[Dit is het tweede van drie stukjes over de Tweebronnenhypothese. Het eerste was hier.]
Dat de evangelisten meer waren geïnteresseerd in de boodschapper dan in zijn boodschap, meer in Jezus zelf dan in zijn leer, werd al in de late achttiende eeuw herkend. In de negentiende eeuw boekte het onderzoek vooruitgang door de ontdekking die bekendstaat als de tweebronnenhypothese. Het woord “hypothese” is overigens wat misleidend, want het is alleen een hypothese in de zin dat alle wetenschappelijke kennis tijdelijk is. De tweebronnenhypothese is zeker niet zonder kritiek maar behoort met de atoomtheorie en de evolutietheorie tot de grootste ontdekkingen van de negentiende eeuw.
Al in de Oudheid was geconstateerd dat de evangeliën van Matteüs, Marcus en Lukas zoveel op elkaar leken dat de auteurs elkaars teksten moesten hebben gekopieerd, samengevat, uitgebreid of op een andere manier bewerkt. Het bleef echter onduidelijk hoe dit precies was gegaan, tot in de negentiende eeuw werd vastgesteld dat de auteurs van Matteüs en Lukas de tekst van het Marcusevangelie hadden overgenomen. Deze constatering staat bekend als “de prioriteit van Marcus” en is aangegeven in het eerste plaatje.

Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.