Bij ons in het dorp (26)

Daar ging mijn spaargeld (Zeedijk 125, Amsterdam)

Oké, het was natuurlijk mijn eigen stomme fout: een afspraak maken in de binnenstad van Amsterdam. Het zat als volgt. Van vóór het Vlaams Cultureel Centrum erin trok tot een jaar of tien geleden was de Brakke Grond mijn vaste café en in een verstandsverbijsterende aanval van melancholie had ik er afgesproken met iemand die ik al heel lang niet had gezien, en die toevallig daar in de buurt moest wezen. Ik had natuurlijk moeten zeggen “we spreken wel af op het station” of “ik kom naar jouw woonplaats”. Maar dat zei ik niet. Dus was ik in het historische centrum van Amsterdam.

Voor de Vlaamse lezers: dat is zoiets als Florence. Het hart is uit het lichaam weg gesneden en de toeristen toegeworpen. Amsterdammers moeten tegenwoordig, net als Florentijnen, met een boog om het stadshart heen. Eigenlijk zou Amsterdam in Rotterdam het beeld van de Verwoeste Stad kunnen opvragen omdat dat beeld van een man met een gat op de plek waar je zijn hart verwacht, anno 2026 eigenlijk beter past bij Amsterdam. Rotterdam heeft een leuker centrum.

Enfin. Ik was dus in het stadscentrum en ik fietste weer weg, naar mijn volgende afspraak. Ik passeerde het Anne Frankhuis. En jawel: er was weer eens een toerist die zonder op of om te kijken de straat overstak. Ik begrijp dat wel, want het huis van Anne Frank is best confronterend. Wat ik dan weer niet begrijp, is dat er geen hekken staan om te vermijden dat toeristen, nog onder de indruk van wat ze hebben gezien, de straat oplopen.

Ik was erop voorbereid. Desondanks gebeurde het onverwacht. Ik moest in de remmen knijpen. Ik moest hard in de remmen knijpen. Gelukkig raakte ik de mevrouw niet. Ze was geschrokken. Ze verontschuldigde zich. Als gastheer in deze stad – want zo voel je je toch, ook al ben je als Amsterdammer persona non grata in het toeristisch stadshart – laat je het er maar bij.

Maar goed. Mijn remmen waren dus wel kapot, zo hard had ik erin moeten knijpen. Het was niet zonder levensgevaar dat ik naar mijn volgende afspraak fietste. Daarna naar de fietsenmaker voor twee nieuwe remmen. Ik ben nu zesenveertig euro lichter.

Ooit las ik in een Italiaanse krant het (niet helemaal serieus bedoelde) voorstel dat toeristen in Florence een examen kunstgeschiedenis zouden moeten doen, om te verhinderen dat er teveel ongeïnteresseerde bezoekers kwamen, die het met hun grote aantallen voor de wél geïnteresseerden moeilijk maakten de stad nog te appreciëren. Langzamerhand begin ik te denken dat toeristen in Amsterdam vooraf een verkeersexamen moeten doen – voor hun eigen veiligheid, en om de schade van het hypertoerisme voor Amsterdammers beperkt te houden.

Deel dit:

7 gedachtes over “Bij ons in het dorp (26)

  1. Frans Buijs

    Niet alleen Vlaamse lezers, hoor, ook alle andere Nederlandse lezers. De tijd dat ik Amsterdam leuk vond is ook allang voorbij. Ik liep laatst over het Waterlooplein, waar ik ooit met guldens een leren jas kocht die ik nu nog steeds heb. Waar ik ooit platen kocht. Nu alleen maar lege plekken, kleding die op de grond lag en hier en daar een kraampje. Geen platen meer. Geen kraampjes met grappige t-shirts meer. Eén kraampje met tweedehands boeken. Het enige waar ik daarna nog naar op zoek was, was de metrohalte.

  2. Amsterdam was nooir leuk. Ik blojf liever bij ons in het dorp.
    Of ik ga naar Utrecht, dat helaas ook steeds meer onder massa’s idiote toeristen (midden op straat, de blik alleen in de lucht – natuurlijk via de mobiel- op de Dom gericht). Omdat dat vervloekte Amstrrdam vol is.

  3. Sijbolt Noorda

    Onder historici zou toch als bekend verondersteld mogen worden dat klagen over tempo doeloe van alle tijden is. Ik woon nu zestig jaar vrijwel onafgebroken in het centrum van Amsterdam met evenveel plezier als ooit hoezeer de omstandigheden ook veranderd zijn. Misschien een kwestie van et nos mutamur in illis?

  4. Egbert B.

    Zeg je nou: “Verplicht kunstgeschiedenis voor Florence en verkeersexamen voor Amsterdam”?

    Joh, wij (niet jullie zelf) hebben pas nog 375 miljoen euro geschoven om het Rijksmuseum Louvre-capaciteit te geven. In tien jaar. Dat is: élke dag 100.000 euro. (Inclusief zondagen. Dus op maandag, eerste taak op het Ministerie van OCW: iemand maakt 300.000 euro over aan eh iets of iemand).

    En dat voor een schilderij waar jullie zelf vijf vierkante meter vanaf hebben gesneden. Die Van Gogh, heeft op 25 plaatsen gewoond maar is nooit in Amsterdam gewéést. (Bewijs: anders had ie wel “De vrouw met de parelketting-clutch” gemaakt). Hij keek wel uit.

    Nee, ik zeg: én kunstgeschiedenis én verkeerslessen voor de Amsjtertammers zelf. Tot die tijd: geen toegang tot het centrum.

  5. Kees Voorburg

    Erg herkenbaar, al woon ik nu 28 jaar met plezier in het Centrum. Wel zou ik een (duur) fietsexamen voorwaardelijk willen stellen eer een toerist een fiets mag huren. Voor het eerst in hun leven op een fiets, spacecake in de mik, da’s geen goede combinatie.

    Vorig jaar fietste ik in de Damstraat toen een onnozel, patat-mét etende toeriste plotseling, zonder te kijken van rechts overstak. Had de keuze: 1. Naar links hellen om haar te ontwijken met het risico dat ik onderuit zou gaan of 2. Naar rechts hellen met het risico dat ik de toeriste omver zou kegelen. Koos instinctief voor de 2e optie en mikte met mijn rechter elleboog de patat-mèt uit haar handen, tegen haar kleding. Mijn humeur was voor dagen onverwoestbaar.

  6. Kees Voorburg

    Reactie op Egbert B.
    1. Van Gogh is wel degelijk in Amsterdam geweest (nooit gewoond, dat klopt). Zat soms een halve dag in het RM zat om het Joodse Bruidje op zich te laten inwerken.
    2. Heb mijn twijfels over de RM-directie, nog versterkt door die rampzalige TV-serie over de Familie Van Limbourch met Pieter Roelofs in onuitstaanbare hoofdrol.
    – Mijn argwaan begon toen ik las dat men een beroemd schietijzer in de collectie wilde opnemen.
    – Mijn heeft mijn favoriete afdeling (voor 1600) in tweeën geknipt: Renaissance & de rest van de voor-1600 afdeling. De renaissance-afdeling van het RM is echter te klein voor een eigen afdeling. En de rest is nu een stuk saaier.
    Voorheen had het de aangename, ietwat chaotische diversiteit van het Antwerpse Mayer-van den Bergh. Bah.

  7. Dirk Zwysen

    De populariteit van Amsterdam heeft ook gevolgen daarbuiten. Een vriend vertelde gisteren dat hij ooit langs de muur van Hadrianus wandelde. Op de ferry naar Newcastle bestond het on board entertainment uit vechtende Britten die nog niet ontnuchterd waren na vrijgezellenweekends.

Reacties zijn gesloten.