De Germanen (3) Geschiedenis

Germaans edelsmeedwerk (Landesmuseum für Vorgeschichte, Halle)

[Dit is het derde van vijf zes blogjes over de Germanen. Het eerste was hier.]

Ik heb eergisteren en gisteren aangegeven dat de Germanen kort voor 100 v.Chr. hun opwachting maken in de geschiedenis, die destijds vooral door Grieken en Romeinen werd geschreven (een ergerlijk bezwaar tegen deze blogjesreeks, overigens). De Mediterrane auteurs verwijzen doorgaans naar de Jastorf-cultuur, waar de Germaanse talen vanouds werden gesproken en vermoedelijk zijn ontstaan. Ook vertelde ik dat deze cultuur en talen zich vanaf pakweg 250 v.Chr. begonnen te verspreiden. De regio van de Germaanse talen valt niet precies samen met de Jastorf-cultuur en die valt weer niet samen met de regio die de Romeinen aanduidden als Germania.

Ik heb weleens de indruk dat archeologen en taalkundigen bij het trekken van conclusies naar elkaar kijken, wat natuurlijk alleen maar goed is, maar het gevaar met zich meebrengt dat de asymmetrie van het bewijsmateriaal wordt verwaarloosd. Desalniettemin is dat precies wat ik nu ook ga doen: de indruk wekken dat er vijf zones zijn, die zowel talig als archeologisch zijn te identificeren. Dat is ook niet helemaal onwaar, maar onwelvallige nuances vallen zo weg. Maar goed, dit is maar een blog en ik doceer geen germanistiek in Göttingen.

Germaanse gordelhaak (Niedersächsisches Landesmuseum, Hannover)

Vijf groepen Germanen

Vanuit de historische taalkunde is een onderscheid bekend tussen vijf groepen talen/dialecten.

  1. De Elbe-Germanen, die door Plinius de Oudere Herminones lijken te zijn genoemd en van de Elbe richting Lippe en Donau migreerden. Zij verdreven daar andere
  2. groepen Germanen van de Weser naar de Rijn. Deze groepen corresponderen vermoedelijk met degenen die de Romeinen aanduidden als Istvaeones, en woonden in wat Maurits Gysseling identificeerde als het gebied waar “Belgisch” werd gesproken. Hoe dat ook zij, de Weser-Rijn-Germanen leken op
  3. de Noordzee-Germanen, die de Romeinen aanduidden als de Ingvaeones; hierbij behoren “onze” Friezen en later de Saksen.
  4. De oostelijke of Oder-Germanen, zeg maar de Przeworsk-cultuur en oostelijke uitlopers, duiken pas in de Late Oudheid op.
  5. De Scandinavische Germanen zal ik negeren.

Ik wil het geen domino noemen, maar het lijkt er wel op dat de Elbe-Germanen, die dus het dichtst bij het kerngebied van de Jastorf-cultuur woonden, de druk op de andere groepen hebben opgevoerd.

Krijgersgraf (Archeologisch staatsmuseum, Warschau)

Germanië in de eerste eeuw v.Chr.

Er zit dus een zekere dynamiek in de Germaanse wereld: het gebied heeft een eigen geschiedenis, met interne oorzaken, en de Germanen reageerden niet passief op wat de Romeinen aan de andere kant van de Rijn en Donau deden. De Germaanse geschiedenis begint met de zuidwaartse expansie van de Jastorf-cultuur, waardoor diverse groepen richting Rijn, naar Bohemen en naar het oosten worden geduwd. De Romeinse keizer Augustus verleende hieraan medewerking door Germaanse groepen toe te laten op de westelijke Rijnoever, waar ze woonden in steden als Xanten (Cugerni), Keulen (Ubiërs) en Nijmegen (Bataven).

Maar dat waren niet de eerste contacten met Rome. Die waren er al vanaf 55 v.Chr., toen Julius Caesar de Rijn overstak. Noch die expeditie, nog een tweede expeditie in 53, leverde veel op, maar het stond goed op Caesars CV. Belangrijker is dat vanaf dit moment Germaanse soldaten dienst deden in de Romeinse legers: al in 55 waren er Germanen in Alexandrië gestationeerd. Later zouden de lijfwachten van Caesar, van de Romeinse keizers en van koning Herodes de Grote bestaan uit Chatten of Bataven.

Germaans houtsnijwerk uit Hollen (Landesmuseum, Bonn)

De Romeinen namen dus Germanen op uit het gebied tussen Rijn en Weser. Vanaf 12 v.Chr. bezetten de legionairs dat gebied, dat dus vooralsnog niet overgenomen kon worden door de Elbe-Germanen. De Romeinen verkenden het gebied van de Elbe wel, maar voor zover mij bekend zijn alle door archeologen gevonden Romeinse militaire en civiele nederzettingen in het Overrijnse te vinden tussen Rijn en Weser, en is er nooit een plan geweest op te rukken naar de Elbe. Dat men streefde naar grensbekorting en daarom een Elbe-Donau-grens wilde, zoals je weleens leest, is flauwekul: een grensbekorting is een defensieve maatregel en de Romeinen waren in het offensief, en los daarvan bewijst de kaart van Ptolemaios van Alexandrië dat de Romeinen niet wisten dat de Elbe korter was.

In de eerste helft van de eerste eeuw na Chr. gaven de Romeinen hun militaire posities op. Dit wordt gewoonlijk in verband gebracht met de slag in het Teutoburgerwoud (9 na Chr.), maar er is voldoende bewijs dat de Romeinen de oostelijke Rijnoever nog steeds beheersten, en het administratieve einde van Legio XVII, Legio XIIX en Legio XIX wil niet zeggen dat ze zijn vernietigd. Meer over deze materie hier.

[Wordt overmorgen vervolgd]


Neergedraaide duim

augustus 1, 2022

Een volmaakte roman

juli 22, 2011
Deel dit:
Reageren is alleen mogelijk voor site‑leden.
Log in met je uitgenodigde account of vraag lidmaatschap aan bij de redactie.