Bacchus in Esch

Bacchus (Noord-Brabants Museum, Den Bosch)

Ik ben te moe om iets te schrijven. Geniet maar van dit mooie plaatje: een barnstenen beeldje dat de god Bacchus voorstelt. Het dateert uit de tijd tussen pakweg 175 en 250 n.Chr. Het is gevonden in het Noord-Brabantse dorpje Esch, halverwege Boxtel en Vught. Er zijn daar wel meer kostbaarheden uit de grond zijn gekomen. Het voorwerpje, een centimeter of tien groot denk ik, is te zien in het Noord-Brabants Museum in Den Bosch.

En het is gewoon mooi.

Byblos in het Neolithicum

Een begraving in een kruik (Nationaal Museum, Beiroet)

Ik vertelde het u al: mijn geliefde en ik wilden weten hoe het met onze Libanese vrienden ging. Los daarvan werk ik met David Kertai aan het publieksboek over de komende expositie over Byblos, waarvoor ik nog wat landschapsfotografie wilde doen. En het leek me leuk om, zoals we deden in Irak, wat filmpjes te maken in Byblos. Het Rijksmuseum van Oudheden gunde een bijdrage uit het potje dat ze hebben voor persreizen. En dus was ik onlangs in Libanon.

Hoe het met mijn vrienden ging? Naar omstandigheden redelijk. Hoe de foto’s zijn geworden? U ziet het wel als het boek er is. Hoe de filmpjes eruit zien? Dat kunt u vandaag zien. Zoals u weet: het is simpel gedaan, zonder veel toeters en bellen, maar de inhoud is zo goed als ik kon, en Kees Huijser was zo vriendelijk nog even een begin en einde toe te voegen.

Lees verder “Byblos in het Neolithicum”

Rotsreliëfs aan de Indus

Ooit probeerde ik de Leidse archeologe Marike van Aerde te interviewen. Die doet onderzoek naar handelsnetwerken op de antieke Indische Oceaan. Eén van de redenen waarom die ook interessant kunnen zijn voor de lezers van een blog over de Mediterrane Oudheid, is dat over de Indische Oceaan het Verre Oosten en het Romeinse westen contact maakten. Van Aerde wil dus alles weten over zeeroutes tussen India en de Hoorn van Afrika, kan ook vertellen over nationalistische Chinese claims over mensen langs de Zijderoute en maakte onlangs deze documentaire.

Dat soort dingen. Toen ik haar daarover probeerde te interviewen, overdonderde ze me met een zó enthousiast verhaal dat ik alleen ademloos kon luisteren. Ik kwam thuis met bladzijden vol onbruikbare aantekeningen. Maar zulke enthousiasme, dat is heerlijk.

Lees verder “Rotsreliëfs aan de Indus”

Libanees dagboek: Byblos

De antieke haven van Byblos, of beter, het gebied er vlak voor. De eigenlijke aanlegplaats lag verder naar rechts maar is verzand.

De tweede dag in Libanon volgde op de tweede nacht in dat land – en wat heb ik slecht geslapen. De oorzaak daarvan was de generator naast onze kamer. Slecht uitgerust begonnen we aan de dag, maar dat mocht de pret niet drukken van het weerzien met Françoise en Elie, over wie ik al eens eerder heb geschreven. Er viel een hoop bij te praten. De rit naar Jbeil, het antieke Byblos, vloog voorbij.

Byblos

Waarom Byblos? Ik schreef al dat het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden een expositie over de antieke havenstad organiseert. Er waren al eerder exposities over bijvoorbeeld Petra, Karthago en Nineveh. Je zou Dorestad, dat onderdeel is van de vaste collectie, kunnen toevoegen aan dit rijtje. Byblos illustreert hierbij hoe lastig het concept stad is, want het gaat om een haven met tempels en een paleis. We kennen ook de koninklijke graven en de graven van de aristocratische families. De huizen van de gewone mensen zijn echter slecht bekend, terwijl er vissers, boeren, houthakkers en stuwadoors moeten zijn geweest.

Lees verder “Libanees dagboek: Byblos”

Filon van Byblos over de berg Kasios

El op een stèle uit het museum in Aleppo

Een tijdje geleden blogde ik over de Grieks-Romeinse auteur Filon van Byblos, een tijdgenoot van keizer Hadrianus. Samenvattend: Filon schreef een achtdelige Geschiedenis van Fenicië, die we kennen uit citaten bij latere auteurs, zoals de Voorbereiding tot het Evangelie van bisschop Eusebios. Hierdoor weten we dat Filon gebruik maakte van een oud overzicht van de oosterse mythologie, dat zou zijn geschreven door ene Sanchuniathon.

Sanchuniathon

Wat Filon over die bron vertelt, geeft ons reden om te aarzelen. Sanchuniathon zou bijvoorbeeld hebben geleefd vóór de Trojaanse Oorlog en aan de oeroude verhalen een rationele uitleg hebben gegeven. Die rationalisering bestond uit euherisme, dat wil zeggen dat Sanchuniathon de goden presenteerde als koningen van vroeger. Dit is een in de vierde eeuw v.Chr. doorgebroken manier om te kijken naar inmiddels vreemd geworden oude mythen. Zo kon Alexander de Grote de Indische goden moeiteloos gelijkstellen aan Dionysos en Herakles. Dat waren in deze visie koningen als hij, die ook waren getrokken door de Indusvallei.

Lees verder “Filon van Byblos over de berg Kasios”

De stad: een onbruikbaar concept

De Wetten van Gortyn (Louvre, Parijs)

Eén van de grote thema’s van de Archaïsche Periode is de opkomst van de polis. Maar wat is dat? Een definitie is moeilijk te geven. In het handboek waarover ik geregeld schrijf, Een kennismaking met de oude wereld van De Blois en Van der Spek, lees ik dat veel nederzettingen uit de Vroege IJzertijd zich ontwikkelden tot “zelfstandige, autonome stadstaten”. Maar wat is dan een staat, wat is een vroege staat, wat is een stad? En zo we die laatste konden definiëren, wat is dan een polis?

Ik ben niet de eerste die de vraag stelt. De Amerikaans-Britse historicus Moses Finley probeerde eens een analyse aan de hand van de ideaaltypische vormen van gezag die Max Weber had geformuleerd. De polis, constateerde Finley, was geen belichaming van charismatisch, van traditioneel of van legaal gezag. Ik ga het probleem vandaag ook niet oplossen. Ik denk dat ik wel een deelprobleem kan benoemen: onze fixatie op steden, Romeins of Grieks of anders.

Civitas, colonia, municipium?

Er zijn twee moeilijkheden. De eerste is onze notie dat een stad betrekkelijk groot moet zijn en een belangrijke sociaal-economische functie moet hebben. De tweede moeilijkheid is dat ergens de notie blijft meespelen van de middeleeuwse stad. Die

  1. valt concreet op de landkaart aan te wijzen (bijvoorbeeld omdat ze een stadsmuur had),
  2. had een juridische status die voor het ommeland niet gold en
  3. bracht op één plek religieuze, politieke, culturele en economische functies samen.

Lees verder “De stad: een onbruikbaar concept”

De Grafbasiliek in Jeruzalem

In de Grafbasiliek

Ik ben er geen voorstander te bloggen over opgravingen die nog niet zijn afgerond. Voor je het weet versterk je de zoveelste archeologische hype. En zoals u zich herinnert van het graf in Amfipolis pakt dat weleens verkeerd uit. Wat het graf was van Alexander, van Hefaistion, van iemand die Alexander had gekend, nou ja, van iemand die iemand had gekend die Alexander had gekend… dat graf dus, dat bleek uiteindelijk veel te jong, waarna men de munten waarop die datering was gebaseerd, maar weginterpreteerde door aan te nemen dat ze waren achtergelaten door mensen die later nog in het graf waren geweest.

Klinkklare wetenschap, zeggen we dan.

Grafbasiliek

Maar nu. Vijf jaar geleden was er een opgraving onder de aedicula in de Grafbasiliek in Jeruzalem. Dat is het gebouwtje dat staat op de plaats waar Jezus begraven zou hebben gelegen. Ik schreef er al eens over. Er is daar inderdaad een grafveld uit de juiste periode (nu te zien in de Syrische Kapel). Het eigenlijke graf is weliswaar in 1009 door kalief Al-Hakim gesloopt, maar er zijn nog wat resten van over. De opgraving van 2016/2017 bevestigde wat we al vermoedden.

Lees verder “De Grafbasiliek in Jeruzalem”

De vuurtoren van Byblos

De torentempel van Byblos

Byblos is een havenstad in Libanon. En niet zomaar een havenstad. Achter de stad begint het Libanongebergte, beroemd om de cederbomen. Het hout was geliefde koopwaar want het is relatief licht en krimpt of rot nauwelijks. Dat maakt het eenvoudig te bewerken. Elke sigarenroker weet dat het stukje cederhout waarmee je een sigaar aansteekt, heerlijk ruikt. Tot slot: de stammen zijn dertig meter lang, recht en sterk, wat ze ideaal maakt om enorme balken, masten en kielen van te produceren. Het enige nadeel is dat je zo’n boom, eenmaal gekapt, zo heel mogelijk in een haven moet zien krijgen. Laat er bij Byblos nou net een fijn riviertje zijn, de Wadi Ibrahim, ooit bekend als de Adonis.

Doordat Byblos van alle Levantijnse havens het gunstigste lag voor de export van cederhout, was het al rond 3000 v.Chr. een belangrijk centrum voor de internationale handel. Grote schepen – in Egypte aangeduid als ‘Byblosschepen’ – vervoerden behalve hout ook hars, olie en andere waardevolle producten. Een monumentale muur, tempels en een paleis maakten de bezoekers duidelijk dat Byblos een belangrijke stad was.

Lees verder “De vuurtoren van Byblos”

De Archaïsche Periode

Vier kouroi tonen de verbeterde beheersing van de anatomie: v.l.n.r. uit Tenea (ca. 560 v.Chr.), uit een onbekende plaats in Griekenland (ca. 540), uit Anavyssos (ca. 530) en uit Agrigrento (ca. 480 v.Chr.).

In Griekenland heet de tweede helft van de IJzertijd (pakweg 800-480 v.Chr.) de Archaïsche Periode. Die naam gaat bij mijn weten terug op de grote Winckelmann, die de klassieke kunst enorm bewonderde en de aanloop daarheen aanduidde als archaïsch. Het idee dat de periode tussen pakweg Homeros en Marathon een aanloop was naar de klassieken, duikt nog altijd weleens op, bijvoorbeeld omdat beeldhouwers steeds beter in staat waren de menselijke anatomie weer te geven. Zo rond 490 lijken ze het volledig in de vingers te hebben gekregen en vanaf dan noemen we het klassiek. Een beroemd boek, Archaic Greece van Anthony Snodgrass, dat probeert de Archaïsche Periode wat meer recht te doen, ontkomt er ook niet helemaal aan de drie eeuwen te typeren als een “age of experiment” voor de latere bloeitijd.

Het is een aantrekkelijk verhaal. Dat beeldhouwers zochten naar de perfecte anatomie is gewoon wáár. Maar de eigenlijke geschiedenis zal niet naar zo’n doel hebben gewerkt. Misschien is het wel beter de tweede helft van de IJzertijd aan te duiden als de tweede helft van de IJzertijd. Die naam vertelt immers iets over Griekenlands technologisch niveau, wat op zijn beurt weer iets vertelt over het potentieel van een samenleving.

Lees verder “De Archaïsche Periode”

Het antieke klimaat

Struisvogel en boogschutter (Wadi Imla)
Struisvogel en boogschutter (Wadi Imla)

Het is een hele mond vol, “Het Vooraziatisch-Egyptisch Genootschap ‘Ex Oriente Lux’”, maar het is een leuke club. Die club geeft namelijk wetenschappelijke inzichten over het oude Nabije Oosten door aan het grote publiek. Anders dan het Nederlands Klassiek Verbond, dat vooral eerstelijns-informatie geeft over de Mediterrane helft van de oude wereld, kiest EOL bij uitleg van het Nabije Oosten voor eerste én tweedelijns-voorlichting. Anders gezegd: het schurkt ook wat aan tegen de wetenschap.

Afgelopen zaterdag organiseerde EOL in de Lokhorstkerk in Leiden een studiemiddag over klimaatwetenschap en migratie. Twee thema’s waarin momenteel dynamiek zit, al is het inmiddels niet meer zo heel erg verrassend. Iets vormt nieuws zolang de aard van ons inzicht verandert. Het antieke klimaat was daarvan een voorbeeld maar nu de wissel eenmaal is omgezet, komen de inzichten uit deze steeds minder nieuwe categorie binnen. Steeds meer, dat wel, maar verrassend is het niet meer. Boeiend blijft de materie wel. Het andere thema, migratie, kwam zaterdag wat minder uit de verf.

Lees verder “Het antieke klimaat”