Byblos in Leiden

Laat ik eerlijk zijn: objectiviteit is mij vreemd als ik schrijf over de Byblosexpositie in het Rijksmuseum van Oudheden. Ik heb immers met David Kertai het publieksboek geschreven en het museum heeft de helft van mijn reiskosten betaald toen ik onlangs naar Libanon ging. Wie een dezer dagen de expositie bezoekt, ziet dat enkele filmpjes die ik daar heb gemaakt, in de tentoonstelling zijn opgenomen. Dat was nooit mijn opzet en ik weet nog steeds niet wat ervan te denken. Maar objectief was ik dus niet toen ik afgelopen vrijdag de tentoonstelling voor het eerst bezocht. In plaats van iets over de expositie te vertellen, vertel ik u liever nog eens waar die om draait.

Relevantie

Het verhaal van Byblos is interessant. Er zijn immers weinig zaken in de Oudheid ontstaan die bewijsbaar relevant voor ons zijn in de zin dat ze ons beïnvloeden. Ik schrijf “bewijsbaar”. Je kunt invloed vermoeden, maar bewijzen is iets anders. Voor je zulke relevantie aan de Oudheid toeschrijft, moet je bijvoorbeeld uitsluiten dat iets tweemaal is uitgevonden. Zoals democratie: de onze heeft niets met de Atheense van doen. Zo zijn er meer complicaties waarover je moet nadenken vóór je relevantie claimt. Het lukt zelden dat je de sociaalwetenschappelijke claim dat er invloed is van de oude cultuur op de onze, sociaalwetenschappelijk kunt bewijzen. We hebben immers te maken met dataschaarste.

Lees verder “Byblos in Leiden”

Kudurru

Kudurru (Archeologisch Museum van Basra)

Wat u hierboven ziet, is een zogeheten kudurru. Dit soort stèles stammen vooral uit het Babylonië van de Kassitische periode, zeg maar de Late Bronstijd ofwel de jaren tussen pakweg 1600 en 1150. Het woord kudurru is Babylonisch en betekent zoiets als “grens”. Tot nog niet zo lang geleden dachten onderzoekers dat het ging om grensmarkeringen, want er staan vaak spijkerschriftteksten op waarvan de strekking is dat de vorst land toewijst aan deze of gene hoge functionaris. (Op de bovenstaande ontbreekt die tekst overigens. Je kunt niet alles hebben.)

De interpretatie van kudurru’s als grensmarkeringen is echter een beetje problematisch. De meeste zijn namelijk gevonden in de omgeving van de grote tempels van Babylonië. Het gaat wél om landtoewijzingen, maar vermoedelijk waren ze vooral bedoeld om te registeren dát land was toegewezen. Ze golden dus niet als markering van een perceelgrens.

Lees verder “Kudurru”

Alexandrië in Brussel

Maquette van de Vuurtoren van Alexandrië (Dieter Cöllen)

In de loop van het eerste millennium v.Chr. schoof het bestuurlijk zwaartepunt van Egypte steeds verder naar het noordwesten: Memfis, Sais, Naukratis en uiteindelijk, na 331 v.Chr., in toenemende mate Alexandrië. De stad zou nog eeuwenlang de hoofdstad zijn van Egypte. Als antiek cultureel centrum is Alexandrië alleen vergelijkbaar met Babylon, Thebe, Athene en Rome. Ik heb weleens gelezen dat er in de inmiddels alweer vele eeuwen Arabisch sprekende havenstad nog een Griekstalige minderheid is, die een beetje neerkijkt op de parvenu’s in de staat Griekenland. Of het waar is laat ik in het midden, maar historisch bezien is Alexandrië én een stad van diverse culturen én, tussen die culturen, trots Grieks. Al zou een auteur als Appianus liever zeggen: Macedonisch.

Expositie

In Bozar, op de Kunstberg in Brussel, loopt alweer enige tijd de expositie Alexandrië, vervlogen toekomsten. De tentoonstelling is verdeeld over enkele thema’s, waarvan het eerste voorspelbaar is: Alexander de Grote. Nu heeft die meer steden gesticht. Het buitengewone succes van het Egyptische Alexandrië komt natuurlijk vooral doordat het exceptioneel gunstig lag, in het deel van de Nijldelta waar het economische en bestuurlijke zwaartepunt al was. Onderschat ook de rol van de Ptolemaïsche vorsten niet.

Lees verder “Alexandrië in Brussel”

Driemaal de dronken vrouw van Myron

Terracotta fles in de vorm van een dronken vrouw (Archeologisch museum van Sousse)

Ik was vandaag in het museum van Sousse, wat de moderne naam is van de antieke stad Hadrumetum. Als u voorwerpen wil zien uit opgemeld museum: hiero.

Ik toon u nu even bovenstaand beeldje: een zeventien centimeter hoog terracotta flesje in de vorm van een dronken vrouw. Het is in 2007 gevonden in een stratum dat wordt geassocieerd met de Severische tijd, dus zeg maar in de kleine halve eeuw voor 235 n.Chr.

Lees verder “Driemaal de dronken vrouw van Myron”

Ba’al-Hammon

Zegelring met Ba’al-Hammon (Museum van Utica)

Dit is toch wel heel supermooi. Dit is een zegelring uit de eerste helft van de zesde eeuw v.Chr., gevonden in Utica, even ten noorden van Tunis, en te zien in het plaatselijke museum, Het plaatje is iets meer dan een centimeter groot. Wat u ziet is de god Ba’al-Hammon, de voornaamste god van de Fenicische kolonisten in de Maghreb. Hij zou later bekend zijn als de oppergod van Karthago, maar dat was maar één stad onder de vele waar hij verering genoot.

De eerste naam betekent gewoon “heer” en is normaal voor Fenicische goden, de betekenis van de tweede naam is niet helemaal duidelijk, maar het is mogelijk dat er een verband is met de Libische god Ammon. De Grieken stelden hem gelijk aan Kronos, de Romeinen aan Saturnus, terwijl hij in het moederland ook wel werd aangeduid als El. In veel mythen gaat het om een oude “koning der goden”, tevens vegetatiegod, die door een jongere heerser is afgelost (Zeus, Jupiter, Ba’al). Maar niet in Karthago dus, waar men Ba’al-Hammon bleef vereren als koning der goden. Men was daar wel vaker wat tegendraads en conservatief.

Lees verder “Ba’al-Hammon”

De koninklijke lier van Ur

Een van de lieren uit Ur in een verlaten Nationaal Museum in Bagdad.

Mijn betere helft en ik waren vorig weekend in Brugge en daar deden we wat mensen zoal doen als ze in Brugge zijn. Kerken bekijken en wafels eten dus, en het bloedreliek bewonderen, flauwe grappen maken over Vlaamse primitieven, lunchen, je machteloos voelen om het gesloten archeologiemuseum, boekhandels in en uit lopen, flaneren langs middeleeuwse (en middeleeuwachtige) huizen, koffie drinken, schilderijenmusea bezoeken, filmlocaties herkennen, uitwijken voor andere toeristen, de laatste Ken Broeders aanschaffen en vooral: je laten verrassen.

Harpconcert

Dat laatste bijvoorbeeld bij een concert van harpist Luc Vanlaere. Zijn concertzaaltje is nauwelijks te missen, want het zit meteen naast het Sint-Janshospitaal, dat museum met al die schilderijen van Hans Memling. Drie keer per dag verzorgt Vanlaere daar een kort concert. Het trok onze aandacht omdat hij leek te gaan spelen op een reconstructie van de lieren uit Ur, waarover ik al eens schreef. Een Sumerisch snaarinstrument is niet het eerste dat je verwacht in Brugge en dus met recht een verrassing.

Lees verder “De koninklijke lier van Ur”

“Egyptische” beelden in Byblos

De kolossos van Byblos

Wie in Beiroet het Nationaal Museum binnenloopt, stapt een vrijwel ideaal museum binnen. Het is een grote hal, waarin prachtige sculptuur zo staat opgesteld dat je er aan alle kanten omheen kunt lopen. Op een bovenverdieping staan de kleine voorwerpen, terwijl in de kelder grafvondsten liggen. De wandschilderingen en textiel die daar zijn te zien, zijn kwetsbaar en vergen speciale belichting en temperaturen. De sculptuurhal loopt aan weerszijden uit op twee zalen. Vanuit de linkerzaal staart de enorme kolos je aan die u hierboven ziet.

Ik herinner me het moment dat ik die voor het eerst zag, in gezelschap van mijn zakenpartner en zijn echtgenote. We stonden echt paf. Ik dacht voor een moment aan Paaseiland. En vervolgens: wat is dit in vredesnaam?!

Lees verder ““Egyptische” beelden in Byblos”

Manuscripten in Nijmegen

Sculptuur uit Herwen (Valkhofmuseum, Nijmegen)

In museum het Valkhof in Nijmegen is momenteel de expositie “Moving Stories” te zien. Die toont hoezeer het antieke rivierenland een migratiegebied was en spiegelt dit aan de ervaringen van hedendaagse migranten. De tentoonstelling is goed ontvangen – lees maar hier of daar – maar ik voor mij was er niet enthousiast over.

Mijns inziens bleven het twee halve verhalen. Bij de moderne migratie lag de nadruk op vluchtelingen, wat maar één soort migranten is. Bij de Oudheid had meer aandacht kunnen zijn voor seizoensmigratie. Dat laatste om twee redenen. In de eerste plaats omdat het verweiden van kuddes in voorindustriële samenlevingen de grote, permanente onderstroom van bewegende mensen is geweest. Het was echt heel belangrijk. En in de tweede plaats (en iets minder belangrijk): als het waar is dat Noviomagus niet, zoals ooit gedacht, “nieuwe markt” betekent maar “het nieuwe veld”, en dus tegengesteld is aan Senomagus, “het oude veld”, dankt Nijmegen zijn naam zelfs aan seizoensmigratie.

Lees verder “Manuscripten in Nijmegen”

De Hemelschijf van Nebra in Assen

De afgelopen dagen vertelde Ab Langereis al het een en ander over de hemelschijf van Nebra: over de Únětice-cultuur, over de ontdekking, over de mogelijkheid (hoe onwaarschijnlijk ook) van een Babylonische connectie en over de mogelijke redenen waarom het voorwerp uiteindelijk is begraven. De aanleiding voor die vier blogjes was dat het Drents Museum in Assen momenteel een betoverend mooie expositie wijdt aan het voorwerp. Die duurt nog zes weken.

Zoals Ab al aangaf, moeten we veel speculeren. Ik was heel benieuwd hoe het museum in Assen dat zou aanpakken. Ik geloof weinig van de door Harald Meller gelegde relatie met de Babylonische astronomie, die hij overigens ook zelf presenteert als speculatie. Je kunt als museum de puzzel centraal stellen, en omdat we sinds de sluiting van het archeologiemuseum van Brugge nauwelijks uitleg hebben van wat archeologie is, zou het best zinvol zijn geweest weer eens ergens te vertellen over hypothesevorming en -toetsing. Conservator Bastiaan Steffens maakte een andere keuze.

Lees verder “De Hemelschijf van Nebra in Assen”

Het Huis van de Europese Geschiedenis

Toen in de negentiende eeuw de nationale staten – ik kan het populaire anglicisme “natie-staten” niet uit mij pen krijgen – vorm kregen, moest nog aan de mensen worden uitgelegd dat ze voortaan één volk waren in één staat. Koningsdag, het volkslied, een vlag, een taal van vreemde smetten vrij, feestdagen, monumenten voor nationale helden, een gestandaardiseerde geschiedschrijving en natuurlijk ook nationale historische musea. Hoe succesvol dit programma was, blijkt wel uit het feit dat we nauwelijks meer herkennen hoe artificieel de nationale staten eigenlijk zijn.

Nieuwe perspectieven

De Dekolonisatie bracht verandering. Wilden de Europese economieën het wegvallen van de voormalige koloniën compenseren, dan moest men een grotere interne markt scheppen. Dat is dan ook gedaan. Generaties politici hebben het wegnemen van belemmeringen als prioriteit gehad. Er ontstonden supranationale instellingen, met als bekendste voorbeeld de reeks EGKS, EEG, EG en EU, die begon als orgaan voor permanent intergouvernementeel overleg en inmiddels is te beschouwen als een semidemocratische semistaat.

Lees verder “Het Huis van de Europese Geschiedenis”