Wat heet mooi? Architectuur

Skara Brae, Orkney

Een tijdje geleden vroeg ik u te noemen wat u mooi vond uit de Oudheid en omdat de respons me overweldigde, heb ik tot nu toe alleen nog maar over mooie teksten geschreven. Vandaag neem ik u mee langs voorbeelden van architectuur waarop de lezers van deze blog elkaar attenderen. Er zitten verrassende keuzes bij.

Prehistorie

Eén zo’n verrassing was dat vier monumenten uit de Atlantische Prehistorie werden genoemd. Om te beginnen de megalieten van Carnac, weliswaar “strikt genomen geen Oudheid” maar wel zo’n plek waar iemands liefde voor de oude wereld kan ontluiken. Even oud als het spijkerschrift en onze hunebedden zijn de megalieten van Callanish op de Hebriden en de grafheuvel van Newgrange. Skara Brae op de Orkney-eilanden is wat jonger en werd tweemaal genoemd. Dit kleine dorp is opgegraven door niemand minder dan Gordon Childe.

Lees verder “Wat heet mooi? Architectuur”

Veleda

Veleda (Walhalla, Regensburg)

Vandaag blogje numero 7500, en ik wijd het aan een van de grote vrouwen uit de Nederlandse geschiedenis: Veleda. De enige keer dat ik iets zag dat in de verte leek op een standbeeld, was een reliëf in Regensburg, in het Walhalla. Maar misschien moeten we daar eens verandering in gaan brengen.

Om te beginnen: Veleda was (althans volgens de Romeinse auteur Publius Cornelius Tacitus) een van de belangrijkste personages uit de Bataafse Opstand, namelijk de profetes die de diverse Germaanse groepen het vertrouwen gaf voor de strijd tegen Rome. Zelf behoorde ze tot de Bructeren, die leefden van de Achterhoek tot aan de Lippe in Duitsland.

Lees verder “Veleda”

Zes vragen aan Renske Janssen

Renske Janssen

De vaste lezers van deze blog kennen de rubriek waarin dit de alweer zesde aflevering is: we laten oudheidkundigen aan het woord over hun onderzoek en hun visie op het wetenschappelijk proces. Vandaag is het woord aan rechtshistorica Renske Janssen, die eerder een bekroond proefschrift schreef over de juridische kant van de vervolging van joden, waarzeggers en christenen, Marginalized Religion and the Law in the Roman Empire. Ze is tevens de initiatiefnemer van de vlogserie Wegen naar Rome.

Wat bestudeert u?
Ik werk aan recht en bestuur in het Romeinse Rijk, met name de periode tussen ca. 100 v.Chr. en 250 na Chr. Ik ben vooral geïnteresseerd in hoe het recht in de dagelijkse praktijk werkte en hoe mensen die geen juridische experts waren daarover nadachten. Aan welke criteria moest een goede wet volgens hen voldoen, wiens belangen moest het recht beschermen en in welke mate bestond er voor hen een verband tussen recht en rechtvaardigheid? De situatie in de Romeinse provincies is hierbij bijzonder interessant. Als Rome de macht over een bepaald gebied overnam, betekende dat niet dat lokaal recht en bestuur ook meteen werd vervangen – sterker nog, dat zou waarschijnlijk erg onpraktisch zijn geweest. Dat betekent dus dat we niet alleen over de keizer en de gouverneur moeten nadenken als we willen weten hoe de Romeinse wereld functioneerde, maar ook over de rol van de lokale bevolking.

Lees verder “Zes vragen aan Renske Janssen”

Livia Augusta

Livia (Musée des Beaux-Arts, Lyon)

Lectuur kan een extra dimensie krijgen door of geven aan de omgeving. Zicht op zee is de ideale omgeving voor maritieme geschiedenis, dus was het deze vakantie uitkijken naar The Pirate King. The Strange Adventures of Henry Avery and the Birth of the Golden Age of Piracy. Helaas leverde het boek vooral frustratie op en ook de soundtrack van meeuw en branding kon het niet redden. De gemeentelijke bibliotheek van Koksijde bracht soelaas met een uitverkoop van afgevoerde werken. Daar kon ik voor twee euro buitenwandelen met een vertaling van Cassius Dio en de biografie Livia Augusta van Matthew Dennison. Weinig nautisch, maar een aangename verrassing.

Het zal iedereen vergeven worden met enig wantrouwen aan dit boek te beginnen. Dennison heeft, voor zover ik kan nagaan, geen specifieke opleiding of expertise in de Oudheid. Bovendien is het een gevaarlijk en moeilijk onderwerp: vrouwengeschiedenis, en de bronnen over machtige vrouwen zijn schaars, beperkt of vijandig. Speculatie en erotische sensatie vullen dan de leemtes op en kleuren de interpretatie. Zo werd de Romeinse keizerin Livia dankzij Suetonius en Tacitus, via Robert Graves, een manipulatieve gifmengster met de kille ambitie om haar onpopulaire zoon Tiberius op de troon te krijgen. Een herinterpretatie in onze tijd loopt dan weer het risico van Livia een heldin te maken, een sterke vrouw tussen toxische mannen.

Lees verder “Livia Augusta”

Een bezoek aan Kalkriese

Recent opgegraven goudstuk uit Kalkriese

Als een archeoloog een IJzertijdboerderij of een Griekse tempel opgraaft, weet ’ie vrij zeker dat hij een boerderij of een tempel opgraaft. Er zijn namelijk honderden IJzertijdboerderijen en Griekse tempels bekend. Zoiets is onmogelijk met de vondsten in Kalkriese. Oudheidkundigen kennen niets dat erop lijkt: een veld vol militaire voorwerpen, gelegen tussen een moeras in het noorden en een heuvel in het zuiden. Aan de voet van die heuvel een wal. De militaire voorwerpen documenteren infanterie, cavalerie, slingeraars, burgerpersoneel en vrouwen. Verder dode dieren. Munten, waaronder goudstukken, zoveel goudstukken dat het gebied zelfs Goldacker heeft geheten. De huidige naam is Oberesch of ook wel Kalkriese. Maar wat is het? Bij gebrek aan parallel is het giswerk.

Dat het gaat om een Romeins leger dat hier in de problemen raakte, geldt als bewezen; dat dit gebeurde in het eerste kwart van de eerste eeuw, staat niet ter discussie; dat Germanen de vijanden waren, is alleen maar logisch. Maar wat gebeurde er nu precies? Vrijwel iedereen houdt het op een gevecht tijdens de slag in het Teutoburgerwoud, al is niet uitgesloten dat het om een later gevecht gaat, uit de tijd van Germanicus’ wraakacties in 14-16 na Chr.

Lees verder “Een bezoek aan Kalkriese”

Op weg naar Kalkriese

Een kunstwerk dat de Slag in het Teutoburgerwoud verbeeldt (Osnabrück)

Het regent en het is augustus, en ik wilde vandaag fietsen van Osnabrück (waar ik dit schrijf) naar Kalkriese (zeg maar de plek van de slag in het Teutoburgerwoud). Daar wilde ik de tijdelijke expositie van de voorwerpen uit Nydam en het Thorsberger Moor bezoeken, waarover ik nog verslag aan u zal doen. Maar ik wilde ook kijken wat er op dit moment wordt verteld over het lopende archeologische onderzoek in Kalkriese, want er zijn nogal wat verrassende resultaten.

Nieuwe archeologische vondsten

Concreet zijn daar eind jaren tachtig allerlei militaria gevonden, die vrijwel zeker behoren bij de Romeinse nederlaag. Op een smal stuk land tussen een heuvel in het zuiden en een moeras in het noorden, lijkt een Romeins leger, waaronder het eerste cohort van een legioen (de stafeenheid) in moeilijkheden te zijn geraakt. Er waren ook vrouwen en andere burgers aanwezig. Ten zuiden van dit smalle stuk land is een aarden wal gevonden waarvandaan – zo luidde de eerste interpretatie – Germaanse krijgers de Romeinen bestookten. Heel suggestief was de verspreiding van de vondsten: in de vorm van een >-. Dat duidde op een leger, komend uit het oosten en op weg naar het westen, dat in de linkerflank werd aangevallen en uiteenviel. Eén deel trok noordwestwaarts, een ander deel zuidwestwaarts.

Lees verder “Op weg naar Kalkriese”

Spoliatio Aegyptiorum

Egyptische sieraden uit het graf van Djehuty (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

De Latijnse woorden uit de titel betekenen zoiets als “de beroving van de Egyptenaren”, maar dit blogje gaat niet over de plundering van het museum van Malawi, niet over de roofopgraving waarbij de Sapfo-papyri zouden zijn gevonden en ook niet over de moord op de bewakers van de Leuvense opgraving bij Dayr al-Barsha. Al mag u bij die ellende best even stilstaan. Ik wil het echter hebben over de Spoliatio Aegyptiorum, een uitdrukking die wordt gebruikt ter typering van de relatie tussen enerzijds de christelijke en anderzijds de Romeinse levensbeschouwing.

Jeruzalem versus Athene

Voor de eerste christenen was het nog vrij eenvoudig: de wereld zou op zeer korte termijn worden omgekeerd, de eersten zouden de laatsten zijn en de laatsten de eersten, en er zou een nieuwe wereld ontstaan. De Romeinse wereld zou dus verdwijnen. De eschatologische ommekeer bleef echter uit en de christenen moesten steeds meer nadenken over de plek die ze in dit Romeinse ondermaanse wilden bekleden. Was er niet een tegenstelling tussen hun geloof en hun wereld? In de beroemde woorden van de christelijke auteur Tertullianus: wat had Jeruzalem te maken met Athene? welke overeenkomst was er tussen de Academie en de Kerk? wat hadden ketters en christenen gemeen?noot Tertullianus, De praescriptione haereticorum 7; de titel is onvertaalbaar. Tertullianus gebruikt een term uit het Romeins Recht die erop neerkomt dat de door andersdenkenden naar voren gebrachte bezwaren niet ontvankelijk zijn.

Lees verder “Spoliatio Aegyptiorum”

Augustinus als Numidiër

Er is geen gebrek aan boeken over Augustinus, de vroeg-vijfde-eeuwse bisschop van de Algerijnse havenstad Annaba, het antieke Hippo. Augustinusbiografieën vormen een compleet oudheidkundig subgenre, waarmee hij feitelijk zelf is begonnen: eerst publiceerde hij zijn Belijdenissen, een autobiografie met een duidelijk pastorale inslag, en tegen het einde van zijn leven overwoog hij al zijn eerdere publicaties in zijn Retractiones, een soort intellectuele autobiografie. Het oeuvre bestaat verder uit preken, traktaten, schotschriften, brieven en geleerde werken als De stad Gods. Naar woordenaantal (ongeveer 5.000.000) is hij de best overgeleverde auteur uit de Oudheid. Hij is een van de weinige Romeinen waarover een biografie überhaupt mogelijk is.

Augustinus als Afrikaan?

De Britse classica Catherine Conybeare waagde zich in 2025 aan een nieuwe biografie, Augustine the African, die Abjan Van Meerten vrijwel onmiddellijk vertaalde in elegant, helder Nederlands, Augustinus de Afrikaan. Als u eerdere biografieën las, kunt u het boek echter ongelezen laten zonder dat u veel nieuws mist. Als u daarentegen weinig weet over Augustinus, is het een uitstekende inleiding.

Lees verder “Augustinus als Numidiër”

Wanneer is Paulus geboren?

Een middeleeuwse afbeelding van de hebdomaden

Twee weken geleden blogde ik over de theorie van Jerome Murphy-O’Connor en Fik Meijer dat de apostel Paulus niet afkomstig was uit Tarsos, zoals aangegeven in de Handelingen van de Apostelen, maar uit Gischala in Galilea. Dat baseren ze op een laat-vierde-eeuwse bron,  Hieronymus. De Nederlandse oudheidkundige Paul Leunissen stuurde me een artikel waarin hij uitlegde waarom dit niet plausibel was. De opmerking van Hieronymus biedt echter meer informatie dan alleen over een (niet) mogelijke geboorteplaats.

Ze zeggen dat de ouders van de apostel Paulus afkomstig waren uit Gischala, een landstreek in Judea, en dat zij, toen de hele provincie (tota provincia) door de Romeinen verwoest werd en de Joden verspreid werden over de wereld, werden overgebracht naar Tarsos, een stad in Cilicië, en dat de jonge Paulus de omstandigheden van zijn ouders is gevolgd.noot Hieronymus, Commentaar op Philemon 23-24.

Lees verder “Wanneer is Paulus geboren?”

Moesia

De Donau bij Ruse

Europa kent al eeuwen twee grote handelsroutes. De ene was de corridor van de Noordzee via Rijn, Moezel, Saône en Rhône naar de Middellandse Zee. De andere stond daar haaks op en leidde naar het oosten: de Donau. De eerste landbouwers, de eerste metaalwerkers en de eerste Indo-Europees-sprekenden kwamen hierlangs stroomopwaarts, later gevolgd door Sarmaten, Hunnen, Avaren en Magyaren. Bij de Zwarte Zee zagen zij vóór zich een vruchtbaar gebied, begrensd door rechts de Donau en links het Balkangebergte. Die vruchtbare zone strekt zich uit tot Belgrado, het antieke Singidunum, waar de vlakte zich noordwaarts opende naar de Hongaarse poesta.

De naam Moesia

In de vijfde eeuw v.Chr. worden tussen Donau en Balkan genoemd:

  • de Dardaniërs (in wat nu Servië heet),
  • de Triballiërs (in het noordwesten van Bulgarije)
  • en de Geten (in het noordoosten van Bulgarije).

De laatste twee worden gewoonlijk gerekend tot de Thraciërs. Romeinse bronnen uit het begin van de jaartelling suggereren dat hier ooit ook Mysiërs hadden gewoond, een groep die later zou zijn verhuisd naar de Zee van Marmara. Naar hen noemden de Romeinen de regio Moesia.

Lees verder “Moesia”