Het verloren schaap

Goede herder (Musée archéologique de Sousse)

Het is zondag, dus ik blog over het Nieuwe Testament: zo’n fijne bron voor het leven van gewone mensen in de Romeinse wereld. Vandaag het verloren schaap, dat een rol speelt in Jezus’ prediking.

Als iemand van u honderd schapen heeft waarvan er één verloren is geraakt, laat hij dan niet de negenennegentig andere in de woestijn achter om naar het verdwaalde dier op zoek te gaan tot hij het gevonden heeft? En als hij het gevonden heeft, legt hij het vol vreugde op zijn schouders en gaat hij naar huis. Daar roept hij zijn vrienden en buren bijeen en zegt tegen hen: “Deel in mijn vreugde, want ik heb het schaap gevonden dat verdwaald was.” Ik zeg u: zo zal er in de hemel meer vreugde zijn over één zondaar die tot inkeer komt dan over negenennegentig rechtvaardigen die geen inkeer nodig hebben.”noot Lukas 15.4-7.

Lees verder “Het verloren schaap”

Maria en Marta en genderrollen

Twee zussen uit Palmyra (Altes Museum, Berlijn)

Over het lezen van antieke teksten zei een wijze classicus me ooit dat je niet alleen moet kijken naar wat er staat, maar vooral naar wat er niet staat. Ik heb het nooit beter geformuleerd gehoord. Het slaat niet alleen op onderdrukte perspectieven, maar ook op impliciet aanwezige kennis van de cultuur die de schrijver deelt met zijn doelgroep. Hieronder is een voorbeeld, en omdat het Pinksterzondag is haal ik dat uit het Nieuwe Testament, meer precies uit het verhaal van Maria en Marta uit het Lukas-evangelie.

  1. Toen ze verder trokken ging hij een dorp in, waar een vrouw die Marta heette hem gastvrij in haar huis ontving.
  2. Haar zus, Maria, ging aan de voeten van de heer zitten en luisterde naar zijn woorden. Maar Marta werd helemaal in beslag genomen door de zorg voor haar gasten.
  3. Ze ging naar Jezus toe en zei: “Heer, kan het u niet schelen dat mijn zus mij al het werk alleen laat doen? Zeg tegen haar dat ze mij moet helpen.”noot Lukas38-40; NBV21, met een aanpassing.

Lees verder “Maria en Marta en genderrollen”

Veertig dagen vóór Hemelvaart

Armeense afbeelding van de hemelvaart (Noravank)

Als de techniek een beetje werkt, gaat dit blogje op donderdagmorgen automatisch online. Ik heb dit stukje wat langer geleden voorbereid omdat ik momenteel in Spanje ben, ter voorbereiding van een boek dat ik aan het maken ben over de laatste jaren van Julius Caesar. Zoals ik al eens schreef, kende ik de regio rond Lleida nog niet, en daarom ben ik nu dus daar. Althans, als alles volgens plan is verlopen, maar de treinen en bussen functioneren hier doorgaans goed.

Hemelvaart

Ter zake: het is Hemelvaartsdag. Dat is een wat ongemakkelijk christelijk feest. Immers, als het graf leeg was en Christus was opgestaan, en als Christus goddelijk was, waarom was hij er dan niet meer? Het logische antwoord is dan: omdat hij ten hemel is gevaren. Het problematische is dat slechts één auteur deze gebeurtenis vermeldt, namelijk de auteur van de Handelingen van de Apostelen, het vervolg op het Evangelie van Lukas. En één bron is geen bron.

Lees verder “Veertig dagen vóór Hemelvaart”

Het Mishna-traktaat Aboth

Menora’s (Archeologisch museum van Korinthe)

Na de val van Jeruzalem, in 70 na Chr., hadden de joden geen tempel meer en geen hogepriester. Zonder allerhoogste autoriteit moesten ze hun geloof opnieuw uitvinden. Als de sadduceeën, zoals je vroeger weleens las, vooral behoorden tot het meer welvarende deel van het Joodse volk, waren ze ten onder gegaan door de plunderingen tijdens de Joodse Oorlog. Van de mensen die de Dode Zee-rollen schreven (misschien de essenen) horen we niets meer. De sicariërs en de zeloten waren gesneuveld.

Nieuw leiderschap

Slechts twee groepen overleefden: enerzijds de farizeeën, anderzijds de volgelingen van Jezus. Uit die laatste groep is het christendom voortgekomen, met een kader van priesters, diakenen en bisschoppen. (Er waren aanvankelijk ook apostelen en christelijke profeten, maar die verdwijnen al snel uit zicht.) De christenen raakten van de andere joden gescheiden door de door de keizer geëiste Fiscus Judaicus, een maatregel die niet alle monotheïsten trof op dezelfde manier.

Lees verder “Het Mishna-traktaat Aboth”

Pontius Pilatus (5) Pensioen

De berg Gerizim

[Dit is het vijfde van zes blogjes over Pontius Pilatus. Het eerste was hier.]

De samaritaanse geloofsgemeenschap vond haar oorsprong in een conflict dat speelde in het Jeruzalem van de vierde eeuw v.Chr. Eén groep priesters heeft toen de stad verlaten en is opnieuw begonnen in de stad Samaria, bij het huidige Nablus, waar al eerder een belangrijke tempel had gestaan. De samaritanen geloofden dat er ooit een profeet “zoals Mozes” zou zijn, een messiaans figuur die zijn volgelingen zou leiden naar een beter bestaan.

De samaritaanse profeet

In 36 na Chr. beweerde iemand dat hij die “profeet als Mozes” was. Hij beloofde dat hij enkele heilige voorwerpen, begraven op de berg Gerizim, zou tonen, die zouden bewijzen dat hij inderdaad was wie hij zei te zijn. Zijn aanhangers kwamen bewapend naar de berg en Pontius Pilatus greep onmiddellijk in met zo’n duizend soldaten. Hij verspreidde de menigte en beperkte zich ertoe de leiders te executeren. Niettemin beschouwden de samaritanen zijn geweld als buitensporig. Daarom deden ze een beroep op de Syrische gouverneur, Lucius Vitellius, de vader van de latere keizer. Onze enige bron, de Joodse geschiedschrijver Flavius Josephus, vertelt wat er daarna gebeurde:

Lees verder “Pontius Pilatus (5) Pensioen”

Het lege graf

Het lege graf (Rabbula-codex)

Er zijn onderwerpen waarover historici weinig te zeggen hebben, zoals Pasen. De historicus kan alleen constateren dat het dubbele idee van Christus’ verrijzenis en diens lege graf heel oud moet zijn. Daar blijft het echter bij. Een lichamelijke wederopstanding is niet alleen in strijd met de natuurwetten maar ook zonder parallel. Zo’n gebeurtenis ligt buiten het bereik van wat een historicus weten kan. Er desondanks uitspraken over doen is net zoiets als zoeken naar de Alpenpas van Hannibal: je kunt het niet weten en moet gewoon aanvaarden dat er grenzen zijn aan je kennis.

Vier visies

Wat een historicus óók kan doen, is verschillen constateren in de berichten over het lege graf. Hier is het verslag volgens Matteüs.

Lees verder “Het lege graf”

Pontius Pilatus (4) Jezus

Jezus voor Pilatus, zesde-eeuws handschrift

[Dit is het vierde van zes blogjes over Pontius Pilatus. Het eerste was hier.]

Van de diverse gebeurtenissen uit het gouverneurschap van Pontius Pilatus is de rechtszaak tegen Jezus natuurlijk het best geattesteerd en het beroemdst. Er zijn niet minder dan vier onafhankelijke verslagen: in chronologische volgorde zijn dat het evangelie van Marcus, de Joodse Oudheden van Flavius Josephus, het evangelie van Johannes en de Annalen van de Romeinse geschiedschrijver Publius Cornelius Tacitus. De lijdensverhalen van de evangelisten Matteüs en Lukas zijn afgeleid van dat van Marcus, maar bevatten informatie die authentiek zou kunnen zijn.

Jezus’ vergrijp

Op het eerste gezicht is het vreemd dat de Joodse leiders, met name de hogepriester Kajafas, Jezus overdroegen aan Pontius Pilatus. Natuurlijk had Jezus het komende Koninkrijk van God voorspeld, en ook had hij op het Tempelterrein de banken van de geldwisselaars omvergeworpen, maar eschatologisch gespeculeer en vandalisme waren geen redenen voor een executie. Wie in de joodse Tempel de regels overtrad, kreeg stok- of zweepslagen.

Lees verder “Pontius Pilatus (4) Jezus”

Pontius Pilatus (3) Aquaduct

De spaarbekkens van het aquaduct van Jeruzalem in 1905

[Dit is het derde van zes blogjes over Pontius Pilatus. Het eerste was hier.]

Het aquaduct en de tempelschat

Een antieke generaal die een overwinning had geboekt, wijdde dankbaar een tiende van de buit aan de goden, meestal in de vorm van mooi edelsmeedwerk. Als later dan weer eens een oorlog uitbrak, kon een generaal huurlingen in dienst nemen door wat edelmetaal uit een tempel mee te nemen. Anders gezegd: het was al eeuwen staande praktijk dat tempels dienden als bank. Deposito en kasopname. Dat was in de Romeinse wereld niet anders, al gebruikten gouverneurs het kapitaal toen steeds vaker voor infrastructurele projecten. In tijden van Pax Romana waren er immers weinig vijanden meer en de goden hadden er geen bezwaar als deze of gene constructie het leven van de vrome vereerders vereenvoudigde.

En dus liet Pontius Pilatus, gebruikmakend van het kapitaal in de tempel van Jeruzalem, een aquaduct bouwen voor de heilige stad; het is door archeologen teruggevonden. De bronnen lagen in de omgeving van Betlehem, waar ook spaarbekkens zijn geïdentificeerd. Het frisse water moet de hygiëne in het uit zijn voegen barstende Jeruzalem sterk hebben verbeterd. Het project bood bovendien werk aan allerlei mensen, wat des te urgenter was nu het meest arbeidsintensieve werk aan de Tempel van Herodes was afgerond.

Lees verder “Pontius Pilatus (3) Aquaduct”

Pontius Pilatus (2) Het begin

Caesarea Maritima

[Dit is het tweede van zes blogjes over Pontius Pilatus. Het eerste was hier.]

Aankomst in Judea

In 26 na Chr. arriveerde Pontius Pilatus, wellicht met zijn echtgenote, in zijn nieuwe residentie in Judea: Caesarea Maritima. Vrijwel onmiddellijk begonnen de problemen: soldaten hadden voorwerpen naar Jeruzalem gebracht die een overtreding vormden van de regels. Over de aard van die voorwerpen lopen de bronnen uiteen, maar het was blijkbaar heel aanstootgevend. Er ging vervolgens van alles mis.

Over deze gebeurtenissen zijn drie bronnen. De oudste auteur is Filon van Alexandrië, die zijn informatie ontleent aan een brief die Herodes Agrippa I zou hebben gestuurd aan keizer Caligula.noot Filon, Gezantschap naar Caligula 299-305. De aanstootgevende objecten zouden schilden zijn geweest waarop de naam van de gouverneur en die van de keizer zouden hebben gestaan – een type inscriptie dat we goed kennen en dat in Caesarea zelfs is gedocumenteerd voor Pilatus. Er is niets onwaarschijnlijks aan Filons mededeling en het is moeilijk voorstelbaar dat een ere-inschrift aanstootgevend was. Ook het door Filon geschetste vervolg, dat prinsen uit de familie van koning Herodes bemiddelden, is volstrekt geloofwaardig.

Lees verder “Pontius Pilatus (2) Het begin”

Pontius Pilatus (1) Inleiding

Munt van Pontius Pilatus (Bibelhaus, Frankfurt a.M.)

Pontius Pilatus is vermoedelijk een van de allerberoemdste Romeinse bestuurders. Dat is niet onbegrijpelijk. Er is redelijk wat informatie over de man wiens bekendste wapenfeit het doodvonnis voor Jezus is. Er zijn echter twee problemen. Het eerste is dat onze informatie, zoals eigenlijk alle informatie uit antieke teksten, gekleurd is. Dat geldt om te beginnen voor de evangeliën, die zijn geschreven door mensen die wilden tonen dat het christendom geen staatsvijandige religie was, en die Pilatus presenteren als iemand die niet overtuigd was van Jezus’ schuld.

Ook de andere bronnen zijn echter gekleurd. Ze zijn geschreven door auteurs met redenen om Pontius Pilatus zwart te maken. Voor Flavius Josephus is bijvoorbeeld belangrijk dat zijn lezers begrepen dat Romeins wanbestuur had bijgedragen aan de Joodse Opstand van 66-70. De Joden moesten worden bestuurd door een Joodse vorst, zoals Josephus’ tijdgenoot Herodes Agrippa II. Dus kan Josephus’ beschrijving van gouverneur Pilatus niets anders zijn dan karaktermoord.

Lees verder “Pontius Pilatus (1) Inleiding”