Twee Belgische praetorianen

Wijding door Julius Justus en Firmus Maternianus (Capitolijnse musea, Rome)

De stad Rome beschikte in de keizertijd over diverse organisaties om de openbare orde te bewaken. Er waren stadscohorten (een soort politie) en vigiles, die deels brandweer en deels politie was. Er waren praetorianen, die we kunnen beschouwen als een keizerlijke garde, en er was een bereden keizerlijke lijfwacht. Dan waren er vlooteenheden, die aan zee waren gestationeerd maar regelmatig dienden in de stad. Vanaf de late tweede eeuw lag het Tweede Legioen Parthica op de Albaanse Berg. Dat er zoveel verschillende soorten bewakers waren, was niet omdat Rome onrustig of opvallend gewelddadig was. Het bood de keizer, als hij twijfelde aan de loyaliteit van een van deze groepen, een mogelijkheid terug te vallen op de andere. De Romeinse vloot in Misenum was er niet om piraten te bestrijden maar om de praetorianen in de gaten te houden.

Hier is een inscriptie van enkele praetoriaanse gardisten uit Gallia Belgica, die is gevonden halverwege de Maria Maggiore en het spoorwegstation. Dat is niet ver van de kazerne van de praetorianen. Bovenaan zien we middenin de oppergod Jupiter, herkenbaar aan zijn adelaar. Links van hem staat de oorlogsgod Mars, rechts herkennen we Nemesis. Zij is de godin van de vergelding, herkenbaar aan de maatstaf. Aan de zijkanten zijn Sol en Victoria afgebeeld, de Zon en de Overwinning. De tekst van deze inscriptie, die bekendstaat als EDCS-18900606, is op de foto wat moeilijk leesbaar:

Lees verder “Twee Belgische praetorianen”

De Tirannendoders

De Tirannendoders (Museo archeologico nazionale, Napels)

De bovenstaande beeldengroep, de Tirannendoders, was ooit te zien in de Baden van Caracalla in Rome. Tegenwoordig staan de beelden in het archeologisch museum van Napels. Het gaat om een Romeinse kopie van wat al een kopie was van een beeldengroep uit Athene. Beeldhouwer Antenor vervaardigde de oorspronkelijke beeldengroep aan het einde van de zesde eeuw v.Chr. Deze beelden stelden Harmodios en Aristogeiton voor, twee mannen die in 514 de tyran (alleenheerser) Hipparchos hadden vermoord. Het was een van de eerste monumenten van de nog jonge democratie.

Twee beeldengroepen

Toen brak de oorlog uit met Perzië. Koning Xerxes nam Athene eind september 480 v.Chr. in. Na de winter plunderde zijn generaal Mardonios de stad. Tot de beelden die op transport naar het oosten gingen, behoorde dat van Penelope (waarover ik al eens blogde) en de beeldengroep van de Tirannendoders. Anderhalve eeuw later troffen de manschappen van Alexander de Grote de groep aan in Sousa. Weer een generatie later stuurde Seleukos I Nikator het monument terug naar de rechtmatige eigenaren. (Dat u niet denkt dat de restitutie van museumstukken een moderne uitvinding is.)

Lees verder “De Tirannendoders”

Een zilverstuk uit Syracuse

Dekadrachme uit Syracuse (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

Over Griekse munten, zoals deze uit Syracuse, heb ik eigenlijk nog maar zelden geblogd. Daarin moet rap verandering komen, want ze zijn altijd interessant, ze zijn vaak mooi en ze kunnen niet vaak genoeg worden tentoongesteld. Ooit hadden we in Nederland een Koninklijk Penningenkabinet, waarin talloze Griekse munten waren opgenomen. Als student kon je er vrij makkelijk terecht. De collectie is in 2007 echter samengevoegd met die van De Nederlandse Bank en het Nederlands Muntmuseum, waardoor één Muntmuseum ontstond. Het was in Utrecht. De loop kwam er echter niet in en in 2013 viel het doek. Zodat je in een de meest kapitalistische landen ter wereld momenteel nergens kunt zien wat mensen doen met geld en wat geld doet met mensen.

Autonomie

Die laatste zin (het programma van het Geldmuseum) geeft aan waarom Grieks geld zo interessant is. Het functioneerde destijds niet helemaal hetzelfde, al waren de functies op zich dezelfde. Munten dienden ook toen om mee te betalen en als oppotmiddel. Er is bovendien een vergelijkbare wereld van afbeeldingen. De Marianne op het Franse dubbeltje en de bondsadelaar op de Duitse euro hebben dezelfde functie als de roos, de bij en de schildpad op de munten van Rhodos, Efese en Aigina: alle symbolen benadrukken het eigene van degene die de munten sloeg.

Lees verder “Een zilverstuk uit Syracuse”

Het meisje van Vulci

Het meisje van Vulci (Torlonia-collectie, Rome)

Een week of twee geleden blogde ik over de Torlonia-collectie: de fenomenale verzameling van een rijke Italiaanse familie, sinds vorig jaar opengesteld voor het grote publiek. Een van de mooiste stukken is het bovenstaande portret, het Meisje van Vulci. Als u denkt dat het modern is, bent u de enige niet. In 1886 was dat namelijk het oordeel van de Duits-Oostenrijkse oudheidkundige Otto Benndorf, die u misschien kent als docent van de filosoof Nietzsche. Mij doet het bovenstaande beeld, dat is gevonden in Vulci in het uiterste noordwesten van Lazio, denken aan de vrouwenportretten van Modigliani.

Dat het Meisje van Vulci zo modern oogt, komt deels doordat de kunstenaar hier en daar scherpe lijnen gebruikt, zoals bij de wenkbrauwen. In de klassieke Griekse kunst zou je dat niet zo snel verwachten. Benndorf zou het beeld niet als modern hebben weggezet als hij de Etruskische en Italische portretten zou hebben gekend die later zijn ontdekt. Zijn scepsis wordt nu niet meer gedeeld.

Lees verder “Het meisje van Vulci”

Euthydemos van Baktrië (of niet)

Euthydemos van Baktrië? (Collectie Torlonia, Rome)

Totdat Rome afzakte tot hoofdstad van de Italianen – bonuspunten voor wie het citaat herkent – was het de hoofdstad van een universele wereldkerk. Een klein aantal families oefende de macht uit: de Colonna’s, de Orsini’s, de Borgheses. Daar kwamen later nieuwe families bij. De Torlonia’s zijn bijvoorbeeld achttiende-eeuwse nieuwkomers. Tijdens de Franse bezetting van de Kerkelijke Staat hielden ze het Vaticaan financieel op de been. Daar werden ze zelf niet slechter van en ze kochten titels als “hertog van Bracciano”, “hertog van Poli”, “markies van Romavecchia en Turrita”. Paus Pius VII verleende, kort na zijn terugkeer naar Rome, de titel van prins.

Kunstverzameling

De prinselijke familie nam niet alleen titels over maar ook kunstcollecties, zoals die van de familie Giustiniani. Ze deed ook opgravingen, onder andere in Portus, de haven van Rome naast Ostia. Zo ontstond het Torlonia-museum. Alleen de pauselijke collectie antiquiteiten in de Vaticaanse Musea, de stedelijke verzameling op het Capitool en (nadat Rome was afgezakt tot hoofdstad van de Italianen) de collectie in het Museo Nazionale Romano zijn groter. In 1960 ging het Torlonia-museum echter op slot. Sindsdien kon het publiek de honderden stukken sculptuur niet langer bezichtigen.

Lees verder “Euthydemos van Baktrië (of niet)”

Hermafroditos

Wandschildering van een hermafrodiet (Museo Barracco, Rome)

Ten westen van de haven van Halikarnassos (het huidige Bodrum) ligt de heuvel Salmakis, waar in de Oudheid een zoetwaterbron was. Hier leefde, volgens een plaatselijke mythe, de waternimf Salmakis. Het arme meisje werd verliefd op Hermafroditos, een jongen waarvan u al vermoedde dat hij de zoon was van Afrodite en Hermes. Met goddelijke voorouders kon hij niet anders dan een buitengewoon knappe verschijning zijn. De Romeinse dichter Ovidius vertelt dat Salmakis hem aanrandde, dat hij zich verzette, dat zij de goden smeekte om zich met hem te mogen verenigen en dat de twee wezens versmolten tot één, tweeslachtig wezen (Metamorfosen 4.285-388).

Hermafroditisme

De mythe diende om mensen met zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtskenmerken te typeren. Ons woord “hermafrodiet” komt er natuurlijk vandaan. Diodoros van Sicilië legt in zijn Wereldgeschiedenis 4.6.5 uit hoe men zulke mensen destijds zag:

Lees verder “Hermafroditos”

Het Antikythera-mechanisme

Delen van het Antikythera-mechanisme (Nationaal Archeologisch Museum, Athene)

In het voorjaar van 1900 ontdekten sponzenduikers een scheepswrak bij het Zuid-Griekse eilandje Antikythera. Het zat tjokvol standbeelden. Een jaar later volgde wetenschappelijk onderzoek en al snel was er de theorie dat het schip was volgeladen met buit die de Romeinse generaal Sulla in 88 v.Chr. had meegenomen na de plundering van Athene. Dit bleek onjuist toen Jacques-Yves Cousteau in de jaren vijftig en de jaren zeventig munten opdook uit 67 v.Chr.

Wat de reden ook was om een schip vol sculptuur te laden en wanneer het ook gebeurde: de vondsten zijn er niet minder om. Naast een bronzen portretkop en een mooi bronzen beeld van een jongeling, waren er niet minder dan veertig marmeren standbeelden (waaronder Herakles met spillebenen). Daarvan zijn er negenendertig heelhuids boven water gekomen.

Lees verder “Het Antikythera-mechanisme”

De Fiscus Judaicus: een vergeten ostrakon

Kwitantie van de Fiscus Judaicus, 103 n.Chr. (Thermenmuseum, Heerlen)

Eerst nog even iets over de Fiscus Judaicus. Ik gaf al aan dat keizer Domitianus deze alleen door joden te betalen belasting zó toepaste dat de wegen van joden en christenen uit elkaar gingen. Wie de joodse belasting betaalde, beleed een erkende vorm van monotheïsme; wie monotheïst wilde zijn zonder te betalen, riep problemen op. De synagogen hadden redenen om zich te distantiëren van de volgelingen van Jezus. De rest is geschiedenis.

Nu ik uw kennis van de Fiscus Judaicus heb opgefrist, kunnen we het hebben over bovenstaand ostrakon (beschreven scherf) uit 103 n.Chr. Dit is een kwitantie die documenteert dat iemand de Fiscus Judaicus heeft betaald. Er zijn eenenzeventig van zulke scherven bekend, allemaal afkomstig uit het Egyptische Edfu en daterend uit de tweede eeuw. Het aardige is nu: het voorwerpje wordt bewaard in het Thermenmuseum in Heerlen. Hoe is het daar gekomen?

Lees verder “De Fiscus Judaicus: een vergeten ostrakon”

Chinese Skythen

Hazenjager, Tang-dynastie (Museum voor Volkenkunde, Leiden)

Dit beeldje fotografeerde ik onlangs in de afdeling China van het Museum voor Volkenkunde in Leiden. Het stelt een ruiter voor die terugkomt van de hazenjacht. Het is gemaakt ten tijde van de Tang-dynastie, dat wil zeggen in de zevende, achtste of negende eeuw. Dus terwijl in het westen de Franken de hegemonie in Europa verwierven, terwijl het Byzantijnse Rijk de Avaren en Arabieren op afstand hield en in het Nabije Oosten het kalifaat bloeide.

De Zijderoute

Tussen deze mogendheden waren allerlei contacten: kooplieden en andere reizigers trokken langs de Zijderoute en wisselden goederen en verhalen uit. Wandschilderingen uit Samarkand tonen een Chinese prinses die in 648 met de plaatselijke heerser Varkhuman lijkt te zijn getrouwd. (Ik blogde er al eens over.) Er waren militaire confrontaties, zoals de slag aan de Talas die de Arabieren en Chinezen in 751 uitvochten. Westerse huurlingen dienden in de legers van de Tang-keizer. Diens hoofdstad, Chang’an, moet even kosmopolitisch zijn geweest als Constantinopel en Bagdad.

Lees verder “Chinese Skythen”

De Bagdadbatterij

Het potje dat bekendstaat als de Bagdadbatterij (Nationaal Museum van Irak, Bagdad)

En daar was ’ie ineens. Niet eens onopvallend stond het daar in het Nationaal Museum van Irak in Bagdad: een van die voorwerpen die een Von Däniken blij zou hebben gemaakt. De Bagdadbatterij dus.

Het voorwerp is bij de aanleg van een spoorlijn in 1936 gevonden in Khujut Rabu, een van de dorpen op het terrein van de Parthische en Sasanidische hoofdstad Ktesifon. Het gaat om een potje van een centimeter of dertien hoog (zie boven), waarin een koperen kokertje stond, waarin weer een ijzeren staafje zat. Het kokertje is niet waterdicht: als het potje met een vloeistof zou zijn gevuld, zou ook het staafje nat worden. Men had – en heeft – geen idee wat het is. Wel vermoeden we dat het potje stamt uit de Sasanidische tijd.

Lees verder “De Bagdadbatterij”