De Petrus van Fik Meijer (1)

Wie via een boek van Fik Meijer kennismaakt met de Oudheid, herkent misschien dat de auteur een karikatuur biedt van wat wetenschap is. Dat is een probleem. Hij kan zich namelijk ook presenteren als lid van de academische gemeenschap, waardoor (ten onrechte) de indruk ontstaat dat oudhistorici wetenschappelijk niet meekomen, wat er op zijn beurt toe leidt dat bona fide oudheidkundigen niet de aandacht krijgen die ze verdienen.

Meijers vorige boek, Jezus en de vijfde evangelist, illustreerde het mechanisme. Het bood Jezusmythicisten op een presenteerblaadje de argumenten om te concluderen dat de emeritus-hoogleraar, en dus de wetenschap waarin hij een leerstoel bekleedde, het spoor volkomen bijster is. Helemaal onterecht is die conclusie niet: vijfendertig jaar academisch wanbeleid trekken hun sporen. Desondanks is oude geschiedenis nog altijd een serieuze activiteit. Dat wil ik tonen aan de hand van Meijers Petrus. Leerling, leraar, mythe.

Het gaat me daarbij niet om Meijers o zo zichtbare slordigheden. Ook gaat het niet om het feit dat hij (zoals wel meer oudhistorici) het grote publiek denkt te kunnen informeren op een wijze die al een kwart eeuw verouderd is. Ik wil me in plaats daarvan concentreren op fouten die voortkomen uit het onvoldoende toepassen van de historische methoden. Daardoor is Petrus, net als Jezus en de vijfde evangelist, geen geschiedenisboek zoals je van een historicus verwacht maar in feite een boek met een christelijke agenda.

Lees verder “De Petrus van Fik Meijer (1)” →

Kefa

jordan_panias1
Panias (Caesarea Philippi): de bronnen van de Jordaan

In een van de bekendste passages uit het evangelie van Marcus vraagt Jezus zijn leerlingen wie de mensen zeggen dat hij is. Sommigen houden hem voor Johannes de Doper, anderen voor Elia, weer anderen houden het meer algemeen op een profeet. “En jullie,” vraagt Jezus, “wie denken jullie dat ik ben?”, waarop zijn leerling Simon hem identificeert als de messias, de man van wie veel joden geloofden dat hij ooit Israël zou komen herstellen (Marcus 8.27-30).

De evangelist Matteüs neemt het verhaal van Marcus over en voegt wat informatie toe. Om te beginnen identificeert hij de plek waar dit gebeurde: Caesarea Philippi, bij de bronnen van de rivier Jordaan. Een punt dat niet van belang is gespeend, zoals we zullen zien. Ook legt Matteüs Jezus in de mond dat hij Simon een nieuwe naam geeft, namelijk “rots”. En op die rots, zo legt Jezus uit, zal hij zijn kerk bouwen (Matteüs 16.17-19).

Rots. In het Aramees Kefas of Kefa en in het Grieks Petros, wat in het Latijn wordt weergegeven Petrus. Over de vraag wat hiermee bedoeld kan zijn geweest, wordt al heel lang gediscussieerd en ik wil het nu hebben over kefa. De andere vraag die u vanuit de tekst tegemoet komt springen, wat de betekenis kan zijn geweest van “kerk”, laat ik rusten. Laten we het houden op “halachische stroming” en ons met kefa bezighouden.

Lees verder “Kefa” →