De ladder van Hawkes

Niet de ladder van Hawkes

De Britse archeoloog Christopher Hawkes (1905-1992) was een van de eersten die het belang van de Mildenhall Treasure begrepen, maar zal wel voor eeuwig – nou ja, voor de voorzienbare eeuwigheid – herinnerd worden om de naar hem vernoemde “ladder van Hawkes”. Hij benoemde het concept in 1954 en het gaat om een hiërarchie van onderzoeksgebieden, die zijn voor te stellen als de sporten van een ladder.

Hiërarchie van onderzoeksgebieden

Het is voor een archeoloog betrekkelijk eenvoudig om aan de hand van voorwerpen uitspraken te doen over de technologie in een bepaalde samenleving. Pas als je uitspraken daarover kunt doen, kun je klimmen naar de volgende sport en uitspraken gaan doen over de economie van die samenleving. Pas wie daarover iets zinvols weet te zeggen, redeneerde Hawkes, kan naar de volgende sport reiken en nadenken over de sociale verhoudingen en de politieke structuren die passen bij de gereconstrueerde economie. En pas als we iets weten over politiek en sociale verhoudingen, zouden we kunnen klimmen naar de hoogste sport: religie en ideologie, een terrein waartoe we ook kunst, literatuur, mythologie en wat dies meer mogen rekenen.

Lees verder “De ladder van Hawkes”

Faits divers (52)

Zomaar een reliëf (Museum van Lleida)

Een nieuwe aflevering in de onregelmatig verschijnende reeks faits divers, en anders dan in de vorige afleveringen, waarin ik meestal een stuk of drie onderwerpen aansneed, heb ik er vandaag een heleboel.

Antieke seksualiteit

Wat is de bestudering van de Oudheid eigenlijk? Eigenlijk zetten we drie stappen.

  1. We bestuderen de oude wereld om een samenleving te leren kennen die voorgoed voorbij is en wezenlijk anders.
  2. Als je meent dat de Oudheid ook belangrijk is (maar waarom zou je?), kun je de verschillen identificeren met onze wereld.
  3. Daarna zoek je voor die verschillen een verklaring om zo je eigen denkwereld beter te doorgronden. Feitelijk draait het dus om zelfkennis.

Lees verder “Faits divers (52)”

Toevallig in Barcelona

Boeddha (Etnografisch Museum, Barcelona)

Wie vanuit Lleida terug naar Nederland wil reizen, zoals ik vorige week deed, zal vaak met de trein naar Barcelona gaan en op station Sants overstappen op ander vervoer. Ik was supervroeg in de hoofdstad van Catalonië, waar ik een dag moest stukslaan maar eigenlijk niks te zoeken had. Ik was gekomen voor Lleida en had Zaragoza gehad als bonus, maar Barcelona leek me een stad waar je een week voor moet uittrekken, liefst als het rustig is. Om heel veel toeristen te zien, hoef ik Amsterdam niet te verlaten. Ik was op Barcelona niet voorbereid.

Etnografie

Van de nood een deugd makend, wandelde ik naar het Museum voor Etnografie en Wereldculturen, waar ik de enige bezoeker was. En hoewel ik daarover niet zal klagen, trof de serene rust me als vreemd, want het is een schitterend museum dat ieders belangstelling zou kunnen hebben. De collectie heeft vier zwaartepunten: westelijk Afrika in de negentiende en twintigste eeuw, Oceanië, precolumbiaans Latijns Amerika en de religieuze kunst van het Verre Oosten.

Lees verder “Toevallig in Barcelona”

De principes van Hercule Poirot

Hallowe’en Party is niet het beste dat Agatha Christie heeft geschreven, maar ach, het leest vlot weg en de zijdelingse observaties zijn bij Christie altijd het amusantst. Ook dit keer. Het boek is geschreven in de late jaren zestig en hoewel het er allemaal niet met zoveel woorden staat, merk je dat Hercule Poirot en zijn tijdgenoten de nieuwe tijd maar niks vinden. De naoorlogse babyboom bereikte de volwassenheid, met rellen, drugsgebruik, langharig werkschuw tuig, de wrange nasleep van de Summer of Love. Christie benut haar personages om eens onderhoudend te mopperen.

Maar wat ik vooral leuk vind in haar boeken: de redenaties van de detective. Ik bedoel niet de ontknoping, die dit keer ronduit vergezocht is, maar de principes waarop de redenaties zijn gebaseerd. Zeg maar: de vuistregels van het gezonde verstand. Hier zijn er drie, waarvan u de eerste twee terugvindt in het achttiende hoofdstuk.

Lees verder “De principes van Hercule Poirot”

Een dienstreis naar Lleida

De kathedraal van Lleida

De Spaanse spoorwegen zijn geweldig goed, maar toen ik eenmaal op station Barcelona-Sants stond, wist ik even niet hoe ik verder moest. Ik kocht het verkeerde kaartje, wist wel dat ik in Sant Vicenç de Calders van de ene op de andere boemeltrein moest overstappen, maar had niet begrepen dat er werkzaamheden waren en dat sommige treinen helemaal niet reden. Uiteindelijk kwam ik in Lleida aan met de bus. Dat er juist op dat moment vuurwerk uitbarstte, zal niet zijn geweest om de reiziger te verwelkomen.

Een antieke stad

Lleida is het antieke Ilerda en ik wilde er heen omdat Julius Caesar hier in 49 v.Chr. een militaire operatie heeft uitgevoerd. Maar zoals ik destijds schreef: ik ben er nooit geweest, terwijl ik er in een boek wel over zal schrijven. En je MOET een plek echt hebben bezocht, anders ga je gegarandeerd fouten maken. In mijn blogje heb ik een Romeins kamp dat op de rechteroever van de rivier lag, op de linkeroever gelegd. Nu begrijp ik mijn fout. Ik schaam me er niet voor: een blog is slechts een blog. Maar als ik een boek maak, moet het beter zijn en daarom ben ik in Lleida.

Lees verder “Een dienstreis naar Lleida”

Het Chocolademuseum van Keulen

De cacao-oogst bij de Maya’s (Chocolademuseum, Keulen)

Keulen bezit een Dom, musea voor oude en moderne kunst, een dozijn romaanse kerken, een schitterende spoorwegbrug, een beroemd carnaval en een Chocolademuseum. Ik belandde er eigenlijk bij toeval, omdat T. (10½) er graag naartoe wilde. T. bleek een goede keuze te hebben gemaakt. Het was niet alleen een leuk museum waar kinderen plezier aan beleven, het bleek ook een goed museum: niet alleen met liefde en enthousiasme gemaakt, maar ook met kennis van de museale dilemma’s, waar men verstandig mee is omgegaan.

Het Chocolademuseum heeft vier afdelingen met elk een eigen thema. Op de begane grond plaatst het museum de cacaoboom in zijn historische en ecologische context. Er is dus ook aandacht voor de verspreiding vanuit Centraal-Amerika naar de Filipijnen en Afrika, en voor de zeventien duurzame-ontwikkelingsdoelstellingen van de Verenigde Naties. Dit was allemaal goed uitgelegd en verhelderend. Enkele bomen zijn te zien in een tropische kas. Ik vond het leuk te ontdekken dat ook de ara, de luiaard, de toekan en nog enkele andere dieren houden van cacao. Ik was onder de indruk van de eerlijkheid waarmee het museum vertelde dat veel boeren gevangen zitten in een vicieuze cirkel van armoede en onderontwikkeling, en begon te denken: dit is een goed museum.

Lees verder “Het Chocolademuseum van Keulen”

Met de bodemradar op Urk

Bodemradar

Luchtfoto’s! Luchtfoto’s! Die waren best handig, redeneerden de generaals in de Eerste Wereldoorlog, om te weten waar vijandelijke loopgraven waren. En zo kregen de legers fotografische diensten, zo groeiden de fotoarchieven en zo kregen archeologen er een hulpmiddel bij. Op een zuurstofrijke bodem groeien gewassen beter, en een oude, reeds lang gedempte sloot is nog lang snel zuurstofrijker dan de omgeving. Zulke crop marks zijn zichtbaar op een luchtfoto. In Flanders Fields zijn zo tientallen middeleeuwse versterkte boerderijen geïdentificeerd, en elk jaar wordt wel iets ontdekt op de foto’s die in de jaren twintig boven Irak zijn gemaakt. Zoiets kan natuurlijk ook in Nederland.

Een motte op Urk?

Een lid van een lokale afdeling van de Nederlandse Archeologievereniging-AWN (zeg maar de vereniging van archeologieliefhebbers) bekeek de luchtfoto’s die tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn gemaakt van de droogvallende Noordoostpolder, en hij zag dat even voorbij Urk een kring lag in een deel van de polder dat ooit bij het eiland hoorde, maar al in de Late Middeleeuwen door de zee is verzwolgen. De kring is sindsdien nooit meer zichtbaar geweest, aangezien het nieuwe land in gebruik is genomen voor de landbouw. Ook op de foto’s van Google Earth en op de LIDAR-beelden van het Actueel Hoogtebestand is niets te zien.

Lees verder “Met de bodemradar op Urk”

Faits divers (50)

Zomaar een mooie foto van Athene (rond 1900)

Een nieuwe aflevering in de onregelmatig verschijnende reeks faits divers, met ook deze keer weer enkele niet-samenhangende berichtjes.

Het Antikythera-mechanisme

Het Antikythera-mechanisme was een mechanische rekenmachine annex planetarium waarmee onder meer zonsverduisteringen en de data van de diverse Griekse atletiekwedstrijden konden worden berekend. Het is gevonden op een scheepswrak bij de Peloponnesos en is maar gedeeltelijk bewaard, zodat niet helemaal duidelijk is hoe het voorwerp precies gereconstrueerd zou moeten worden. Dat neemt niet weg dat er verschillende knappe voorstellen zijn gedaan en dat instrumentmakers reconstructies hebben gebouwd. Sinds kort is er ook een in eigen land, en daarover leest u hier meer.

Lees verder “Faits divers (50)”

Adamclisi

Trajanus’ monument in Adamclisi

Een paar weken geleden maakte ik een rondreis door Bulgarije, waarbij we ook een bezoek brachten aan Adamclisi in Roemenië. Daar staat een veertig meter hoog, trofeevormig monument ter ere van de overwinning die keizer Trajanus daar in 106 behaalde op de Dacische koning Decebalus en zijn bondgenoten. Ik heb al eens geblogd over diens zelfmoord, gedocumenteerd in het grafschrift van de Romeinse ruiter die het hoofd afhakte en naar Trajanus bracht. Er is ook een beroemde afbeelding op de Zuil van Trajanus.

Museum en stad

Ik bezocht in Adamclisi twaalf jaar geleden, maar toen was het museum gesloten. Dit keer had ik meer geluk. Het gebouw bleek een mooie façade te hebben waarop in mozaïek de Daciërs en Romeinen samen stonden afgebeeld, alsof ze als gelijkwaardige partijen de grondslag hebben gelegd voor een romaanse cultuur die werd voortgezet in het Roemenië van Nicolae Ceaușescu. Propaganda, zeker, maar mooi gedaan.

Lees verder “Adamclisi”

Een plakboek met archeologieplaatjes

In een eerder leven was ik bestuurslid van een stichting die het erfgoed uit de Romeinse tijd – dus Ambiorix, Velzeke, de terpen, het meisje van Yde, het badhuis in Heerlen, Nijmegen, Nehalennia, de Taalgrens, Dorestad… – moest “promoten”. Eén van de ideeën die ik destijds inbracht was om met een supermarktketen te praten over Romeinenplaatjes. Kinderen kunnen bij de boodschappen immers altijd plaatjes krijgen van dinosaurussen, voetballers of de menagerie van Freek Vonk; waarom zouden wij dit middel niet gebruiken om ze iets mee te geven over hun verleden? Het Jeugdjournaal zou een item kunnen maken, musea zouden kinderen op vertoon van een vol plaatjesboek het niet in de supermarkt verkrijgbare superduperplaatje kunnen geven… enfin, u kunt zelf bedenken welke mogelijkheden tot synergie er zijn.

Sigarettenplaatjes

Mij leek het voor die stichting een goed idee. We hadden een ingang bij een supermarktketen in het Rijk van Nijmegen, we kenden mensen bij musea, we kenden iemand van het Jeugdjournaal. Desondanks is het er nooit van gekomen. Misschien is dat jammer, want ik weet sinds een tijdje dat het project uitvoerbaar zou zijn geweest. Het is namelijk eerder gedaan. Een bevriende archeoloog deed me onlangs een plakboek cadeau waarin iemand Britse sigarettenplaatjes had verzameld. Zoals ik het begrijp was sigarettenfabrikant W.D. & H.O. Wills in 1887 een van de eersten die een product verkocht met verzamelkaarten. Onderwerpen: rugby, vlinders, soldaten uit het Britse leger, cricket, grote schrijvers, vliegtuigen, voetbal, schepen & zeelieden, vogels en (vanaf 1938) “air raid precautions”.

Lees verder “Een plakboek met archeologieplaatjes”