Waren de Grieken en Romeinen kleurenblind?

Bontgeverfd standbeeld 

Iedereen die Homeros heeft gelezen, weet dat hij de zee ‘wijnkleurig’ noemt en zal zich afgevraagd hebben: hoe kan de zee de kleur van wijn hebben? Ook het andere kleurenspectrum kan op het eerste gezicht vreemd lijken. Er is geen duidelijk woord voor ‘blauw’, en dingen die voor ons verschillende kleuren hebben, worden met dezelfde kleur aangeduid. Hetzelfde geldt voor de Romeinen. Dit heeft geleid tot de wijdverbreide overtuiging in de negentiende eeuw dat de Grieken en Romeinen gedeeltelijk kleurenblind waren. Dat zegt bijvoorbeeld Friedrich Nietzsche:

Wie anders sahen die Griechen in ihre Natur, wenn ihnen, wie man sich eingestehen muß, das Auge für Blau und Grün blind war, und sie statt des ersteren ein tieferes Braun, statt des zweiten ein Gelb sahen (wenn sie also mit gleichem Worte zum Beispiel die Farbe des dunklen Haares, die der Kornblume und die des südländischen Meeres bezeichneten, und wiederum mit gleichem Worte die Farbe der grünsten Gewächse und der menschlichen Haut, des Honigs und der gelben Harze: so daß ihre größten Maler bezeugtermaßen ihre Welt nur mit Schwarz, Weiß, Rot und Gelb wiedergegeben haben). (Nietzsche, Morgenröte)

Lees verder “Waren de Grieken en Romeinen kleurenblind?”

Het Akropolismuseum

Eén van de wonderlijkste musea ter wereld is het Akropolismuseum in Athene. Het is voornamelijk gebouwd voor iets wat er (vrijwel) niet is, namelijk: de enorme collectie sculpturen van de Athena-tempel (het Parthenon), de op enkele honderden meters afstand van het museum gelegen locatie die al eeuwen tot de verbeelding spreekt.

Het verhaal is bekend: in de klassieke oudheid was de Akropolis het religieuze centrum van de stadstaat Athene, met de tempel van Athena (Parthenon) als religieus en architectonisch hoogtepunt.  Dat Parthenon heeft lang de eeuwen doorstaan, ook al werd er stevig aan en in verbouwd. Dit in tegensteling tot de kleinere tempel van Athena Nikè en de toegangspoort tot de Akropolis – de Propyleeën – die tijdens het Turkse bewind over Griekenland respectievelijk werden afgebroken en opgeblazen.

Lees verder “Het Akropolismuseum”

Illegale oudheden

Soms maakt een diepe verslagenheid zich van je meester

Een week of drie geleden publiceerden de Vlaamse televisieomroep VRT en de krant De Tijd drie artikelen over de illegale handel in oudheden in België. Eén daarvan ging over de Benin-bronzen, het interessantste ging over een Egyptisch beeldje en het derde ging over de vraag waarom nu net België een draaischijf is geworden in de internationale zwarte handel. Het antwoord laat zich raden. De handel in illegale oudheden “heeft kunnen profiteren van de laksheid bij de overheden die moeten strijden tegen dit soort fraude”, aldus Sarah Durant, woordvoerster van het Brussels parket. De laatste specialist bij de Belgische federale overheid is begin dit jaar met pensioen gegaan en de centrale dienst kunstcriminaliteit is opgedoekt.

Als het over illegale oudheden gaat, kennen we uit Nederland soortgelijke journalistieke stukken. Theo Toebosch schrijft er regelmatig over in het Handelsblad het NRC: de grafgiften van Ny-Kau-Ptah, inbeslagnames op de kunstbeurs Tefaf, de Sapfo-papyri, illegaal keramiek in het Amsterdamse Allard Pierson-museum en nog vorige maand de arrestatie van de Italiaanse grafrover Raffaele Monticelli. Ik heb zelf een artikel in de pen gehad over de plundering van opgravingen, niet in verre buitenlanden maar hier in Nederland. Daarbij stuitte ik op zóveel voorbeelden dat het domweg geen krantenartikel meer zijn kon. Wie denkt een boek over illegale oudheden te kunnen schrijven dat geen eindeloze herhaling van steeds hetzelfde verdrietige verhaal is, kan zich melden en krijgt mijn documentatie cadeau.

Lees verder “Illegale oudheden”

Musée de la Romanité, Nîmes

(© Musée de la Romanité, Nîmes)

De stad Nîmes kent een aantal fraaie overblijfselen uit de Romeinse periode, waaronder een goed bewaard gebleven amfitheater (de huidige Arènes) en natuurlijk het Maison Carrée: de rond het begin van onze jaartelling gebouwde tempel, die gewijd was aan de twee zonen van Agrippa, tevens de adoptiefzonen van keizer Augustus: Gaius en Lucius.

Iets hoger in Nîmes liggen het punt, waar het aquaduct van o.a. de Pont-du-Gard eindigde in een soort verdeelstation en (nog hoger, in een fraai aangelegd park) de nog steeds wat mysterieuze ‘Tempel van Diana’ (waarschijnlijk een openbaar gebouw met wellicht een bibliotheekfunctie), gelegen in de buurt van de natuurlijke bron die vóór de aanleg van het aquaduct de belangrijkste watervoorziening van Nîmes vormde.

Lees verder “Musée de la Romanité, Nîmes”

Het 5000e blogje

Vandaag een bijzonder stukje op de Mainzer Beobachter. Het is namelijk het 5000e blogje. Soms schrijf ik mijn krabbel in een half uur, soms doe ik er wat langer over, maar de dagelijkse kronkel is deel van mijn dagelijkse routine. Ik merk dat ik er, op een moeilijk onder woorden te brengen manier, mentaal houvast in vind.

Hoe belangrijk dat voor me is, ontdekte ik de afgelopen twee jaar. Terwijl de corona iedereen dwong minder directe sociale contacten te hebben, had ik dagelijks met mensen te maken. Online weliswaar, maar toch. De vaste lezers hebben inmiddels ruim 250 bijdragen geleverd en een kleine 50.000 reacties achtergelaten. Ik heb daarom een vermoeden dat ook voor menig lezer deze blog een deel is geworden van de dagelijkse routine. De Mainzer Beobachter is inmiddels een gedeeld project.

Lees verder “Het 5000e blogje”

De zeven regels van Johann Jakob Wettstein

De Rode Hoed: Wettsteins remonstrantse schuilkerk in Amsterdam

Hermeneutiek of hermeneuse is, met een woord van Friedrich Schleiermacher (1768-1834), de kunst om elkaar te begrijpen. En Schleiermacher kon het weten, want hij was degene die er een algemene kunde van maakte, toepasbaar op klassieke teksten, op de Bijbel, op juridische literatuur en alle andere teksten uit het verre verleden. Daarvan zijn we door een nare, brede kloof gescheiden. Teksten laten zich daarom nooit zomaar naïef lezen. Ze veronderstellen een ander wereldbeeld en komen daarom vaak vreemd op ons over.

Heen en weer

Schleiermachers hermeneutiek veronderstelt een heen-en-weer-gang tussen deel en geheel. Ik schreef er ooit dit over:

Een oudheidkundige treedt in dialoog met de teksten, om zo te komen tot begrip van de auteur. Daarbij neemt hij zijn eigen ideeën mee. Zo verwacht degene die begint te lezen in een bundel epigrammen van de Latijnse dichter Martialis, dat de gedichtjes zullen gaan over seks, al was het maar omdat geen uitgever dit op de achterflap onvermeld laat. Al heel snel krijgt de lezer echter door dat zich tussen de erotische poëzie ook allesbehalve erotische teksten bevinden, zoals het ontroerende grafschrift van Erotion. Met een beeld van Martialis’ dichtkunst als geheel, verbeterd door te kijken naar de individuele gedichten, sluit de lezer het boek. Hij heeft een van zijn eigen ideeën afgeleerd. Wanneer hij besluit Martialis opnieuw te lezen, heeft hij al een beter beeld van wat hij mag verwachten en stuit hij op nieuwe details die het al verfijnde beeld verder verfijnen. Dit proces van steeds verdere aanpassing wordt aangeduid als de “hermeneutische cyclus”.

Lees verder “De zeven regels van Johann Jakob Wettstein”

Emisch en etisch

Is een munt een munt als je er niet zomaar mee kunt betalen? (Museum voor Anatolische Beschavingen, Ankara)

De Eerste Hoofdwet van de Archeologie: als een archeoloog niet weet wat iets is, noemt hij het religieus of ritueel. Aangezien voorwerpen topologisch altijd wel tot een staaf of een ring zijn te herleiden, is er ook steeds vruchtbaarheidssymboliek te verzinnen. Daarom hoeven we niet na te denken over de Victoriaanse oorsprong van hedendaagse concepten over natuurreligie. Scheelt een hoop gedoe. Wel zo gemakkelijk.

De dubbele bodem is dat in de Oudheid alles religieus was. Zelfs als we iets eenduidig als onderdeel van de cultus kunnen identificeren, verheldert de constatering weinig.

Lees verder “Emisch en etisch”

Boekpresentatie “De vergeten oorlog”

Als elk nadeel een voordeel heeft, dan is de verhouding bij de corona-epidemie vermoedelijk iets van 99:1. Een van de zeer, zeer weinige positieve dingen is dat we hebben ontdekt dat sommige dingen ook online kunnen. Lezingen en boekpresentaties bijvoorbeeld: je kunt ook thuis kijken/luisteren naar iets waar je anders een lange reis voor zou hebben moeten maken. Het is vergelijkbaar met de eerste boeken over kunst: je hoefde niet meer naar een museum in een verre stad te gaan, maar kon thuis de details bekijken, zonder de stress van de reis en de drukte van de tentoonstelling.

Lees verder “Boekpresentatie “De vergeten oorlog””

Een pseudocitaat van Seneca

Seneca (Neues Museum, Berlijn)

Iemand is aangeklaagd en moet zich verantwoorden bij een tirannieke keizer. De aangeklaagde spreekt zichzelf moed in en jaagt de despoot vrees aan door erop te wijzen dat, wat het vonnis ook zij, het eindoordeel pas in de toekomst zal worden gegeven. Toekomstige generaties zullen bepalen hoe mensen over de keizer denken. “No matter how many men you kill, you can’t kill your successor.”

Was getekend: Seneca, senator, filosoof en slachtoffer van keizer Nero.

Ik citeerde het in het Engels, want deze regels lijken alleen te bestaan in die taal. U vindt ze als meme op het wereldwijde web. Ik ken het citaat ook uit David Mitchells roman Cloud Atlas. Maar waar schreef Seneca dat? Zou het in het Latijn niet nóg beter bekken dan in het Engels?

Lees verder “Een pseudocitaat van Seneca”

Corona en wetenschapscommunicatie

De VWN is de Vereniging voor Wetenschapsjournalistiek en -communicatie Nederland. Tot mijn genoegen mag ik er al bijna drie jaar bestuurslid zijn. Misschien trok onze wetenschapspoëziewedstrijd uw aandacht. Over de zaken waarmee de vereniging zich nog meer bezighoudt, leest u hier meer. Zelf heb ik hoge verwachtingen van een toekomstige prijs voor nonfictie. Alfa’s mogen wel wat vaker bèta-boeken lezen en bèta’s mogen ontdekken waarom de geesteswetenschappen wetenschappen zijn.

Vorig week vierde de VWN haar lustrum in het Amsterdamse Science Park. Het had eigenlijk al twee jaar geleden moeten zijn gebeurd en we wilden het oorspronkelijk vieren buiten de Randstad, maar de corona strooide roet in het eten en dit was onder de omstandigheden mogelijk. Onder leiding van Martijn van Calmthout discussieerden wetenschapsjournalist Maarten Keulemans, politiek verslaggever Niels Klaassen en viroloog Marion Koopmans over de wijze waarop wetenschap, politiek en wetenschapscommunicatie waren omgegaan met de pandemie. Het was een ontspannen discussie, gevolgd door een ontspannen borrel in een ontspannen lentezonnetje. Er zijn uitbundiger lustrumvieringen geweest, maar het was fijn mensen terug te zien.

Lees verder “Corona en wetenschapscommunicatie”