Chrodoara van Amay

Sarcofaag van Chrodoaray van Amay

Twee jaar geleden maakte ik een fietstocht door de Maasvallei. Hoewel de coronamaatregelen op dat moment niet meer zo streng waren, bleken de archeologische musea die ik had willen bezoeken, zonder uitzondering gesloten. Dat gold ook voor de kapittelkerk van Amay, dat u zo’n vijfentwintig kilometer stroomopwaarts van Luik moet zoeken. Daar is een belangrijk Merovingisch graf, maar de kerk was en bleef gesloten. Gisteren had ik meer geluk. Heel veel geluk zelfs, want we arriveerden toen de kerk eigenlijk al dicht was, maar een vriendelijke mevrouw die het wat sneu vond dat ik voor de tweede keer voor niets was gekomen, gaf ons een uitgebreide rondleiding. En zo zag ik dan toch de sarcofaag van Chrodoara van Amay. Het is wat overdreven die aan te duiden als de belangrijkste archeologische vondst in de Lage Landen sinds de opgraving van Dorestad, maar het graf behoort zeker in een top-tien.

Chrodoara

De sarcofaag is in 1977 aangetroffen onder de apsis van de kerk. De inscriptie S(an)C(t)A CHRODOARA identificeerde de overledene, en er bleek ook een kort  rijmpje dat vertelde dat ze had behoord tot de nobilitas (de allerhoogste adel) en dat ze uit haar eigen vermogen heiligdommen had gesticht. Dat edellieden uit eigen vermogen schenkingen deden, was blijkbaar vermeldenswaard.

Lees verder “Chrodoara van Amay”

De kerstening van Armenië

Gregorios de Verlichter en Trdat (tijdelijk veranderd in een varken). Miniatuur uit de Matenadaran-collectie in Yerevan.

[In de laatste van vier blogjes over de geschiedenis van Armenië ga ik in op het ontstaan van de Armeens-Apostolische Kerk in de Late Oudheid. Het eerste deel van deze reeks is hier.]

De Romeinse veldtochten plaatsten de Parthen onder steeds meer druk en in 224 n.Chr. stortte hun rijk in. Een nieuwe dynastie trad aan, de Sassaniden uit Perzië. In Armenië bleef aanvankelijk de Arshakunidische vorst Trdat II aan de macht, maar rond 252 vluchtte hij voor de Sassanidische koning Shapur. Gedurende enige tijd werd Armenië bestuurd door degene die in Perzië gold als troonopvolger, eerst Hormizd Ardašir en daarna Narseh.

Trdat III

Op een gegeven moment is de Armeniër Trdat III aan de macht gekomen. De naam suggereert dat hij kwam uit de Arsakidische familie, maar er zijn veel onduidelijkheden. Diende hij werkelijk eerst in het Romeinse leger, zoals zijn biograaf Agathangelos schrijft in zijn Geschiedenis van Sint-Gregorios en de bekering van Armenië? Of was hij een vazal van Narseh die later onafhankelijk werd? Regeerde hij over heel Armenië of was hij slechts het hoofd van een aristocratische familie uit oostelijke deel? Was zijn vader, zoals Agathangelos beweert, een onafhankelijke vorst en, zo ja, waar regeerde hij dan?

Lees verder “De kerstening van Armenië”

Arie Zwiep, Tussen tekst en lezer

Hermeneutiek is de kunst om elkaar goed te begrijpen. Daarbij kun je in de eerste plaats denken aan teksten. Het gaat nooit alleen om de woorden, maar ook om de context. “Er wordt niet gestrooid” heeft een andere betekenis als bij Rijkswaterstaat eind januari de pekel op is dan op het heerlijk avondje. Als we het hebben over antieke teksten, is die context verloren en dat stelt speciale eisen aan de uitleg.

Historici gebruiken “het hermeneutische verklaringsmodel” bij het duiden van menselijk gedrag. De geschiedkundige die, om eens iets te noemen, de Romeins-Parthische oorlogen om Armenië wil doorgronden, probeert zich in te leven in de antieke actoren. Met hen heeft hij, welke verschillen er tussen toen en nu ook zijn, in elk geval het mens-zijn gemeen. Dat maakt het mogelijk je ein zu fühlen. Vervolgens is er de hermeneutiek van de archeologen. Daarbij kunt u denken aan postprocessuele benaderingen van auteurs als Ian Hodder.

Wat ik met deze voorbeelden duidelijk wil maken: hermeneutiek of hermeneuse is het nadenken over de wijze waarop we cultuuruitingen (het beste kunnen) begrijpen. Deze reflectie is wat de geesteswetenschappen maakt tot wetenschap.

Lees verder “Arie Zwiep, Tussen tekst en lezer”

De boze zoon

Een feestmaaltijd (Archeologisch Museum van Çanakkale)

De parabel van de verloren zoon bestaat uit drie delen. In mijn eerste blogje becommentarieerde ik hoe de jongen zijn erfenis verzilverde en verspeelde, in het tweede had ik het over de interventie van de vader, die ingreep voordat het dorp er schande van kon spreken.

De oudste zoon was op het veld. Toen hij naar huis ging en al dichtbij was, hoorde hij muziek en gedans. Hij riep een van de knechten bij zich en vroeg wat dat te betekenen had. De knecht zei tegen hem: “Uw broer is thuisgekomen, en uw vader heeft het gemeste kalf geslacht omdat hij hem gezond en wel heeft teruggekregen.”

Hij werd woedend en wilde niet naar binnen gaan …

Lees verder “De boze zoon”

De goede vader

Reconstructie van een oosters dorp in de Romeinse tijd (Museumpark Orientalis, Berg en Dal)

De parabel van de verloren zoon bestaat uit drie delen, waarvan ik het eerste in het vorige blogje behandelde: de jongen heeft zijn erfenis verzilverd en verspeeld, en keert terug.

Hij vertrok meteen en ging op weg naar zijn vader. Zijn vader zag hem in de verte al aankomen. Hij kreeg medelijden en rende op zijn zoon af, viel hem om de hals en kuste hem.

Hier lijken twee mensen aanwezig: de met lood in de schoenen terugkerende jongen en de rennende vader. Maar er is een derde aanwezige: de rest van het dorp, dat schande sprak van de jongen die een deel van het familiebezit had verpatst en Israël had verlaten.

Die vader rent niet omdat hij zo blij is. Als je een gewaad draagt dat tot onder de knie reikt, zoals men in het Nabije Oosten wel deed, moet je er bij het rennen voortdurend aan denken dat je je rok optrekt. Als je daaraan loopt te denken, ben je niet onverkort blij. Vreugde werd dan ook op andere manieren getoond en de man rent omdat zijn zoon in gevaar is. Minimaal kan de verloren zoon een paar kiezelstenen naar zich toe gegooid krijgen. Hij heeft zijn familie en het dorp immers te schande gemaakt. De vader grijpt in voor het verkeerd kan gaan.

Lees verder “De goede vader”

De verloren zoon

De peulen van een Johannesbroodboom

Omdat het Vaderdag is, leek het me aardig in mijn reeks over het Nieuwe Testament een stukje over vaderschap te plaatsen. Vandaar: Lukas 15.11-32 ofwel de parabel van de Verloren Zoon, die helemaal niet gaat over een kind dat niet wil deugen. Hier is ’ie, in de vorig jaar aangepaste Nieuwe Bijbelvertaling.

Iemand had twee zonen. De jongste van hen zei tegen zijn vader: “Vader, geef mij het deel van uw bezit waarop ik recht heb.” De vader verdeelde zijn vermogen onder hen. Na enkele dagen verzilverde de jongste zoon zijn bezit …

Zie ik het goed, dan is de pointe niet het vragen van de erfenis. De economische eenheid was en bleef dezelfde: de familie. Het deed er weinig toe wie wat bewerkte. Als er bijvoorbeeld één trekdier was, kon iedereen er gebruik van maken, ongeacht wie welke akker in gebruik had dan wel bezat. De angel zit in het verzilveren. De jongste zoon breekt de economische eenheid op. Hij breekt met zijn familie en bracht schande over zijn dorp. En niet zo’n beetje ook.

Lees verder “De verloren zoon”

“De wetteloze mens”

Pompeius (Louvre, Parijs)

Een opvallend trekje van de joodse literatuur is het gebruik van bijnamen. In de Dode-Zee-rollen is bijvoorbeeld sprake van een Leraar der Gerechtigheid. Die heeft het aan de stok met een Leugenspuier en een Goddeloze Priester. De auteur die bekendstaat als Trito-Jesaja introduceert een Lijdende Dienstknecht, Daniël voorspelt een Gruwel der Verwoesting en de evangelist Johannes belooft de komst van een Pleitbezorger. De oorspronkelijke toehoorders wisten wel naar wie (of wat) werd verwezen; wij kunnen er hooguit een slag naar slaan.

De vaagheid verhoogde natuurlijk de toepasbaarheid van zo’n tekst. De Gruwel der Verwoesting kan Antiochos IV Epifanes zijn, die de tempel in Jeruzalem betrad en ontheiligde, maar de uitdrukking is op talloze manieren geïnterpreteerd. De Pleitbezorger is wel uitgelegd als Jezus zelf, als de Heilige Geest en als de profeet Mani. Rabbijnen zien in de Lijdende Dienstknecht een verwijzing naar het volk van Israël, christenen herkennen er de messias in. Zonder cynisch te willen zien: de multi-interpretabiliteit van zulke teksten vergrootte de kans dat een toekomstige generatie er iets relevants in herkende, maakte dat men ze diepzinnig vond en droeg bij aan hun status als heilige literatuur.

Lees verder ““De wetteloze mens””

Armenië in Assen

Bronzen beeldje van een edelhert, 1200-1000 v.Chr., gevonden in Tolors. (© Historisch Museum van Armenië, Yerevan)

Er zijn, althans op deze blog, eigenlijk twee Armeniës. Het een is een klein staatje ten zuiden van de Kaukasus, ingeklemd tussen Turkije en Azerbaijan, waarmee het op voet van oorlog staat. Gelukkig voor de Armeniërs loopt de weg van Iran naar Rusland door hun land, zodat er zowel in het zuidoosten als in het noorden landen zijn die baat hebben bij stabiliteit. Het andere Armenië is een antieke natie die zich uitstrekte over grote delen van wat nu oostelijk Turkije is en ook een deel van Noordwest-Iran. Dat antieke Armenië werd in de vierde eeuw n.Chr. christelijk en die religie is wat het toenmalige en het hedendaagse Armenië verbindt.

In de ban van de Ararat

Aan dat antieke Armenië wijdt het Drents Museum nu een tentoonstelling, In de ban van de Ararat. Allerlei prachtige stukken uit het Historisch Museum van Armenië in Yerevan zijn nu in Assen.

Het knappe is dat u een goed beeld krijgt van de antieke materiële cultuur, hoewel de bruiklenen alleen komen uit het moderne Armenië. Het is alsof je aan de hand van de collectie van het provinciaal museum van Noord-Brabant een overzicht maakt van de geschiedenis van alle Nederlandse gewesten in de zestiende eeuw. Bewonderenswaardig is trouwens ook dat de expositie er überhaupt is gekomen. De corona heeft Armenië namelijk zeer hard getroffen en er was ook nog een oorlog met Azerbaijan die slecht afliep voor de Armeniërs.

Lees verder “Armenië in Assen”

Gesprekken van alledag

Petrus (Zeno-kapel, Santa Prassede, Rome)

De bronnen uit de oude wereld zijn doorgaans geschreven door rijke mannen van een zekere leeftijd. De rest van de bevolking was grotendeels ongeletterd. En te arm. Voor de meeste mensen was leven vooral overleven. Een van de leuke trekken van het Nieuwe Testament is dat we gewone mensen horen praten. Vissers, huisvrouwen, een enkele prostituee, een tollenaar, timmerlieden. Let wel: dit waren niet de allerarmsten. Mensen als Petrus en zijn broer Andreas waren welvarend genoeg om een tijdje vrijaf te nemen en mee te gaan met een rondtrekkende plattelandsmessias.

Maar toch: we horen voor de verandering eens wat andere stemmen. Soms klinken die indirect, zoals in de Tweede Brief van Petrus. De auteur refereert aan het dagelijks leven van de gelovigen. Gelovigen die er zeker van waren dat de Jongste Dag heel nabij was:

De dag van de Heer zal komen als een dief. De hemelsferen zullen die dag met luid gedreun vergaan, de elementen gaan in vlammen op, de aarde en alles wat daarop gedaan is verdwijnt. (2 Petrus 3.10; NBV21)

Lees verder “Gesprekken van alledag”

Jezus en Mozes

Mozes (Callixtuscatacomben, Rome)

De Brief aan de Hebreeën is geen brief en het woord “Hebreeën” valt ook al niet. Van de auteur is wel beweerd dat het Paulus was, maar daartegen pleiten enkele taalkundige argumenten. Wie de auteur ook zij, hij lijkt te schrijven voor een publiek dat de joodse Bijbel kende in de Griekse vertaling, wat duidt op christenen van hellenistisch joodse afkomst. Dat is althans wat de man of vrouw dacht die aan het essay de titel Brief aan de Hebreeën heeft toegevoegd. Wellicht is de brief te lezen als een aansporing aan de lezers/toehoorders om in een periode van vervolging (10.32-34) te volharden en niet Jezus’ leer op te geven of terug te vallen tot jodendom.

Vervangingstheologie

Die laatste zin bevat inderdaad een impliciet waardeoordeel. Niet het mijne. Het is van de auteur van de Brief aan de Hebreeën. Die meent dat het geloof in Jezus superieur is aan andere joodse opvattingen, ja dat de Wet van Mozes maar “een schaduw” is van alle moois dat christelijke gelovigen te wachten staat (10.1).

Lees verder “Jezus en Mozes”