Redbad / Radboud in Leeuwarden

Friese munt

Ik ben een van de zeer weinige Nederlanders die de speelfilm Redbad in de bioscoop zagen. Dat was zo’n wanproduct – ik deed meteen verslag – dat ’ie bijna onmiddellijk uit roulatie is gehaald. Omdat ik me destijds al realiseerde dat een kaartje een collector’s item zou worden, heb ik het bewaard. Er is al eens een bedrag van vier cijfers voor geboden, dus er zijn slechtere beleggingen denkbaar voor de oude dag.

Radbodus, Radboud, Redbad

Waarom ging ik überhaupt naar de bioscoop? Omdat Radbodus, zoals hij in onze bronnen heet, ofwel Redbad, zoals hij in Fries heet, ofwel Radboud, zoals hij in het Nederlands heet, een interessant figuur is. We weten dat hij heeft bestaan en tot 719 regeerde in het westen en noorden van Nederland; we weten dat dit gebied Frisia heette; we weten dat hij voornaam genoeg was om zijn dochter Theudesinde uit te huwelijken aan de voorname Frankische edelman Grimoald II; we weten dat hij een rol speelde in de Frankische Burgeroorlog (715-718); we weten dat zijn Frankische tegenstanders hem typeerden als onverbeterlijke heiden.

Dat is ongeveer alles. We moeten deze kennis halen uit bronnen die door niet-Friezen zijn geschreven en doorgaans een agenda hadden, bijvoorbeeld door de niet-christelijke vorst te presenteren als anti-christelijk. Als historisch personage is hij, zoals je kunt lezen op de boeiende Redbad-expositie in het Fries Museum in Leeuwarden, “weggevaagd door de tijd”.

Tegelijk maakt de archeologie inmiddels duidelijk dat de noordelijke Lage Landen in de zevende en vroege achtste eeuw niet arm waren. Boeren op klei zijn sowieso welvarender dan boeren op zand, dus er was een materiële basis voor (beginnende) staatsvorming, en er ontstonden kleine rijkjes. Zie voor het sieraad van een lokale leider de mantelspeld van Wijnaldum, een pronkstuk in het Fries Museum. Het lijkt erop dat die lokale vorsten een “hoge koning” hebben geaccepteerd die heerste tussen Zwin en Wezer. Zo iemand was niet alleen oorlogsleider, maar had ook sacrale taken en kon dus niet zomaar het christendom aanvaarden zoals de Franken dat definieerden. Dat is dus iets anders dan onverbeterlijk heidens.

Halssnoer met kralen uit alle windstreken

Een conflict tussen Frisia en het Frankenrijk was onvermijdelijk en het staat vast dat hofmeier Pippijn van Herstal in 695 Radboud heeft verslagen bij Dorestad. De verslagen vorst moest accepteren dat Frankische missionarissen actief werden in zijn rijk. Willibrordus had echter weinig succes, afgezien van Zeeland. Hoewel Radboud dus buitenlandse inmenging moest toestaan, was de koning niet voorgoed verslagen en uiteindelijk kwam een huwelijksalliantie tot stand met de familie van Pippijn: zoals gezegd trouwde Radbouds dochter Theudesinde met Grimoald II, zoon van Pippijn. Radboud was nu de knoop die de Frankische en Friese elite-netwerken verbond. Na Pippijns dood intervenieerde hij in een Frankische burgeroorlog, ten gunste van zijn kleinzoon (en Pippijns legitieme opvolger) Theudoald, maar hij werd verslagen door Karel Martel, die weliswaar niet legitiem heerste maar wel sterker was.

Expositie

Radboud is dus een interessante maar slecht bekende man, zodat je er alles op kunt projecteren en dus ook alles wat je in je eigen tijd leuk vindt. De expositie opent met diverse portretten, waaronder een mooi zestiende-eeuws schilderij waarop de Friese heerser is afgebeeld met Habsburgerkaak. De organisatoren laten duidelijk weten dat veel niet bekend is, maar streven er desondanks naar Radboud te presenteren als een speler van Europees formaat. De nederlaag bij Dorestad wordt bijvoorbeeld gebagatelliseerd. Toch moet me van het hart: de Franken bouwden een vroege staat op, met alles erop en eraan, en zo ver kwam Frisia niet.

Ik heb ook wat twijfels over de presentatie van de bronnen. De museale omgang met teksten is eigenlijk altijd moeizaam, maar ik denk dat het een verkeerde keuze is geweest facsimile’s neer te leggen van middeleeuwse manuscripten die maar een enkele bezoeker kan lezen. De aanpak op de Gentse Judith-expositie was beter: toon de problemen bij de uitleg van zo’n tekst. De misleidende wijze waarop in de Frankische bronnen is geschreven over het conflict tussen Karel Martel en Radbouds schoonzoon Grimoald II, zoals geanalyseerd door Sven Meeder en Erik Goosmann, is een perfect (maar dan ook echt perfect) voorbeeld om uit te leggen hoe lastig teksten zijn en hoe weinig zekerheid mediëvisten hebben. Zo toon je tegelijk dat archeologische vondsten, die altijd uitleg vergen, worden geïnterpreteerd aan de hand van een historisch beeld dat zelf hoogst onzeker is. Een ander voorbeeld waar de Gentse aanpak een meerwaarde zou hebben gehad, is het curieuze verhaal van Radbouds weigering zich te laten dopen. Luit van der Tuuk heeft de twijfels goed gedocumenteerd.

Heel goed aan de Leeuwardense expositie is de display aan het begin waarmee de hypothetische geschiedenis van Frisia wordt getoond. Het beste deel is dat over de economie, dat ook duidelijk maakt dat de delen die we vermoedelijk kunnen rekenen tot Radbouds rijk, zeker niet allemaal hetzelfde karakter hadden. Zo waren de begravingen in oostelijk Frisia een stuk soberder dan die in westelijk Frisia. Ik vond de munten erg mooi en ook de uitleg van de rol van de oppergod Wodan (Fries: Woden; Scandinavisch: Odin) in de toenmalige godsdienst vond ik heel erg goed. Sommige voorwerpen waren mooi gemaakte replica’s. Het echte topstuk was de koninklijke mantelspeld van Wijnaldum, maar ook de schaal van Oegstgeest is te zien en ik denk dat ik de Wodan-Christus nu voor de alweer derde keer in het Fries Museum zag. Hij blijft interessant.

De “Odin van Lejre”

Praktisch

Er had wat méér in deze expositie gezeten als het museum à la Judith de twijfel meer centraal had kunnen stellen. Desondanks is ze zeker de moeite waard en het was, toen wij haar afgelopen zaterdag bezochten, aan de drukke kant. De tentoonstelling is met een rolstoel toegankelijk, maar zachte geluidseffecten maken een bezoek voor mensen met hyperacusis vermoedelijk minder aangenaam. Desondanks is Redbad, de legendarische koning een fijne expositie, een bezoek meer dan waard. Nog in Leeuwarden tot 7 februari.

Deel dit:

2 gedachtes over “Redbad / Radboud in Leeuwarden”

  1. Met deze passage heb ik eerlijk gezegd grote moeite: ‘Zo iemand was niet alleen oorlogsleider, maar had ook sacrale taken en kon dus niet zomaar het christendom aanvaarden zoals de Franken dat definieerden. Dat is dus iets anders dan onverbeterlijk heidens. Een conflict tussen Frisia en het Frankenrijk was onvermijdelijk…

    Waarom zou iemand als Raboud überhaupt het geloof van een ander volk aanvaarden. Is dat geloof superieur en als men dat meent, waarop is die aanname gebaseerd. Wie bepaalt dat?
    Waarom was een conflict onvermijdelijk? Als je dat vindt dan moet je dat heel goed uitleggen. Dat kan kort door te aanvaarden wat Thucydides over de oorzaak van de Peloponnesische oorlog zegt, namelijk dat deze onvermijdelijk was, gezien de menselijke aard. De mens jaagt altijd zijn eigen belangen na, ook als die ten nadele van een ander gaan.

    1. Ik denk dat het idee dat het christendom het geloof van een ander volk was, berust op een misverstand. Radboud kon op elk moment Christus toevoegen aan de al vereerde goden en heeft dat ook toegestaan. De eigenlijke vraag is volgens mij: moest de verering van die god plaatsvinden op Frankische wijze?

      Een soortgelijke kwestie speelde ook binnen het Frankenrijk: moest men Christus vereren op z’n Romeins of op z’n Iers?

      Het idee dat heidendom en christendom twee dingen zijn, is niet heidens maar christelijk, en heeft te maken met de feitelijk innovatie van het christendom: dat de verering van de ene god de verering van andere goden onmogelijk zou maken. Ons vooroordeel dat mensen maximaal één religie zouden hebben, gaat erop terug, al is er geen enkel argument om niet én islamitisch én christelijk te zijn.

      Radboud was heidens én vereerde Christus, maar niet zoals de Franken wilden.

Reageren is alleen mogelijk voor site‑leden.
Log in met je uitgenodigde account of vraag lidmaatschap aan bij de redactie.