Fik Meijers Jezus (1)

jezusboekIk heb nooit over de Nederlandse oudhistoricus Fik Meijer willen schrijven. Ik ben namelijk ooit verschrikkelijk geschrokken van zijn boek Macht zonder grenzen, waarin vele tientallen feitelijke onjuistheden staan. Bijna de helft daarvan is zonder oudheidkundige vooropleiding te herkennen. Omdat mensen hun vragen het liefst via mail beantwoord krijgen, ontving ik er elke week een paar, en die stroom is nooit opgedroogd. Een nare herinnering. Daarom heb ik, als bijvoorbeeld het NRC Handelsblad me verzocht iets van Meijer te bespreken, dat doorgaans geweigerd.

Full disclosure

Het is daarom met enige aarzeling dat ik nu iets schrijf over Jezus en de vijfde evangelist, Meijers boek over de historische Jezus en Flavius Josephus. Afgezien van het feit dat ik er vooraf al van uitga dat Meijer een sloddervos is, maak ik me kwetsbaar voor het verwijt dat ik een negatief oordeel vel omdat ik zelf een boek over een soortgelijk onderwerp heb geschreven. Er is de afgelopen vier dagen echter zes keer naar mijn mening gevraagd. “Ik snap wel dat je je bezwaard voelt om er in het openbaar iets over te schrijven vanwege je eigen boek,” schreef bijvoorbeeld Yuri Visser van Historiek.net, “maar aan de andere kant ben jij daarom juist dé persoon om kanttekeningen te plaatsen.”

Toen er vanmorgen bij de mail wéér drie vragen lagen, werd me duidelijk dat de overlast een nieuw begin krijgt. Daarom plaats ik nu, na deze full disclosure, toch wat opmerkingen. Op verzoek derhalve: Meijer begrijpt weinig van het jodendom en nog minder van geschiedvorsing.

Joodse Jezus

Meijer wil de historische Jezus tot leven brengen – een beeldspraak waarover ik zelf nog éven zou hebben nagedacht – en dat wil dus zeggen dat hij moet schrijven over de Joodse Jezus. Dat is hem niet gelukt. Wat Meijers Jezus ook is, hij is in elk geval niet herkenbaar als Jood.

Zoals alle religies laat Jodendom zich niet definiëren. “Zoeken naar de juiste uitleg van de Wet van Mozes” is denkelijk niet de beste omschrijving maar is ook de slechtste niet. Anders dan het christendom, waarin veel is gediscussieerd over de juiste leer, gaat het debat in het jodendom over de juiste levenswijze, de halacha (“weg”). Of het nu gaat om de Dode Zee-rollen of de rabbijnse literatuur, het is het uitvoeren van de “werken der Wet” dat een Jood maakt tot Jood.

Jezus en zijn volgelingen waren niet anders. De gemeenschap van de Didache is nog volop verwikkeld in halachische disputen (bijvoorbeeld over de vastendagen). Toen Matteüs de Bergrede componeerde, structureerde hij die op een wijze die we ook kennen uit Enige Werken der Wet, een Dode Zee-rol waarin een stuk of twintig halachische vragen worden beantwoord. De andere evangeliën zijn te bezig met het neutraliseren van de kruisdood om er uitgebreid op in te gaan, maar in elk geval Marcus en Lukas tonen een Jezus die sprak over halachische vraagstukken. In de vroege tweede eeuw probeert de auteur van de Brief van Barnabas de Wet nog weg te allegoriseren. Alleen Johannes lijkt zich een halacha-loos christendom voor te kunnen stellen.

Christelijke Jezus

Pas later – laten we zeggen vanaf de tweede eeuw – werd de halacha echt terzijde geschoven, en ook dan is de breuk niet totaal. De regels die volgens Handelingen voor niet-Joodse christenen van toepassing bleven, werden door althans enkele christelijke groepen nog aan het einde van de vierde eeuw gevolgd. Pas in de Late Oudheid of Vroege Middeleeuwen is de Wet van Mozes definitief uit het christendom verdwenen. (Je kunt ook zeggen dat het jodendom toen definitief uit het beeld van Jezus is verdwenen.) Daarom heeft u, als u ooit naar de zondagsschool bent gegaan, niets gehoord over de halachische opvattingen van Jezus.

Uiteraard staat het christenen vrij te geloven in Jezus en het geloof van Jezus te negeren. Dat ligt anders voor een historicus. Wie de historische Jezus beschrijft, mag de christenen niet volgen in hun omissie en zal een Joodse Jezus moeten schetsen, een Jezus die zich bezighoudt met de uitleg van de Wet. Alleen als Jezus zijn licht daarover heeft laten schijnen, was hij immers voor zijn tijd-, volks-, en geloofsgenoten herkenbaar als wijsheidsleraar. Halacha was zijn vak.

Weinig van deze Joodse kern echter bij Meijer. De zwaartepunten die hij legt in zijn portret van Jezus zijn niet die van de historici maar die van de christenen. Anders gezegd: hij presenteert een christelijke wijsheidsleraar en geen historische Jood. Christelijke lezers zullen Jezus en de vijfde evangelist misschien waarderen, maar als geschiedenisboek is het mislukt.

[Wordt later vandaag vervolgd]

20 gedachtes over “Fik Meijers Jezus (1)

    1. Josho Brouwers

      Staat er letterlijk “Geraadpleegde literatuur”? Het is namelijk al lang bekend dat veel schrijvers boeken en artikelen in een bibliografie zetten die ze nooit daadwerkelijk hebben gelezen. En dan hebben we nog het Pareto-principe…

      1. Roelof

        ‘Studies die ik heb geraadpleegd’… Als hij ze allemaal gelezen zou hebben zou hij verschillende werken wellicht niet genoemd hebben, de rommel van Verhoeven en Aslan staat er immers ook tussen. Het werk van Ratzinger en ’t Hart lijkt me niet relevant en hoort derhalve ook niet in zo’n lijst. Inhoudelijk vind ik het boek trouwens niet zo zwak als Jona doet vermoeden, maar er zijn wel zo’n (gokje) 500 betere boeken over dit onderwerp te vinden, dus koop ’t alleen als je alles wilt lezen wat over dit onderwerp gepubliceerd wordt..en wacht anders nog ’n paar weken op deel 5 van Meijer of deel 3 van Dunn..

    1. Als je het zo formuleert, is het natuurlijk nergens beschreven, aangezien de Wet altijd deel heeft uitgemaakt van de christelijke traditie. Maar ik heb het dan ook over het afscheid van de halachische bepalingen. Die behandel ik in het slothoofdstuk van “Israël verdeeld”.

  1. Truus Pinkster

    Ik ben heel blij met drie heldere artikelen in de Mainzer Beobachter.
    Ik had al een vermoeden dat het boek van Fik Meijer niet verantwoord zou zijn, zeker nadat ik Israël verdeeld gelezen had.
    Ik ben verschillende keren op reis geweest met Fik Meijer. En dat doet hij goed al kan ik allerlei historische toelichtingen niet geheel op hun waarde beoordelen.
    Ik zou het tof vinden als Fik zelf zou reageren, als hij een echte wetenschapper is, doet hij dat.

    Truus Pinkster, Feerwerd

  2. Godfried Speetjens.

    Geachte hr Lendering,

    We gaan er “allemaal” vanuit dat Jesus een Joodse was.
    Is daar historisch bewijs voor ?
    Is dat wellicht het een Paradigma?
    In dat geval vervalt de bodem uit Uw critiek op de heer Fik Meijer, toch ?

    1. Natuurlijk was Jezus joods, wat zou hij anders moeten zijn? Geboren in Galilea, gekruisigd als “koning der Joden” en daartussen vooral bezig met de verloren schapen van Israël. Er is niets dat suggereert dat hij geen Jood was.

      1. Dirk van der Blom

        Ik zou willen dat ik zo zeker zou kunnen zijn betreffende volstrekt verifieerbare zaken. Er is immers niets dat erop wijst dat hij wel Joods was. Hij was recalcitrant en joeg zowel de joden als de Romeinen in de gordijnen als je de overlevering mag geloven die na een eeuw op het papier is toevertrouwd. parafrase: dat er geen koperen leidingen zijn aangetroffen bij graafwerkzaamheden in Jeruzalem wil nog niet zeggen dat men daar al een Gsm netwerk had!

        1. Verificatie is in de Oudheid geen haalbare kaart, zo simpel. Oudheidkunde is niet alleen een empirische maar ook een comparatieve wetenschap.

          Dat Jezus niet joods zou zijn geweest, is dus, net zoals elke andere oudheidkundige stelling, bij het huidige bewijsmateriaal, nooit met zekerheid te bewijzen. Het is wel de meest aannemelijke gedachte. Eén aanwijzing is dat de joodse autoriteiten – eerst de tempel, daarna het rabbinaat – de op Jezus teruggaande stroming nog een eeuw lang beschouwden als iets dan hen aanging en waarover zij zeggenschap hadden.

          Ik denk verder dat je erop moet letten dat de evangeliën Jezus voortdurend als jood typeren: Matteüs noemt zelfs de kwastjes aan zijn gewaad, Lukas noemt de besnijdenis, alle evangeliën typeren hem als “koning der joden” en we weten dat hij alle joodse feesten vierde. Hem niet als jood typeren zou betekenen dat je al het bewijsmateriaal negeert.

          Verder: de halachische opvattingen van Jezus golden lange tijd als onmogelijk (de combinatie van eschatologie en halachische verfijning veronderstelt immers tegenstrijdige verwachtingen voor de duur van de nog resterende geschiedenis) tot de vondst van de Dode Zee-rollen bewees dat ze wél mogelijk was. Er is een punt waar scepsis overgaat in hyperscepsis, waar de bekritiseerde gedachte plausibeler is dan nog langer volhouden dat deze onmogelijk is. De DZR maken het minder plausibel te twijfelen aan Jezus’ joodse identiteit dan deze te accepteren.

          Tot slot nog dit: de ontkenning van Jezus’ joodse identiteit wortelt in vrij specifieke intellectuele milieus, namelijk enerzijds het behoudende christendom met zijn vervangingstheologie, anderzijds het antisemitisme (waar ook het Jezusmythicisme wortelt: liever geen dan een joodse Jezus). De behoeften van die twee intellectuele milieus zijn geen factoren waarmee de wetenschap rekening houdt.

  3. gottfried4

    Met “geboren in Galilea, en gekruisigd als Koning der joden” steunt u toch vnl. op het Nieuwe Testament. Is dat wel een echte historische bron ? Als ik daar lees over een heuse Ster boven de stal en de Drie Koningen, dan weet ik het wel.
    De boodschap en de leer van Jezus zijn subliem. Maar gedurende eeuwen is er m.n. aan de mythe rondom zijn persoon geschaafd. En niet door historici.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s