Fysisch antropologisch onderzoek

Een skelet uit Cádiz waarnaar fysisch antropologisch onderzoek is gedaan

Er zijn, kort door de bocht, twee manieren om naar de mens te kijken: als cultureel wezen en als biologisch wezen. De eerste invalshoek is die van de culturele antropologie, de tweede is die van het fysisch antropologisch onderzoek. Daarover blog ik eigenlijk niet zo vaak, al heb ik weleens geschreven over de informatie die analisten ontlenen aan het menselijk gebit.

Wat ik daaraan nu kan toevoegen, is dat onze tanden bepaalde karakteristieken hebben die helpen om vast te stellen bij welke bevolkingsgroep iemand hoorde: denk aan de grootte van de hoektanden, de vorm van de snijtanden en het patroon van groeven op het oppervlak van de tanden. Zo zijn alle precolumbiaanse bewoners van de Amerika’s te verdelen in drie groepen, waarvan is geclaimd dat ze overeenkomen met drie taalfamilies en drie migraties. Ik wist dit allemaal nog niet en ik kan de claim ook niet beoordelen, maar blijkbaar kunnen wetenschappers tanden gebruiken om bevolkingsgroepen aan te wijzen.

Lees verder “Fysisch antropologisch onderzoek”

Een oeroud gebit

Gebit van een Neanderthalermeisje (Le Phare, Andenne)

De bovenstaande kaak is millennia oud. Deze tanden behoorden aan een neanderthalermeisje waarvan de resten zijn opgegraven in de Scladina-grot bij Sclayn, niet ver van de Maas. Het museum Le Phare in Andenne, halverwege Namen en Hoei, stelt niet alleen tentoon wat archeologen hebben gevonden, maar legt ook uit hoe ze weten wat ze weten. Loop maar even mee wat we allemaal kunnen afleiden van deze tanden.

Om te beginnen, heel simpel: de dunne, ronde onderkaak helpt om vast te stellen dat we te maken hebben met een meisje. Mannen, zowel Homo neanderthalensis als Homo sapiens, hebben doorgaans een wat vierkantere onderkaak. De identificatie is inmiddels bevestigd door het DNA-onderzoek: geen Y-chromosomen. Een huzarenstukje, want dit DNA is 80.000 jaar oud.

Lees verder “Een oeroud gebit”