Een ramp in opeenvolgende tonelen (2)

De werkkamer van Aletta Jacobs (Universiteitsmuseum, Groningen)

[Tweede van vier blogjes van Han Borg over de academische collecties van de Rijksuniversiteit Groningen. Het eerste was hier.]

De Rijksuniversiteit Groningen (RUG) vond haar oorsprong in de wens van de stedelijke en provinciale overheid om in het noorden van het land academisch onderwijs te kunnen bieden aan geestelijken, rechtsgeleerden en artsen. Volgens de feestredenaar tijdens de viering van het 400-jarig bestaan (prof. Jan Lokin) was “Groningen” de eerste universiteit die niet door een landheer of bisschop werd opgericht, maar door vertegenwoordigers van het volk.

Men betrok in 1614 enkele oude conventen in de binnenstad van Groningen, die na de Reformatie vrijgekomen waren. Het huidige (derde) Academiegebouw staat nog steeds op de locatie van twee van die conventen. Ook elders werden er gebouwen en plaatsen voor onderwijs gevonden en -met name in de 19e eeuw- bijgebouwd. De eerste hortus botanicus kwam te liggen in de eerste grote stadsuitbreiding ten noorden van de binnenstad (nog steeds Hortusbuurt geheten), een nosocomium in een oud convent vormde het eerste “Academisch Ziekenhuis”, maar werd eind negentiende eeuw verplaatst naar een buiten de wallen gelegen plek waar het zich nu nog, zij het geheel gemoderniseerd, bevindt. Neogotische gebouwen kregen hun plek verspreid over de binnenstad, met daarin laboratoria voor diverse natuurwetenschappelijke richtingen. Een Universiteitsbibliotheek met een deftige uitstraling lag op een steenworp afstand van het centrale Academiegebouw.

Lees verder “Een ramp in opeenvolgende tonelen (2)” →