Snoepjesboom in Apeldoorn

U denkt: dit is een gewoon laantje. Halfverhard, wat bomen. Van zulke weggetjes gingen er ooit dertien in een dozijn en zelfs tegenwoordig, nu de leuze is “waar een wil is is alweer een weg”, gaan er nog altijd een stuk of acht in een dozijn. Een gewoon laantje, denkt u dus, maar u kon zich niet meer vergissen.

Ik weet dat, want we gingen er vroeger vaak wandelen: mijn moeder voorop, mijn vader volgend met de kinderwagen waarin mijn broertje lag en met mijn zusje aan de arm. Ik zal wel bij mijn vader hebben gelopen, verhalen vertellend over astronauten. Het gebeurde regelmatig dat mijn moeder, die dus voorop liep, ons riep snel te komen omdat ze had ontdekt dat aan een van deze bomen snoepjes groeiden. Kaneelkussentjes, weet ik nu. Ik heb zulke bomen nooit meer ergens gezien, dus dat laantje is heel bijzonder.

Lees verder “Snoepjesboom in Apeldoorn”

Dakloos

Het is bijna veertig jaar geleden. Op weg van school naar huis fietste ik weleens langs de velden van de rugbyvereniging. Daar kon je dan worden opgewacht door een dakloze zwerver die regelmatig te diep in het glaasje keek en ook in nuchtere staat niet al te helder dacht. Hij kon dan bijvoorbeeld wijzen naar een omgevallen houten stellage naast het sportveld en aan passerende fietsers vragen of zij wisten wat het van machine was.

Hoewel hij geen vlieg kwaad deed en me zelfs aansprak met “meneer’, vermeed ik hem liever. Ik was de enige niet. Mijn klasgenote M. vond hem ronduit eng en was bang dat hij ooit zijn fles naar haar toe zou gooien. Er zijn bij Apeldoorn twee grote psychiatrische inrichtingen; we hoorden weleens wat verhalen.

Lees verder “Dakloos”

Van Barneveld naar Apeldoorn

Assel

Er zijn maar weinig fietsroutes in Nederland die me meer rust geven dan het stuk van Barneveld naar Apeldoorn. Het is niet omdat ik op de Veluwe ben opgegroeid, want ik ben hier pas tegen mijn achttiende voor het eerst wezen fietsen. Ook is het geen heel mooi gebied. Grote, recent gebouwde boerderijen belemmeren het zicht op de Gelderse Vallei. De oude hessenweg heeft ook maar weinig te bieden waar de historicus in mij van opveert. Desondanks brengt zeker het lege stuk land tussen Kootwijkerbroek en Kootwijk me altijd weer in evenwicht.

Maar eerst: Barneveld. Het zal wel voor eeuwig geassocieerd zijn met pluimveeteelt, protestantisme en Jan van Schaffelaar, maar biedt meer. Prettige winkelstraten om even wat chocola te kopen voor onderweg en aardige architectuur. Ik ben wel gecharmeerd van het voormalige concertgebouw, tegenwoordig bibliotheek, een ontwerp van Hendrikus Wilms.

Lees verder “Van Barneveld naar Apeldoorn”

De Jugendstil van Apeldoorn

“Sonnevanck” (Deventerstraat 33, Apeldoorn)

Apeldoorn is een laatkomertje. De groene Veluwestad heeft geen grootse middeleeuwse geschiedenis. Het werd pas later wat, toen mensen zich realiseerden dat de beekjes die van de Veluwe kwamen neerstromen nuttig konden zijn om watermolens aan te drijven. Zo ontstond de papierindustrie. Maar Apeldoorn werd pas echt meer dan een vlek op de landkaart toen stadhouder-koning Willem III besloot een oud jachtslot uit te breiden met een paleis, Het Loo.

En het was nog later, toen koning Willem I een kanaal liet graven, dat het grote dorp veranderde in een kleine stad. Langs het kanaal kwamen industrieën. Er kwam een gasfabriek. Een spoorwegstation – eigenlijk twee: Het Loo had een eigen station – zorgde voor snellere verbindingen, zodat koning Willem III, koningin Emma en koningin Wilhelmina regelmatig in Apeldoorn verbleven. Een negentiende-eeuwse boom town.

Lees verder “De Jugendstil van Apeldoorn”

Oliebollenkraam

Ik blogde gisteren over een mooi fietstochtje. Ik heb er nog iets over te vertellen. Rond het middaguur kwamen we vanuit Terwolde aan bij de spoorwegbrug naar Deventer. De borden leidden de fietsers langs oprit naar de noordkant van de brug, waar inderdaad een niet overdreven breed pad lag voor fietsers en wandelaars. Daarover reden we naar de stad.

Tegemoetkomende wandelaars groetten ons – op één na, een man met een hond die ons toesiste dat we aan de verkeerde kant fietsten. Het deed me denken aan een voorval in Apeldoorn. Ik zal veertien zijn geweest en ik had een geblesseerde knie. Daarmee kon ik niet normaal fietsen maar ik had een trucje bedacht waarmee ik mijn been als gespalkt recht kon houden en het pedaal soms een zet kon geven, zodat die toch rond ging, zelfs als mijn been kaarsrecht neer hing. Dat was blijkbaar niet naar de zin van een meneer in de Apeldoornse Symfoniestraat, die me toevoegde dat ik normaal moest doen. Het Apeldoorn van mijn jeugd had iets verstikkends.

Lees verder “Oliebollenkraam”

Van Apeldoorn naar de IJssel en terug

Langs de Terwoldseweg

Het is, zoals het oud-Gelderse spreekwoord zegt, geen schande uit Apeldoorn te komen maar wel gênant er terug te keren. Desniettegenstaande verblijf ik alweer een maand in de groene Veluwestad, soms in gezelschap van mijn vriendin. Omdat ik haar het gebied wilde tonen waar mijn wortels liggen, zijn we zondag een eind wezen fietsen. Het was een prachtige, windstille en wolkenloze novemberdag en het tochtje was te mooi om niet met u te delen. Met een OV-fiets, te huur op station Apeldoorn, kom je makkelijk rond. Om u niet lastig te vallen met een eindeloze lijst neem-de-derde-afslag-linksen en over-de-rotonde-rechtdoors, geef ik u HIER het bestandje voor in Google Maps en DAAR een landkaartje.

Hoewel we naar Deventer gaan, zou ik u afraden de Deventerstraat te nemen. Het is een wat saaie, drukke weg langs een vliegveld. Het is beter noord-om te gaan door een gebied dat Apeldoorners, althans toen ik veertig jaar geleden nog in Apeldoorn woonde, “De Beemte” noemden. Ik geloof niet dat het een officiële naam is, maar zoals u hier boven ziet is het wijds en groen. Een van de boerderijen hier heet “Lochem”.

Lees verder “Van Apeldoorn naar de IJssel en terug”

Het Spainkbos in Apeldoorn

De grote grafheuvel in het Spainkbos in Apeldoorn

Het Spainkbos in Apeldoorn is een piepklein parkje in de richting van de Loolaan, een van de mooie boulevards van de Veluwestad. Tot nog niet zo heel lang geleden was dit parkje het paradijs voor mountainbikers. Ze konden er lekker crossen over het licht geaccidenteerde terrein. Daaraan kwam in 2006 echter een einde toen archeologen vaststelden dat de hellinkjes in feite vier oeroude graven waren.

Zoals u op de bovenstaande foto ziet, zijn er sindsdien lage houten hekjes omheen gezet. Nodig was het eigenlijk niet. Toen de fietsers hoorden op welke grond ze reden, waren ze zelf al op zoek gegaan naar een andere plek. De jeugd van tegenwoordig heeft gewoon verantwoordelijkheidsgevoel.

Lees verder “Het Spainkbos in Apeldoorn”

Herenhul

Herenhul

Even ten zuiden van Apeldoorn, achter Ugchelen, ligt het Herenhul: een niet al te grote open plek in het bos, op een oostelijke uitloper van de Veluwe (de “Hoge Bank”), vlakbij de Asselse Heide, waar in de Middeleeuwen klapperstenen werden gedolven om ijzer uit te winnen. Het was ook niet ver van de weg van Holland naar de IJsselvallei, die min of meer parallel loopt aan de huidige A1. De autosnelweg loopt rakelings langs het Herenhul en blokkeert vanuit Apeldoorn bezien de toegang; je rijdt er het makkelijkste heen vanuit Beekbergen en moet een stukje wandelen. Het is hier.

Omdat het niet heel bereikbaar is, was ik er nog nooit geweest en ik zou er ook nooit heen zijn gegaan als Sander Hurenkamp er niet over had geschreven in zijn Canon van Apeldoorn. Er is weinig te zien en de grote kei die er nu staat is er later geplaatst, maar dit was de plek waar de graaf van Gelre recht kwam spreken. Later was dat de taak van de hertog van Gelre, nog later van de vertegenwoordiger van de Habsburgse vorsten en tot slot van rechters van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Het laatste vonnis schijnt te dateren uit 1620. De vonnissen werden hier ook voltrokken: de Hoge Bank was ook een galgenberg.

Lees verder “Herenhul”

De Grift

Beurtvaartstraat, Apeldoorn

Toen Wim Kan – voor jonge lezers: een Nederlandse cabaretier uit de jaren zeventig – eens in Apeldoorn moest optreden, liep hij daar burgemeester Dijckmeester tegen het lijf. Dat zal wel niet helemaal toevallig zijn geweest, want niets was destijds erger voor een Nederlandse gezagsdrager dan niet het doelwit te zijn van een grap van Wim Kan. Een verstandig politicus regisseerde zo’n ontmoeting dus, al zullen we dat uit de aard der zaak nooit zeker weten.

Hoe dat ook zij, de twee mannen raakten aan de praat en Kan, die in een van zijn liedjes de stad bezong waar hij optrad, informeerde voor dat liedje aan welke rivier Apeldoorn eigenlijk lag. De cabaretier zal iets hebben gezegd als “Arnhem ligt aan de Rijn, Zwolle ligt aan de IJssel, maar Apeldoorn, waaraan ligt Apeldoorn? Er is niemand die het weet.” Dijckmeester schijnt te hebben geantwoord “Aan mij ligt het niet.”

Lees verder “De Grift”

’s Prinsen sluipweg

Apeldoorn, Prinsengang

Toen prins Hendrik, die in het echt natuurlijk gewoon Heinrich Wladimir Albrecht Ernst Herzog zu Mecklenburg-Schwerin heette, op 3 juli 1934 overleed, waren de artsen in dubio: was hij wel echt overleden? Zijn echtgenote, koningin Wilhelmina, wist een feilloos middel om erachter te komen: “Zet maar een krat bier naast z’n bed,” zei ze, “Als die er morgenochtend nog staat, is hij dood.”

Ik heb er geen biografie van de arme en verarmde Duitse prins op nageslagen, maar het moet de zuivere waarheid zijn, aangezien paleisgeheimen zelden geheim bleven in Apeldoorn. Ik blogde er al eens over. Hier was bijvoorbeeld niemand verbaasd toen in 1979 bekend werd dat Pim Lier een buitenechtelijk kind was van prins Hendrik. De conciërge van mijn middelbare school kende, als zoon van een lid van Wilhelmina’s hofhouding, alleen al in Apeldoorn vier koekoeksjongen. Wij Apeldoorners, we laten ons daar niet op voorstaan, maar wij weten zulke dingen.

Lees verder “’s Prinsen sluipweg”