De weerwolf van Jan Wier (2)

Jan Wier

[Dit is de vertaling die Bas Jongenelen maakte van hoofdstuk 14 uit De lamiis liber, waarmee Jan Wier in 1577 aantoonde dat weerwolven niet kunnen bestaan. Een inleiding was hier en het Latijn is daar.]

Mensen kunnen door geen enkele kracht in beesten veranderd worden (hoofdstuk 14)

Aan de almacht van heksen wordt ook toegeschreven dat zij zich echt en geheel kunnen veranderen in wolven, bokken, honden, katten en dieren beesten; om hun lusten te bevredigen, en dat zij zich per direct weer terug kunnen veranderen in mensen. Zelfs door zeergeleerden wordt deze waanzin als absolute waarheid verdedigd.

Lees verder “De weerwolf van Jan Wier (2)”

De weerwolf van Jan Wier (1)

Weerwolf (Lucas Cranach de Oude)

De wolf is een dier dat in veel verhalen voorkomt, zo zijn er de wolvin van Romulus en Remus, Fenrir uit de noordse mythologie, Isengrijn uit Vanden vos Reynaerde, de grote boze wolf uit Roodkapje, de drie biggetjes en de zeven geitjes. De wolf vinden we een fascinerend dier, zeer geschikt om literatuur mee te maken.

Griekse weerwolven

Een aparte categorie van wolven is de weerwolf. Voor de mensen die met (een onregelmatige) regelmaat de Mainzer Beobachter lezen is Lykaon waarschijnlijk de bekendste weerwolf. In zijn Metamorfosen beschrijft de Romeinse dichter Ovidius hoe Lykaon voor straf veranderd wordt in een wolf.noot Ovidius, Metamorfosen 1.207-243. Helaas voor de man blijft hij wolf, om nooit meer mens te worden.

Lees verder “De weerwolf van Jan Wier (1)”

Simon Stevin in Delft

De toren van de Nieuwe Kerk in Delft

Onlangs was ik in Delft. Dat kun je zo weleens hebben. En ik maakte van de gelegenheid gebruik om de Oude Kerk en de Nieuwe Kerk eens te bezoeken, prachtige gebouwen die ik eigenlijk niet kende. Ik geloof dat ik er als kind ben geweest, maar het bezoek aan het Prinsenhof, waar Willem de Zwijger is vermoord, is me beter bij gebleven.

Zware en lichte voorwerpen

In de Nieuwe Kerk is geschiedenis geschreven. Op een dag in 1586 deden Simon Stevin en zijn vriend Jan Cornets de Groot, de burgemeester van Delft, daar een van de belangrijkste wetenschappelijke experimenten die we kennen. Het ging om een belangrijke vraag. Iedereen wist – was het niet uit ervaring dan toch wel op gezag van Aristoteles zelf – dat zware voorwerpen sneller vallen dan lichte. De grote geleerden van de middeleeuwse scholastiek hadden herkend hoe problematisch dat was. Immers, als je een licht voorwerp vastbond aan een zwaar voorwerp, ontstond een heel zwaar voorwerp dat dus nóg sneller zou vallen, terwijl je tegelijk zou verwachten dat het lichte voorwerp het zware voorwerp zou afremmen en het geheel dus langzamer zou vallen.

Lees verder “Simon Stevin in Delft”

Heldenstrijd om de polen

Een vriendin woonde lange tijd in de Franklinstraat in Amsterdam-West. Steeds als ik het straatnaambordje zag, moest ik denken aan John Franklins zoektocht naar de Noordwestelijke Doorvaart. Ooit hadden West-Europeanen gedacht dat Oost-Azië eenvoudig te bereiken was door noordelijk om Canada of Rusland te varen, maar het was al snel duidelijk geworden dat daar te veel ijs lag. De poolkap zou moeten smelten om de route economisch rendabel te krijgen. Desondanks vertrok Franklin in 1845. Er werd nooit meer van hem vernomen.

Op zoek naar Franklin

Nieuwe expedities volgden, niet om alsnog te leren hoe je snel naar Japan of China kon varen, maar om te ontdekken wat Franklins lot was geweest. Op een zeker moment waren elf Britse en twee Amerikaanse schepen actief, plus twee expedities die zochten vanaf het land. Ondanks deze inzet ontstond pas in 1854 duidelijkheid toen Inuit vertelden dat een groep zeelieden het Canadese vasteland had bereikt en zuidwaarts was getrokken, hongerend en uiteindelijk terugvallend op kannibalisme. Dat het werkelijk ging om leden van de Franklinexpeditie, werd bewezen toen de speurders een stuk hout aantroffen waarop “Erebus” stond, de naam van een van Franklins schepen.

Lees verder “Heldenstrijd om de polen”

De Zeven Wonderen van België

Doopvont van Reinier van Hoei (Sint-Lambertuskerk, Luik)

Ik houd van fietstochtjes en eigenlijk interesseert het me niet zoveel waar ik begin en eindig. Ik ben weleens langs alle hunebedden gefietst; aan die ouwe stenen valt weinig te ontdekken, maar het is prettig fietsen in Drenthe en Groningen. Ook ben ik weleens om Vlaanderen gereden, doelloos maar tevreden. Mijn fietstocht rond Nederland is bijna voltooid. Het klassieke kwartet AalstPeutieZwevezeleGenoelselderen heb ik al binnen. En zoals het gaat: onderweg ontdek je links een mooi kasteel en rechts een smakelijk streekgerecht.

Een ander reisdoel-dat-geen-doel-is-maar-tussenstop-in-een-tochtje: de Zeven Wonderen van België. Ik begrijp dat het lijstje een halve eeuw geleden is gemaakt als een publiciteitscampagne om toeristen te lokken. Die zullen zich zeker niet bekocht hebben gevoeld: het is een mooi lijstje, waarin Vlaanderen en Wallonië elk met drie kunstwerken zijn vertegenwoordigd en Brussel met één. Ook chronologisch is het mooi verdeeld.

Lees verder “De Zeven Wonderen van België”

Turkse TV (11) Kösem

Kösem

De vervolgserie Muhteşem Yüzyıl: Kösem, Magnificent Century: Kösem kwam in 2015 uit. Deze serie gaat over het leven van Kösem Sultan (1589-1651), de machtigste en meest invloedrijke vrouw in het Ottomaanse Rijk. We krijgen haar leven te zien vanaf het moment dat zij als slavin de harem van sultan Ahmed I, achterkleinzoon van Suleyman de Prachtlievende, binnengebracht wordt. Zij slaagt erin de positie van Haseki Sultan (wettige echtgenote van de sultan) te bereiken, en verwerft voor een vrouw in die periode een ongekende macht en invloed in Ottomaanse staatszaken.

Na de dood van sultan Achmed blijft ze oppermachtig, eerst als Valide Sultan (dat wil zeggen: moeder van de sultan) en later als Naib i Sultanat (regente) gedurende de regeerperiodes van haar zonen Murad IV en Ibrahim I, als ook van haar kleinzoon Mehmet IV.

Lees verder “Turkse TV (11) Kösem”

De Paasdatum in Oost en West (3)

Christoph Clavius

[Dit is het laatste van drie blogs die Rob van Gent schreef over de Paasdatum. Het eerste was hier.]

De westerse kerken gebruiken de Gregoriaanse kalender, de oosterse kerken houden vast aan de Juliaanse. Hoewel deze kalenders inmiddels dertien dagen uit de pas lopen, kan het toch gebeuren dat de twee Paaszondagen samenvallen. Zoals dit jaar. Dit komt door de kleine verschillen in het berekenen van deze datum in beide kalenders.

Voor dit jaar is het gulden getal gelijk aan 12 en is de zondagsletter in de Juliaanse kalender gelijk aan F. De kerkelijke volle maan (luna XIV) valt dan in de Juliaanse kalender op donderdag 4 april (ofwel 17 april in de Gregoriaanse kalender) en de zondag hierna is dus op 7 april (Juliaans, dus 20 april Gregoriaans).

Lees verder “De Paasdatum in Oost en West (3)”

De Paasdatum in Oost en West (2)

Titelpagina van het grote werk van Christoph Clavius over de Gregoriaanse kalender

[Dit is het tweede van drie blogs die Rob van Gent schreef over de Paasdatum. Het eerste was hier.]

In de Middeleeuwen merkte men dat de op tabellen gebaseerde data voor zowel de zon als de maan, en dus de Paasdatum, steeds meer afweken van de werkelijkheid. Het begin van de astronomische lente schoof steeds verder terug ten opzichte van de nominale datum (21 maart), en ook de berekende nieuwe en volle manen verschilden een paar dagen met de aan de hemel zichtbare schijngestalten (hetgeen bij de maan gauw opvalt).

Een nieuwe kalender

Het zou tot 1582 duren voordat paus Gregorius XIII de kalender hervormde. Door tussen 4 en 15 oktober tien dagen weg te laten, viel de astronomische lente weer rond 21 maart. Ook de schrikkeldagregeling werd verfijnd, zodat het verschil tussen het astronomische en het kerkelijke begin van de lente niet langer kon optreden. Tot slot werd de maanrekening verbeterd: de gulden getallen werden vervangen door de zogenaamde epacta, de ouderdom van de maan bij het begin van het jaar. Die wordt uit het gulden getal bepaald met een correctie die in één of meerdere eeuwen constant is.

Een meer gedetailleerde beschrijving van de Gregoriaanse kalender en nieuwe paasrekening voert hier te ver, maar de materie wordt in veel publicaties over de geschiedenis van de middeleeuwse computus en de kalender besproken. In het Nederlands zijn er bijvoorbeeld de publicaties van Walter van Wijk, die een deskundige was op het gebied van de tijdrekenkunde.noot Walter Emile van Wijk. De Gregoriaansche kalender: Een technisch-tijdrekenkundige studie (1932); Walter Emile van Wijk, De late Paasch van 1943: Eene populaire verhandeling over de bepaling van den datum van het Paaschfeest (1943).

Lees verder “De Paasdatum in Oost en West (2)”

Samoerai versus Azteken

Harnas van een samoerai (Wereldmuseum, Leiden)

Vanouds letten historici op de interactie van culturen: wereldgeschiedenis is een achttiende-eeuws genre dat in de tijd van de Dekolonisatie de wind in de zeilen kreeg. Als zodanig is het vieux jeu. Het actuele, nog nauwelijks verkende front in de wetenschap is nu het kentheoretisch aspect van wereldgeschiedenis: de herijking van de hermeneutiek dus, noodzakelijk geworden door het inzicht dat mensen en ideeën hypermobiel zijn geweest. Evengoed zijn culturele contacten leuk voor blogjes, en vandaag gaan we naar de Filipijnen.

De Grote Ontdekkingen

Maar eerst iets anders. In 1488 rondde Bartolomeu Dias Kaap de Goede Hoop en zo’n tien jaar later bereikte Vasco da Gama India. Zo vond Europa aansluiting bij de handelsnetwerken rond de Indische Oceaan. Uiteraard waren er concurrenten: de handel met het Sultanaat Gujarat was tot dan toe een monopolie geweest van de Mammelukken uit Egypte, maar in 1509 maakten de Portugezen daarmee korte metten.

Lees verder “Samoerai versus Azteken”

De maronieten in 1596

Onze Lieve Vrouwe van Qannoubine, in de zestiende eeuw het patriarchaat van de maronieten.

Sinds de Kruistochten presenteerden de maronieten, die woonden in de afgelegen valleien van het Libanongebergte, zich als rooms-katholieken. De paus wees regelmatig nuntii (ambassadeurs) aan. In 1596 zond paus Clemens VIII de jezuïet Girolamo Dandini (1554-1634) naar het oosten om aanwezig te zijn bij een synode in het klooster van Onze Lieve Vrouw van Qannoubine in de Qadishavallei. Dit was de tijd van de Fakhr-ad-Din over wie ik al eens eerder schreef.

Dandini bleef drie maanden bij de maronieten. Hij was niet alleen geïnteresseerd in de religieuze opvattingen van deze christenen, maar ook in hun gewoontes. Dandini’s aantekeningen vormen een vroeg etnografisch rapport en zijn familie heeft het na zijn dood gepubliceerd als Missione apostolica al patriarca, e maroniti del Monte Libano (1656).

Lees verder “De maronieten in 1596”