De geheimen van het pottenbakkerswiel

Ik was onlangs in Brugge en heb geconstateerd: het enige archeologiemuseum dat ons taalgebied rijk was, is inderdaad gesloten. U kunt nu nergens meer ontdekken wat archeologen feitelijk doen. Na het Gronings Universiteitsmuseum, dat een expositie Dig It All organiseerde over het belang van digitalisering, springt nu ook het Amsterdamse Allard Pierson Museum in de geslagen bres. De geheimen van het pottenbakkerswiel gaat over de methoden en technieken waarmee archeologen aardewerk uit de Oudheid onderzoeken.

Ik weet niet of ik het een expositie moet noemen. Het is meer een demonstratie en een extra aanbod van de ArcheoHotspot. De ArcheoHotspots, voor wie dat niet wist, zijn het beste te typeren als de (meestal permanente) spreekuren van de Nederlandse archeologie. Als u een intrigerend voorwerp vindt in uw tuin of iets erft van uw bereisde oudtante, kunt u het hier laten beoordelen, maar u kunt ook vrijwilligerswerk doen bij de vondstverwerking. Voor een literatuurverwijzing meer of minder draait men de hand ook niet om. En de ArcheoHotspot in het Allard Piersonmuseum biedt nu dus uitleg over de technische kant van het antieke keramiek.

Lees verder “De geheimen van het pottenbakkerswiel”

Je doet het altijd verkeerd

Ik zit in de trein naar België en krijg de vraag voorgelegd: wat vind ik van onderzoek waarvan de uitkomst vooraf bekend is? Het ging over de vraag of de universiteit in Cambridge ooit had geprofiteerd van slavernij. Daar kan ik in de snelligheid wel even een antwoord op geven want de trein is prettig stil.

Verwachtingen en uitkomsten

Kijk, het zit zo. Je kunt een vermoeden hebben van de uitkomst. Dat de universiteit van Cambridge voordeel heeft gehad van de koloniale handel en de uitbuiting van onvrije arbeiders in India en op de plantages in de West, lijkt me iets wat je redelijkerwijs kunt verwachten. En van sommig onderzoek kun je verwachten dat de uitkomst zo negatief is als je vooraf verwacht. Zijn er Romeinse vondsten gedaan bij de aanleg van de Afsluitdijk? Je weet dat het niet zo zijn kan. Die resten zijn allemaal verspoeld bij de doorbraak van de Vlie, en als er nog iets was, hebben de ingenieurs er in de vooroorlogse jaren geen aandacht aan besteed.

Lees verder “Je doet het altijd verkeerd”

Het handboek als Zwitsers zakmes

De Apollo-tempel van Delfi

Ik constateerde al eerder dat De Blois en Van der Spek, de auteurs van Een kennismaking met de oude wereld, dicht bij de bronnen blijven als ze de politieke geschiedenis van de klassieke periode beschrijven. Traditioneel is het handboek niet alleen voor de Perzische Oorlog, de Archidamische Oorlog en de Dekeleïsche Oorlog. De paragraaf over de diverse Atheense bevolkingsgroepen (metoiken, slaven, vrouwen…) biedt weinig dat niet ook in 1970 zo geschreven zou zijn, al is me niet ontgaan dat de cijfers voor de bevolkingsomvang tussen de zesde en zevende druk zijn aangepast (en terecht).

Zwitsers zakmes

Ook als het gaat over kunst en religie, oogt het allemaal traditioneel. Zoals ik al eerder heb gezegd: dat is onvermijdelijk. Een handboek moet informatie geven waarover op college te discussiëren is. Het probleem heb ik ook al benoemd: terwijl je enerzijds moet vertrekken vanuit een algemeen bekende en dus traditionele basis, bied je zo wéér verouderde inzichten aan classici, archeologen en historici die zich niet specialiseren in de geschiedenis van de Oudheid. Ik weet de oplossing ook niet, maar het is wel alsof een student biologie die niet specialiseert in paleontologie nooit hoort hoe dankzij Lucy en het DNA-materiaal de menselijke stamboom is veranderd.

Lees verder “Het handboek als Zwitsers zakmes”

Do ut des

Gaius Julius Orios bedankt de hoogste god, die hem via een droom waarschuwde voor een groot gevaar (Archeologisch Museum, Thessaloniki)

Mijn eerste leraar Latijn zal ik nooit vergeten, want hij gaf me een 2 voor mijn eerste proefwerk. Niettemin of juist daarom: ik heb veel van hem geleerd. Inclusief dingen waarvan je denkt: waar haalde je dát nou vandaan? Bijvoorbeeld dat de Grieks-Romeinse godsdienst was gebaseerd op het principe van do ut des. Vertaald: ik geef opdat jij geeft. Anders gezegd: religie als ruilhandel. Ik offer wat aan deze of gene godheid, ik vraag d’r iets bij, en dan zorgt Venus of Silvanus of Mercurius wel voor de bezorging.

Mijn leraar was de enige niet die dit dacht. De Nederlandse Wikipedia vermeldt het zonder blikken, zonder blozen en zonder referentie. Alsof het zó algemeen bekend is dat het geen toelichting behoeft.

Terwijl je denkt: dat kan niet zomaar kloppen. Al was het maar omdat er niet één Romeinse godsdienst was. Er waren diverse religieuze praktijken en veel daarvan vallen niet onder opgemeld principe. Maar er wringt meer.

Lees verder “Do ut des”

Waar staan we?

Schrijven als een god in Frankrijk

Ik zou dolgraag een dik boek willen schrijven over de geschiedenis van de Oudheid. Zeg maar een handboek, zoals dat waarover ik op donderdag vaak schrijf, maar dan niet met het doel eerstejaarsstudenten iets bij te brengen. Ik schrijf voor het grote publiek. Dus met af en toe een sappige anekdote, met geciteerde bronnen, met museumvoorwerpen en uitleg van wat wetenschappers doen. Dat zou ik graag schrijven maar ineens realiseerde ik me dat ik het voorwerk niet heb gedaan. Ik moet eerst op een rijtje hebben waar de wetenschap momenteel eigenlijk staat. Ik wil niet dat u een verouderd beeld krijgt.

Waar we staan en wat u leest

En dus heb ik onlangs, dankzij een mecenas, in Frankrijk een eerste hoofdstuk geschreven: een overzicht van de ontwikkeling van de oudheidkunde, waarin ik enkele thema’s introduceer die verderop in het boek aan bod komen. Zo is er een beknopte geschiedenis van de hermeneutiek omdat momenteel de DNA-revolutie noopt tot andere methoden om antieke teksten te lezen. Ook is er een historisch overzicht van de archeologie om te tonen dat die oudheidkundige bloedgroep zo’n snelle ontwikkeling heeft doorgemaakt dat ze wel van de andere bloedgroepen los moest komen.

Lees verder “Waar staan we?”

Een grap om te huilen

Een echte vervalsing van een valse papyrus.

U herinnert zich misschien de enorme hoax rond het nep-Evangelie van de Vrouw van Jezus. De herkomst (“provenance”) was onbekend en hoewel een wetenschapper dan niet kan weten of een papyrus echt is of niet, en alle wetenschappelijke gedragscodes het gebruik van dit soort ontransparante informatie ontmoedigen, ging Harvard-onderzoekster King toch verder met publicatie. (In Nederland nam de Volkskrant het kritiekloos over.) Enkele dagen nadat het fragment bekend was geworden, was duidelijk waarom het natuurlijk een vervalsing was: een zetfout uit een online-editie van het Evangelie van Thomas was gekopieerd. U leest er hier meer over.

Daarop gelastte Harvard laboratoriumonderzoek. Wat niks opleverde omdat een vervalsing zó gemaakt kan worden dat ze niet te herkennen is. Gebruik oud papyrus en je hebt geen problemen met de koolstofdatering, gebruik het recept van antieke inkt (te vinden in elk handboek) en je komt langs de spectrometer, gebruik een kwast (te koop in elke winkel met tekenbenodigdheden) en de elektronenmicroscoop ziet geen recente krasjes. Klaar.

Lees verder “Een grap om te huilen”

(Reclame)

Kijk, het zit dus zo. Ik probeer werk te doen dat ik belangrijk vind: uitleg geven over de Oudheid en over oudheidkunde. Deze blog is daarvan een voorbeeld. De website LiviusOrg is een ander voorbeeld. Vorige week zat ik in Frankrijk te werken aan een nieuw boek, dat een staalkaart biedt van waar de wetenschappelijke vernieuwing op dit moment zit. Dus over zaken als digitale paleografie en LIDAR, over artificiële intelligentie en over de manier waarop de DNA-revolutie de uitleg van teksten verandert.

Geld verdienen om te kunnen werken

Mijn probleem is dat ik, zoals iedereen, weleens moet betalen voor zaken als eten, huur, gas of treinkaartjes. Ik moet dus geld verdienen. Bij veel mensen vallen “geld verdienen” en “werk” samen maar dat is bij mij niet zo. Geld verdienen is een voorwaarde om te kunnen werken. U voelt al aankomen waar dit stukje heen gaat: ik heb geld nodig.

Lees verder “(Reclame)”

Schrijffouten

De geleerde Jean Miélot verricht kopiistenwerk

Het is menselijkerwijs onmogelijk een tekst van enige lengte te kopiëren zonder een fout te maken. Dat geldt voor u en mij, en dat gold ook voor de professionele schrijvers uit de Middeleeuwen. Hun schrijffouten zijn onderzocht en filologen herkennen veel voorkomende soorten vergissing. Dat is handig. Als je namelijk een raar woord vindt in een manuscript dat je kunt herleiden tot een bekend type schrijffout, heb je enige zekerheid als je dat corrigeert. Of, zoals het in jargon heet, als je een conjectuur voorstelt. En als je daarentegen een raar woord ziet dat zich niet laat herleiden, moet je er rekening mee houden dat het echt een zeldzaam of misschien wel uniek woord is.

Ik bedacht vorige week dat ik daar nog nooit systematisch over had geblogd, hoewel ik op deze blog soms attendeer op schrijffouten. Dus vandaag maak ik die omissie goed. Eerst maar eens de haplografie. Dat is het weglaten van informatie tussen twee dezelfde letters, bijvoorbeeld “banen” in plaats van “bananen”. Soms kan het ook gaan om een paar woorden, bijvoorbeeld als twee zinnen eindigen met hetzelfde woord.

Lees verder “Schrijffouten”

Het schild van Achilleus (2)

[Tweede deel van een stuk over pseudowetenschap, wetenschap en wetenschapscommunicatie. Het eerste was hier.]

Speculaties

Oudheidkunde kenmerkt zich door dataschaarste en dus speculatie. De waarde van het vak is dat je leert nadenken over die onzekerheid en dan kom je al snel bij het onderscheid tussen speculaties over gedocumenteerde en ongedocumenteerde verschijnselen. Ik zal het uitleggen aan de hand van een voorbeeld.

Een classicus kan, als hij op een onbekend woord stuit, speculeren dat het gaat om een bekend maar ongebruikelijk gespeld woord. Hij of zij weet namelijk dat spelfouten bestaan. De diverse typen in kaart zijn gebracht. (Ik zal nog bloggen over zaken als permutatie, dittografie, haplografie.) De classicus kan dus speculeren over het rare woord door te verwijzen naar een verschijnsel dat goed is gedocumenteerd.

Lees verder “Het schild van Achilleus (2)”

Het schild van Achilleus (1)

Hefaistos en Thetis met de nieuwe wapenrusting van Achilleus (Musée royal de Mariemont, Morlanwelz )

Er valt iets te zeggen vóór pseudowetenschap. De theorieën zijn vaak origineel en tonen de menselijke fantasie op haar mooist. Bovendien vinden pseudowetenschappers, steeds op zoek naar argumenten, hun aanwijzingen overal. Ze denken interdisciplinair en dat is goed. Pseudowetenschap daagt je daardoor uit na te denken over wat echte wetenschap is. Als je die uitdaging echter aangaat, lopen de rillingen je over het lijf.

Alle redenatiefouten die je aanwijst in een pseudowetenschappelijke theorie, zie je namelijk ook in de officiële wetenschap (wat dat ook moge zijn). Je zou willen zeggen dat de peer-review weliswaar niet onfeilbaar is maar excessen toch verhindert, maar je kent legio voorbeelden van het tegendeel. Je zou willen zeggen dat het zelfreinigend vermogen van de academische wetenschap blunders uiteindelijk corrigeert. Alleen weet je dat dit verrotte langzaam gaat of onvolledig is. Je zou willen zeggen dat de toetsing aan de empirie uiteindelijk allesbeslissend is. Maar je weet dat dat in de oudheidkunde niet gaat. Er is immers dataschaarste en dus onvoldoende empirie.

Lees verder “Het schild van Achilleus (1)”