
Een paar maanden geleden rondde ik de reeks over Julius Caesar af, en verschillende mensen suggereerden me er een boek van te maken. De substantie van het boek was immers daar. Ik aarzelde. De gimmick van die blogreeks was dat ze “in real time” was en in een boek zou die meerwaarde wegvallen. Desondanks besloot ik een boek te wijden aan de laatste jaren van Julius Caesar. Zo gaat het ook heten: De laatste jaren van Julius Caesar. Dat is de werktitel althans. De ondertitel is Het ontstaan van een Mediterraan wereldrijk (zie de Lex Roscia voor uitleg).
Maar het heeft even geduurd voor ik wist hoe ik een boek kon schrijven dat niet overbodig zou zijn. Er zijn immers al genoeg boeken over Caesar. Ook over de burgeroorlog die hij ontketende, is meer dan voldoende gepubliceerd. En zeker niet door de geringste auteurs! De grote bouwmeesters waren het wetenschappelijke team van Napoleon III, en verder Theodor Mommsen en Ronald Syme. Waar grote bouwmeesters de hoofdlijnen schetsen, is werk voor metselaars en timmerlieden, die ik hier niet allemaal zal opsommen maar die eigenlijk alles hebben gezegd wat er te zeggen valt.
Het wetenschappelijk proces
Het is de taak van de wetenschapscommunicatie het publiek te brengen in een staat van vertrouwdheid met het wetenschappelijk proces: aanwijzen wat de bouwmeesters en hun werklieden willen bereiken en tonen hoe ze komen tot hun resultaten. Dus: wat willen historici? Antwoord: een verklaring geven voor wat is gebeurd in het verleden. Hoe doen ze dat? Antwoord: door alle mogelijke data te verzamelen, te analyseren en te interpreteren. Ik denk dat ik voor die taak inmiddels een vorm heb gevonden. Ik kan die het beste uitleggen aan de hand van een voorbeeld.
De geschiedenisboeken die ik erop heb nageslagen, hebben min of meer dezelfde, didactisch verantwoorde structuur: Caesar komt ergens aan (bijvoorbeeld in Alexandrië), de auteur weidt uit over de situatie ter plekke (in dit geval een burgeroorlog tussen Ptolemaios XIII en zijn zus Kleopatra VII Filopator met een tienjarige voorgeschiedenis), vertelt vervolgens wat Caesar deed (Ptolemaios verslaan) en beschrijft hoe Caesar de situatie naar zijn hand zette (Kleopatra als vazalvorst). Daarna vertrekt Caesar, op weg naar nieuwe veroveringen.

Causaliteit
Deze vorm is prima, maar heeft een nadeel. Caesar is in deze presentatie degene die arriveert, analyseert en afrondt; hij is de man die komt, ziet en overwint. Het is “grotemannengeschiedenis”, en het probleem daarmee is niet dat sommige “grote mannen” vrouwen waren, maar dat de analyse zich beperkt tot individuen die de geschiedenis vorm geven. Dat is natuurlijk een simplistische, onwetenschappelijke visie op historische causaliteit.
Vanaf de achttiende eeuw ontstonden wetenschappelijke visies, waarin diepere processen centraal stonden. De discussie hierover vormt het hart van de geschiedwetenschap: zijn die diepere processen en structuren wel of niet op te vatten als een verzameling van een heleboel keuzes van individuen? (Antwoord: nee, die processen zijn niet herleidbaar tot individuele beslissingen of opinies of keuzes. Ze hebben een zelfstandige realiteit.) En kunnen zulke structuren en processen functioneren als oorzaak? (Antwoord: ja.) De aloude formulering waarop ik doorgaans terugval, d.w.z. dat individuen geschiedenis maken maar niet onder omstandigheden van hun keuze, is ruwweg adequaat maar niet helemaal.
Daarover misschien een andere keer meer, maar voor het moment gaat het me erom dat een verhaal waarin alles draait om Caesar, didactisch weliswaar handig in elkaar zit, maar aanneemt wat moet worden bewezen: dat geschiedenis wordt “gemaakt” door een “grote man”. En dat is dus, pace Mommsen, te snel geconcludeerd. Mijn Caesarboek zal daarom niet Caesar volgen en de achtergrondinformatie presenteren in uitweidingen, maar zal zoveel mogelijk chronologisch zijn. Om bij het voorbeeld te blijven: als ik Caesars maandenlange verblijf in Egypte beschrijf, zal ik heen en weer springen naar Spanje, Rome, Kroatië en Pontus, waar op dat moment van alles gebeurde dat in andere boeken pas in uitweidingen wordt verteld als Caesar in die gebieden arriveert. Of helemaal nooit: de operaties in Kroatië worden, omdat Caesar er niet is geweest en er in zijn Aantekeningen bij de Burgeroorlog nauwelijks naar verwijst, simpelweg overgeslagen.
Mijn boek
Ik denk dat als ik het verhaal strikt chronologisch vertel, ik feitelijk een boek maak dat moedwillig onoverzichtelijk is. Alleen als ik alle gelijktijdige gebeurtenissen tegelijk toon, is duidelijk onder welke complexe omstandigheden Caesar en zijn tegenstanders hun beslissingen moesten nemen. Het voor mij uitdagende van dit boek is dat ik én de onoverzichtelijkheid van dat moment wil schetsen én een overzicht wil geven dat de lezers boeit.
Dat is dus wat paradoxaal. Ik heb de afgelopen tijd wat lopen rommelen, maar denk inmiddels mijn draai gevonden te hebben. Mijn redactrice heeft een fors deel gelezen en gelooft erin. Over een maand gaan we eens kijken wanneer de deadline voor dit manuscript valt. Het moet een boek worden dat enthousiasmeert voor de oudheidkunde. De hierboven afgebeelde groene Caesarbuste uit Berlijn zal overigens (dat weten we sinds gistermiddag) op het omslag komen van De laatste jaren van Julius Caesar.
Zelfde tijdvak
Hellenistische koningsportrettenjanuari 6, 2017
Migratie in de Arabische wereldmaart 11, 2023
Velleius Paterculus (5)maart 5, 2016

Spannend. Ik schrijf me alvast in.
Wat zie ik daarnaar uit!!
Zeg, dat gaat toch klaar zijn tegen 6 december, hè.
Zeker niet. De richtdatum voor de publicatie is momenteel januari 2028 en ik weet over een maand of ik me daar werkelijk aan zal committeren. Ik moet nog even kilometers maken voor ik weet wat ik wel of niet kan.
Veel succes ermee! Tolstoj heeft ook eens zoiets geprobeerd, maar dan met Napoleon 🙂
De gedachte van een slotessay à la Tolstoj is bij me opgekomen. Maar ik ben geen Tolstoj. Als je hierboven goed leest, zie je dat ik denk dat ik het beter weet dan Mommsen. Dat is al hoogmoedig genoeg.
Excusez mijn onwetendheid en zwartgalligheid, maar waarom juist de nadagen van deze massamoordenaar?
Dat is geen onwetendheid, maar een valide vraag. Er zijn twee antwoorden.
Eén: kennis van het verleden is zinvol als je op iets stuit dat tegen je eigen normen en waarden ingaat. Als we alleen gelijkgestemden tegenkwamen, schuurt er niks en leer je er niets van. Dat mag natuurlijk; maar zo nu en dan wil ik toch iets relevants doen.
Twee: Caesar is een soort laboratoriumopstelling voor de vraag of individuen of processen geschiedenis maken.
En laten we punt drie niet vergeten: je verkoopt er waarschijnlijk meer boeken mee dan met Filon van Byblos.
Het idee om er een soort totaalplaatje van te maken klinkt interessant, maar kan inderdaad onoverzichtelijk worden als de lezer de hele tijd heen en weer moet tussen namen en landen. Ik denk dat je net als Tolstoj een lijstje met personages nodig hebt. En veel landkaarten.
Als alleen processen geschiedenis zouden maken doet het er ook niet meer toe of iemand een ‘massamoordenaar’ zou zijn…?🤔
Het hoe en waarom begrijpen is niet hetzelfde als een moreel oordeel vellen.
Eens. We doen nu krampachtig alsof Caesar een soort Gengiz Khan was in plaats van te erkennen dat het verleden niet bestond uit het brengen van beschaving met een bos bloemen. Caesar was niet heel anders dan zijn tijdgenoten, die met hun zucht naar macht ook over lojken gingen.
Op de een of andete manier doet me dit soort reacties denken aan recente discussies over de tyrannosaurus rex. Mensen zijn behoudend en willen geen gemorrel aan hun wereldbeeld.
Oh, maar dat wordt steeds meer lis gelaten is mijn indruk.
Help, waar reageer je nu op?
Op het commentaar van Frank B.
Robert Vermast is er tussen gaan zitten.
Begrepen.
Ik denk dat het een nuance anders ligt: de belangstelling is verschoven naar onderwerpen waar een morele component aan zit. Dus we krijgen veel te lezen over mensen die niet voldoen aan de “zeven vinkjes”: vrouwen, onvrije arbeiders, mensen met een andere huidskleur, mensen met een handicap…
Ik denk dat de antwoorden doorgaans wetenschappelijk zijn, al erken ik dat er, als wordt geprobeerd “onderdrukte perspectieven” te schetsen, de fantasie soms net zo groot is als bij de reconstructie van de antieke topografie.
Het boekenaambod wordt er niet perse verrassender op zo.
Ik zou dolgraag een “leesboek” over de Oudheid willen schrijven, een algemene geschiedenis die goed te lezen is, de Oudheid als geheel presenteert in plaats van reduceert tot Griekenland-Rome, niet bolstaat van de voetnoterij en toch de laatste stand van zaken weergeeft. En ik kan dat boek maken. Maar ik heb de tijd niet.
Ik wou dat er nog mecenassen bestonden.
Een zeer interessante onderneming!
Nieuwsgierig naar het resultaat! terwijl mijn ongelezen stapel groeit…