Stad in marmer. Gids voor het antieke Rome aan de hand van tijdgenoten

Derde druk
Derde druk

Zonder dat ik er werkelijk voor had gekozen was ik vanaf 1997 geruime tijd elk jaar zo’n twee keer in Rome. Dat leidde tot dit boek, waarvoor ik ook driemaal een huisje in Ostia huurde. De combinatie van teksten en archeologie, die ik al eerder had beproefd in De randen van de aarde, verkocht alleszins redelijk, al zal ik de kosten er wel nooit uit halen.

De kritieken waren goed. Wie zou er niet blij worden als het Handelsblad zijn boek typeert als “de beste Rome-gids van Nederland?” Toch kreeg ik ook verwijten, want ik zou het antieke Rome meer als een Derde Wereld-stad hebben getypeerd dan als iets moois, en een neiging hebben gehad tot sensationalisme.

Het is geen kritiek die me werkelijk stak, en ik voel geen neiging me te verdedigen, maar het is interessant er toch nader op in te gaan, omdat beide verwijten voortkomen uit een denkfout, die bekendstaat als naïef positivisme. Ze wordt door classici vaak gemaakt en het kan geen kwaad haar uit te leggen.

Eerste druk

Je moet als historicus altijd een model voor ogen hebben van datgene wat je beschrijft, omdat je anders overschrijft wat er in de bronnen staat. Die zijn echter niet te vertrouwen: ze gaan over het extreme en het niet-representatieve, en ze zijn volkomen toevallig overgeleverd. Dus mag je je nooit zonder meer op bronnen baseren, en moet je je voortdurend afvragen wat er kan ontbreken. Aangezien we te maken hebben met een preïndustriële samenleving en een miljoenenstad, is bijvoorbeeld Lagos een aanvaardbaar comparandum. Dat heb ik dan ook gebruikt.

Heb je eenmaal een beeld van hoe zo’n stad moet zijn geweest, dan heb je een manier om de bias van de bronnen te doorbreken. Over Rome werd in de Oudheid maar op twee manieren geschreven: óf jubelend, óf vol gejeremieer over het toenemend verval der zeden. Ik heb beide vermeden: er valt over zulke steden niet te juichen, en evenmin hoeven we geloof te hechten aan de moralistische auteurs die beweren dat elk Romeins barmeisje een prostituee was of schreven dat op de straten voortdurend werd gevochten.

Wie de bronnen zomaar overschrijft, kan inderdaad een jubelboek schrijven of een boek over straatmadelieven en schandknapen. Beide zijn naïef, want ze veronderstellen dat de bronnen een adequate weergave zijn van de historische realiteit.

[vertaald in het Turks]