er op de foto is te zien, een datering van het voorwerp of de ruïne, eventueel de naam van een museum, een code die inscripties verbindt met een databank, een reeks trefwoorden, de moderne en de oude naam van de locatie, een aanduiding van de antieke cultuur en tot slot de lengte- en breedtegraad van de plek.

In feite wordt de locatie dus op drie manieren aangegeven maar gegeven de veelheid aan namen, historisch en modern, en de variatie waarmee die namen worden gespeld, is dat noodzakelijk. Denk aan de gerenommeerde Oxford-oudhistorica die het tijdens de Bataafse Opstand afgebrande fort bij Valkenburg (ZH) plaatste in het zuiden van Limburg. Er zijn tientallen Alexandriës en Noviomagi, en je moet maar net weten dat Bu Njem en Abu Naym dezelfde plek zijn als Gholaia of Golaea.

Vrijwel al die informatie zit opgesloten in de krankzinnige namen die ik aan de foto’s heb gegeven. Zo kan een foto “persepolis_pal_darius_515-485bce_s_stairs_relief_rgzm_cast_jl” heten en dan weet ik dat het gaat om een door Jona Lendering gemaakte foto van een afgietsel van een reliëf dat is te zien in het Römisch-Germanisches Zentralmuseum in Mainz, waarvan het origineel in Persepolis op de zuidelijke trap van het paleis van Darius is te zien en is vervaardigd tussen 515 en 485.

De truc is nu zoveel mogelijk van deze informatie met behulp van een macro uit die rare naam te halen en in de juiste vakjes van de spreadsheet te zetten. Je zoekt dus alle bestanden op die “515-485bce” bevatten en knalt het dan in één keer neer bij alle foto’s. Sinds maandag weet ik eindelijk hoe dat het beste kan doen en ik heb ineens goede hoop dat we nu eindelijk tempo kunnen gaan maken.

Dat was tot nu toe namelijk allerminst gelukt. We waren oorspronkelijk van plan om de spreadsheet alvast te vullen met de informatie van de ruim 9000 foto’s die op de Livius.org-site staan. Daarna zou het invullen van de rest van de spreadsheet nog steeds een flinke klus zijn, maar het zou in drie maanden zijn gelukt als ik mijn tijd optimaal kon besteden. Daarom ben ik naar Harlingen verhuisd, zodat ik in Leeuwarden lange dagen kan maken. De weekends zijn dan wel nodig om bij te komen, maar ik kan in Amsterdam, waar mijn boeken zijn, nog ontbrekende informatie invoeren.

Helaas bleek meteen in mijn eerste week dat de techniek het inlezen van de Livius-informatie niet aankon. Dat betekende dat iedere foto apart moest worden gedaan, met de hand. Regel voor regel, vakje voor vakje. Begin deze week leek het erop dat we deze zomer hooguit 20.000 foto’s zouden kunnen doen en dat wilde zeggen dat ik nog een jaar lang geconfronteerd zou blijven worden met het fotoproject – geen bijster aantrekkelijke gedachte omdat ik meer te doen heb.

Alternatieven zijn er echter niet, want het maken van die enorme spreadsheet is niet zo makkelijk aan anderen over te dragen. De informatie die in die namen ligt besloten, herken je alleen als je er vertrouwd mee bent. Het project is te kennisintensief om over te dragen, dus nu het niet af dreigde te komen, had ik een serieus probleem. Gelukkig heb ik nu eindelijk de manier gevonden om efficiënter te werken – ik heb die zestig bestanden gecombineerd tot de ene spreadsheet die het feitelijk is – en ik ben nu wat optimistischer.

***

Ik heb dus in Harlingen een huisje gehuurd. De geiser is voor de laatste keer nagekeken in 2008 en durf ik niet aan te steken, dus ik heb alleen koud water. Het comfort van een luchtbed-met-slaapzak is ook niet zo groot, maar ik red het ermee. Ik neem elke dag even voor acht uur de trein naar Leeuwarden, fiets dan naar mijn werk en heb me zo rond half negen ingericht, compleet met de eerste kop koffie van de dag. Drie beeldschermen tegelijk: een met de spreadsheet, een met de foto’s en een om de online informatie op te zoeken die al was opgeladen naar Livius.org.

Rond negen uur komt een vriendelijke vrijwilliger aan, die me vol enthousiasme helpt en met wie ik het opvallend goed kan vinden. Als we lunchen, wijst hij me allerlei leuke plekken aan in de stad en vertelt hij anekdotes over wat er hier of daar is gebeurd. Het is een fijne vent, die begrijpt dat ik soms mijn koptelefoon opzet om geconcentreerd te kunnen zijn – een noodzakelijk kwaad omdat er buiten bij de gracht weleens jonge mensen zitten met een gettoblaster.

Dat is overigens het enige minpuntje; verder ervaar ik in Leeuwarden de rust die ik hard nodig had na de catastrofale terugkeer uit Albanië waarover ik al eens schreef. In Amsterdam zou het onmogelijk zijn zo lang en zo geconcentreerd te werken. En als ik eerlijk ben: het is ook in Friesland niet werkelijk mogelijk. Roofbouw pleeg ik niet – daarvoor is dit werk te ontspannen – maar ik ga elke avond wel moe naar Harlingen terug. Meestal stap ik daar uit bij de haven, ook al is het eigenlijke station dichter bij mijn huisje, maar het avondwandelingetje rond een uur of elf bevalt me goed.

Kortom, ik ben eigenlijk wel gelukkig – al hoop ik wel dat ik nu vaart kan gaan maken. Ook ligt er nog altijd een dijk van een juridisch probleem dat almaar niet opgelost raakt en dat, zoals het lijkt, de voltooiing belemmert. Tot slot weet ik nog niet hoe het eindresultaat eruit komt te zien: het materiaal zal worden ontsloten, maar hoe precies, dat weet ik niet. Aan mij zal het echter niet liggen.

19 gedachtes over “Foto’s, foto’s, foto’s

  1. FrankB

    “onschrijven”
    Dat is een fraai neologisme. Nu moeten we er nog een betekenis bij zoeken. Suggestie: middels schrijven iets ongedaan maken.
    Bij deze veel doorzettingsvermogen toegewenst.

  2. GeB

    Jona, gun je zelf ook rust en ontspanning. Pak eens, door de week, de boot naar Terschelling of Vlieland.

  3. kneistonie

    Ik weet well een manier om alle onderdelen rondom “_” tot een trefwoord bij die foto’s te maken. Als je dan de afko’s mooi zoekvervangt, ben je er dan ook?

    Protipp na deze klus: JPhototagger

  4. pejoratief

    Een spreadsheet? Dat is nogal archaïsch en omslachtig.. Is het niet handiger om direct een relationele database op te zetten? Handiger voor invoer nu en zoeken straks. FileMaker Pro is zo’n database, waarin je ook het beeldmateriaal kunt opslaan (containerfields).
    Succes!! Groet Jan

    1. kneistonie

      Dit mag ik ontraden. Heb zelf een projekt weg van FMPro gedraaid dat voor foto’s werd gebruikt .

      1. pejoratief

        Ontraden vanwege FMPro als programma (slechte ervaringen mee?) en/of om foto’s daarin op te slaan?

  5. kneistonie

    + de zoekvervang moet eerst uit een lijstje bestaan. Daarna pas toepassen met een script, dat scheelt zoveel wachttijd….

  6. kees huyser

    Op Unix computers zijn de scripting talen (macro’s) tot kunst verheven en veel krachtiger dan onder bv. Windows. Op welk platform doe je het werk? Als het onder Windows is, is het misschien handiger en sneller een pc met een Unix (Linux) variant uit te rusten.

  7. Rob Duijf

    Welke methode je ook kiest, ik mag hopen dat je de procedure van informatieverwerking zodanig beschrijft, dat een ander jouw geweldige en indrukwekkend intensieve arbeid kan overnemen.
    Ook Jona Lendering heeft niet het eeuwige leven…

Reacties zijn gesloten.