Maria en Marta en genderrollen

Twee zussen uit Palmyra (Altes Museum, Berlijn)

Over het lezen van antieke teksten zei een wijze classicus me ooit dat je niet alleen moet kijken naar wat er staat, maar vooral naar wat er niet staat. Ik heb het nooit beter geformuleerd gehoord. Het slaat niet alleen op onderdrukte perspectieven, maar ook op impliciet aanwezige kennis van de cultuur die de schrijver deelt met zijn doelgroep. Hieronder is een voorbeeld, en omdat het Pinksterzondag is haal ik dat uit het Nieuwe Testament, meer precies uit het verhaal van Maria en Marta uit het Lukas-evangelie.

  1. Toen ze verder trokken ging hij een dorp in, waar een vrouw die Marta heette hem gastvrij in haar huis ontving.
  2. Haar zus, Maria, ging aan de voeten van de heer zitten en luisterde naar zijn woorden. Maar Marta werd helemaal in beslag genomen door de zorg voor haar gasten.
  3. Ze ging naar Jezus toe en zei: “Heer, kan het u niet schelen dat mijn zus mij al het werk alleen laat doen? Zeg tegen haar dat ze mij moet helpen.”noot Lukas38-40; NBV21, met een aanpassing.

Lees verder “Maria en Marta en genderrollen”

Montanisme (2)

Het Laatste Oordeel (Catacomben van Domitilla, Rome)

In het vorige blogje vertelde ik over het optreden van Montanus, een profeet die leefde rond het midden van de tweede eeuw. Op gezag van ene Apollinaris van Hierapolis vertelt Eusebios van Caesarea iets over Montanus’ opvattingen. De kerkhistoricus heeft geen goed woord over voor die zogeheten Nieuwe Profetie.

Montanus stond echtscheiding toe en legde vastenregels op. Hij riep de dorpjes Pepouza en Tymion in Frygië uit tot [Nieuw] Jeruzalem, om zo aanhangers te lokken. Verder stelde hij mensen aan die cadeaus aannamen en tevens ontwierp hij een systeem om geschenken te ontvangen alsof het bijdragen waren voor zijn kerk. Hij betaalde zelfs mensen om zijn dwaalleer te verkondigen.noot Eusebios, Kerkgeschiedenis 5.18.2.

Schandelijk natuurlijk, dat je je personeel betaalt!

Tot de montanisten behoorde ook iemand die een circulaire over de Nieuwe Profetie publiceerde en daarvoor in de gevangenis belandde. Over een andere montanist vernemen we dat hij wegens roof werd veroordeeld, maar zich wist vrij te kopen door collectegeld van een van de christelijke gemeenschappen in Efese.

Lees verder “Montanisme (2)”

Montanisme (1)

Een christelijke maaltijd op een tweede- of derde-eeuwse wandschildering uit de catacomben van Callixtus, Rome

Hoe je ernaast kunt zitten hè, hoe je er toch naast kunt zitten. Ik noem op deze blog weleens het montanisme. Dat is een vorm van christendom uit de tweede en derde eeuw. “Het” christendom, met een uitgewerkte doctrine, zou pas later ontstaan, toen het nieuwe geloof niet langer werd vervolgd en zich onder keizerlijk toezicht begon te organiseren. Het Eerste Concilie van Nikaia in 325 is hierbij beslissend geweest: toen ontstond iets wat we orthodoxie kunnen noemen. Dat wil overigens niet zeggen dat er voordien niets was dat daarop leek. Het wil wél zeggen dat in de tweede en derde eeuw de proto-orthodoxie (die onder meer behelsde dat wie Christus vereerde niet ook andere goden mocht vereren) nog één stroming onder meerdere was. Veel van die christendommen staan bekend onder de parapluterm gnosis. En er was dus montanisme.

Ik dacht dat ik wist wat het was, want ik had er eens college over gehad. Let wel: dat is dus dik vijfendertig jaar geleden. De docent had uitgelegd dat het ging om een groep uit het huidige Turkije die geloofde dat Christus spoedig zou terugkeren, namelijk wanneer het lijden van de mensheid compleet was. Als iedereen het martelaarschap aanvaardde, zo zouden de montanisten hebben gedacht, was de maat van het menselijk lijden eerder vol en zou de Eindtijd sneller beginnen. Dit gedachtegoed, waarover we zijn geïnformeerd door de Kerkgeschiedenis van Eusebios van Caesarea, beïnvloedde onder meer de christelijke auteur Tertullianus.

Lees verder “Montanisme (1)”

Veertig dagen vóór Hemelvaart

Armeense afbeelding van de hemelvaart (Noravank)

Als de techniek een beetje werkt, gaat dit blogje op donderdagmorgen automatisch online. Ik heb dit stukje wat langer geleden voorbereid omdat ik momenteel in Spanje ben, ter voorbereiding van een boek dat ik aan het maken ben over de laatste jaren van Julius Caesar. Zoals ik al eens schreef, kende ik de regio rond Lleida nog niet, en daarom ben ik nu dus daar. Althans, als alles volgens plan is verlopen, maar de treinen en bussen functioneren hier doorgaans goed.

Hemelvaart

Ter zake: het is Hemelvaartsdag. Dat is een wat ongemakkelijk christelijk feest. Immers, als het graf leeg was en Christus was opgestaan, en als Christus goddelijk was, waarom was hij er dan niet meer? Het logische antwoord is dan: omdat hij ten hemel is gevaren. Het problematische is dat slechts één auteur deze gebeurtenis vermeldt, namelijk de auteur van de Handelingen van de Apostelen, het vervolg op het Evangelie van Lukas. En één bron is geen bron.

Lees verder “Veertig dagen vóór Hemelvaart”

De IJsheiligen

Servatius is een van de IJsheiligen

Er zijn in de volksweerkunde, waaraan het vorige blogje was gewijd, twee belangrijke perioden: de Hondsdagen en de periode van de IJsheiligen. De hondsdagen vallen midden in de zomer, al is men het over de precieze data niet eens. De periode loopt van 18 of 20 juli tot en met 18 of 20 augustus. Het is de meest hete en vochtige periode van het jaar, waarin voedsel snel bederft. De naam is ontleend aan het sterrenbeeld Grote Hond.

Maar ik wil het vandaag specifiek over de  IJsheiligen hebben. Het gaat om 11 tot en met 14 of 15 mei. Dit zouden de laatste dagen zijn waarop nachtvorst nog mogelijk zou zijn en jonge aanwas zou kunnen bevriezen. Deze vier of vijf dagen werden gekoppeld aan de heiligen die op die dagen hun feestdag hadden of hebben. Het zijn:

Lees verder “De IJsheiligen”

Volksweerkunde

Slecht weer

De meteorologen van het KNMI baseren hun weersvoorspelling op satellietfoto’s, modellen, instrumentmetingen, expertise en een jarenlange wetenschappelijke opleiding. Vroeger beschikte men uiteraard niet over deze kennis en methoden. En zelfs toen in de negentiende eeuw de wetenschappelijke weerkunde tot ontwikkeling was gekomen, hadden de meeste mensen nog geen toegang tot deze informatie. Massamedia waren er niet. Omdat weersvoorspelling echter voor boeren en vissers essentieel was (en is), ontwikkelden deze mensen eigen manieren om het weer te voorspellen.

Grijs gebied

Hun weersvoorspelling was gebaseerd op eeuwenlange ervaring, zonder dat men precies wist wat voor natuurwetten daarachter zaten. Men koppelde bepaalde atmosferische verschijnselen en het gedrag van dieren aan het weer waarvan men wist dat het zou volgen. Om de vastgestelde patronen te markeren, benutte men al sinds de Middeleeuwen heiligendagen, en om ze te onthouden bedacht men rijmende weerspreuken (“avondrood, water in de sloot”).

Lees verder “Volksweerkunde”

De Kerkgeschiedenis van Eusebios

Het Concilie van Nikaia (negende-eeuws manuscript uit Vercelli)

De Kerkgeschiedenis van Eusebios van Caesarea is om verschillende redenen een interessante tekst. Om te beginnen natuurlijk om dat wat de auteur betoogt: dat het christendom weliswaar van diverse kanten wordt bedreigd maar dat de bisschoppen de gelovigen in het rechte, orthodoxe spoor houden. Die gedachte is eigenlijk best opmerkelijk, want de meeste Romeinen waren niet van mening dat er, in religieuze zin, zoiets bestond als orthodoxie. Zolang de offers maar op de juiste manier werden gebracht, was alles dik in orde.

Van proto-orthodox naar orthodox

Voor de christenen lag dat anders: in de eerste drie eeuwen van dit geloof waren er allerlei christelijke opvattingen, en langzaam maar zeker zette de opvatting door dat wie Christus vereerde niet ook andere goden mocht vereren. De aanhangers van deze opvatting staan bekend als proto-orthodoxe of exclusivistische christenen. Tijdens het door keizer Constantijn de Grote voorgezeten Eerste Concilie van Nikaia (325) werd deze visie normatief. Tegelijk werd bepaald dat er maar één orthodoxe manier was om over Christus te denken: de tweenaturenleer.

Lees verder “De Kerkgeschiedenis van Eusebios”

Glossolalie

Armeense miniatuur van Pinksteren (Noravank)

Hoe groot de afstand is die ons scheidt van de oude wereld, merken we onder meer als we kijken naar het vroegste christendom. In de Eerste Brief aan de Korintiërs laat de apostel Paulus ons zien wie er zoal deel uitmaakten van een gemeente:

In iedereen is de Geest zichtbaar aan het werk, ten bate van de gemeente. Aan de een wordt door de Geest het verkondigen van wijsheid geschonken, aan de ander door diezelfde Geest het overdragen van kennis; de een ontvangt van de Geest een groot geloof, de ander de gave om te genezen. En weer anderen de kracht om wonderen te verrichten, om te profeteren, om te onderscheiden wat wel en wat niet van de Geest afkomstig is, om in klanktaal te spreken of om uit te leggen wat daar de betekenis van is. Al deze gaven worden geschonken door een en dezelfde Geest, die ze aan iedereen afzonderlijk toebedeelt zoals hij wil.noot 1 Korintiërs 12.7-11; NBV21.

Lees verder “Glossolalie”

Pontius Pilatus (6) Besluit

Kopie van de inscriptie van Pontius Pilatus uit Caesarea.

[Dit is het laatste van zes blogjes over Pontius Pilatus. Het eerste was hier.]

Prefect

Ik heb in de vorige vijf blogjes verteld dat de evangelisten, Filon van Alexandrië en Flavius Josephus de voornaamste bronnen zijn voor de loopbaan van Pontius Pilatus. De Romeinse geschiedschrijver Tacitus noemt de man ook een keer, en typeert hem als procurator. Hij was feitelijk prefect. Dat weten we uit bovenstaande inscriptie, gevonden in 1961 in Caesarea Maritima, de residentie van de gouverneur van Judea. Ik heb er al eens over geblogd.

De ene helft van de steen is beschadigd, maar we kunnen de andere helft lezen:

. . . . S TIBERIEUM
. . [Po]NTIUS PILATUS
[praefe]CTUS IUDA[ea]E
[ref]ECI[it]

Dit betekent dat Pontius Pilatus, de prefect van Judea, iets heeft hersteld dat Tiberieum heette. Wat dat zou moeten zijn geweest, is vooralsnog onbekend, maar het is aannemelijk dat het een tempel was ter ere van keizer Tiberius.

Lees verder “Pontius Pilatus (6) Besluit”

Het lege graf

Het lege graf (Rabbula-codex)

Er zijn onderwerpen waarover historici weinig te zeggen hebben, zoals Pasen. De historicus kan alleen constateren dat het dubbele idee van Christus’ verrijzenis en diens lege graf heel oud moet zijn. Daar blijft het echter bij. Een lichamelijke wederopstanding is niet alleen in strijd met de natuurwetten maar ook zonder parallel. Zo’n gebeurtenis ligt buiten het bereik van wat een historicus weten kan. Er desondanks uitspraken over doen is net zoiets als zoeken naar de Alpenpas van Hannibal: je kunt het niet weten en moet gewoon aanvaarden dat er grenzen zijn aan je kennis.

Vier visies

Wat een historicus óók kan doen, is verschillen constateren in de berichten over het lege graf. Hier is het verslag volgens Matteüs.

Lees verder “Het lege graf”