Reinigingsbekken uit Abydos

Waterbekken van koning Den (Musée royal de Mariemont, Morlanwelz)

Koning Den is een van de vroegste heersers van Egypte. De Eerste Dynastie dus, en daarvan de zesde bij naam bekende monarch. Hij was de eerste die zich aanduidde als vorst van Beneden- en Boven-Egypte en de eerste die de pschent-kroon droeg: de kroon waarin de witte hedjet-kroon en de rode deshret-kroon ineen waren geschoven. Als u een datering zoekt, zit u er rond 3000 v.Chr. vermoedelijk niet meer dan een eeuw naast. In ons land bouwden ze toen hunebedden. In Siberië liepen hier en daar nog mammoeten rond.

Het graf van farao Den is gevonden in Abydos, waar in deze periode wel meer vorsten werden begraven. Bovenstaand bekken, te zien in het Musée royal de Mariemont in Morlanwelz, is afkomstig uit Dens graf. U herkent middenin de serekh: een weergave van de naam des konings. De rechthoek stelt zijn paleis voor en de twee tekens zijn niet moeilijk te lezen: de hand is de D en het golflijntje is de N. Klinkers noteerde men destijds niet.

Lees verder “Reinigingsbekken uit Abydos”

Serekh

Kom met de serekh van koning Djer (Leiden, Rijksmuseum van Oudheden)
Kom met de serekh van koning Djer (Leiden, Rijksmuseum van Oudheden)

In hiërogliefische teksten zie je vaak hoe sommige tekens staan geplaatst in een soort lus, een cartouche. Die cartouches zijn redelijk bekend, want ze speelden een rol bij de ontcijfering van de Egyptische lettertekens: de tekens in de lus gaven de naam van de vorst weer, geschreven in tekens die in feite alfabetisch waren. Doordat het verhaal van de ontcijfering vrij bekend is, is de uitdrukking “cartouche” een van de weinige uitdrukkingen uit het oudheidkundige jargon die ingeburgerd zijn geraakt.

Een serekh is het makkelijkste typeren als een vierkante cartouche, zoals op het plaatje hierboven. (De prachtige albasten kom is overigens te zien in de onlangs heropende Egyptische afdeling van het Rijksmuseum van Oudheden.) Vanwaar het verschil tussen de serekh en de cartouche?

Lees verder “Serekh”