Faits divers (51)

Een op megaschaal herbouwde ijzeroven in Apeldoorn

Een nieuwe aflevering in de onregelmatig verschijnende reeks faits divers, met deze keer: ijzer uit Apeldoorn, de Odyssee, een necrologie, Krommenie, bioarcheologisch nieuws en uiteenlopende toepassingen van A.I..

Apeldoorn

In Trouw stond een verbluffend mooi stuk over de technieken waarmee mensen in de Oudheid en Vroege Middeleeuwen ijzer bewerkten. Het heeft vooral betrekking op Apeldoorn, waar eeuwenlang ijzer is gewonnen, al is nog geen ijzervondst gedaan waarvan zeker is dat die komt van de Veluwe. Ik wil meer, méér van dit soort inhoudelijk sterke stukken.

Lees verder “Faits divers (51)”

De persoonlijke faits divers (39)

Opgraving in Turuñuelo (©IAM-CSIC)

Deze aflevering in de onregelmatig verschijnende reeks faits divers, de negenendertigste alweer, bevat vooral nieuws dat eigenlijk totaal onbelangrijk is en vermoedelijk alleen mijzelf boeit (Apeldoorn), inspireert (vissaus), irriteert (Egypte), fascineert (Tartessos) en vleit (doorlezen tot het einde).

***

Apeldoorn

Wie van Barneveld naar Apeldoorn fietst, komt over de Asselse Heide. Daar zijn nog de kuilen te zien waar mensen ooit de klapperstenen vonden waaruit ze ijzeroer wonnen. De Veluwse beekjes en de later aangelegde sprengen zijn eveneens ijzerhoudend.noot Ik hoorde nog vorige week iemand vertellen dat haar broer ergens in de jaren zeventig in het ijzerhoudende water was gevallen en dat diens kleren niet meer schoon te wassen waren. Aan de andere kant van Apeldoorn, in de richting van de IJssel, lagen drassige gebieden, waar moeraserts werd gewonnen. Omdat de plek dus quasi-letterlijk drijft op ijzer, speculeerden de medewerkers van het toenmalige archeologisch museum Moerman een halve eeuw geleden dat het erts via Apeldoorn verhandeld moest zijn geweest met het Romeinse leger, dat gestationeerd was aan de Rijn bij Arnhem. Het was immers slechts een dag lopen van producent naar consument.

Lees verder “De persoonlijke faits divers (39)”

De antieke watermolen

Reconstructie van een door een watermolen aangedreven zaagmachine (Schloss Schallaburg)

Het is wel eens beschouwd als een van de grootste historische canards: het idee dat de watermolen pas in de Middeleeuwen zou zijn uitgevonden. Het bewijs dat ze al in de Oudheid watermolens kenden, is echter overstelpend. Waar en hoe ze precies zijn uitgevonden is niet helemaal duidelijk, maar we weten wel het een en ander.

Je hebt namelijk twee dingen nodig: waterraden om een as te laten draaien en tandwielen om die rotatie om te zetten in de beweging van bijvoorbeeld een zaag. De herkomst van het tandwiel ken ik niet, maar om een waterrad te bedenken, heb je een flinke rivier nodig met een gestage stroom. Daarmee kom je eigenlijk automatisch uit bij de Eufraat, Tigris en Nijl.

Lees verder “De antieke watermolen”

Een olifant genaamd Hans

Hans (Muséum d’histoire naturelle, Bourges)

Het leukste van het bezoek aan een ‘nieuwe’ stad is een kaart maken met het plaatselijk belang, dan de boekwinkels, de tweedehands boekwinkels en de musea. Dat levert altijd verrassingen  op. Zo waren wij laatst in Bourges, en wat een leuke stad is dat. In de eerste plaats natuurlijk de kathedraal die op elke kaart hoort te staan met de bovenaards mooie ramen.

Maar dan. Als je er op een dag bent dat alleen het stadspaleis van Jacques Coeur open is, en de rest dicht, dan ga je na dat bezoek naar het Muséum d’histoire naturelle. Het museum ligt op een moeilijk te vinden locatie in een buitenwijk. In eerste aanblik is het vooral educatief gericht, met een rez-de-chaussée-rondleiding door het menselijk lichaam. Op de eerste verdieping wordt de inrichting van het museum leuker met paleontologie, mineralogie, met verwijzing naar de negentiende-eeuwer Georges Cuvier, en de twintigste-eeuwer Gabriel Fouchier, die een dubbelfunctie had als én ‘monseigneur’, religieuze functionaris, in Bourges, én wetenschappelijk directeur van het museum. Deze functies beten elkaar niet in zijn persoon. Integendeel, zijn persoonlijke collecties kwamen in het museum terecht en hij had een belangrijke rol in het uitbreiden van de collectie. Hij werd tenslotte in dankbaarheid ook naamgever van het museum.

Lees verder “Een olifant genaamd Hans”

Vragen rond de jaarwisseling (3)

Een van de onderstaande vragen gaat over de vegetatieloze Atheense Akropolis

Net als vorig jaar gebruik ik de laatste blogjes van 2023 om uw vragen te beantwoorden. Gisteren behandelde ik vragen over de oude talen. Vandaag behandel ik acht andere vragen. Hier zijn de eerste vijf.

Was de Akropolis in Athene in de Oudheid ook de boomloze steenvlakte die hij nu schijnt te zijn?

Deze vraag legde ik voor aan Eric Moormann, die onlangs samen met Janric van Rookhuijzen een boek publiceerde over de Akropolis: De Akropolis van Athene. Geschiedenis van een mythisch icoon. Moormann bevestigde het: waarschijnlijk was er ook destijds al weinig vegetatie. Er is de beroemde put uit de Bronstijd om water op de berg te krijgen.

En er is natuurlijk een beroemde anekdote, te vinden bij Herodotos, dat de olijfboom die de godin Athena ooit aan haar stad had geschonken, niet kapot te krijgen was: de dag nadat de stad was geplunderd en de boom verbrand, was er alweer een nieuwe scheut.

Lees verder “Vragen rond de jaarwisseling (3)”

Archaic survivals

Beeld van een baby uit Bustan-esh Sheikh (Nationaal Museum, Beiroet)

Een halve eeuw geleden was er in Apeldoorn een buurt, niet ver van paleis Het Loo, met een actief buurtcomité dat Koninginnedag vierde in de zomer. Je zou 30 april hebben verwacht, de verjaardag van koningin Juliana, maar men gaf de voorkeur aan 31 augustus. De verklaring is niet moeilijk: men vierde nog de verjaardag van Juliana’s moeder Wilhelmina, die haar laatste levensdagen had gesleten in Het Loo.

Dat je vasthoudt aan een oude gewoonte, terwijl de rest van de wereld iets anders doet, staat wel bekend als een archaic survival. Ik meen dat de eerste die erover heeft nagedacht, de Napolitaanse geleerde Giambattista Vico (1668-1744) is geweest, die er dan een meer welluidende Italiaanse naam aan zal hebben gegeven, maar die ken ik niet. Het is in elk geval een handig concept om in te roepen als je wordt geconfronteerd met een curieus gebruik. Misschien iets té handig, maar daarover straks meer.

Lees verder “Archaic survivals”

Snoepjesboom in Apeldoorn

U denkt: dit is een gewoon laantje. Halfverhard, wat bomen. Van zulke weggetjes gingen er ooit dertien in een dozijn en zelfs tegenwoordig, nu de leuze is “waar een wil is is alweer een weg”, gaan er nog altijd een stuk of acht in een dozijn. Een gewoon laantje, denkt u dus, maar u kon zich niet meer vergissen.

Ik weet dat, want we gingen er vroeger vaak wandelen: mijn moeder voorop, mijn vader volgend met de kinderwagen waarin mijn broertje lag en met mijn zusje aan de arm. Ik zal wel bij mijn vader hebben gelopen, verhalen vertellend over astronauten. Het gebeurde regelmatig dat mijn moeder, die dus voorop liep, ons riep snel te komen omdat ze had ontdekt dat aan een van deze bomen snoepjes groeiden. Kaneelkussentjes, weet ik nu. Ik heb zulke bomen nooit meer ergens gezien, dus dat laantje is heel bijzonder.

Lees verder “Snoepjesboom in Apeldoorn”

Dakloos

Het is bijna veertig jaar geleden. Op weg van school naar huis fietste ik weleens langs de velden van de rugbyvereniging. Daar kon je dan worden opgewacht door een dakloze zwerver die regelmatig te diep in het glaasje keek en ook in nuchtere staat niet al te helder dacht. Hij kon dan bijvoorbeeld wijzen naar een omgevallen houten stellage naast het sportveld en aan passerende fietsers vragen of zij wisten wat het van machine was.

Hoewel hij geen vlieg kwaad deed en me zelfs aansprak met “meneer’, vermeed ik hem liever. Ik was de enige niet. Mijn klasgenote M. vond hem ronduit eng en was bang dat hij ooit zijn fles naar haar toe zou gooien. Er zijn bij Apeldoorn twee grote psychiatrische inrichtingen; we hoorden weleens wat verhalen.

Lees verder “Dakloos”

Fietsen van Barneveld naar Apeldoorn

Assel: hier is het mooi fietsen op een herfstige dag

Er zijn maar weinig fietsroutes in Nederland die me meer rust geven dan het stuk van Barneveld naar Apeldoorn. Het is niet omdat ik op de Veluwe ben opgegroeid, want ik ben hier pas tegen mijn achttiende voor het eerst wezen fietsen. Ook is het geen heel mooi gebied. Grote, recent gebouwde boerderijen belemmeren het zicht op de Gelderse Vallei. De oude hessenweg heeft ook maar weinig te bieden waar de historicus in mij van opveert. Desondanks brengt zeker het lege stuk land tussen Kootwijkerbroek en Kootwijk me altijd weer in evenwicht.

Maar eerst: Barneveld. Het zal wel voor eeuwig geassocieerd zijn met pluimveeteelt, protestantisme en Jan van Schaffelaar, maar biedt meer. Prettige winkelstraten om even wat chocola te kopen voor onderweg en aardige architectuur. Ik ben wel gecharmeerd van het voormalige concertgebouw, tegenwoordig bibliotheek, een ontwerp van Hendrikus Wilms.

Lees verder “Fietsen van Barneveld naar Apeldoorn”

De Jugendstil van Apeldoorn

“Sonnevanck” (Deventerstraat 33, Apeldoorn)

Apeldoorn is een laatkomertje. De groene Veluwestad heeft geen grootse middeleeuwse geschiedenis. Het werd pas later wat, toen mensen zich realiseerden dat de beekjes die van de Veluwe kwamen neerstromen nuttig konden zijn om watermolens aan te drijven. Zo ontstond de papierindustrie. Maar Apeldoorn werd pas echt meer dan een vlek op de landkaart toen stadhouder-koning Willem III besloot een oud jachtslot uit te breiden met een paleis, Het Loo.

En het was nog later, toen koning Willem I een kanaal liet graven, dat het grote dorp veranderde in een kleine stad. Langs het kanaal kwamen industrieën. Er kwam een gasfabriek. Een spoorwegstation – eigenlijk twee: Het Loo had een eigen station – zorgde voor snellere verbindingen, zodat koning Willem III, koningin Emma en koningin Wilhelmina regelmatig in Apeldoorn verbleven. Een negentiende-eeuwse boom town.

Lees verder “De Jugendstil van Apeldoorn”