Oliebollenkraam

Ik blogde gisteren over een mooi fietstochtje. Ik heb er nog iets over te vertellen. Rond het middaguur kwamen we vanuit Terwolde aan bij de spoorwegbrug naar Deventer. De borden leidden de fietsers langs oprit naar de noordkant van de brug, waar inderdaad een niet overdreven breed pad lag voor fietsers en wandelaars. Daarover reden we naar de stad.

Tegemoetkomende wandelaars groetten ons – op één na, een man met een hond die ons toesiste dat we aan de verkeerde kant fietsten. Het deed me denken aan een voorval in Apeldoorn. Ik zal veertien zijn geweest en ik had een geblesseerde knie. Daarmee kon ik niet normaal fietsen maar ik had een trucje bedacht waarmee ik mijn been als gespalkt recht kon houden en het pedaal soms een zet kon geven, zodat die toch rond ging, zelfs als mijn been kaarsrecht neer hing. Dat was blijkbaar niet naar de zin van een meneer in de Apeldoornse Symfoniestraat, die me toevoegde dat ik normaal moest doen. Het Apeldoorn van mijn jeugd had iets verstikkends.

Enigszins in gedachten verzonken kwam ik aan de andere kant van de brug, waar we de hoek omsloegen naar de stadssingel. Er staat een oliebollenkraam. Omdat het lunchtijd was, besloten we een oliebol en een appelbeignet te nemen. Ook vroeg ik of ze misschien koffie schonken, het was immers koud. Nee, dat schonken ze niet, zei de mevrouw, en ik begon af te rekenen. Terwijl ik met mijn portemonnee stond te rommelen, nam haar collega twee bekertjes en schonk uit het eigen koffiezetapparaat snel twee bakjes voor ons vol.

Hoewel dit in Deventer was, haalde ook dat een herinnering aan mijn jeugd boven: de voorkomendheid van de mensen die ik in Apeldoorn heb gekend – en die ik de afgelopen weken, anders dan de verstikkendheid van weleer, elke dag heb ervaren.

6 gedachtes over “Oliebollenkraam

  1. sara

    Voorkomendheid – wat een mooi begrip is dat toch. Eén van die ‘ouderwetse’ begrippen waarvan ik me afvraag of de jongere generaties die nog wel kennen. Andere zijn: welvoeglijkheid, welwillendheid, schroom. Zou met het in onbruik raken van een begrip ook het verschijnsel zelf verdwijnen? Ik ben bang van wel.

    1. Marcel Meijer Hof

      Ik voel met U mee. Toch zal wellevendheid en bescheidenheid maar ook elegantie, zwier en bestudeerde nonchalance niet uit de gratie geraken. Goede manieren zijn van alle tijden, maar deze dringen zich uit de aard der zaak nooit op.
      Bezie de mensen die Uw moeite en voorkomendheid met een stille glimlach of een klein knikje beantwoorden en Uw dag zal weer stralen. Houdt vol, U wordt herkend.

      1. G. Havingha

        Er zit toch een verwachting van (uitgestelde) wederkerigheid in (ook wel aangeduid als “karma”).
        Maar als dit uitblijft en/of juist negatief wordt… (zie Randstad)

      2. sara

        Ik herinner mij een Indonesische heer die, als hij mij op straat tegenkwam, steevast zijn hoed voor mij afnam. En dit slechts een paar jaar geleden. De heer was mij totaal onbekend. Elke keer als dit gebeurde ervaarde ik een lichte euforie.

        Op een gegeven moment betrapte ik mezelf erop naar hem uit te kijken als ik in een bepaalde straat liep. Tot ik hem een keer samen met zijn vrouw zag, die er duidelijk andere omgangsvormen op na hield (zal ik maar zeggen). Ik had met hem te doen.

  2. Raymond Haselager

    Oliebollenkramen zijn vaak van kermisklanten. In de winter kunnen ze niet met de kermis reizen en om dan toch inkomsten te hebben runnen ze een oliebollenkraam. Deze opmerking heeft wel niets met het thema te maken maar sommige mensen zouden zich kunnen afvragen wat die mensen van zo’n oliebollenkraam zomers doen.

Reacties zijn gesloten.