
Een nieuwe aflevering in de onregelmatig verschijnende reeks faits divers, met deze keer: dodecaëders, historische taalkunde en Hannibals Alpentocht, een onderwerp waarbij de grens tussen wetenschap en pseudowetenschap is vervallen. Wat ons automatisch brengt bij Erich von Däniken.
Dodecaëder
Dodecaëders zijn metalen voorwerpen met twaalf dezelfde vijfhoekige vlakken, waarin cirkelvormige openingen zitten. Op de hoeken zijn knopjes aangebracht. Sommige dodecaëders zijn maar vier centimeter in doorsnee, andere wel twaalf; de zwaarste weegt een kilo, de lichtste nog geen veertig gram. Geen mens weet waarvoor ze dienden, al zijn ze vooral in Noordwest-Europa gevonden in uiteenlopende Romeinse contexten. Dat kan een graf zijn, of een legerkamp, een badhuis, een muntschat, een theater of een Friese terp, zoals het exemplaar dat u hierboven ziet, dat is gevonden in Hartwerd.
Er is van alles over bedacht. Regelmatige twaalfvlakken zijn platonische lichamen, maar omdat onwaarschijnlijk is dat Plato veel volgelingen had benoorden de Alpen, zal een levensbeschouwelijke interpretatie in die sfeer wel onjuist zijn. Misschien dienden dodecaëders voor landmeting, al begrijpt niemand hoe, en ook kunnen het de knoppen zijn geweest van knotsen, al zullen dat dan wel knotsen zijn geweest die vooral dienden om mee te pronken. De Eerste Hoofdwet van de Archeologie is ingeroepen: dodecaëders hadden een ritueel doel. Ze kunnen ook zijn gebruikt om gestandaardiseerde wasfiguurtjes te maken. En er bestaat een als grap verzonnen, later serieus uitgewerkte hypothese dat het ging om punnikklosjes. Er is nu een theorie die in die richting verder zoekt: het zou gaan om een instrument om metaaldraadjes te vlechten.
Ik vind dat nog niet eens zo’n vreemd idee, maar navraag bij anderen leerde me dat deze hypothese de variatie aan vindplaatsen niet echt verklaart en dat ook onduidelijk is waarom zo’n ding een kilo wegen kon. Bovendien is er een dodecaëder bekend zonder gaten. We wachten af.
Historische taalkunde
Aron Groot is een classicus die elke zaterdag een kort taalkundig blogje publiceert. Ik noemde hem al eens eerder. Een recent stukje van Groots hand ging over het verschil tussen Herakles en Hercules, en andere blogjes gaan over de etymologie van Italië en het voor-Griekse woord labyrint. Neem een abonnement!
Hannibal
In de jaren tachtig werd in vrijwel alle landen het theoretisch onderwijs gekortwiekt. Zo viel een eerste controle op de wetenschappelijke kwaliteit weg. Een tweede controle was de peer review, en die functioneert in de oudheidkunde al zeker vijftien jaar niet meer, terwijl het hyperspecialisme brede collegiale controle nu net noodzakelijker maakt dan ooit. Een voorbeeld is de vraag waar Hannibal over de Alpen is getrokken: niet alleen een probleem zonder belang, maar ook een onoplosbare vraag, om de doodeenvoudige reden dat de twee bronnen teruggaan op hetzelfde ooggetuigenverslag, dat kort en ambigu is. De geleverde informatie past overal in het Alpengebied en dat maakt de vraag onbeantwoordbaar.
Niet gehinderd door dit simpele inzicht blijven er mensen die denken de oplossing te kunnen weten, om vervolgens de gegevens in die richting praten. “Weten” ze al dat het een noordelijke pas was, dan stak Hannibal de Rhône vrij noordelijk over en trok hij in dagmarsen van vijftig kilometer noordwaarts; “weten” ze al dat het een zuidelijke pas was, dan was de oversteek in het zuiden en zijn de dagmarsen korter. De data staan het allemaal toe, en waarom zou je je ook bekreunen om de onbeantwoordbaarheid van een vraag als je het gewenste antwoord al weet?

Een paar jaar geleden dacht iemand dat hij bij de Col de Traversette de landslide had gevonden die in de bronnen wordt genoemd: een enorme afzetting die Hannibals afdaling zou hebben geblokkeerd. Het was handig geweest als hij verder had gekeken dan de Engelse vertaling, want de woorden die in onze bronnen worden gebruikt, slaan op een stuk weg dat is weggeslagen: geen afzetting dus, maar het tegendeel, erosie. Ondanks deze blunder kwam het gewoon door de peer review, want daar zaten geen classici in.
En nu wordt beweerd dat die route over de Col de Traversette de minste energie zou kosten. Weliswaar een hogere klim (over een pas die zelfs aan de weinige informatie die we hebben, niet voldoet) maar over een kortere afstand. Niet dat Hannibal wist hoeveel energie zijn mannen en dieren nodig hadden, erkennen de onderzoekers, om de echte bezwaren te negeren.
Want: welk eindpunt neem je? Bij de Traversette is de afdaling tot het bovenste deel van een rivierdal steil en kort, bij de andere passen is die langer. Daardoor kost deze route inderdaad de minste energie. Maar je kunt de verschillende routes alleen zinvol vergelijken als je hetzelfde begin- en eindpunt neemt: dus van bijvoorbeeld de Rhôneoversteek (waar?) tot de plek waar alle routes samenkomen (Turijn), en dan is de Montgenèvre (een pas die wel voldoet aan de weinige informatie die we hebben) de pas die de minste energie kost. Geen van de peer reviewers lijkt te hebben herkend dat het artikel een vreemde vergelijking maakt en dat de auteurs een route suggereren die dus niet voldoet aan de weinige informatie die we hebben.
Dit is geen hypothesen op hypothesen stapelen; hier stapelen wetenschappers slecht onderzoek op slecht onderzoek en de conclusie is dat de peer review naar de filistijnen is. Het wetenschappelijk bedrijf is stuk, althans op dit punt. En op meer punten, zoals hier en hier en hier en hier en op vele, vele andere punten.
Von Däniken
Terwijl ik bovenstaande Faits Divers schreef, kwam nog iets leuks binnen. Nou ja, leuk: het gaat over Erich von Däniken. Die insinueerde – want hij bewees niets – dat buitenaardse wezens invloed hadden gehad op de menselijke geschiedenis (Waren de goden kosmonauten?).
Godsdiensthistoricus Mattias Brand (die ook alles weet van manicheeërs) stortte zich op de necrologieën en herkende dat de gepolariseerde discussie van de afgelopen halve eeuw ’s mans nagedachtenis heeft gevormd: er is in de necrologieën sprake van bewondering voor zijn vertelkunst, van onbehagen over zijn aanpak en vooral van een herhaling van allang vastgeroeste verhalen.

“We wachten af.”
Tot dan houd ik het er op dat er gedurende de Oudheid ten noorden van de Alpen ook wiskundenerds waren, die die dingen gewoon mooi vonden om hun regelmaat.
“vervolgens de gegevens in die richting praten”
Dan heeft het Hannibal-Alpen non-probleem toch zijn voordeel. Het biedt uitstekende oefenstof om te leren herkennen hoe mensen argumenteren voor een vooropgezette conclusie.
Het vervelende is dat niemand de oefenstof leest.
Wanneer National Geografic iets zegt, dan moet het wel waar zijn: aliens bestaan en hebben een beslissende rol gespeeld in vooral de oudheid en de periode die daaraan vooraf ging. Ze spraken/ spreken overigens Amerikaans-Engels, ook daarom al kan er geen twijfel zijn over hun bestaan (vooruitziende blik m.b.t. wat ooit de dominante taal zou worden).
1+1=2: Hannibal is nooit over de Alpen getrokken. Misschien heeft hij het geprobeerd, maar heeft hij het opgegeven (want waar zijn de olifant-skeletten?!?). Lijkt mij voldoende bewijs dat aliens hem en zijn hele leger hebben opgepikt met hun ruimteschip om de zooi daarna netjes aan de Italiaanse kant weer neer te zetten, ongeveer zoals ze de in het nauw gedreven Brian (Life of Brian) oppikten om hem na een paar rondjes rond de aarde aan de andere kant van de stadsmuur weer neer te zetten. Heette dat ruimteschip niet Deus ex Machina?
Wist u dat aliens ook vliegende onderzeeërs hadden? NG maakt intensief reclame voor een serie waarin dat wordt bewezen.
Groet van een gepassioneerd drogredenaar.
U bedoelt het ‘History Channel’ denk ik. (Ancient Aliens.)
” En er bestaat een als grap verzonnen, later serieus uitgewerkte hypothese dat het ging om punnikklosjes. ”
Onzinverhaal. Britse archeologen deden een onderzoek waaruit de volgende data naar voren kwamen:
elke vondst is ruwweg gelijk van vorm
elke vondst verschilt van omvang
elke vondst is van een kostbaar materiaal vervaardigd
elke vondst is door een edelsmid vervaardigd (het is een heel complex voorwerp)
elke vondst is gaaf: er zijn geen sporen van verslijt
Daarbij komt dat de vondsten uit een beperkt gebied
(https://www.researchgate.net/figure/Distribution-map-of-Roman-dodecahedra-sites-Chotin-and-Hurbanovo-are-highlighted-with_fig1_400406639), wat spreekt voor een regionale functie (dus geen punnikklosje).
Al voeg ik daar direct aan toe dat dit ook mogelijk is doordat ze in andere regio’s nog niet gevonden of herkend zijn, zoals mijn collega (archeoloog) mij vertelt terwijl ik dit schrijf. Het blijft een hypothese.
Tot dusver blijft alles een hypothese, we weten het gewoon niet.
Maar wat we wel weten is dat het geen algemeen dagelijks gebruiksvoorwerp was.,
Vandaar dat ik (alweer) graag verwijs van ‘DE Hypothese’, voor mij nog steeds de meest aantrekkelijke, en van eigen bodem:
https://www.dodecaeder.nl/hypothese
Ik heb dit artikel doorgelezen. Vernuftig, het zou kunnen, maar als je de juiste datum wilt weten kun je ook de lengte van de schaduw meten, even nauwkeurig en aanzienlijk eenvoudiger.
‘Een tweede controle was de peer review, en die functioneert in de oudheidkunde al zeker vijftien jaar niet meer, terwijl het hyperspecialisme brede collegiale controle nu net noodzakelijker maakt dan ooit. (…)
(…) hier stapelen wetenschappers slecht onderzoek op slecht onderzoek en de conclusie is dat de peer review naar de filistijnen is.’
Het is al vaker aan de orde geweest, maar vooruit: wat moet er gebeuren om de peer review als wetenschappelijk controle-instrument weer te laten functioneren?
Wat vinden de peers hiervan?
Elke academicus erkent het probleem, voor zover ik weet. En geen enkele academicus doet er wat aan omdat men te druk is met het publiceren van artikelen die feitelijk ongecontroleerd worden gepubliceerd.
Eind jaren tachtig zagen voldoende mensen dat onze kennisinfrastructuur werd vernietigd. Het moment om in te grijpen was toen. Mensen die iets wilden doen, zijn eruit gewerkt of werden nooit aangenomen. Het moment om de schade beperkt te houden, was 2000. In plaats daarvan kwamen er betaalmuren. Nu is het te laat om de wetenschap in de huidige vorm te redden.
Ik heb gehoopt dat de journalistiek in staat zou zijn slecht onderzoek te benoemen. Maar dat gebeurt ook niet.
Het hoeft niet per se voorgoed verkeerd te gaan, maar ik zie momenteel geen initiatieven om iets te redden. Initiatieven als Science In Transition, De Nieuwe Universiteit en – momenteel – WOinActie kondigen stuk voor stuk aan dat het gaat om het maatschappelijk functioneren van de wetenschap en steeds draait het uit op geklets over arbeidsvoorwaarden. Tja.
Het is zinvol voor onze musea plannen te maken om de collecties bij elkaar te houden. De politiek gaat keuzes maken, de subsidies gaan verdwijnen en dan moet er een plan zijn om de collectie bij elkaar te houden en niet per stuk te verkopen. Ik ken twee voorbeelden waar de collectie dus maar werd geveild, omdat de directies het niet nodig hadden gevonden een plan te maken om samen te houden wat samen behoorde te blijven.