
Het is met de Germanen zoals met de Kelten: begripsverwarring. Soms verwijst de naam naar degenen die door de Grieken en Romeinen zo werden aangeduid. Soms is verwezen naar de bewoners van een bepaald gebied, “Germania”. Soms is verwezen naar de sprekers van een bepaalde taal. Ik sla nog het een en ander over, maar dit is duidelijk: zoals de Kelten zichzelf geen Kelten noemden, zo wisten de Germanen niet dat ze Germanen waren. Dit alles geldt overigens voor wel meer antieke volken.
Ik wil nu zes blogs wijden aan de Germanen. Ik wil vandaag iets vertellen over de herkomst van het idee dat er überhaupt Germanen bestonden en zal daarna ingaan op het onderzoek – eerst de historische taalkunde. Daarna behandel ik dan de geografie en archeologie, en is, hoop ik, duidelijk waarom de geografische begrenzing lastig is en er eigenlijk gradaties van Germaansheid zijn. Ik vermeld dan in een derde blogje wat historische gebeurtenissen (zoals de slag in het Teutoburgerwoud) vervolg met meer geschiedenis, en ik rond af met een schets van de Germaanse cultuur, met speciale aandacht voor religie.
Antieke opvattingen
Waar komen die Germanen nou vandaan? De Griekse onderzoeker Herodotos van Halikarnassos kende ze in de vijfde eeuw v.Chr. nog niet: in het noorden woonden de Skythen en de Kelten. Misschien herkende hij dat zij de sprekers waren van talen uit twee verschillende takken van de Indo-Europese taalfamilie. Rond 100 v.Chr. is de geografische kennis veranderd en kennen de Griekse en Romeinse geografen een derde volk – of groep volken, het is maar hoe je het wil invullen – in het noorden: aan de overzijde van de Donau woonden ergens de Germanen. Voor zover ik weet is Poseidonios van Apameia de eerste auteur van wie een verwijzing is overgeleverd.noot
Zie ik het goed, dan hebben alle auteurs vóór Poseidonios Herodotos’ tweedeling gehandhaafd. Het is denkbaar dat de Germanen al bekend waren aan een auteur als Pytheas van Marseille (rond 325 v.Chr.), een Eratosthenes van Kyrene (rond 225 v.Chr.) of een Polybios (rond 150 v.Chr.) en dat hun beschrijvingen van de noorderlingen niet zijn overgeleverd. Het kan echter ook zijn dat de Germanen pas kort voor Poseidonios “op de radar verschenen”.
Migraties
Misschien verdient die laatste verklaring de voorkeur, aangezien niet veel eerder de Kimbren en Teutonen vanuit het hoge noorden zuidwaarts waren gekomen, groepen die evident niet Keltisch waren. Ze spraken een andere taal en waren, volgens de Romeinen, veel primitiever dan de Kelten. Als die golden als barbaren, dan vertegenwoordigden de Germanen een nog woestere wildheid, wat goed paste bij het Grieks-Romeinse wereldbeeld dat naarmate je verder van de Middellandse Zee kwam, de mate van beschaving afnam.

In elk geval: na pakweg 100 v.Chr. kenden de Grieken en Romeinen de Germanen. Ze leefden in het hoge noorden en kwamen naar het zuiden. Die migratie zette zich nadien voort en wordt geassocieerd met een Germaans volk dat bekendstaat als de Sueben. Zij vestigden zich in het midden van wat nu Duitsland is. Eerdere bewoners trokken naar het westen, over de Rijn, en naar het oosten, richting Bohemen. Er was ook expansie naar het noorden, waar de Sami (ofwel Lappen) uitweken naar noordelijk Scandinavië.
De Germaanse taal
Ik zei al dat deze mensen een eigen taal hadden, die duidelijk geen Keltisch was. Het gaat echter wel om een Indo-Europese taal. Dat deze vroegste Germaanse taal (of verzameling talen, daar wil ik nu vanaf zijn) überhaupt heeft bestaan is af te leiden uit het simpele feit dat moderne Germaanse talen (bijv. het Engels, Nederlands, Fries en Duits) meer lijken op elkaar dan op andere Indo-Europese talen. En dat hangt weer samen met een alleen onderling gedeelde woordenschat: ons woord zee heeft wél parallellen in de andere moderne Germaanse talen, maar niet in de romaanse talen (die woorden gebruiken die afstammen van het Latijnse mare). Mogelijk komen die woorden uit een eerdere taal, die de voorouders van de Germanen aantroffen toen ze zich in Noordwest-Europa kwamen vestigen.
Het eigene van de Germaanse talen is verder beschreven door de Eerste Germaanse Klankverschuiving ofwel de Wet van Jacob Grimm (die van de sprookjes). Woorden die in de meeste Indo-Europese talen een /p/ hebben, willen in Germaanse talen nogal eens een /f/ hebben: het Engelse father, het Duitse Vater en ons eigen vader corresponderen met het Latijnse en het Griekse pater, het Indische pitar en het Avestische patar. Op vergelijkbare wijze veranderde de oorspronkelijke /d/ in een /t/ (Latijn edere en ons eten).
De historische taalkunde heeft natuurlijk meer te bieden dan inzicht in woordenschatten en klankwettige verschuivingen. Uit de namen van rivieren kunnen we afleiden dat Germaanse talen in het eerste millennium v.Chr. al werden gesproken in wat nu Denemarken is en op de Noord-Duitse Laagvlakte. Later breidde dit gebied zich uit, en het ligt voor de hand dat dat tegelijk met de genoemde migraties is gebeurd, al is dat strikt genomen onbewijsbaar.
Zelfde tijdvak
Een gesluierde – ja, wat eigenlijk?juni 30, 2018
De slag op de Grote Vlaktenoktober 10, 2022
De joodse Dionysosdecember 9, 2018

Hoi Jona, deze vraag ‘wie of wat zijn Germanen’ staat centraal in de errste hoofdstukken van mijn nieuwe boek ‘Millennium’ dat over anderhalf haar verschijnt.
Meneer Hendriks zorg nou dat uw boeken, of krijg uw uitgever zover,
op Bol.com of Amazon.nl worden aangeboden. Dat kan, er zijn zelfgepubliceerde boeken (dat zijn die van u niet, weet ik) die daar in het aanbod terechtkomen bijvoorbeeld.
Precies. Hoe kan een uitgever zijn auteurs zo in de steek laten?