De Paasdatum in Oost en West (2)

Titelpagina van het grote werk van Christoph Clavius over de Gregoriaanse kalender

[Dit is het tweede van drie blogs die Rob van Gent schreef over de Paasdatum. Het eerste was hier.]

In de Middeleeuwen merkte men dat de op tabellen gebaseerde data voor zowel de zon als de maan, en dus de Paasdatum, steeds meer afweken van de werkelijkheid. Het begin van de astronomische lente schoof steeds verder terug ten opzichte van de nominale datum (21 maart), en ook de berekende nieuwe en volle manen verschilden een paar dagen met de aan de hemel zichtbare schijngestalten (hetgeen bij de maan gauw opvalt).

Een nieuwe kalender

Het zou tot 1582 duren voordat paus Gregorius XIII de kalender hervormde. Door tussen 4 en 15 oktober tien dagen weg te laten, viel de astronomische lente weer rond 21 maart. Ook de schrikkeldagregeling werd verfijnd, zodat het verschil tussen het astronomische en het kerkelijke begin van de lente niet langer kon optreden. Tot slot werd de maanrekening verbeterd: de gulden getallen werden vervangen door de zogenaamde epacta, de ouderdom van de maan bij het begin van het jaar. Die wordt uit het gulden getal bepaald met een correctie die in één of meerdere eeuwen constant is.

Een meer gedetailleerde beschrijving van de Gregoriaanse kalender en nieuwe paasrekening voert hier te ver, maar de materie wordt in veel publicaties over de geschiedenis van de middeleeuwse computus en de kalender besproken. In het Nederlands zijn er bijvoorbeeld de publicaties van Walter van Wijk, die een deskundige was op het gebied van de tijdrekenkunde.noot Walter Emile van Wijk. De Gregoriaansche kalender: Een technisch-tijdrekenkundige studie (1932); Walter Emile van Wijk, De late Paasch van 1943: Eene populaire verhandeling over de bepaling van den datum van het Paaschfeest (1943).

Lees verder “De Paasdatum in Oost en West (2)”