Faits divers (57)

De gestolen torque (Musée du Pays Châtillonnais)

Een nieuwe aflevering in de onregelmatig verschijnende reeks faits divers, met deze keer: diefstal, inhakers bij The Odyssey, leuke nieuwtjes, archeoblabla, een boek dat elke oudheidkundige zou moeten lezen en een boek vol vreemde godsbewijzen.

Diefstal

De goudprijs is hoog, dus op de diefstal van de helm van Coțofenești volgde onvermijdelijk een nieuwe diefstal: dit keer een Keltische torque die is gevonden bij de enorme krater van Vix. Triest, al is het natuurlijk klein bier vergeleken met – ik noem eens wat – de Syrische opgraving Ain Dara: eerst gebombardeerd, nu geheel geplunderd.

Inhakers

Omdat de film The Odyssey de aandacht trekt, zijn er inhakers. Zo zoekt het eiland Ithaka de publiciteit met een antieke cultusplaats voor Odysseus, die (dankzij de Utrechtse archeoloog Wilhelm Vollgraff) al bekend was van inscripties, en nu is geïdentificeerd. Uiteraard kon het even verderop gelegen eiland Kefalonia hierna niet achterblijven: daar is nu het graf van Odysseus ontdekt.

De film zelf – u heeft niet één maar twee besprekingen tegoed – is aanleiding voor discussie. Christopher Nolan gebruikte een vertaling, en de vertaalster keerde zich tegen de film, en daar is dan weer commentaar op. Zo werkt literatuurkritiek nu eenmaal: het is een discussie, waarbij het belang van de discussie is gelegen in de discussie zelf. Daarbij scherpen mensen hun oordeel.

Tegelijk is zo’n opstapeling van een beschouwing over een commentaar op de verfilming van de Engelse vertaling van de geschreven weergave van een oude vertelling ook jammer. We bestuderen literatuur met een reden: we willen iets leren dat we anders niet wisten. Ik zou daarom willen dat classici ermee ophielden zichzelf te presenteren als vliegenafvangers en in plaats daarvan uitlegden dat de antieke wereld wezenlijk anders was dan de onze en wat daarvoor de verklaring is. We bestuderen de Oudheid immers om onze eigen denkwereld beter te doorgronden. Het is fijn dat we met The Odyssey wat aandacht krijgen, dus laten we de aandacht trekken tot iets, namelijk tot wat we eigenlijk doen.

Twee leuke nieuwtjes

De archeologische dienst in Pompeii heeft een paar jaar geleden een Europese miljoenensubsidie gekregen om de site, die eigenlijk te groot is om te conserveren, te conserveren. Gek genoeg hoorden we daar nooit over. “Pompeii” dreigde een rode vlag te worden voor slecht gepresenteerd nieuws. Maar ziet hoe mooi het leven is: we krijgen nu toch te horen over restauratiewerkzaamheden.

En het volgende is toch echt wel superinteressant: in de omgeving van de Spaanse havenstad Valencia is in een 200 meter diepe grot een kleine Romeinse tempel ontdekt. Het leuke is dat de pelgrims hun namen op de wanden schreven, zodat er nu 120 inscripties bij zijn gekomen. Het gaat vrijwel uitsluitend om vrouwen en het leuke is dat de grot al sinds mensenheugenis Cova Dones heet, de “vrouwengrot”: alsof er een herinnering is blijven bestaan aan het diepe, Romeinse verleden.

Nog interessanter is dat de vereerde watergodin, Malaci, tot nu toe totaal onbekend was, en een Fenicisch ogende naam heeft. Ze wordt ook Domina genoemd, en dat zou zomaar de vertaling kunnen zijn van Baälat, Fenicisch voor “heerseres” en een volkomen normale godsnaam.

Archeoblabla

De “faits divers” is incompleet als ik niet de brompot uithang. Ook vandaag maar weer.

Een archeologische vondst is vroeg of laat altijd uniek. Is het niet voor onze regio, dan toch voor dit land, deze provincie, deze gemeente. In Slowakije is “extremely rare” bewijs gevonden voor de militaire campagnes van Marcus Aurelius. Tja, Mušov ligt sinds de splitsing van Tsjechoslowakije helemaal in een ander land. “Extremely rare”: voor Slowakije dan.

Dakpanstempel van X Gemina uit Mušov

In de categorie “voorbijganger doet vondst” hebben we dit keer iemand die op het strand een munt heeft gevonden. Vanzelfsprekend gepresenteerd als belangrijk (“de eerste keer dat een munt van dit type in Israël is gevonden”), maar het enige wat we leren is dat het een “nieuwe aanwijzing” is voor de handelscontacten tussen Cyprus en Palestina. Dat wisten we al.

En o ja: Romeinse zilverstukken in Centraal-Duitsland zijn natuurlijk niet bijzonder genoeg. Dus claimen de archeologen maar weer dat de geschiedenis moet worden herschreven. Uiteraard is dat al geroeptoeterd voordat ze aan een historicus hebben gevraagd wat de regels van een historisch bewijs eigenlijk zijn.

Arabische inscripties

Anders dan de archeoblabla suggereert, is er over de Oudheid wél iets interessants te vertellen. We hoeven helemaal geen gekke dingen te brullen.

Een van de belangrijkste ontwikkelingen uit de afgelopen kwart eeuw is de ontsluiting van duizenden en duizenden Arabische inscripties. Onze kennis van de voor-islamitische wereld is enorm gegroeid. Dat levert al een stortvloed aan nieuwe artikelen op, die misschien niet meteen ieders belangstelling hebben, maar die in elk geval documenteren in welke wereld de islam is ontstaan (willekeurig voorbeeld).  Het staat nu vast dat de schrijfcultuur goed was gegrondvest, zoals u ook zonder veel kennis van de Semitische talen kunt zien aan de spelling van het woord Allah, met dubbel L. Een beginnende auteur zou vrijwel zeker Alah schrijven, maar er was dus evident al een algemeen bekende conventie.

U wil natuurlijk alles weten over deze enorme uitbreiding van het oudheidkundig databestand. En hier is uw hulp: de Zwitserse geleerde Andreas Kaplony publiceerde zojuist Pre-Modern Arabic Documents. A Concise Introduction into Reading and Publishing (2026) en dat is gewoon open access.

En nu ik het toch heb over de Arabische wereld: Wim Raven schreef op deze plek al eerder over Ğibrīl ibn Nūḥ al-Anbārī, die een collectie christelijke godsbewijzen verzamelde. Ravens boek (vertaling + commentaar) is inmiddels verschenen en is hier te downloaden. Eveneens open access. Ik ga er nog over bloggen, maar u kon al eens lezen over een mier op de zijderoute, en Raven adviseert uit het vertaalde hoofdstuk over dieren te lezen over het hijgend hert (blz. 89 en 199, de zeedraak (blz. 88 en 198) en de giraffe (blz. 87 en 196).

Deel dit:

2 gedachtes over “Faits divers (57)

  1. Robbert

    Jona schrijft over “Romeinse zilverstukken…. de geschiedenis (van Centraal Duitsland) moet worden herschreven”. Die overdreven kop komt in het m.i. redelijke artikeltje niet terug.
    Maar dat “claimen de archeologen” hier niet.
    Het artikel is niet geschreven door een archeoloog, maar een veelschrijvende “staff writer” als ik even google.
    En hij hoeft zelfs de kop niet bedacht te hebben, dat kan een ander bij Archaeology News geweest zijn.

    Daarbij dacht ik aan de krant die ik dagelijks lees, de NRC.
    De kop bij een artikel dekt lang niet altijd de tekst van het artikel, komt niet in de tekst van de auteur voor of is overdreven of half waar en lijkt vaak geschreven om aandacht te trekken.
    In zo’n geval moeten we onze pijlen richten op de journalistieke koppen-bedenkers en het redactiebeleid.

Reageren is alleen mogelijk voor site‑leden.
Log in met je uitgenodigde account of vraag lidmaatschap aan bij de redactie.